Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Psychische gezondheidCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Bijna 89% voelt zich psychisch gezond

Regionaal & Internationaal

Midden-Holland psychisch ongezond

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Gezondheidsbevordering en ziektepreventie

Verantwoording

Definities
  • Psychische gezondheid

    Psychische gezondheid is een subjectief begrip

    Het begrip psychische gezondheid verwijst naar cognitief, emotioneel en sociaal welzijn. Psychisch gezonde personen voelen zich over het geheel genomen tevreden, zijn in staat om te genieten, denken positief, kunnen omgaan met tegenslagen en zijn tevreden met hun sociale relaties. Een officiële definitie van psychische gezondheid is er niet volgens de WHO. De betekenis hangt af van allerlei aspecten, zoals de cultuur waarin iemand leeft, zijn/haar subjectieve beleving of vanuit welk theoretisch kader naar psychische gezondheid gekeken wordt (https://nl.wikipedia.org/wiki/Gezondheid).

    Psychische ongezondheid varieert in ernst van klachten tot stoornis

    Psychische ongezondheid kan zich uiten in allerlei klachten, zoals je down voelen, stress ervaren, zenuwachtig zijn of angst hebben. Het kunnen ook psychosomatische klachten zijn, zoals hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid of buikpijn. De ernst van psychische klachten kan variëren van af en toe milde klachten ervaren tot een gediagnosticeerde psychische stoornis. Dit is een glijdende schaal, die onder meer afhangt van de mate waarin de klachten de betreffende persoon belemmeren in zijn of haar dagelijks leven.

    Psychisch gezond en psychisch ongezond sluiten elkaar niet uit

    Psychische gezondheid en psychische ongezondheid kunnen tegelijk voorkomen bij een persoon. Iemand met psychische klachten kan zich op een aantal aspecten nog altijd psychisch gezond voelen, bijvoorbeeld omdat hij of zij nog kan genieten van het leven of tevreden is met zijn of haar sociale relaties.

    Psychische stoornissen zijn op zichzelf staande onderwerpen op Volksgezondheidenzorg.info

    Op Volksgezondheidenzorg.info zijn gediagnosticeerde psychische stoornissen beschreven als op zichzelf staande onderwerpen, die behoren tot de groep 'ziekten en aandoeningen'. Daarom zijn ze niet opgenomen als onderdeel van het onderwerp 'Psychische gezondheid'.  

Bronverantwoording
  • CBS Gezondheidsenquête: psychische gezondheid

    Cijfers over psychische gezondheid in de algemene bevolking zijn gebaseerd op de CBS Gezondheidsenquête. De Gezondheidsenquête meet verschillende aspecten van gezondheid, waaronder psychische gezondheid. De psychische gezondheid is gemeten met de MHI-5. Deze bestaat uit de volgende items:

    1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
    2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
    3. Voelde u zich kalm en rustig?
    4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
    5. Voelde u zich gelukkig?

    De  vragen hebben betrekking op vier weken voorafgaand aan het moment dat de vragenlijst wordt ingevuld. Er zijn zes antwoordmogelijkheden: voortdurend, meestal, vaak, soms, zelden en nooit. De antwoorden zijn omgerekend naar een somscore tussen 0 en 100. Hoe hoger de score des te beter de psychisch gezondheid. Personen met een score van 60 en hoger worden 'psychisch gezond' genoemd. De MHI-5 is een sub-schaal van de SF-36, een instrument om de kwaliteit van leven te meten.

  • NIVEL Zorgregistraties eerste lijn: psychische klachten

    Cijfers over psychische klachten in de algemene bevolking zijn gebaseerd op de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. De gepresenteerde cijfers betreffen het aantal huisartspatiënten per jaar (jaarprevalentie). Uit de Zorgregistraties eerste lijn (huisartspraktijken) is een aantal veelvoorkomende psychische klachten geselecteerd. Het betreft vier veelvoorkomende P-diagnoses die weergeven hoe mensen zich voelen:

    • Angstig/nerveus/gespannen gevoel (P01)
    • Crisis/voorbijgaande stressreactie (P02)
    • Down/depressief gevoel (P03)
    • Prikkelbaar/boos gevoel/gedrag (P04)

    Personen met bovengenoemde klachten die in hetzelfde jaar ook met een diagnose psychische stoornis (P70 tot en met P99) bekend waren bij de huisarts zijn van de selectie uitgesloten. De geselecteerde groep huisartspatiënten betreft dus personen die wél één of meer van bovengenoemde klachten hadden, maar niet bekend waren met een psychische stoornis.

    In VZinfo is voor deze selectie gekozen om psychische (on)gezondheid qua ernst te kunnen onderscheiden van psychische stoornissen. Psychische stoornissen worden in VZinfo als afzonderlijke onderwerpen beschreven. Voor een overzicht hiervan zie: Overzicht van psychische stoornissen in VZinfo.

    Meer informatie over het schatten van morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

  • CBS Gezondheidsenquête: angst- en depressieklachten

    Cijfers over angst- en/of depressieklachten in de algemene bevolking naar opleidingsniveau zijn gebaseerd op de CBS Gezondheidsenquête. De Gezondheidsenquête meet verschillende aspecten van gezondheid, waaronder angst- en depressieklachten.

    De cijfers betreffen twee vragen:

    1. Heeft u ooit een periode gehad waarin u erg angstig of bezorgd was, minstens twee weken achter elkaar?
    2. Heeft u ooit een periode gehad waarin u erg somber of depressief was, minstens twee weken achter elkaar?

    Beide vragen zijn met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden. Personen die met ‘ja’ antwoorden, krijgen de vervolgvraag of men dit in de afgelopen twaalf maanden heeft gehad.

  • Gezondheid en Welzijn van Scholieren: psychische problemen

    Cijfers over psychische klachten bij jongeren zijn gebaseerd op het onderzoek Gezondheid en Welzijn van Scholieren. Dit is de Nederlandse tak van de internationale studie 'Health Behaviour in Schoolaged Children' (HBSC). In de HBSC-studie is voor het meten van psychische problemen gebruik gemaakt van de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). De SDQ maakt een onderscheid tussen vier typen problemen: emotionele problemen, gedragsproblemen, hyperactiviteit en problemen met leeftijdsgenoten. Voor elk type problemen kregen jongeren vijf uitspraken (items) voorgelegd. Daarvan konden ze aangeven of deze wat betreft hun gedrag en gevoelens van de afgelopen zes maanden ‘niet waar’, ‘een beetje waar’ of ‘zeker waar’ waren. Voor elk type probleem zijn de vijf items bij elkaar opgeteld. In de HBSC-studie is vervolgens gewerkt met afkappunten. Het afkappunt is zo vastgesteld dat ongeveer 15 procent van de jeugdigen uit het HBSC onderzoek van 2005 een score boven dit afkappunt vertoonde. Jongeren die hoger scoren dan dit afkappunt, worden in de HBSC-studie dus beschouwd als jongeren met relatief veel problemen. Er is voor deze aanpak gekozen, omdat binnen Nederland nog geen gevalideerde afkappunten bestaan, terwijl deze aanpak het wel mogelijk maakt een vergelijking te maken tussen een relatief problematische en niet-problematische groep jongeren.

  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen: matig of hoog risico op een angststoornis of depressie

    Deze indicator is gebaseerd op de Nederlandse versie van de Kessler-10 vragenlijst (K10), een veel gebruikte vragenlijst voor screening van angst en depressie. 

    Iedere vraag heeft 5 antwoordcategorieën: 1 'Altijd'; 2 'Meestal'; 3 'Soms'; 4 'Af en toe'; 5 'Nooit' 9 'onbekend'
    Bij antwoord 1 'altijd' krijg je in dit geval de hoogste score 5, bij antwoord 5 'nooit' krijgt de laagste score 1.
    (Bij 3 of meer items missing, krijgt de indicator de waarde missing. Bij 1 of 2 items missing wordt de waarde geïmputeerd obv de gemiddelde score op dat item)

    De volgende vragen gaan over hoe u zich voelde in de afgelopen 4 weken?

    • Hoe vaak voelde u zich erg vermoeid zonder duidelijke reden?
    • Hoe vaak voelde u zich zenuwachtig?
    • Hoe vaak was u zo zenuwachtig dat u niet tot rust kon komen?
    • Hoe vaak voelde u zich hopeloos?
    • Hoe vaak voelde u zich rusteloos of ongedurig?
    • Hoe vaak voelde u zich zo rusteloos dat u niet meer stil kon zitten?
    • Hoe vaak voelde u zich somber of depressief?
    • Hoe vaak had u het gevoel dat alles veel moeite kostte?
    • Hoe vaak voelde u zich zo somber dat niets hielp om u op te vrolijken?
    • Hoe vaak vond u zichzelf afkeurenswaardig, minderwaardig of waardeloos?

    De antwoorden op de K10 worden samengevat in een score tussen de 10-50.
    10 t/m 15: geen of laag risico
    16 t/m 29: matig risico
    30 t/m 50: hoog risico op een angststoornis of depressie.