Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Seksueel risicogedragCijfers & ContextGevolgen

Cijfers & Context

Jonge mensen hebben vaker risicovolle seks

Regionaal & Internationaal

Nederlandse jongens gebruiken vaker condoom

Kosten

Preventie & Zorg

Breed aanbod aan maatregelen in en buiten de zorg

Gevolgen van onveilig seksueel gedrag

Onveilig seksueel gedrag kan gezondheid negatief beïnvloeden

Seksueel gedrag van mensen heeft zowel positieve als negatieve effecten op de gezondheid en het welzijn van mensen. Er is vooral veel bekend over de negatieve effecten van onveilig seksueel gedrag. Onveilig seksueel gedrag vergroot de kans op seksueel overdraagbare aandoeningen (soa). Bovendien kunnen mensen door onveilig vrijen besmet raken met het humaan papillomavirus, dat een bepalende factor is voor het ontstaan van baarmoederhalskanker (Nobbenhuis et al., 1999). Daarnaast kan onveilig seksueel gedrag leiden tot een ongewenste zwangerschap. In 2017 had 2,9% van de mannen en vrouwen van 25 tot en met 49 jaar in het afgelopen jaar te maken met een ongeplande zwangerschap. Voor 0,4% van de mannen en 1,7% van de vrouwen was de zwangerschap ongewenst (de Graaf & Wijsen, 2017). 

Meer informatie

Datum publicatie

08-02-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Nobbenhuis MAE, Walboomers JM, Helmerhorst TJM, Rozendaal L, Remmink AJ, Risse EK, et al. Relation of human papillomavirus status to cervical lesions and consequences for cervical-cancer screening: a prospective study. Lancet. 1999;354(9172):20-5. Pubmed | DOI
  2. de Graaf H, Wijsen C. Seksuele gezondheid in Nederland 2017. Utrecht: Rutgers; 2017. Bron

Zwangerschapsafbreking naar leeftijd

In totaal ruim 32 duizend zwangerschapsafbrekingen

In 2019 werden in Nederland in totaal 32.233 zwangerschapsafbrekingen (abortussen) uitgevoerd (niet in grafiek). Van het totaal aantal behandelingen, werd 10% uitgevoerd bij vrouwen die in het buitenland wonen en voor een zwangerschapsafbreking naar Nederland kwamen. Het abortuscijfer (aantal zwangerschapsafbrekingen per 1.000 in Nederland wonende vrouwen van 15 tot en met 44 jaar) was 9,1 (IGJ, 2021). Het abortuscijfer is het hoogst onder 25 tot en met 29-jarigen en daalt vanaf die leeftijdsgroep met de leeftijd.

Ruim 2.500 zwangerschapsafbrekingen bij tieners

In totaal zijn er 2.653 zwangerschappen bij tieners afgebroken. Van de tieners die een abortus hebben laten doen is de meerderheid 15 tot en met 19 jaar; slechts 2,6% is jonger dan 15 jaar (IGJ, 2021). 

Meer informatie

Datum publicatie

01-06-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IGJ. Jaarrapportage 2019 Wet afbreking zwangerschap (Wafz). Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; 2021. Bron

Trend in zwangerschapsafbrekingen

Zwangerschapsafbrekingen 1993-2019

TotaalIn buitenland wonend
19853793220681
19863645518185
19873325315480
19883169413672
19893012212110
19903024211852
19913028310715
19922961410192
1993294869682
1994293698558
1995286397707
1996298537412
1997292556842
1998307016560
1999316566338
2000333266121
2001341565719
2002341554704
2003331474335
2004333224228
2005329784240
2006329794508
2007327994469
2008329064436
2009323744055
2010316523924
2011317073979
2012305553684
2013305513793
2014303613763
2015308033887
2016301443662
2017305233482
2018310023370
2019322333271

Aantal zwangerschapsafbrekingen sinds 2011 rond de 30.000

Tot 1997 daalde het totale aantal zwangerschapsafbrekingen (abortussen) in Nederland. Het gaat daarbij zowel om vrouwen die in Nederland wonen als in het buitenland. Na een stijging van enkele jaren, bleef het totaal aantal daarna geruime tijd relatief stabiel met ongeveer 33.000 per jaar. Vanaf 2011 is het aantal zwangerschapsafbrekingen rond de 30.000 per jaar. Het aantal in het buitenland wonende vrouwen dat in Nederland een zwangerschapsonderbreking ondergaat neemt gedurende de hele periode van 1985 tot en met 2019 af  (IGJ, 2021).

Abortuscijfer sinds 2002 stabiel

Ondanks de schommelingen in het aantal zwangerschapsafbrekingen, is het abortuscijfer (het aantal zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen van 15 tot en met 44 jaar) van in Nederland wonende vrouwen sinds 2002 redelijk stabiel tussen de 8,5 en 9 (niet in de grafiek). Dit komt doordat ook het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd (15 tot en met 44 jaar) daalt (IGJ, 2021).

Meer informatie

Datum publicatie

01-06-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. IGJ. Jaarrapportage 2019 Wet afbreking zwangerschap (Wafz). Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; 2021. Bron

Verantwoording

Definities
  • Seksueel risicogedrag en seksuele gezondheid

    Onder seksueel risicogedrag verstaan we binnen Volksgezondheidenzorg.info seksueel gedrag dat risico’s op een soa of een ongewenste zwangerschap met zich meebrengt. Daarbij gaat het om de volgende aspecten van seksueel gedrag:

    • Risicovolle seks: Geen condoomgebruik bij het laatste sekscontact met een partner waar je geen relatie mee hebt (16+)
    • Risico op ongeplande zwangerschap: Geen anti-conceptiegebruik bij vrouwen die de afgelopen 12 maanden seksueel actief waren, niet zwanger waren of een kinderwens hadden (16-49 jaar)
    • Condoomgebruik bij de laatste keer geslachtsgemeenschap (12 tot en met 16 jaar)

    Daarnaast zijn abortuscijfers opgenomen bij dit onderwerp:

    • het aantal zwangerschapsafbrekingen (inclusief overtijdbehandelingen) per 1.000 vrouwen van 15 tot en met 44 jaar

    Het bevorderen van veilige seks ter voorkoming van soa en ongewenste zwangerschap valt binnen het bredere streven naar het bevorderen van seksuele gezondheid. Hierbij staat een veilige en vrijwillige seksualiteit waar mensen van kunnen genieten centraal. Voor informatie over andere aspecten van seksuele gezondheid dan seksueel risicogedrag verwijzen we naar Rutgers, kenniscentrum op het gebied van seksualiteit. Soa en seksuele grensoverschrijding zijn elders in VZinfo uitgewerkt. 

Bronverantwoording
Methoden
  • Dataverzameling Gezondheidsenquête 2020

    In 2020 is de dataverzameling voor de Gezondheidsenquête verstoord door de COVID-19-pandemie. Ongeveer een half jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen. Daardoor kwam er tijdens die periode alleen via internet respons binnen. Om te corrigeren voor het wegvallen van de interviews aan huis is gebruik gemaakt van een aangepast weegmodel met tijdreeksmodellen. Hierdoor zijn de cijfers te vergelijken met de eerdere jaren. Meer informatie over het aangepaste weegmodel kunt u vinden in deze nota.
    De COVID-19-pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk invloed gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewden. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.