Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

PersoonlijkheidsstoornissenKostenZorguitgaven

Cijfers & Context

Bijna 240.000 mensen bekend bij de huisarts

Regionaal & Internationaal

Geen informatie beschikbaar

Kosten

Uitgaven aan zorg 678 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Geen informatie beschikbaar

Zorguitgaven persoonlijkheidsstoornissen naar sector

Zorguitgaven 678 miljoen euro in 2017

De uitgaven aan de zorg voor persoonlijkheidsstoornissen bedroegen 678,1 miljoen euro in 2017. Dat komt overeen met 2,7% van de totale uitgaven aan zorg voor psychische stoornissen en met 0,77% van de totale zorguitgaven aan de gezondheidszorg in Nederland. In 2017 ging het grootste gedeelte (96%) naar de geestelijke gezondheidszorg. 

Meer informatie

Zorguitgaven persoonlijkheidsstoornissen naar leeftijd en geslacht

Zorguitgaven persoonlijkheidsstoornissen 2017

LeeftijdMannenVrouwen
000
1-400
5-90,10
10-140,31,6
15-195,227,5
20-242670,9
25-2937,871,4
30-3435,653,4
35-3934,846,5
40-4430,437,9
45-4929,539
50-5424,631,5
55-5913,919,9
60-646,89,5
65-693,75,9
70-741,95,1
75-791,22,6
80-840,81,3
85-890,50,6
90-940,10,3
95+00
  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 code F60

Bijna tweederde van de zorguitgaven naar vrouwen

Het grootste gedeelte (62,7%) van de zorguitgaven voor persoonlijkheidsstoornissen ging in 2017 naar vrouwen. De zorguitgaven waren het hoogst voor jonge vrouwen tussen de 20 en 30 jaar oud. De verschillen in zorguitgaven voor mannen en vrouwen reflecteren waarschijnlijk daadwerkelijke sekseverschillen in het vóórkomen van persoonlijkheidsstoornissen. Sociale stereotypen over genderrollen en het bijbehorende gedrag kunnen echter de diagnose beïnvloeden (Verheul, 2002; Johnson et al., 2003; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Over het algemeen worden de meeste uitgaven voor persoonlijkheidsstoornissen gemaakt tussen het 15e en 60e levensjaar, daarna nemen de uitgaven sterk af. Dit komt overeen met de leeftijdsverdeling van de prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen in de huisartsenpraktijk (zie cijfers & context). De uitgaven aan de zorg voor persoonlijkheidsstoornissen bedroegen 678,1 miljoen euro in 2017.

Meer informatie

Datum publicatie

28-10-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Verheul R. Genderbias en persoonlijkheidsstoornissen. Tijdschrift voor Psychiatrie. 2002;44(6):383-388. Bron
  2. Johnson DM, M Shea T, Yen S, Battle CL, Zlotnick C, Sanislow CA, et al. Gender differences in borderline personality disorder: findings from the Collaborative Longitudinal Personality Disorders Study. Compr Psychiatry. 2003;44(4):284-92. Pubmed | DOI
  3. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Definitie van persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Deze stelt de volgende algemene criteria (A t/m F) waaraan moet worden voldaan voor het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis: 

    A

    Een duurzaam patroon van ervaringen en gedragingen, dat afwijkt van culturele normen. Dit patroon komt op twee (of meer) van de volgende terreinen tot uiting:

     

    1. Cognities

     

    2. Affectiviteit 

     

    3. Interpersoonlijk functioneren

     

    4. Impulsbeheersing 

    B

    Het patroon is inflexibel en komt tot uiting in veel persoonlijke en sociale situaties 

    C

    Het patroon veroorzaakt klinische lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op belangrijke levensdomeinen

    D

    Het patroon is stabiel en van lange duur, en is begonnen in de adolescentie of jonge volwassenheid

    E

    Het patroon wordt niet beter verklaard door een andere psychische stoornis

    F

    Het patroon is geen gevolg van de fysiologische effecten van een middel of somatische aandoening


    Op basis van deze criteria is niet vast te stellen van welke persoonlijkheidsstoornis er sprake is. Hier dienen de specifieke criteria voor afzonderlijke persoonlijkheidsstoornissen voor te worden geraadpleegd.  

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van borderline-persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland heeft classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). In eerste instantie moet worden voldaan aan de algemene criteria voor persoonlijkheidsstoornissen. Om vast te stellen dat er sprake is van borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) moet daarnaast aan vijf of meer van de volgende specifieke criteria worden voldaan:

    Criteria ter classificatie borderline-PS

    Een doordringend patroon van instabiliteit van interpersoonlijke relaties, zelfbeeld en stemming, en duidelijke impulsiviteit, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten, als blijkend uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

    1.  

    Verwoede pogingen om feitelijke of vermeende verlating te voorkomen

    1.  

    Instabiele en intense interpersoonlijke relaties

    1.  

    Identiteitsstoornis: aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel

    1.  

    Impulsiviteit op tenminste twee gebieden (bijvoorbeeld geld verkwisten, seks of middelenmisbruik)

    1.  

    Terugkerende suïcidale gedragingen, dreigingen of automutilatie

    1.  

    Instabiliteit van emoties als gevolg van reactiviteit van de stemming

    1.  

    Chronisch gevoel van leegte

    1.  

    Inadequate, intense woede of moeite met het beheersen van boosheid

    1.  

    Stress-gerelateerde paranoïde ideeën of ernstige dissociatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van antisociale-persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland heeft classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). In eerste instantie moet worden voldaan aan de algemene criteria voor persoonlijkheidsstoornissen. Om vast te stellen dat er sprake is van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) moet daarnaast aan de volgende specifieke criteria (A t/m D) worden voldaan:

                Criteria ter classificatie antisociale-PS

    A

    Een doordringend patroon van een gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, aanwezig vanaf de leeftijd van 15 jaar, als blijkend uit drie (of meer) van de volgende kenmerken:

     

    1. Niet in staat zijn zich te kunnen houden aan maatschappelijke normen over wat volgens de wet is toegestaan

     

    1. Onbetrouwbaarheid: liegen, gebruik van schuilnamen of manipulatie

     

    1. Impulsiviteit of niet vooruit kunnen plannen

     

    1. Prikkelbaarheid of agressiviteit welke leidt tot geweldpleging

     

    1. Onverschilligheid over de eigen veiligheid of die van anderen

     

    1. Onverantwoordelijk gedrag

     

    1. Ontbreken van berouw

    B

    Leeftijd van 18 jaar of ouder

    C

    Aanwijzingen voor normoverschrijdend gedrag voor de leeftijd van 15 jaar

    D

    Uitsluitsel van schizofrenie en bipolaire-stemmingsstoornis 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het nieuwe handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 en in de overgangsfase is nog veelal gebruik gemaakt van het oude handboek, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. Dit geldt ook voor persoonlijkheidsstoornissen

    Voor persoonlijkheidsstoornissen geldt dat de criteria ten opzichte van de stoornissen in de DSM-IV niet zijn gewijzigd. Wel zijn enkele stoornisnamen gewijzigd: de theatrale, de ontwijkende en de obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis zijn respectievelijk veranderd in de histrionische-, de vermijdende- en de dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis. 

Bronverantwoording
  • Borderline-PS in bevolkingsonderzoek NEMESIS-2

    De prevalentie van borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) is gebaseerd op het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Dit onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 5.303 mensen uit de algemene Nederlandse bevolking. Het betrof enkel mensen uit zelfstandige huishoudens, met als gevolg dat mensen die in instellingen verbleven niet werden meegenomen. Bij de steekproef werd tussen 2010 en 2012 een psychiatrisch interview afgenomen met behulp van de CIDI. Op basis hiervan werd de diagnose gesteld met behulp van de criteria van de DSM-IV.

  • Antisociale-PS in bevolkingsonderzoek NEMESIS-2

    De prevalentie van antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) is gebaseerd op het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Dit onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 6.646 mensen uit de algemene Nederlandse bevolking. Het betrof enkel mensen uit zelfstandige huishoudens, met als gevolg dat mensen die in instellingen verbleven niet werden meegenomen. Bij de steekproef werd tussen 2007 en 2009 een psychiatrisch interview afgenomen. De aanwezigheid van antisociale-PS ooit in het leven werd gemeten aan de hand van vragen uit de International Personality Disorder Examination (IPDE) als onderdeel van de CIDI. Op basis hiervan werd de diagnose gesteld met behulp van de criteria van de DSM-IV.

  • Huisartsenregistratie van persoonlijkheidsstoornissen

    Ter bepaling van de prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-1-code is P80 (persoonlijkheids-/karakterstoornis). Een verdere uitsplitsing naar stoornis kon niet worden gemaakt.

    Meer informatie over het schatten van morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit

  • DBC Informatie Systeem (DIS) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

    Voor het schatten van het aantal mensen dat in de GGZ een behandeling voor een persoonlijkheidsstoornis ontving in 2016, is gebruik gemaakt van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). DBC’s leveren informatie over de diagnose en behandeling die een patiënt krijgt binnen een vastgestelde periode. Hiermee vormen ze de basis voor de declaratie van geleverde zorg bij zorgverzekeraars. Om deze reden dragen ze bij aan een schatting van het aantal mensen met persoonlijkheidsstoornissen in Nederland.

    Hierbij geldt dat patiënten die in 2016 meerdere zorgtrajecten hadden voor dezelfde diagnose, slechts één keer zijn meegeteld. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om patiënten die worden doorverwezen of verhuizen. 

    Ook voor het schatten van het aantal nieuwe zorgtrajecten voor persoonlijkheidsstoornissen in 2016, is gebruik gemaakt van DBC's. Bij de schatting hiervan zijn alleen zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag meegeteld. Dat betreft zorgtrajecten van patiënten die noch in 2016, noch één jaar voor de start van het zorgtraject in behandeling zijn geweest bij de instelling of praktijk. Mogelijk waren zij wel al voor die tijd in behandeling. Hier kunnen dubbeltellingen inzitten omdat patiënten die voor dezelfde diagnose binnen verschillende GGZ-instellingen of praktijken zijn behandeld, meerdere zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag kunnen hebben gehad.

Andere websites over Persoonlijkheidsstoornissen