Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

RokenCijfers & ContextGevolgen

Cijfers & Context

Bijna een kwart van de Nederlanders rookt

Regionaal & Internationaal

Percentage rokers onder vrouwen hoger dan in EU

Kosten

Rokengerelateerde zorg kost 2,4 miljard

Preventie & Zorg

Tabaksontmoediging via beïnvloeden van omgeving

Sterfte door roken

Sterfgevallen door ziekten als gevolg van roken 2015

Aandoening

Mannen

Vrouwen

Totaal

Longkanker

5.520

3.140

8.660

COPD

3.110

2.250

5.360

Coronaire hartziekten

1.000

310

1.320

Slokdarmkanker

740

190

940

Hartfalen

460

310

770

Beroerte

420

210

620

Dikkedarmkanker

330

180

500

Alvleesklierkanker

250

160

410

Blaaskanker

270

70

340

Borstkanker

0

240

240

Mondholte

130

70

190

Nierkanker

120

50

170

Strottenhoofdkanker

130

40

170

Diabetes

100

60

170

Maagkanker

90

30

120

Totaal

12.680

7.320

20.000

 

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (bewerkt door het RIVM)

Twintigduizend mensen overleden door roken in 2015

In 2015 overleden 20.000 mensen als gevolg van aandoeningen gerelateerd aan roken. Roken is bij volwassenen verantwoordelijk voor een groot deel van de sterfgevallen. Zo is 83% van de sterfgevallen aan longkanker en 78% van de sterfgevallen aan COPD te wijten aan roken. Van de sterfte aan een aantal vormen van kanker in het hoofdhalsgebied is 52% tot 84% toe te schrijven aan roken. Daarnaast is circa 15% van de sterfte aan coronaire hartziekten, 10% van de sterfte aan hartfalen en 7% van de sterfte aan beroerte te wijten aan roken (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door het RIVM).

Stoppen met roken leidt tot daling risico voortijdig sterven

Stoppen met roken heeft gunstige effecten voor het risico op voortijdig sterfte door roken. Hoe eerder een roker stopt met roken, hoe sterker het risico op voortijdige sterfte daalt. Uit internationale studies blijkt dat rokende jongvolwassenen gemiddeld 10 jaar korter leven dan niet-rokers (Jha & Peto, 2014). Het sterfterisico wordt ook bepaald door de duur van het roken, het aantal sigaretten dat gerookt wordt en de diepte van het inhaleren van de rook (Bemelmans et al., 2005).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Jha P, Peto R. Global Effects of Smoking, of Quitting, and of Taxing Tobacco. New England Journal of Medicine. 2014;370(1):60-68. Bron | DOI
  2. Bemelmans WJE, Mulder I, Hoogenveen RT. Het risico van roken: epidemiologie. In: Tabaksgebruik: gevolgen en bestrijding. Utrecht: LEMMA BV; 2005. Bron

Gezondheidsgevolgen van roken tijdens zwangerschap

Roken tijdens zwangerschap geeft ernstige risico's voor het kind

Het roken van de moeder tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op een vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, een verminderde longfunctie en op aangeboren afwijkingen aan onder meer het gezicht, bewegingsapparaat, hart, ledematen, spijsverteringskanaal, schedel en de ogen bij de baby (Abraham et al., 2017; McEvoy & Spindel, 2017; Nicoletti et al., 2014). Ook vergroot roken tijdens de zwangerschap de kans op overlijden van het kind (Marufu et al., 2015). Daarnaast  loopt het kind risico op nadelige gevolgen op de lange termijn. Het gaat om onder andere een verhoogde kans op astma, overgewicht, verminderde vruchtbaarheid van het kind zelf (Huang et al., 2018; Rayfield & Plugge, 2017; Croes & de Josselin - de Jong, 2014), gedragsproblemen (Palmer et al., 2016), verhoogde diastolische bloeddruk (Taal et al., 2013), verminderd hersenvolume (Marroun et al., 2014) en verminderd cognitief functioneren (Clifford et al., 2012).

Ongeveer één op de 12 zwangeren rookt tijdens de zwangerschap

In 2015 rookte ongeveer één op de twaalf zwangeren tijdens de zwangerschap. Laagopgeleide vrouwen (22,1%) roken vaker dagelijks tijdens de zwangerschap dan midden- en hoogopgeleide zwangeren (respectievelijk 5,5% en 0,5%) (Lanting et al., 2015). Roken tijdens de zwangerschap vergroot de kans op voorligging en voortijdige loslating van de placenta  en buitenbaarmoederlijke zwangerschap (Hyland et al., 2015; Salihu & Wilson, 2007) en minder lang geven van borstvoeding (Napierala et al., 2016).

Ook risico’s voor het kind door passief roken tijdens zwangerschap

Als aanstaande moeders meeroken met anderen hebben hun kinderen bij de geboorte een hoger risico op een laag geboortegewicht dan de kinderen van moeders die niet passief roken (Surgeon General, 2006). Volgens de Gezondheidsraad is het risico op een extreem laag geboortegewicht (<2.500 gram) met 20-40% vergroot als de moeder tijdens de zwangerschap meerookt (Gezondheidsraad, 2003). Ook verhoogtpassief roken tijdens de zwangerschap de kans op wiegendood (Leonardi-Bee et al., 2011; Surgeon General, 2006;). Als de baby na de geboorte wordt blootgesteld aan tabaksrook, vergroot dit eveneens de kans op wiegendood (Carlin & Moon, 2017).

Datum publicatie

06-04-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Abraham M, Alramadhan S, Iniguez C, Duijts L, Jaddoe VWV, Dekker HTDen, et al. A systematic review of maternal smoking during pregnancy and fetal measurements with meta-analysis. PLOS ONE. 2017;(2):e0170946. Bron | DOI
  2. McEvoy CT, Spindel ER. Pulmonary Effects of Maternal Smoking on the Fetus and Child: Effects on Lung Development, Respiratory Morbidities, and Life Long Lung Health. Paediatric Respiratory Reviews. 2017;21:27-33. Bron | DOI
  3. Nicoletti D, Appel LD, Siedersberger-Neto P, Gumaraes GW, Zhang L. Maternal smoking during pregnancy and birth defects in children: a systematic review with meta-analysis. Cadernos de Saúde Pública. 2014;(12):2491-2529. Bron | DOI
  4. Marufu TC, Ahankari A, Coleman T, Lewis S. Maternal smoking and the risk of still birth: systematic review and meta-analysis. BMC Public Health. 2015;(1). Bron | DOI
  5. Huang L, Wang Y, Zhang L, Zheng Z, Zhu T, Qu Y, et al. Maternal Smoking and Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder in Offspring: A Meta-analysis. Pediatrics. 2018;141(1):e20172465. Bron | DOI
  6. Rayfield S, Plugge E. Systematic review and meta-analysis of the association between maternal smoking in pregnancy and childhood overweight and obesity. Journal of Epidemiology and Community Health. 2017;(2(12)):162-173. Bron | DOI
  7. Croes E, de Josselin - de Jong S. Roken en Zwangerschap, Overzicht van de stand van zaken uit de literatuur. Utrecht: Trimbos-instituut; 2014. Bron
  8. Palmer RHC, Bidwell LC, Heath AC, Brick LA, Madden PAF, Knopik VS. Effects of Maternal Smoking during Pregnancy on Offspring Externalizing Problems: Contextual Effects in a Sample of Female Twins. Behavior Genetics. 2016;46(3):403-415. Bron | DOI
  9. H Taal R, de Jonge LL, van Osch-Gevers L, Steegers EAP, Hofman A, Helbing WA, et al. Parental smoking during pregnancy and cardiovascular structures and function in childhood: the Generation R Study. Int J Epidemiol. 2013;42(5):1371-80. Pubmed | DOI
  10. Marroun HEl, Schmidt MN, Franken IHA, Jaddoe VWV, Hofman A, van der Lugt A, et al. Prenatal tobacco exposure and brain morphology: a prospective study in young children. Neuropsychopharmacology. 2014;39(4):792-800. Pubmed | DOI
  11. Clifford A, Lang L, Chen R. Effects of maternal cigarette smoking during pregnancy on cognitive parameters of children and young adults: a literature review. Neurotoxicol Teratol. 2012;34(6):560-70. Pubmed | DOI
  12. Lanting CI, van Wouwe JP, van Dommelen P, van der Pal-de Bruin KM, de Josselin-de Jong S, Kleinjan M. Roken tijdens de zwangerschap: percentages over de periode 2001-2015. Leiden: TNO; 2015. Bron
  13. Hyland A, Piazza KM, Hovey KM, Ockene JK, Andrews CA, Rivard C, et al. Associations of lifetime active and passive smoking with spontaneous abortion, stillbirth and tubal ectopic pregnancy: a cross-sectional analysis of historical data from the Women's Health Initiative. Tobacco Control. 2015;(4(suppl 9)(suppl 9)):328-335. Bron | DOI
  14. Salihu HM, Wilson RE. Epidemiology of prenatal smoking and perinatal outcomes. Early Human Development. 2007;83(11):713-720. Bron | DOI
  15. Napierala M, Mazela J, T. Merritt A, Florek E. Tobacco smoking and breastfeeding: Effect on the lactation process, breast milk composition and infant development. A critical review. Environmental Research. 2016;151:321-338. Bron | DOI
  16. Surgeon General. The Health Consequences of Involuntary Exposure to Tobacco Smoke: A Report of the Surgeon General 2006. Atlanta: CDC; 2006. Bron
  17. Gezondheidsraad. Volksgezondheidsschade door passief roken. Den Haag: Gezondheidsraad; 2003. Bron
  18. Leonardi-Bee J., Britton J., Venn A. Secondhand Smoke and Adverse Fetal Outcomes in Nonsmoking Pregnant Women: A Meta-analysis. PEDIATRICS. 2011;127(4):734-741. Bron | DOI
  19. Carlin RF, Moon RY. Risk Factors, Protective Factors, and Current Recommendations to Reduce Sudden Infant Death Syndrome. JAMA Pediatrics. 2017;171(2):175. Bron | DOI

Gezondheidsgevolgen van passief roken

Passief roken verhoogt risico op longkanker en hart- en vaatziekten

Bij mensen die worden blootgesteld aan omgevingstabaksrook (passief roken) neemt het risico op longkanker met 20% tot 30% toe. Dit ten opzichte van mensen die niet aan tabaksrook worden blootgesteld (Gezondheidsraad, 2003; Surgeon General, 2006). Ook het risico op hart- en vaatziekten neemt door passief roken naar schatting toe met 20% tot 30%. Passief roken veroorzaakt in Nederland jaarlijks enkele honderden sterfgevallen aan longkanker en enkele duizenden sterfgevallen aan hart- en vaatziekten. Meeroken is ook een risicofactor voor het ontwikkelen van dementie (Stirland et al., 2017).

Kans op chronische luchtwegklachten en -infecties groter door passief roken

Passief roken vergroot bij (vooral astmatische) volwassenen de kans op chronische luchtwegklachten (Gezondheidsraad, 2003). Bij (astmatische) kinderen leidt passief roken tot een grotere kans op (ernstige) infecties en een hogere frequentie van luchtwegsymptomen. De verhoging van het risico varieert tussen de 20% en 50%, afhankelijk van de klachten, aard en mate van blootstelling en de leeftijd van de kinderen. Ook kan passief roken negatieve effecten op de longfunctie van kinderen hebben en, kan het leiden tot middenoorontsteking of tot verergering van astma.

Datum publicatie

06-04-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Volksgezondheidsschade door passief roken. Den Haag: Gezondheidsraad; 2003. Bron
  2. Surgeon General. The Health Consequences of Involuntary Exposure to Tobacco Smoke: A Report of the Surgeon General 2006. Atlanta: CDC; 2006. Bron
  3. Stirland LE, O'Shea CI, Russ TC. Passive smoking as a risk factor for dementia and cognitive impairment: systematic review of observational studies. International Psychogeriatrics. 2017;33871062012:1-11. Bron | DOI

Gezondheidsgevolgen van stoppen met roken

Stoppen met roken gunstig voor gezondheid ex-roker

Stoppen met roken heeft zowel op korte als lange termijn positieve effecten op de gezondheid van de ex-roker. Vijftien jaar na het stoppen met roken is het risico op hart- en vaatziekten van de ex-roker vergelijkbaar met dat van een nooit-roker (WHO, 2014).

Gezondheidseffecten van stoppen met roken

Effecten op korte en lange termijn

Tijd

Effect(en)

Na 20 minuten

Daling bloeddruk en hartslag

Na 12 uur

Is koolstofmonoxide in bloed gedaald tot normaal niveau

Na 2 tot 12 weken

Is longfunctie en bloedsomloop verbeterd

Na 1 tot 9 maanden

Is rokershoest gedaald en heeft ex-roker meer adem

Na 12 maanden

Is verhoogd risico op coronaire hartziekten gedaald

Na 5 tot 15 jaar

Is de kans op een beroerte verminderd tot die van een nooit-roker

Na 10 jaar

Is het verhoogde risico op longkanker gehalveerd en het risico op andere kankersoorten verminderd

Na 15 jaar

Is het risico op hart- en vaatziekten ongeveer gelijk aan dat van een nooit-roker

Bron: WHO, 2014

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. WHO. Fact sheet about health benefits of smoking cessation. Geneva: World Health Organization; 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Roken

    • Het percentage rokers is het percentage respondenten dat de vraag "Rookt u weleens?" beantwoordt met 'ja'.
    • Bij dagelijkse rokers gaat het om personen onder de algemene bevolking die dagelijks één of meerdere sigaretten roken.
    • Meeroken is het inademen van tabaksrook uit de omgeving door niet-rokers, ook wel ‘passief roken’ genoemd.
    • Zwaar roken is het roken van 20 of meer sigaretten of shagjes per dag.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over roken

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn Wel eens roken, dagelijks roken Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar  LSMGezondheidsenquêtePOLS, gezondheid en welzijn
    Leefstijlmonitor (LSM)/ Peilstationsonderzoek Scholieren Ooit gerookt, afgelopen maand gerookt, dagelijks roken: sigaret/shag of elektronische sigaret Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSMPeilstations Scholieren
    Leefstijlmonitor (LSM)/HBSC-Nederland Ooit gerookt, afgelopen maand gerookt, dagelijks roken: sigaret/shag of elektronische sigaret Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSM, HBSC-Nederland
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM Wel eens roken, zwaar roken (exclusief elektronische sigaret) Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVMGezondheidsmonitor volwassenen GGD’en, CBS en RIVM, 2012
    WHO European Health for All Database Dagelijks roken Europese bevolking vanaf 15 jaar WHO-HFA
    Eurostat Het percentage Current smokers (de som van daily en occasional smokers) Europese bevolking vanaf 15 jaar Eurostat
    European School Survey on Alcohol and other Drugs (ESPAD) Recent (afgelopen 30 dagen) gerookt Europse scholieren van 15 en 16 jaar

    ESPAD; Hibell et al., 2009; Hibell et al., 2012

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hibell B, Guttormsson U, Ahlström S, Balakireva O, Bjarnason T, Kokkevi A. The 2007 ESPAD Report - Substance Use Among Students in 35 European Countries. Stockholm: The Swedish Council for Information on Alcohol and Other Drugs (CAN); 2009. Bron
    2. Hibell B, Guttormsson U, Ahlström S, Balakireva O, Bjarnason T, Kokkevi A, et al. The 2011 ESPAD Report. Substance Use Among Students in 36 European Countries. Stockholm: Swedish Council for Information on Alcohol and Other Drugs (CAN); 2012. Bron
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Sterfte door roken

    Gebruikte methode

    Het deel van de sterfte aan een ziekte dat toe te wijzen is aan roken, is berekend door gebruik te maken van de PAF (populatie attributieve fractie). Voor het berekenen van de PAF zijn gegevens nodig over de blootstelling en het relatieve risico van de blootstelling. Combinatie van de PAF met doodsoorzaakspecifieke sterfte resulteert in het aandeel van de sterfte dat toegeschreven kan worden aan roken. Voor meer informatie over de methode zie VTV-2018: methoden.


    Ziekten die zijn opgenomen in de berekening van sterfte door roken, met bijbehorende ICD-10-code

    Ziekte

    ICD-10-code

    alvleesklierkanker

    C25

    beroerte

    I60-I69

    blaaskanker

    C67

    borstkanker

    C50

    COPD

    J40-J44, J47

    coronaire hartziekten

    I20-I25

    dikkedarmkanker

    C18-C21

    diabetes

    E10-E14

    hartfalen

    I50

    longkanker

    C34

    maagkanker

    C16

    mondholtekanker

    C00-C08

    nierkanker

    C64

    slokdarmkanker

    C15

    strottenhoofdkanker

    C32

  • Toelichting op scenario's in de Maatschappelijke kosten baten analyse van tabaksontmoediging

    Scenario 1: Het nul-alternatief. Dit is het scenario waarin het huidige overheidsbeleid (jaar 2015) wordt geëvalueerd met gelijkblijvend beleid zonder enige intensivering voor de komende 35 jaar. 

    Scenario 2 & 3: Verhoging van accijnzen met 5% of 10% per jaar In deze scenario’s is doorgerekend wat de effecten zijn van 5% en 10% accijnsverhogingen per jaar op de maatschappij. In deze scenario’s is de prijsverhoging vermenigvuldigd met de totale prijselasticiteit van de vraag (-0,4). De helft hiervan (prevalentie-elasticiteit: -0,2) is toegeschreven aan een daling van het aantal rokers. De andere helft (-0,2) wordt toegeschreven aan een daling in de verkoop van sigaretten doordat mensen minder gaan roken maar niet volledig stoppen. Om het effect op de prevalentie van roken te berekenen is daarom met een conservatieve prevalentie-elasticiteit van -0,2 gerekend. Daarnaast zwakt de prevalentie af over tijd. Door de complexiteit van de verschillende modellen is deze precieze afname moeilijk te kwantificeren (o.a. omdat de start/stop/terugval kansen elk jaar aangepast worden aan de prevalentie-elasticiteit en dit weer effect heeft op hiernavolgende jaren).

    Scenario 4: Massamediacampagne In dit scenario is doorgerekend wat de gevolgen zijn van een jaarlijkse massa media (overheids-)campagne: dit is het geven van informatie/voorlichting via TV, radio, billboards etc. om roken te ontmoedigen. 

    Scenario 5 & 6: Maatregelen WHO-verdrag met 5% en 10% accijns verhoging In dit scenario zijn de gevolgen van de maatregelen bekeken zoals afgesproken in het WHO verdrag, het MPOWER pakket, inclusief een accijnsverhoging van 5% en 10%. Het MPOWER pakket bestaat uit rookverboden, stoppen met roken hulp, massa media campagnes, marketing beperkingen en accijnsverhogingen. Deze scenario’s zijn een combinatie van informatie voorziening/voorlichting, verhoging van accijnzen, en wetgeving. 

    Scenario 7: Rookvrije samenleving (prevalentie <5%) In dit scenario zijn de kosten en baten teruggerekend vanaf een gewenst eindpunt, een prevalentie van roken van <5% in 2050. Verder zijn er geen veranderingen in het model aangebracht t.o.v. het nul-alternatief.

    Scenario 8: Niemand start meer met roken In dit scenario zijn in het model de kansen dat iemand begint met roken op 0 gezet. Dit scenario laat de gevolgen voor de maatschappij zien wanneer niemand meer zou beginnen met roken vanaf het jaar 2017.

    Zie: Maatschappelijke kosten baten analyse van tabaksontmoediging (Maastricht University et al., 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Maastricht University, RIVM, Trimbos-Instituut. Maatschappelijke kosten baten analyse van tabaksontmoediging. Maastricht: Maastricht University; 2016. Bron
  • Roken: Landelijk versus Regionaal

    Bij roken verschilt het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' van het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit komt door het gebruik van verschillende bronnen: 

    • Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m. RIVM, 2016: het percentage respondenten dat de vraag "Rookt u weleens?" beantwoordt met 'ja', inclusief elektronische sigaret
    • Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM, 2016: het percentage respondenten dat de vraag "Rookt u weleens?" beantwoordt met 'ja', exclusief elektronische sigaret
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.