Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SlapenRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Slaapduur hangt samen met gezondheid

Regionaal & Internationaal

Problemen met inslapen bij Nederlandse jeugd hoog

Kosten

Preventie & Zorg

Internationale vergelijking problemen met inslapen

Percentage jongeren dat problemen met inslapen rapporteert 2018

15-jarigen
LandJongensMeisjesTotaal
Frankrijk334338,0
Schotland284134,5
Engeland303834,0
België (Wallonië)293934,0
Bulgarije283632,0
Letland244032,0
Wales263731,5
Zweden253329,0
Estland243228,0
Ierland213427,5
Malta223126,5
Denemarken242826,0
Italië193225,5
Roemenië213025,5
Slovenië183325,5
NEDERLAND203025,0
Hongarije163324,5
HBSC-gemiddelde202924,5
Polen202824,0
Slowakije173124,0
België (Vlaanderen)202824,0
Tsjechië182923,5
Duitsland192823,5
Luxemburg182923,5
Noorwegen173023,5
Portugal173023,5
Finland182823,0
Zwitserland172923,0
Litouwen172822,5
Griekenland192522,0
Oostenrijk152821,5
Kroatië132117,0
Spanje122016,0
  • Volgorde op basis van totaal (jongens en meisjes samen)
  • Figuur presenteert EU-landen, Noorwegen en Zwitserland
  • HBSC-gemiddelde: het gemiddelde van alle landen die deelnemen aan de HBSC-studie

Percentage Nederlandse jongeren met problemen met inslapen gemiddeld

Het percentage Nederlandse jongeren dat vaker dan één keer per week problemen met in slaap vallen rapporteert is vergelijkbaar met het HBSC-gemiddelde. Onder 11- en 13-jarigen zijn de percentages voor Nederlandse jongens en meisjes hoger dan gemiddeld. In totaal heeft 25% van de Nederlandse 15-jarigen vaker dan één keer per week problemen met inslapen. Het gemiddelde percentage (van kinderen met problemen met inslapen) van de landen die deelnemen aan de Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC)-studie is 24% (zie tabel). In vrijwel alle landen en leeftijdsgroepen is het percentage meisjes dat problemen met inslapen rapporteert hoger dan het percentage jongens (Inchley et al., 2020). 

Percentage jongeren dat problemen met in slaap komen rapporteert

 

Nederland

HBSC-gemiddelde

 

Jongens

Meisjes

Jongens

Meisjes

11 jaar

23

27

21

24

13 jaar

24

29

19

27

15 jaar

20

30

20

29

Bron: Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC) Study

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

16-06-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Inchley J, Currie D, Budisavljevic S, Torsheim T, Jåstad A, Cosma A, et al. Spotlight on adolescent health and well-being. Findings from the 2017/2018 Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey in Europe and Canada. Copenhagen: World Health Organization (WHO); 2020. Bron

Verantwoording

Definities
  • Slaapduur en slaapkwaliteit

    In het onderwerp Slapen in Volksgezondheidenzorg komen twee aspecten van slapen aan de orde.

    1. Slaapduur is het zelf-gerapporteerde aantal uur dat iemand (gemiddeld) slaapt.
    2. Slaapkwaliteit geeft aan hoe goed iemand naar eigen oordeel slaapt. Hier zijn verschillende indicatoren voor. In Volksgezondheidenzorg.info is dit uitgewerkt door drie symptomen van slapeloosheid te belichten:
    • Moeite met inslapen
    • Moeite met doorslapen
    • Ongewenst vroeg wakker worden

    Daarnaast is de slaapprobleemindex gebruikt als indicator voor slaapkwaliteit (zie: Bronverantwoording).

  • Zelf-gerapporteerde leefstijl

    • Overgewicht: een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2
    • Obesitas: een Body Mass Index (BMI) ≥ 30 kg/m2
    • Onvoldoende bewegen: Niet voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Hierbij is uitgegaan van de norm voor volwassenen (18 t/m 54 jaar). Het afkappunt is 3,5 uur per week voor gemiddeld tot zware activiteiten van 4.0 MET en hoger.
    • Veel zitten: >55 uur per week (bovenste kwartiel). Aantal uren zitten per week is bepaald door vragen over tijd die besteed wordt aan zitten met reizen, op werk of school, met lezen of studeren, televisie kijken, computeren, en andere zittende activiteiten bij elkaar op te tellen.
    • Roken: Roken van sigaretten
    • Overmatige alcoholconsumptie: ≥3 glazen per dag voor mannen; ≥2 glazen per dag voor vrouwen.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij cijfers over slapen

    Bron Indicator op VZinfo Gepresenteerde populatie in VZinfo Meer informatie
    Doetinchem Cohort Studie (DCS) Slaapduur, slaapkwaliteit Volwassenen van 40 tot 81 jaar DCS op Zorggegevens en website DCS, Methoden bij DCS
    Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC) Study Vaker dan één keer per week problemen met in slaap vallen Europese scholieren van 15 jaar HBSC NederlandHBSC internationaal ([Citekey ref_CWQ5Qs_14216 not found])
  • Meta-analyse slaap Hersenstichting

    De cijfers over de slaapduur en slaapkwaliteit van Nederlanders komen uit een grootschalige meta-analyse in opdracht van de Hersenstichting, waarin de slaapgewoontes en slaapproblemen van de Nederlandse bevolking in kaart zijn gebracht. In deze meta-analyse hebben onderzoekers van Erasmus MC en het Nederlands Herseninstituut slaapdata van 135.519 Nederlanders uit 34 Nederlandse bevolkingsonderzoeken van de afgelopen 25 jaar in een gezamenlijke database opgenomen en bestudeerd. Meer informatie over de dataverzameling en deelnemende studies is beschreven in een factsheet.

  • Rapport ‘Schermgebruik en blauwlicht’

    Informatie over de relatie tussen schermgebruik en slaap is afkomstig uit RIVM rapport ‘Schermgebruik en blauwlicht. Omvang van blootstelling en relatie met slaap’ (van Kerkhof et al., 2017). Voor de analyses over schermgebruik en slaap zijn gegevens uit twee Nederlandse cohorten gebruikt: EPIC-NL en AMIGO.

    Slaapduur is de gemiddelde zelf-gerapporteerde duur van de slaap in de afgelopen vier weken.
    Slaapkwaliteit is gemeten met de slaapprobleemindex (Sleep problem index II), die is samengesteld uit negen vragen die onderdeel zijn van een gestandaardiseerde vragenlijst (Smith & Wegener, 2003). Hierin worden verschillende domeinen van slaapkwaliteit bevraagd: verstoring, adequaatheid, ademhalingsproblemen en slaperigheid overdag.

    Effecten van het gebruik van lichtgevende schermen op slaapduur en slaapkwaliteit zijn geanalyseerd met lineaire – en logistische regressiemodellen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Kerkhof LWM, Vlaanderen JJ, Berkhout AJC, Dollé MET, Vermeulen RCH, van Steeg H. Schermgebruik en blauw licht : Omvang van blootstelling en relatie met slaap. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2017. Bron
    2. Smith MT, Wegener ST. The Insomnia Severity Index, Medical Outcomes Study (MOS) Sleep Scale, Pittsburgh Sleep Diary (PSD), and Pittsburgh Sleep Quality Index (PSQI). Arthritis Rheum. 2003;15. Bron
Methoden
  • Samenhang slaapduur en slaapproblemen met overige leefstijlfactoren

    Tabel: Samenhang slaapduur en slaapproblemen met overige leefstijlfactoren
    Bij 40-81-jarigen

     

    Slaapduur (OR en bi)

    Slaapkwaliteit (OR en bi)

    Leefstijl

    Kort
    ≤ 6 uur per nacht)

    Lang
    (
    ≥ 9 uur per nacht)

    Moeite met in slaap komen

    Moeite met doorslapen

    Vroeger wakker worden dan gewenst

    Overgewicht

    1,26
    (1,05-1,51)

    0,86
    (0,62-1,18)

    1,04
    0,82-1,32)

    1,04
    0,84-1,28)

    0,94
    0,77-1,14)

    Obesitas

    1,33
    (1,05-1,67)

    1,10
    (0,76-1,61)

    1,12
    0,85-1,49)

    1,10
    0,85-1,42)

    1,08
    0,85-1,38)

    Onvoldoende actief

    1,21
    (1,01-1,46)

    1,85
    (1,36-2,50)

    1,53
    1,22-1,93)

    1,30
    1,05-1,60)

    1,19
    0,97-1,45)

    Veel zitten

    1,15
    (0,95-1,38)

    0,87
    (0,60-1,27)

    1,15
    0,88-1,49)

    0,96
    0,76-1,21)

    0,94
    0,75-1,17)

    Roken

    1,01
    (0,82-1,24)

    1,37
    (0,96-1,95)

    1,10
    0,84-1,44)

    0,66
    0,50-0,87)

    0,91
    0,72-1,16)

    Overmatige alcohol consumptie

    1,02
    (0,79-1,32)

    1,18
    (0,78-1,32)

    0,84
    0,58-1,19)

    1,19
    0,89-1,59)

    0,97
    0,73-1,29)

     

    Bron: Doetinchem Cohort Studie, vijfde meetronde (2008-2012)

    Toelichting

    • OR = odds-ratio; bi =  betrouwbaarheidsinterval. 
    • Voor dikgedrukte schattingen is het effect significant (α=5%).
    • OR’s zijn gecorrigeerd voor geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, burgerlijke staat, werkstatus en alle overige leefstijlfactoren.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Doetinchem Cohort Studie, DCS. zorggegevens.nl
  • Methoden bij Doetinchem Cohort Studie

    Voor de samenhang tussen slaap en andere leefstijlfactoren zijn gegevens van 3984 volwassenen tussen de 40 en 81 jaar uit de periode 2008-2012 geanalyseerd. Zie hier voor meer informatie over de Doetinchem Cohort Studie.

    Slaapduur is nagevraagd als ‘hoeveel uren slaapt u gemiddeld per etmaal (5 uur of minder, 6, 7, 8, 9 uur of meer)’. Een korte slaapduur is gedefinieerd als 6 uur of minder, een normale slaapduur is 7 of 8 uur en een lange slaapduur is 9 uur of langer. Dit is in overeenstemming met de richtlijnen van de American Academy of Sleep Medicine (Watson et al., 2015).

    Slaapkwaliteit is nagevraagd met de volgende items en antwoord categorieën:

    • Lang wakker liggen voor in slaap vallen (zelden of nooit/af en toe/ vaak/altijd)
    • Niet goed in kunnen slapen na 's nachts wakker worden (zelden of nooit/af en toe/ vaak/altijd)
    • 's Morgens erg vroeg wakker worden en niet meer kunnen slapen (zelden of nooit/af en toe/ vaak/altijd)

    Antwoordopties 'vaak' en 'altijd' zijn gedefinieerd als slechte slaapkwaliteit voor dat item. Voor slaapduur zijn multinomiale regressiemodellen gebruikt en voor de drie items van slaapkwaliteit logistische regressiemodellen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Watson NF, Badr MS, Belenky G, Bliwise DL, Buxton OM, Buysse D, et al. Recommended Amount of Sleep for a Healthy Adult: A Joint Consensus Statement of the American Academy of Sleep Medicine and Sleep Research Society. Journal of Clinical Sleep Medicine. 2015. Bron | DOI