Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ProstaatkankerPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Sterfte aan prostaatkanker afgenomen

Regionaal & Internationaal

Hogere incidentie in Noord- en West-Europa

Kosten

Kosten van zorg 254 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Onvoldoende basis voor bevolkingsonderzoek

Effectiviteit van screening

Vroege opsporing verbetert niet per se kwaliteit van leven

Vroege opsporing met PSA kan leiden tot vaststelling van langzaam groeiende en niet levensbedreigende tumoren en hiermee wordt de overleving aanzienlijk verlengd (Karim-Kos et al., 2008). Dit verbetert niet per se de kwaliteit van leven. Patiënten moeten bijvoorbeeld langer leven met de wetenschap kankerpatiënt te zijn. Bovendien kan er sprake zijn van overbehandeling, wat betekent dat mannen onnodig worden behandeld. De behandeling kan neveneffecten veroorzaken, zoals erectieproblemen, plasklachten en darmklachten (Irwig & Armstrong, 2000; Korfage, 2005; Coleman et al., 2003).

Wetenschappelijke basis bevolkingsonderzoek prostaatkanker nog onvoldoende

Er is onvoldoende wetenschappelijke basis voor een bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker (Djulbegovic et al., 2010; Andriole et al., 2010). Hierbij komt dat de kosteneffectiviteit van screening en de kosten per gewonnen levensjaar nog onbekend zijn. Een meta-analyse van zes screeningsstudies (inclusief PLCO en ERSPC) leidde tot de conclusie dat screening op prostaatkanker de kans op de diagnose van prostaatkanker verhoogt, maar geen significant effect heeft op de sterfte aan prostaatkanker. Dit resulteerde in het advies om niet langer te screenen op PSA in Nederland. Hierna is het aantal screeningen in Nederland afgenomen (van der Meer et al., 2013).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Karim-Kos HE, de Vries E, Soerjomataram I, Lemmens V, Siesling SS, Coebergh JWW. Recent trends of cancer in Europe: a combined approach of incidence, survival and mortality for 17 cancer sites since the 1990s. Eur J Cancer. 2008;44(10):1345-89. Pubmed | DOI
  2. Irwig L, Armstrong B. EUROCARE-2: relevance for assessment of quality of cancer services? Lancet. 2000;355(9202):427-8. Pubmed | DOI
  3. Korfage IJ. Localized prostate cancer and quality of life. Screening, treatment and methodological issues. Rotterdam: Erasmus MC ; 2005. Bron
  4. Coleman MP, Gatta G, Verdecchia A, Estève J, Sant M, Storm H, et al. EUROCARE-3 summary: cancer survival in Europe at the end of the 20th century. Ann Oncol. 2003;14 Suppl 5:v128-49. Pubmed
  5. Djulbegovic M, Beyth RJ, Neuberger MM, Stoffs TL, Vieweg J, Djulbegovic B, et al. Screening for prostate cancer: systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ. 2010;341:c4543. Pubmed | DOI
  6. Andriole GL, Bostwick DG, Brawley OW, Gomella LG, Marberger M, Montorsi F, et al. Effect of dutasteride on the risk of prostate cancer. N Engl J Med. 2010;362(13):1192-202. Pubmed | DOI
  7. van der Meer S, Kollen BJ, Hirdes WH, Steffens MG, Hoekstra-Weebers JEHM, Nijman RM, et al. Impact of the European Randomized Study of Screening for Prostate Cancer (ERSPC) on prostate-specific antigen (PSA) testing by Dutch general practitioners. BJU Int. 2013;112(1):26-31. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is prostaatkanker?

    Prostaatkanker is een kwaadaardige tumor van de prostaat. Kwaadaardige prostaattumoren zijn meestal adenocarcinomen, die ontstaan in kliercellen in het prostaatweefsel. Slechts een klein percentage (circa 5%) van de kwaadaardige prostaattumoren ontstaat ergens anders in de prostaat (in het steun-, bind- of vaatweefsel).

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over prostaatkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met longkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met prostaatkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor prostaatkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron

Data en gegevensbronnen