Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Posttraumatische stressstoornisCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met PTSS

Regionaal & Internationaal

Geen informatie beschikbaar

Kosten

Geen informatie beschikbaar

Preventie & Zorg

Geen informatie beschikbaar

Risicofactoren PTSS

Zowel genen als omgeving belangrijk in ontstaan PTSS

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelt zich door een complexe wisselwerking tussen genetische factoren en omgeving (Koenen et al., 2008). De belangrijkste omgevingscomponent in de ontwikkeling van PTSS is blootstelling aan een gebeurtenis die wordt ervaren als traumatisch. Er zijn verschillende risicofactoren die de kans op de ontwikkeling van PTSS in reactie op een schokkende gebeurtenis verhogen. In de tabel is te zien dat sommige van deze factoren het risico op PTSS verhogen voorafgaand aan de blootstelling aan een schokkende gebeurtenis, zoals een genetische kwetsbaarheid. Andere risicofactoren verhogen het risico op PTSS gedurende en na de schokkende gebeurtenis. 

Complexe genetische bijdrage aan PTSS 

De rol die genen spelen in de ontwikkeling van PTSS is complex. Genen dragen zowel bij aan de erfelijkheid van PTSS, als aan persoonlijkheidskenmerken die de kans op blootstelling aan schokkende gebeurtenissen verhogen. Door genen beïnvloede persoonlijkheidsfactoren die een rol kunnen spelen in het risico op PTSS zijn bijvoorbeeld neuroticisme en sensatiezoekend gedrag. Wanneer iemand de neiging heeft spannende situaties op te willen zoeken, verhoogt dit de kans dat iemand wordt blootgesteld aan een schokkende gebeurtenis, die mogelijk tot PTSS leidt (Jakšić et al., 2012). 

Meer informatie

Risicofactoren die de kans op PTSS verhogen

Risicofactoren

Toelichting

Bron

Factoren voorafgaand aan de schokkende gebeurtenis

Eerdere psychische stoornissen

  • Emotionele problemen, angststoornissen en stemmingsstoornissen

Sareen, 2014; Brewin et al., 2000.; Ozer et al., 2003; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014

Eerdere blootstelling aan schokkende gebeurtenissen

  • Blootgesteld worden aan meerdere schokkende gebeurtenissen

Sareen, 2014; Brewin et al., 2000; Ozer et al., 2003; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014

Intelligentie

  • Lage intelligentie

Brewin et al., 2000; DiGangi et al., 2013; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Sareen, 2014

Psychiatrische familiegeschiedenis

  • Aanwezigheid van psychische stoornissen in de familie

Brewin et al., 2000; Ozer et al., 2003; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014

Genen

  • Bijdrage genetische factoren 30%
  • Biologische markers zoals allelen in het dopaminesysteem
  • Persoonlijkheidsfactoren zoals neuroticisme en sensatiezoekend gedrag

Stein et al., 2002; Yehuda et al., 2015; Sareen, 2014; Skogstad et al., 2013; Koenen et al., 2008; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014

Vrouwelijk geslacht
  • Vrouwen hebben twee keer zoveel kans op het ontwikkelen van PTSS in vergelijking met mannen
de Vries & Olff, 2009; Olff et al., 2007

Factoren tijdens de schokkende gebeurtenis

Ernst

  • De kans op PTSS neemt toe met de mate van ernst van de schokkende gebeurtenis

Sareen, 2014; Brewin et al., 2000; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014

Levensbedreiging

  • Hogere mate van ervaren levensbedreiging samenhangend met de schokkende gebeurtenis

Ozer et al., 2003; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Sareen, 2014

Persoonlijk letsel

  • Het oplopen van persoonlijk letsel gedurende de schokkende gebeurtenis

Sareen, 2014; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014

Geweld

  • Schokkende gebeurtenis waarbij sprake is van geweld
  • Geweld kan zowel gericht zijn op de persoon zelf (bijvoorbeeld verkrachting of mishandeling) of op een ander

Sareen, 2014; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014

Dissociatie

  • Een reactie van dissociatie op de schokkende gebeurtenis

Ozer et al., 2003; Lensvelt-Mulders et al., 2008; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Sareen, 2014

Factoren na de schokkende gebeurtenis

Ontwikkelen van een acute stressstoornis

  • Hogere kans op PTSS wanneer de symptomen al snel na de schokkende gebeurtenis optreden

Bryant, 2011; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Sareen, 2014

Sociale steun

  • Het ervaren en hebben van weinig sociale steun

Ozer et al., 2003; Sareen, 2014; Brewin et al., 2000

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Koenen KC, Nugent NR, Amstadter AB. Gene-environment interaction in posttraumatic stress disorder: review, strategy and new directions for future research. Eur Arch Psychiatry Clin Neurosci. 2008;258(2):82-96. Pubmed | DOI
  2. Jakšić N, Brajković L, Ivezić E, Topić R, Jakovljević M. The role of personality traits in posttraumatic stress disorder (PTSD). Psychiatr Danub. 2012;24(3):256-66. Pubmed
  3. Sareen J. Posttraumatic Stress Disorder in Adults: Impact, Comorbidity, Risk Factors, and Treatment. The Canadian Journal of Psychiatry. 2014;59(9):460-467. Bron | DOI
  4. Brewin CR, Andrews B, Valentine JD. Meta-analysis of risk factors for posttraumatic stress disorder in trauma-exposed adults. J Consult Clin Psychol. 2000;68(5):748-66. Bron | Pubmed
  5. Ozer EJ, Best SR, Lipsey TL, Weiss DS. Predictors of posttraumatic stress disorder and symptoms in adults: a meta-analysis. Psychol Bull. 2003;129(1):52-73. Bron | Pubmed
  6. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  7. DiGangi JA, Gomez D, Mendoza L, Jason LA, Keys CB, Koenen KC. Pretrauma risk factors for posttraumatic stress disorder: a systematic review of the literature. Clin Psychol Rev. 2013;33(6):728-44. Pubmed | DOI
  8. Stein MB, Jang KL, Taylor S, Vernon PA, Livesley WJ. Genetic and environmental influences on trauma exposure and posttraumatic stress disorder symptoms: a twin study. Am J Psychiatry. 2002;159(10):1675-81. Pubmed | DOI
  9. Yehuda R, Hoge CW, McFarlane AC, Vermetten E, Lanius RA, Nievergelt CM, et al. Post-traumatic stress disorder. Nat Rev Dis Primers. 2015;1:15057. Pubmed | DOI
  10. Skogstad M, Skorstad M, Lie A, Conradi HS, Heir T, Weisæth L. Work-related post-traumatic stress disorder. Occup Med (Lond). 2013;63(3):175-82. Pubmed | DOI
  11. de Vries G-J, Olff M. The lifetime prevalence of traumatic events and posttraumatic stress disorder in the Netherlands. Journal of Traumatic Stress. 2009;22(4):259-267. Bron
  12. Olff M, Langeland W, Draijer N, Gersons BPR. Gender differences in posttraumatic stress disorder. Psychol Bull. 2007;133(2):183-204. Pubmed | DOI
  13. Lensvelt-Mulders G, van der Hart O, van Ochten JM, van Son MJM, Steele K, Breeman L. Relations among peritraumatic dissociation and posttraumatic stress: a meta-analysis. Clin Psychol Rev. 2008;28(7):1138-51. Pubmed | DOI
  14. Bryant RA. Acute stress disorder as a predictor of posttraumatic stress disorder: a systematic review. J Clin Psychiatry. 2011;72(2):233-9. Pubmed | DOI

Gevolgen van PTSS voor functioneren, gezondheid en kwaliteit van leven

PTSS veroorzaakt problemen in sociaal, beroepsmatig en lichamelijk functioneren

Mensen met posttraumatische stressstoornis (PTSS) ondervinden op diverse gebieden beperkingen als gevolg van hun stoornis. Zo hebben mensen met PTSS vaker slechte sociale- en gezinsrelaties, werkverzuim, een lager inkomen en minder succes in scholing en werk. Ook is er vaker sprake van een slechte gezondheid en medische condities. Mensen met PTSS hebben bijvoorbeeld vaker chronische pijn, cardio-respiratoire en gastro-intestinale klachten en cardiometabole stoornissen. Ook hebben ze een groter risico op het krijgen van dementie. Een deel van deze problemen wordt veroorzaakt door het hebben van een PTSS, terwijl andere problemen ook deels een risicofactor kunnen zijn voor het ontwikkelen van PTSS. Mensen met PTSS hebben een lagere kwaliteit van leven: hoe erger de symptomen, hoe slechter de kwaliteit van leven. Voor een meerderheid van de mensen met PTSS geldt dat de verstoringen ernstig zijn (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Yehuda et al., 2015; Pacella et al., 2013; Olatunji et al., 2007; Rapaport et al., 2005; Yehuda et al., 2015). 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  2. Yehuda R, Hoge CW, McFarlane AC, Vermetten E, Lanius RA, Nievergelt CM, et al. Post-traumatic stress disorder. Nat Rev Dis Primers. 2015;1:15057. Pubmed | DOI
  3. Pacella ML, Hruska B, Delahanty DL. The physical health consequences of PTSD and PTSD symptoms: A meta-analytic review. Journal of Anxiety Disorders. 2013;27(1):33-46. Bron | DOI
  4. Olatunji BO, Cisler JM, Tolin DF. Quality of life in the anxiety disorders: a meta-analytic review. Clin Psychol Rev. 2007;27(5):572-81. Pubmed | DOI
  5. Rapaport M-H, Clary C, Fayyad R, Endicott J. Quality-of-life impairment in depressive and anxiety disorders. Am J Psychiatry. 2005;162(6):1171-8. Pubmed | DOI

Comorbiditeit bij PTSS

PTSS gaat vaak gepaard met andere psychische stoornissen 

Mensen met PTSS hebben een 80% grotere kans dan mensen zonder PTSS om gelijktijdig tenminste één andere psychische stoornis te hebben. Het gaat hierbij vaak om stemmings- en angststoornissen. Ook hebben mensen met PTSS vaker last van middelenmisbruik, impulsief gedrag en automutilatie. Wanneer er naast PTSS sprake is van een andere psychische stoornis, vooral bij depressie, is dit geassocieerd met een verhoogde kans op suïcidaliteit (Yehuda et al., 2015; Panagioti et al., 2012; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014).              

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Yehuda R, Hoge CW, McFarlane AC, Vermetten E, Lanius RA, Nievergelt CM, et al. Post-traumatic stress disorder. Nat Rev Dis Primers. 2015;1:15057. Pubmed | DOI
  2. Panagioti M, Gooding PA, Tarrier N. A meta-analysis of the association between posttraumatic stress disorder and suicidality: the role of comorbid depression. Compr Psychiatry. 2012;53(7):915-30. Pubmed | DOI
  3. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Definitie van PTSS, trauma en acute stressstoornis

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (DSM-5; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Deze stelt dat er sprake is van PTSS wanneer aan alle van de volgende criteria (A t/m H) is voldaan: 

    Criteria ter classificatie van PTSS

    A

    Ervaring van trauma: blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld

    B

    Ongewenste herinneringen die samenhangen met de traumatische gebeurtenis en zijn begonnen nadat deze heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld flashbacks en pijnlijke dromen)

    C

    Vermijding van prikkels (bijvoorbeeld mensen, gedachten of gevoelens) die geassocieerd worden met de traumatische gebeurtenis

    D

    Negatieve veranderingen in gedachten en stemming gerelateerd aan de traumatische gebeurtenis

    E

    Veranderingen in activiteitsniveau en reactiviteit gerelateerd aan de traumatische gebeurtenis zoals concentratieproblemen of overdreven schrikreacties

    F

    De duur van symptomen is langer dan één maand

    G

    Er is sprake van klinische lijdensdruk of verstoringen in belangrijke levensdomeinen

    H

    De stoornis wordt niet veroorzaakt door een middel of somatische aandoening


     Naast de genoemde criteria dient te worden aangegeven of er sprake is van de volgende specificaties: 
    •    Met dissociatieve symptomen: depersonalisatie en/of derealisatie
    •    Met uitgestelde expressie: indien minstens zes maanden na de schokkende gebeurtenis pas volledig wordt voldaan aan de classificatiecriteria

    Definitie van trauma

    Bij schokkende gebeurtenissen die als traumatisch kunnen worden ervaren is er sprake van blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld. De gebeurtenis wordt ondergaan door de betrokkene zelf, of de betrokkene is direct of indirect getuige van wat een ander overkomen is. Voorbeelden van gebeurtenissen die als traumatisch kunnen worden ervaren zijn plotselinge, onverwachte dood van een naaste en het meemaken of getuige zijn van een ongeluk. Een minderheid van de mensen ontwikkelt in reactie op een schokkende gebeurtenis PTSS (de Vries & Olff, 2009).

    Acute stressstoornis

    Een stoornis die veel symptomen met PTSS deelt is de acute stressstoornis. Het voornaamste verschil tussen deze stoornissen is de duur van de symptomen. De diagnose acute stressstoornis wordt gesteld wanneer de symptomen drie dagen tot één maand na blootstelling aan de schokkende gebeurtenis aanwezig zijn. Wanneer de symptomen langer dan één maand aanhouden, wordt de diagnose PTSS gesteld. In veel gevallen gaat de acute stressstoornis vooraf aan PTSS (Bryant, 2011; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
    2. de Vries G-J, Olff M. The lifetime prevalence of traumatic events and posttraumatic stress disorder in the Netherlands. Journal of Traumatic Stress. 2009;22(4):259-267. Bron
    3. Bryant RA. Acute stress disorder as a predictor of posttraumatic stress disorder: a systematic review. J Clin Psychiatry. 2011;72(2):233-9. Pubmed | DOI
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwe handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. Dit geldt ook voor PTSS. In VZinfo is de diagnose PTSS in de meeste gevallen gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. 

    Er is een aanzienlijk verschil tussen de PTSS-criteria in de DSM-5 en die in de DSM-IV. Criterium A is explicieter over gebeurtenissen die in aanmerking komen voor mogelijk traumatische gebeurtenissen. Daarnaast is criterium A2 van de DSM-IV (subjectieve reactie) verwijderd. De symptomen zijn ingedeeld in vier clusters (criteria B t/m E) in plaats van drie. Ook is er een aantal symptomen toegevoegd, veranderd of herschreven. 

    Daarnaast maakt PTSS niet langer onderdeel uit van het hoofdstuk angststoornissen, maar behoort nu tot een nieuw hoofdstuk van de DSM-5: ‘Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen’. 

    In Amerikaans onderzoek waren prevalentieschattingen van PTSS op basis van de DSM-5 lager dan op basis van de DSM-IV (Kilpatrick et al., 2013; Miller et al., 2013). Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van PTSS in Nederland. De precieze aard en omvang van deze gevolgen dient nader te worden onderzocht.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Kilpatrick DG, Resnick HS, Milanak ME, Miller MW, Keyes KM, Friedman MJ. National Estimates of Exposure to Traumatic Events and PTSD Prevalence Using DSM-IV and DSM-5 Criteria. Journal of Traumatic Stress. 2013;26(5):537-547. Bron | DOI
    2. Miller MW, Wolf EJ, Kilpatrick D, Resnick HS, Marx BP, Holowka DW, et al. The prevalence and latent structure of proposed DSM-5 posttraumatic stress disorder symptoms in U.S. national and veteran samples. Psychological Trauma: Theory, Research, Practice, and Policy. 2013;5(6):501-512. Bron | DOI
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van PTSS

    Ter bepaling van het jaarlijkse aantal nieuwe gevallen, de prevalentie en de trend van PTSS zijn gegevens gebruikt van de eerstelijns zorgregistratie FaMe-net. Om tot een zo betrouwbaar mogelijke schatting van het aantal nieuwe gevallen en de prevalentie van PTSS te komen zijn gemiddelden over de periode 2013-2015 gepresenteerd. Voor de trend zijn 3-jaars voortschrijdende gemiddelden over de periode 2009-2014 gepresenteerd.  

    De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-2-code voor PTSS is P82. 

    Meer informatie over het schatten van morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
  • DBC Informatie Systeem (DIS) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

    Voor het schatten van het aantal mensen dat in de GGZ een behandeling voor PTSS ontving in 2016, is gebruik gemaakt van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). DBC’s leveren informatie over de diagnose en behandeling die een patiënt krijgt binnen een vastgestelde periode. Hiermee vormen ze de basis voor de declaratie van geleverde zorg bij zorgverzekeraars. Om deze reden dragen ze bij aan een schatting van het aantal mensen met PTSS in Nederland. 

    Hierbij geldt dat patiënten die in 2016 meerdere zorgtrajecten hadden voor dezelfde diagnose, slechts één keer zijn meegeteld. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om patiënten die worden doorverwezen of verhuizen.

    Ook voor het schatten van het aantal nieuwe zorgtrajecten voor PTSS in 2016, is gebruik gemaakt van DBC's. Bij de schatting hiervan zijn alleen zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag meegeteld. Dat betreft zorgtrajecten van patiënten die noch in 2016, noch één jaar voor de start van het zorgtraject in behandeling zijn geweest bij de instelling of praktijk. Mogelijk waren zij wel al voor die tijd in behandeling. Hier kunnen dubbeltellingen inzitten omdat patiënten die voor dezelfde diagnose binnen verschillende GGZ-instellingen of praktijken zijn behandeld, meerdere zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag kunnen hebben gehad.

  • Aantal nieuwe gevallen van PTSS als beroepsziekte: NEA, VZ-registraties en NCvB


    Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA): PTSS

    De NEA is een periodiek onderzoek naar arbeidsomstandigheden van werknemers tussen de 15 en 75 jaar in Nederland. Het betreft zelfgerapporteerde gegevens over arbeidsomstandigheden, ziekte en ziekteverzuim. TNO voert de NEA uit in opdracht van het ministerie van SZW en in samenwerking met TNS NIPO en het CBS. De NEA wordt sinds 2005 jaarlijks uitgevoerd en TNO publiceert de cijfers op StatLine (Hooftman et al., 2017). 

    In de NEA 2014 is aan 36.335 werknemers gevraagd of zij één of meer beroepsziekten hadden, waaronder PTSS. Respondenten werden gevraagd om wat voor soort aandoening het ging en of de beroepsziekte is vastgesteld door een arts. De beroepsziekte is hier dus gedefinieerd als een ziekte die, volgens de werknemer, is ontstaan door het werk en is vastgesteld door een arts. Daarnaast werd de respondent gevraagd wanneer de ziekte is ontstaan: in het jaar voorafgaand aan bevraging, of al eerder. Om deze reden draagt de NEA bij aan een schatting van het jaarlijkse aantal nieuwe gevallen van PTSS in Nederland.

    VZ-registraties: PTSS als beroepsziekte geschat door het RIVM

    De schatting van het aantal nieuwe gevallen van PTSS als gevolg van werk is gebaseerd op het aantal nieuwe gevallen van angststoornissen uit de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. We gaan ervan uit dat het aantal nieuwe gevallen van PTSS 11% uitmaakt van het aantal nieuwe gevallen van angststoornissen in de algemene bevolking van 15-64 jaar. Dit is gebaseerd op de meldingen van psychische ziekte aan het NCvB: hiervan betreft 11% een melding van PTSS (NCvB, 2016). 

    Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB): PTSS meldingen

    Voor de bepaling van het jaarlijkse aantal meldingen van PTSS en de trend hierin, zijn twee gegevensbronnen gebruikt van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB, 2016): Nationale Registratie Beroepsziekten en Peilstation Intensief Melden. Het NCvB registreert en signaleert beroepsziekten via het nationale melding- en registratiesysteem. Hierin worden meldingen van beroepsziekten door bedrijfsartsen geregistreerd. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet is de bedrijfsarts of arbodienst verplicht om (vermoede) beroepsziekten te melden aan het NCvB. In aanvulling op deze Nationale Registratie Beroepsziekten worden in verschillende peilstations eveneens beroepsziekten geregistreerd met als doel betere cijfers te krijgen over het vóórkomen van beroepsziekten, zoals het Peilstation Intensief Melden (PIM).

    Nationale Registratie Beroepsziekten

    Het totaal aantal meldingen van beroepsziekten is de laatste jaren iets toegenomen, naar ruim 8.000 meldingen per jaar. Naar schatting is dit een onderrapportage van het werkelijke aantal (NCvB, 2016). Een van de meest voorkomende beroepsziekten zijn de psychische aandoeningen. In 2015 betrof ongeveer 33% van alle meldingen aan het NCvB een psychische beroepsziekte. De meeste meldingen waren voor de diagnose overspanning/burn-out (76%).

    Peilstation Intensief Melden (PIM)

    In het Peilstation Intensief Melden (PIM) nemen meer dan 150 gemotiveerde bedrijfsartsen deel die extra begeleiding ontvangen bij de diagnose en melding van beroepsziekten. Dankzij deze begeleiding melden PIM-bedrijfsartsen ongeveer twee keer zoveel beroepsziekten als andere bedrijfsartsen. Daarnaast geven ze regelmatig door aan hoeveel mensen zij zorg verlenen en uit welke sectoren die afkomstig zijn. Tegen deze ‘risicopopulatie’ kunnen de meldingen dan worden afgezet en kan het NCvB de incidentie berekenen (het aantal nieuwe gevallen per 100.000 werknemers per jaar). Op die manier wordt ook kennis verkregen over beroepsziekten bij specifieke groepen werknemers (NCvB, 2016). 

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Hooftman WE, Mars GMJ, Janssen B, de Vroome EMM, Pleijers AJSF, Michiels JJM, et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2016: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2017. Bron
    2. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2016. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB); 2016. Bron
Methoden
  • Berekening VZ-registraties: PTSS als beroepsziekte geschat door het RIVM

    Voor de bepaling van het aantal nieuwe gevallen van beroepsziekten waaronder PTSS worden gegevens gebruikt uit PIM (NCvB), Nationale melding- en registratiesysteem (NCvB), NEA (TNO) en VZ-registraties (RIVM). De cijfers van PIM, Beroepsziektenregistratie en NEA worden gebruikt zoals aangeleverd door NCvB en TNO. Voor de bepaling van het aantal nieuwe gevallen van de VTV-ziekten door arbeid is het arbeidsgerelateerde deel geschat. Het door arbeid veroorzaakte deel van PTSS is berekend met behulp van Populatie Attributieve Fracties (PAF; Eysink et al., 2012; Eysink et al., 2007). De PAF geeft aan hoeveel procent van het gezondheidsverlies door de betreffende aandoening is toe te schrijven aan ongunstige arbeidsomstandigheden. De PAF is gebaseerd op de prevalentie van de risicofactor in de populatie en een maat voor de sterkte van het verband tussen de risicofactor en de ziekte, het relatieve risico (RR). Voor informatie over blootstelling aan de diverse schokkende arbeidsomstandigheden is gebruikt gemaakt van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). RR's zijn afkomstig uit de literatuur. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Eysink PED, Dekkers SAJ, Janssen P, Poos MJJC, Meijer SA. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland, 2012. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2012. Bron
    2. Eysink PED, Blatter B.M., van Gool CH, Gommer AM, van den Bossche SNJ, Hoeymans N. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2007. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Posttraumatische stressstoornis

Data en gegevensbronnen