Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Seksueel risicogedragCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Jonge mensen hebben vaker risicovolle seks

Regionaal & Internationaal

Nederlandse jongens gebruiken vaker condoom

Kosten

Preventie & Zorg

Breed aanbod aan maatregelen in en buiten de zorg

Trend in risicovolle seks

Trend risicovolle seks 2014-2020

16 jaar en ouder
Jaarmannen gestand.*vrouwen gestand.*totaal gestand.*mannen ongestand.vrouwen ongestand.totaal ongestand.
20142,61,522,71,62,2
20152,52,12,32,62,32,5
20162,922,43,12,12,6
20173,61,92,73,722,9
20182,72,12,42,82,32,6
20193,82,233,82,43,1
20203,11,82,43,222,6
  • * De gegevens zijn gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2020
  • (on)gestand.= (on)gestandaardiseerd
  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de Covid-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de leefstijl van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.

Risicovolle seks toegenomen

Tussen 2014 en 2020 is het aantal mensen (16 jaar en ouder) dat in het afgelopen jaar risicovolle seks had toegenomen. Bij zowel de totale groep als bij mannen is deze trend significant, bij vrouwen niet. 

Gestandaardiseerd versus ongestandaardiseerd

Bij de zichtbare gestandaardiseerde percentages is er rekening gehouden met veranderingen in omvang en leeftijdsverdeling van de bevolking. De gestandaardiseerde percentages kunnen afwijken van de ongestandaardiseerde percentages. De gestandaardiseerde percentages zijn gecorrigeerd naar de omvang en leeftijdsverdeling van een standaardpopulatie. Bij ongestandaardiseerde cijfers is geen rekening gehouden met veranderingen in de bevolking. Deze ongestandaardiseerde cijfers zijn ook in de grafiek opgenomen en kunnen naar wens geselecteerd worden.

Meer informatie

Datum publicatie

21-07-2021

Verantwoording

Definities
  • Seksueel risicogedrag en seksuele gezondheid

    Onder seksueel risicogedrag verstaan we binnen Volksgezondheidenzorg.info seksueel gedrag dat risico’s op een soa of een ongewenste zwangerschap met zich meebrengt. Daarbij gaat het om de volgende aspecten van seksueel gedrag:

    • Risicovolle seks: Geen condoomgebruik bij het laatste sekscontact met een partner waar je geen relatie mee hebt (16+)
    • Risico op ongeplande zwangerschap: Geen anti-conceptiegebruik bij vrouwen die de afgelopen 12 maanden seksueel actief waren, niet zwanger waren of een kinderwens hadden (16-49 jaar)
    • Condoomgebruik bij de laatste keer geslachtsgemeenschap (12 tot en met 16 jaar)

    Daarnaast zijn abortuscijfers opgenomen bij dit onderwerp:

    • het aantal zwangerschapsafbrekingen (inclusief overtijdbehandelingen) per 1.000 vrouwen van 15 tot en met 44 jaar

    Het bevorderen van veilige seks ter voorkoming van soa en ongewenste zwangerschap valt binnen het bredere streven naar het bevorderen van seksuele gezondheid. Hierbij staat een veilige en vrijwillige seksualiteit waar mensen van kunnen genieten centraal. Voor informatie over andere aspecten van seksuele gezondheid dan seksueel risicogedrag verwijzen we naar Rutgers, kenniscentrum op het gebied van seksualiteit. Soa en seksuele grensoverschrijding zijn elders in VZinfo uitgewerkt. 

Bronverantwoording
Methoden
  • Dataverzameling Gezondheidsenquête 2020

    In 2020 is de dataverzameling voor de Gezondheidsenquête verstoord door de COVID-19-pandemie. Ongeveer een half jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen. Daardoor kwam er tijdens die periode alleen via internet respons binnen. Om te corrigeren voor het wegvallen van de interviews aan huis is gebruik gemaakt van een aangepast weegmodel met tijdreeksmodellen. Hierdoor zijn de cijfers te vergelijken met de eerdere jaren. Meer informatie over het aangepaste weegmodel kunt u vinden in deze nota.
    De COVID-19-pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk invloed gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewden. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.