Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

SlapenCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Slaapduur hangt samen met gezondheid

Regionaal & Internationaal

Vaak problemen met inslapen bij Nederlandse jeugd

Kosten

Preventie & Zorg

Slaapduur naar leeftijd

Slaapduur naar leeftijd

Leeftijd

Slaapduur (in uren)

Aanbevolen (in uren)*

  1 - 2 jaar

-

11 - 14

  3 - 5 jaar

11,6

10 - 13

  6 - 13 jaar

10,7

  9 - 11

14 - 17 jaar

  8,0

  8 - 10

18 - 25 jaar

  7,5

  7 - 9

26 - 40 jaar

  7,2

  7 - 9

41 - 64 jaar

  7,0

  7 - 9

65+

  7,0

  7 - 8

  • ​Slaapduur in uren is zelf-gerapporteerd (bij jonge kinderen door hun moeders)
  • Slaapduur voor 1- t/m 2-jarigen is niet beschikbaar
  • Waarden zijn gemiddelden voor de betreffende leeftijdscategorie

* Aanbevelingen van American Sleep Foundation

Gemiddelde slaapduur in alle leeftijdsgroepen binnen aanbeveling

In alle leeftijdsgroepen ligt de gemiddelde slaapduur binnen de aanbeveling voor de betreffende groep. Van alle volwassen Nederlanders samen, slaapt 90% binnen de aanbevolen duur van 7-9 uur. De slaapduur neemt af met het ouder worden. Vrouwen slapen over het algemeen iets langer dan mannen. Slechts een kleine groep Nederlanders slaapt te kort of te lang ten opzichte van de aanbevolen slaapduur. Zo slaapt 5% van de 6- tot en met 13-jarigen te lang, namelijk 12 uur of meer. Te kort slapen komt voor onder 10% van zowel de 14- tot en met 17-jarigen (minder dan 6,5 uur), de 18- tot en met 25-jarigen (minder dan 6 uur), de 26- tot en met 64-jarigen (minder dan 6 uur) en de 65-plussers (minder dan 5 uur).

Meer informatie

Kwaliteit van slaap volwassenen

Symptomen van slapeloosheid naar leeftijd volwassenen

LeeftijdMoeite met in slaap komenMoeite met doorslapenVroeger dan gewenst wakker
18-25 jaar (t)22,909,4010,30
18-25 jaar (m)19,608,609,20
18-25 jaar (v)25,4010,0011,20
26-40 jaar (t)9,7011,2014,00
26-40 jaar (m)7,507,3012,00
26-40 jaar (v)11,3013,9015,60
41-64 jaar (t)12,2015,7021,00
41-64 jaar (m)6,7010,5017,60
41-64 jaar (v)16,7020,1024,00
65+ (t)14,6020,2023,40
65+ (m)7,9014,5018,40
65+ (v)19,9025,2027,80

(t) = totaal, (m) = man, (v) = vrouw

Onder vrouwen grotere groep met symptomen slapeloosheid 

Vergeleken met mannen heeft onder vrouwen een grotere groep symptomen van slapeloosheid zoals moeite met in slaap komen, moeite met doorslapen en vanzelf vroeger dan gewenst wakker worden. Naarmate de leeftijd toeneemt, worden de verschillen in het al dan niet hebben van symptomen van slapeloosheid tussen mannen en vrouwen groter. Meer dan een kwart (25,4%) van de vrouwen van 18 tot en met 25 jaar heeft moeite in slaap te komen; bij mannen is dat 19,6%. In slaap komen is voor 19,9% van de vrouwen van 65 jaar of ouder een probleem, tegenover 8% van de mannen. Een kwart van de vrouwen van 65 jaar of ouder valt moeilijk weer in slaap na 's nachts wakker worden. Opvallend bij ongewenst vroeg wakker worden, is dat vanaf 26 jaar een grotere groep hier last van heeft vergeleken met moeite met in slaap komen en moeite met doorslapen. Ruim 1 op de 5 Nederlanders tussen 41 en 65 jaar wordt te vroeg wakker. Bij 65-plussers loopt dit op richting een kwart.

Meer informatie

Kwaliteit van slaap kinderen en jongeren

Symptomen van slapeloosheid naar leeftijd

Leeftijd / geslachtMoeite met in slaap komenMoeite met doorslapen
1-2 jaar (t)4,4-
1-2 jaar (j)4,9-
1-2 jaar (m)4-
3-5 jaar (t)46,2
3-5 jaar (j)4,26,6
3-5 jaar (m)3,85,7
6-13 jaar (t)13,17,2
6-13 jaar (j)12,25,9
6-13 jaar (m)13,98
14-17 jaar (t)16,324,1
14-17 jaar (j)13,619,3
14-17 jaar (m)18,528
  • Cijfers over moeite met doorslapen zijn niet beschikbaar voor 1- t/m 2-jarigen
  • (t) = totaal, (j) = jongen, (m) = meisje

Vooral vanaf 6 jaar moeite met in slaap komen

Ongeveer 4% van de kinderen onder de 6 jaar heeft moeite met in slaap komen. Bij kinderen van 6 tot en met 13 jaar is dat 13,1% en bij 14- tot en met 17-jarigen 16,3%. Vooral jongeren (14 tot en met 17 jaar) vallen moeilijk weer in slaap als ze ’s nachts wakker worden: 24,1% van hen heeft hier last van. Bij 3- tot en met 5-jarigen heeft 6,2% moeite met doorslapen en bij 6- tot en met 13-jarigen is dat 7,2%. Vanaf 6 jaar heeft een groter deel van de meisjes moeite met in slaap komen en doorslapen vergeleken met de jongens.

Meer informatie

 

Verantwoording

Definities
  • Slaapduur en slaapkwaliteit

    In het onderwerp Slapen in Volksgezondheidenzorg komen twee aspecten van slapen aan de orde.

    1. Slaapduur is het zelf-gerapporteerde aantal uur dat iemand (gemiddeld) slaapt.
    2. Slaapkwaliteit geeft aan hoe goed iemand naar eigen oordeel slaapt. Hier zijn verschillende indicatoren voor. In Volksgezondheidenzorg.info is dit uitgewerkt door drie symptomen van slapeloosheid te belichten:
    • Moeite met inslapen
    • Moeite met doorslapen
    • Ongewenst vroeg wakker worden

    Daarnaast is de slaapprobleemindex gebruikt als indicator voor slaapkwaliteit (zie: Bronverantwoording).

  • Zelf-gerapporteerde leefstijl

    • Overgewicht: een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2
    • Obesitas: een Body Mass Index (BMI) ≥ 30 kg/m2
    • Onvoldoende bewegen: Niet voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Hierbij is uitgegaan van de norm voor volwassenen (18 t/m 54 jaar). Het afkappunt is 3,5 uur per week voor gemiddeld tot zware activiteiten van 4.0 MET en hoger.
    • Veel zitten: >55 uur per week (bovenste kwartiel). Aantal uren zitten per week is bepaald door vragen over tijd die besteed wordt aan zitten met reizen, op werk of school, met lezen of studeren, televisie kijken, computeren, en andere zittende activiteiten bij elkaar op te tellen.
    • Roken: Roken van sigaretten
    • Overmatige alcoholconsumptie: ≥3 glazen per dag voor mannen; ≥2 glazen per dag voor vrouwen.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij cijfers over slapen

    Bron Indicator op VZinfo Gepresenteerde populatie in VZinfo Meer informatie
    Doetinchem Cohort Studie (DCS) Slaapduur, slaapkwaliteit Volwassenen van 40 tot 81 jaar DCS op Zorggegevens en website DCS, Methoden bij DCS
    Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC) Study Vaker dan één keer per week problemen met in slaap vallen Europese scholieren van 15 jaar HBSC NederlandHBSC internationaalInchley et al., 2016

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Inchley J, Currie D, Young T, Samdal O, Torsheim T, Augustson L, et al. Growing up unequal: gender and socioeconomic differences in young people’s health and well-being. Denemarken: World Health Organization; 2016. Bron
  • Meta-analyse slaap Hersenstichting

    De cijfers over de slaapduur en slaapkwaliteit van Nederlanders komen uit een grootschalige meta-analyse in opdracht van de Hersenstichting, waarin de slaapgewoontes en slaapproblemen van de Nederlandse bevolking in kaart zijn gebracht. In deze meta-analyse hebben onderzoekers van Erasmus MC en het Nederlands Herseninstituut slaapdata van 135.519 Nederlanders uit 34 Nederlandse bevolkingsonderzoeken van de afgelopen 25 jaar in een gezamenlijke database opgenomen en bestudeerd. Meer informatie over de dataverzameling en deelnemende studies is beschreven in een factsheet.

  • Rapport ‘Schermgebruik en blauwlicht’

    Informatie over de relatie tussen schermgebruik en slaap is afkomstig uit RIVM rapport ‘Schermgebruik en blauwlicht. Omvang van blootstelling en relatie met slaap’ (van Kerkhof et al., 2017). Voor de analyses over schermgebruik en slaap zijn gegevens uit twee Nederlandse cohorten gebruikt: EPIC-NL en AMIGO.

    Slaapduur is de gemiddelde zelf-gerapporteerde duur van de slaap in de afgelopen vier weken.
    Slaapkwaliteit is gemeten met de slaapprobleemindex (Sleep problem index II), die is samengesteld uit negen vragen die onderdeel zijn van een gestandaardiseerde vragenlijst (Smith & Wegener, 2003). Hierin worden verschillende domeinen van slaapkwaliteit bevraagd: verstoring, adequaatheid, ademhalingsproblemen en slaperigheid overdag.

    Effecten van het gebruik van lichtgevende schermen op slaapduur en slaapkwaliteit zijn geanalyseerd met lineaire – en logistische regressiemodellen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Kerkhof LWM, Vlaanderen JJ, Berkhout AJC, Dollé MET, Vermeulen RCH, van Steeg H. Schermgebruik en blauw licht : Omvang van blootstelling en relatie met slaap. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2017. Bron
    2. Smith MT, Wegener ST. The Insomnia Severity Index, Medical Outcomes Study (MOS) Sleep Scale, Pittsburgh Sleep Diary (PSD), and Pittsburgh Sleep Quality Index (PSQI). Arthritis Rheum. 2003;15. Bron
Methoden
  • Samenhang slaapduur en slaapproblemen met overige leefstijlfactoren

    Tabel: Samenhang slaapduur en slaapproblemen met overige leefstijlfactoren
    Bij 40-81-jarigen

     

    Slaapduur (OR en bi)

    Slaapkwaliteit (OR en bi)

    Leefstijl

    Kort
    ≤ 6 uur per nacht)

    Lang
    (
    ≥ 9 uur per nacht)

    Moeite met in slaap komen

    Moeite met doorslapen

    Vroeger wakker worden dan gewenst

    Overgewicht

    1,26
    (1,05-1,51)

    0,86
    (0,62-1,18)

    1,04
    0,82-1,32)

    1,04
    0,84-1,28)

    0,94
    0,77-1,14)

    Obesitas

    1,33
    (1,05-1,67)

    1,10
    (0,76-1,61)

    1,12
    0,85-1,49)

    1,10
    0,85-1,42)

    1,08
    0,85-1,38)

    Onvoldoende actief

    1,21
    (1,01-1,46)

    1,85
    (1,36-2,50)

    1,53
    1,22-1,93)

    1,30
    1,05-1,60)

    1,19
    0,97-1,45)

    Veel zitten

    1,15
    (0,95-1,38)

    0,87
    (0,60-1,27)

    1,15
    0,88-1,49)

    0,96
    0,76-1,21)

    0,94
    0,75-1,17)

    Roken

    1,01
    (0,82-1,24)

    1,37
    (0,96-1,95)

    1,10
    0,84-1,44)

    0,66
    0,50-0,87)

    0,91
    0,72-1,16)

    Overmatige alcohol consumptie

    1,02
    (0,79-1,32)

    1,18
    (0,78-1,32)

    0,84
    0,58-1,19)

    1,19
    0,89-1,59)

    0,97
    0,73-1,29)

     

    Bron: Doetinchem Cohort Studie, vijfde meetronde (2008-2012)

    Toelichting

    • OR = odds-ratio; bi =  betrouwbaarheidsinterval. 
    • Voor dikgedrukte schattingen is het effect significant (α=5%).
    • OR’s zijn gecorrigeerd voor geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, burgerlijke staat, werkstatus en alle overige leefstijlfactoren.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Doetinchem Cohort Studie, DCS. zorggegevens.nl
  • Methoden bij Doetinchem Cohort Studie

    Voor de samenhang tussen slaap en andere leefstijlfactoren zijn gegevens van 3984 volwassenen tussen de 40 en 81 jaar uit de periode 2008-2012 geanalyseerd. Zie hier voor meer informatie over de Doetinchem Cohort Studie.

    Slaapduur is nagevraagd als ‘hoeveel uren slaapt u gemiddeld per etmaal (5 uur of minder, 6, 7, 8, 9 uur of meer)’. Een korte slaapduur is gedefinieerd als 6 uur of minder, een normale slaapduur is 7 of 8 uur en een lange slaapduur is 9 uur of langer. Dit is in overeenstemming met de richtlijnen van de American Academy of Sleep Medicine (Watson et al., 2015).

    Slaapkwaliteit is nagevraagd met de volgende items en antwoord categorieën:

    • Lang wakker liggen voor in slaap vallen (zelden of nooit/af en toe/ vaak/altijd)
    • Niet goed in kunnen slapen na 's nachts wakker worden (zelden of nooit/af en toe/ vaak/altijd)
    • 's Morgens erg vroeg wakker worden en niet meer kunnen slapen (zelden of nooit/af en toe/ vaak/altijd)

    Antwoordopties 'vaak' en 'altijd' zijn gedefinieerd als slechte slaapkwaliteit voor dat item. Voor slaapduur zijn multinomiale regressiemodellen gebruikt en voor de drie items van slaapkwaliteit logistische regressiemodellen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Watson NF, Badr MS, Belenky G, Bliwise DL, Buxton OM, Buysse D, et al. Recommended Amount of Sleep for a Healthy Adult: A Joint Consensus Statement of the American Academy of Sleep Medicine and Sleep Research Society. Journal of Clinical Sleep Medicine. 2015. Bron | DOI