Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

PersoonlijkheidsstoornissenCijfers & ContextBorderline-persoonlijkheidsstoornis

Cijfers & Context

180.000 mensen bij huisarts geregistreerd

Regionaal & Internationaal

Geen informatie beschikbaar

Kosten

Kosten van zorg 554 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Geen informatie beschikbaar

Prevalentie van borderline-persoonlijkheidsstoornis (borderline-PS) in bevolkingsonderzoek

Ongeveer 1% van de Nederlandse bevolking heeft borderline-PS 

In 2012 had naar schatting 1,1% van de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 21 tot en met 67 jaar een borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS). Dit is geschat op basis van gegevens uit het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 (puntprevalentie; ten Have et al., 2016). Borderline-PS wordt vaker gediagnosticeerd bij vrouwen dan bij mannen. Van de mensen met borderline was 72,6% vrouw en 27,4% man. Hoewel deze sekseverschillen waarschijnlijk daadwerkelijk bestaan, kunnen sociale stereotypen over genderrollen en het bijbehorende gedrag de diagnose beïnvloeden (Johnson et al., 2003; ten Have et al., 2016). 

Borderline-PS neemt af met de leeftijd 

Borderline-PS komt het meest voor op jongvolwassen leeftijd en neemt vervolgens af met de leeftijd. In de leeftijd van 30 tot 50 jaar bereikt de meerderheid van de mensen met borderline grotere stabiliteit in hun relaties en beroepsmatig functioneren. Het geleidelijke herstel van borderline treedt ook op zonder behandeling. In Amerikaans onderzoek herstelde een grote meerderheid binnen tien jaar. Dit is deels te verklaren door de verandering in relevante persoonlijkheidsstrekken met de leeftijd, zoals een verhoging van emotionele stabiliteit en een afname van impulsiviteit (Lilienfeld, 2005; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Zanarini et al., 2006). 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. ten Have M, Verheul R, Kaasenbrood A, van Dorsselaer S, Tuithof M, Kleinjan M, et al. Prevalence rates of borderline personality disorder symptoms: a study based on the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. BMC Psychiatry. 2016;16:249. Pubmed | DOI
  2. Johnson DM, M Shea T, Yen S, Battle CL, Zlotnick C, Sanislow CA, et al. Gender differences in borderline personality disorder: findings from the Collaborative Longitudinal Personality Disorders Study. Compr Psychiatry. 2003;44(4):284-92. Pubmed | DOI
  3. Lilienfeld SO. Longitudinal studies of personality disorders: four lessons from personality psychology. J Pers Disord. 2005;19(5):547-56; discussion 594-6. Pubmed | DOI
  4. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  5. Zanarini MC, Frankenburg FR, Hennen J, D Reich B, Silk KR. Prediction of the 10-year course of borderline personality disorder. Am J Psychiatry. 2006;163(5):827-32. Pubmed | DOI

Aantal personen met DBC-gefinancierde GGZ voor borderline-PS

Prevalentie personen met DBC-gefinancierde GGZ voor borderline-PS, 2013

Leeftijd MannenVrouwen
0-500
5-1000
10-1500,1
15-200,33
20-251,19,3
25-301,911,7
30-352,410,9
35-402,59,5
40-452,48,1
45-501,86,7
50-551,35,2
55-600,83,6
60-650,41,9
65-700,21,1
70-750,10,9
75-800,10,6
80-8500,5
85-9000,4
90+00,3
  • Het betreft voorlopige cijfers voor 2013

51.055 personen met DBC-gefinancierd zorgtraject voor borderline-PS

In 2013 waren er 51.055 mensen die een zorgtraject voor borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) ontvingen in de GGZ. Het betrof 8.935 mannen en 42.115 vrouwen. Dit komt overeen met 1,0 per 1.000 mannen en 4,7 per 1.000 vrouwen. Dit aantal is gebaseerd op het aantal Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) met borderline-PS als primaire- of nevendiagnose in 2013 (Bron: CBS StatLine). Er kan sprake zijn van meer dan één zorgtraject voor eenzelfde diagnose per patiënt, wat mogelijk overschatting veroorzaakt.

Meer informatie

 

Aantal nieuwe DBC-gefinancierde zorgtrajecten voor borderline-PS

22.990 nieuwe DBC-gefinancierde zorgtrajecten voor borderline-PS

In 2013 werden 22.990 nieuwe zorgtrajecten geopend voor borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) in de GGZ. Het betrof 4.250 zorgtrajecten voor mannen en 18.740 zorgtrajecten voor vrouwen. Dit komt overeen met 0,5 per 1.000 mannen en 2,2 per 1.000 vrouwen. Deze cijfers zijn gebaseerd op het aantal Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) met borderline-PS als primaire- of nevendiagnose in 2013 (Bron: CBS StatLine). Er kan sprake zijn van meer dan één zorgtraject voor eenzelfde diagnose per patiënt, wat mogelijk overschatting veroorzaakt.

Meer informatie

Ontstaan borderline-PS

Zowel genen als omgeving belangrijk in ontstaan borderline-PS

De borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) ontstaat als gevolg van een complexe interactie tussen genetische factoren en de omgevingsinvloeden. Vroege negatieve of traumatische levenservaringen interacteren met genetische factoren om zo een verstoorde emotionele ontwikkeling te veroorzaken. Deze emotionele verstoring uit zich in disfunctionele gedragingen, gedachten en gevoelens (Lieb et al., 2004; Crowell et al., 2009; Carpenter et al., 2013; Amad et al., 2014). Zie onderstaande tabel voor de risicofactoren voor borderline-PS. 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Lieb K, Zanarini MC, Schmahl C, Linehan MM, Bohus M. Borderline personality disorder. Lancet. 2004;364(9432):453-61. Pubmed | DOI
  2. Crowell SE, Beauchaine TP, Linehan MM. A biosocial developmental model of borderline personality: Elaborating and extending Linehan's theory. Psychol Bull. 2009;135(3):495-510. Pubmed | DOI
  3. Carpenter RW, Tomko RL, Trull TJ, Boomsma DI. Gene-environment studies and borderline personality disorder: a review. Curr Psychiatry Rep. 2013;15(1):336. Pubmed | DOI
  4. Amad A, Ramoz N, Thomas P, Jardri R, Gorwood P. Genetics of borderline personality disorder: systematic review and proposal of an integrative model. Neurosci Biobehav Rev. 2014;40:6-19. Pubmed | DOI

Risicofactoren borderline-PS

Risicofactoren voor de ontwikkeling van borderline PS

Risicofactoren

Specificatie risicofactor

Bron

Genen

  • 35-47% van risico op borderline-PS bepaald door genetische factoren
  • Eerstegraads familieleden van iemand met borderline-PS vijf keer zo hoge kans op borderline-PS
  • Temperament: sensatiezoekend gedrag en angstigheid

 

Lieb et al., 2004; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Joyce et al., 2003; Crowell et al., 2009; Amad et al., 2014

Traumatische ervaringen uit de jeugd

Lieb et al., 2004; Agrawal et al., 2004; Zanarini et al., 1997; Skodol et al., 2002

Psychiatrische familiegeschiedenis

  • Aanwezigheid van psychische stoornissen in de familie

White et al., 2003; Bandelow et al., 2005;Crowell et al., 2009

Opvoedingsstijl

  • Inconsistentie in opvoeding
  • Weinig ouderlijke affectie
  • Aversief opvoedingsgedrag (bijvoorbeeld zwaar straffen)

Johnson et al., 2006; Crowell et al., 2009; Stepp et al., 2012

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Lieb K, Zanarini MC, Schmahl C, Linehan MM, Bohus M. Borderline personality disorder. Lancet. 2004;364(9432):453-61. Pubmed | DOI
  2. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  3. Joyce PR, McKenzie JM, Luty SE, Mulder RT, Carter JD, Sullivan PF, et al. Temperament, childhood environment and psychopathology as risk factors for avoidant and borderline personality disorders. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry. 2003;37(6):756-764. Bron
  4. Crowell SE, Beauchaine TP, Linehan MM. A biosocial developmental model of borderline personality: Elaborating and extending Linehan's theory. Psychol Bull. 2009;135(3):495-510. Pubmed | DOI
  5. Amad A, Ramoz N, Thomas P, Jardri R, Gorwood P. Genetics of borderline personality disorder: systematic review and proposal of an integrative model. Neurosci Biobehav Rev. 2014;40:6-19. Pubmed | DOI
  6. Agrawal HR, Gunderson J, Holmes BM, Lyons-Ruth K. Attachment studies with borderline patients: a review. Harv Rev Psychiatry. 2004;12(2):94-104. Pubmed | DOI
  7. Zanarini MC, Williams AA, Lewis RE, Reich RB, Vera SC, Marino MF, et al. Reported pathological childhood experiences associated with the development of borderline personality disorder. Am J Psychiatry. 1997;154(8):1101-6. Pubmed | DOI
  8. Skodol AE, Siever LJ, W Livesley J, Gunderson J, Pfohl B, Widiger TA. The borderline diagnosis II: biology, genetics, and clinical course. Biol Psychiatry. 2002;51(12):951-63. Pubmed
  9. White CN, Gunderson J, Zanarini MC, Hudson JI. Family studies of borderline personality disorder: a review. Harv Rev Psychiatry. 2003;11(1):8-19. Pubmed
  10. Bandelow B, Krause J, Wedekind D, Broocks A, Hajak G, Rüther E. Early traumatic life events, parental attitudes, family history, and birth risk factors in patients with borderline personality disorder and healthy controls. Psychiatry Res. 2005;134(2):169-79. Pubmed | DOI
  11. Johnson JG, Cohen P, Chen H, Kasen S, Brook JS. Parenting behaviors associated with risk for offspring personality disorder during adulthood. Arch Gen Psychiatry. 2006;63(5):579-87. Pubmed | DOI
  12. Stepp SD, Whalen DJ, Pilkonis PA, Hipwell AE, Levine MD. Children of mothers with borderline personality disorder: identifying parenting behaviors as potential targets for intervention. Personal Disord. 2012;3(1):76-91. Pubmed | DOI

Gevolgen van borderline-PS voor het functioneren

Borderline-PS is geassocieerd met functionele verstoringen en suïcidaliteit

Mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) ondervinden verstoringen in hun functioneren als gevolg van hun stoornis. Er zijn zowel problemen in de interactie en relaties met anderen, als in beroepsmatig functioneren. Hoe meer symptomen van borderline-PS iemand heeft, hoe groter de kans dat iemand zonder partner woont en geen betaalde baan heeft. Vanwege de beperkingen, hoge mate van impulsiviteit en intense stemmingswisselingen, kan er sprake zijn van suïcidaliteit: 8 tot 10% van de mensen met borderline-PS suïcideert zich. Een veel hoger percentage, ongeveer 75%, doet op enig moment een suïcidepoging (ten Have et al., 2016; Leichsenring et al., 2011; Gunderson, 2001; Black et al., 2004; Cramer et al., 2006).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. ten Have M, Verheul R, Kaasenbrood A, van Dorsselaer S, Tuithof M, Kleinjan M, et al. Prevalence rates of borderline personality disorder symptoms: a study based on the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. BMC Psychiatry. 2016;16:249. Pubmed | DOI
  2. Leichsenring F, Leibing E, Kruse J, New AS, Leweke F. Borderline personality disorder. Lancet. 2011;377(9759):74-84. Pubmed | DOI
  3. Gunderson J. Borderline Personality Disorder: A Clinical Guide. Washington, DC: American Psychiatric Press; 2001. Bron
  4. Black DW, Blum N, Pfohl B, Hale N. Suicidal behavior in borderline personality disorder: prevalence, risk factors, prediction, and prevention. J Pers Disord. 2004;18(3):226-39. Pubmed | DOI
  5. Cramer V, Torgersen S, Kringlen E. Personality disorders and quality of life. A population study. Compr Psychiatry. 2006;47(3):178-84. Pubmed | DOI

Kwaliteit van leven bij borderline-PS

Mensen met borderline-PS hebben een lagere kwaliteit van leven 

Mensen met borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) ervaren een mindere mate van subjectief welzijn en zelfverwerkelijking dan mensen zonder borderline-PS. Daarnaast scoren ze lager op de mate van tevredenheid over contact met vrienden en verwachten zij minder steun van anderen bij ziekte. Mensen met borderline-PS rapporteerden ook meer negatieve levensgebeurtenissen te hebben meegemaakt en een slechtere band te hebben met familie (Cramer et al., 2006; Soeteman et al., 2008). 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Cramer V, Torgersen S, Kringlen E. Personality disorders and quality of life. A population study. Compr Psychiatry. 2006;47(3):178-84. Pubmed | DOI
  2. Soeteman DI, Verheul R, Busschbach JJV. The burden of disease in personality disorders: diagnosis-specific quality of life. J Pers Disord. 2008;22(3):259-68. Pubmed | DOI

Comorbiditeit bij borderline-PS

Borderline-PS gaat vaak gepaard met andere stoornissen 

Een meerderheid van de mensen met borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) heeft daarnaast een andere psychische stoornis. Ongeveer 84,5% van de mensen met borderline-PS heeft in de periode van een jaar tenminste één andere psychische stoornis (Lenzenweger et al., 2007). De stoornissen die het vaakst naast borderline-PS optreden zijn stemmingsstoornissen,angststoornissen en middelen-gerelateerde stoornissen (Skodol et al., 2002; Grant et al., 2008; ten Have et al., 2016). Naar schatting 73,9% van de mensen met borderline-PS voldoet ooit in het leven aan de criteria van een andere persoonlijkheidsstoornis (Grant et al., 2008). 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Lenzenweger MF, Lane MC, Loranger AW, Kessler RC. DSM-IV personality disorders in the National Comorbidity Survey Replication. Biol Psychiatry. 2007;62(6):553-64. Pubmed | DOI
  2. Skodol AE, Siever LJ, W Livesley J, Gunderson J, Pfohl B, Widiger TA. The borderline diagnosis II: biology, genetics, and clinical course. Biol Psychiatry. 2002;51(12):951-63. Pubmed
  3. Grant BF, S Chou P, Goldstein RB, Huang B, Stinson FS, Saha TD, et al. Prevalence, correlates, disability, and comorbidity of DSM-IV borderline personality disorder: results from the Wave 2 National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions. J Clin Psychiatry. 2008;69(4):533-45. Pubmed
  4. ten Have M, Verheul R, Kaasenbrood A, van Dorsselaer S, Tuithof M, Kleinjan M, et al. Prevalence rates of borderline personality disorder symptoms: a study based on the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. BMC Psychiatry. 2016;16:249. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Definitie van persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Deze stelt de volgende algemene criteria (A t/m F) waaraan moet worden voldaan voor het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis: 

    A

    Een duurzaam patroon van ervaringen en gedragingen, dat afwijkt van culturele normen. Dit patroon komt op twee (of meer) van de volgende terreinen tot uiting:

     

    1. Cognities

     

    2. Affectiviteit 

     

    3. Interpersoonlijk functioneren

     

    4. Impulsbeheersing 

    B

    Het patroon is inflexibel en komt tot uiting in veel persoonlijke en sociale situaties 

    C

    Het patroon veroorzaakt klinische lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op belangrijke levensdomeinen

    D

    Het patroon is stabiel en van lange duur, en is begonnen in de adolescentie of jonge volwassenheid

    E

    Het patroon wordt niet beter verklaard door een andere psychische stoornis

    F

    Het patroon is geen gevolg van de fysiologische effecten van een middel of somatische aandoening


    Op basis van deze criteria is niet vast te stellen van welke persoonlijkheidsstoornis er sprake is. Hier dienen de specifieke criteria voor afzonderlijke persoonlijkheidsstoornissen voor te worden geraadpleegd.  

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van borderline-persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland heeft classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). In eerste instantie moet worden voldaan aan de algemene criteria voor persoonlijkheidsstoornissen. Om vast te stellen dat er sprake is van borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) moet daarnaast aan vijf of meer van de volgende specifieke criteria worden voldaan:

    Criteria ter classificatie borderline-PS

    Een doordringend patroon van instabiliteit van interpersoonlijke relaties, zelfbeeld en stemming, en duidelijke impulsiviteit, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten, als blijkend uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

    1.  

    Verwoede pogingen om feitelijke of vermeende verlating te voorkomen

    1.  

    Instabiele en intense interpersoonlijke relaties

    1.  

    Identiteitsstoornis: aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel

    1.  

    Impulsiviteit op tenminste twee gebieden (bijvoorbeeld geld verkwisten, seks of middelenmisbruik)

    1.  

    Terugkerende suïcidale gedragingen, dreigingen of automutilatie

    1.  

    Instabiliteit van emoties als gevolg van reactiviteit van de stemming

    1.  

    Chronisch gevoel van leegte

    1.  

    Inadequate, intense woede of moeite met het beheersen van boosheid

    1.  

    Stress-gerelateerde paranoïde ideeën of ernstige dissociatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van antisociale-persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland heeft classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). In eerste instantie moet worden voldaan aan de algemene criteria voor persoonlijkheidsstoornissen. Om vast te stellen dat er sprake is van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) moet daarnaast aan de volgende specifieke criteria (A t/m D) worden voldaan:

                Criteria ter classificatie antisociale-PS

    A

    Een doordringend patroon van een gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, aanwezig vanaf de leeftijd van 15 jaar, als blijkend uit drie (of meer) van de volgende kenmerken:

     

    1. Niet in staat zijn zich te kunnen houden aan maatschappelijke normen over wat volgens de wet is toegestaan

     

    1. Onbetrouwbaarheid: liegen, gebruik van schuilnamen of manipulatie

     

    1. Impulsiviteit of niet vooruit kunnen plannen

     

    1. Prikkelbaarheid of agressiviteit welke leidt tot geweldpleging

     

    1. Onverschilligheid over de eigen veiligheid of die van anderen

     

    1. Onverantwoordelijk gedrag

     

    1. Ontbreken van berouw

    B

    Leeftijd van 18 jaar of ouder

    C

    Aanwijzingen voor normoverschrijdend gedrag voor de leeftijd van 15 jaar

    D

    Uitsluitsel van schizofrenie en bipolaire-stemmingsstoornis 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het nieuwe handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 en in de overgangsfase is nog veelal gebruik gemaakt van het oude handboek, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. Dit geldt ook voor persoonlijkheidsstoornissen

    Voor persoonlijkheidsstoornissen geldt dat de criteria ten opzichte van de stoornissen in de DSM-IV niet zijn gewijzigd. Wel zijn enkele stoornisnamen gewijzigd: de theatrale, de ontwijkende en de obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis zijn respectievelijk veranderd in de histrionische-, de vermijdende- en de dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis. 

Bronverantwoording
  • Borderline-PS in bevolkingsonderzoek NEMESIS-2

    De prevalentie van borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) is gebaseerd op het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Dit onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 5.303 mensen uit de algemene Nederlandse bevolking. Het betrof enkel mensen uit zelfstandige huishoudens, met als gevolg dat mensen die in instellingen verbleven niet werden meegenomen. Bij de steekproef werd tussen 2010 en 2012 een psychiatrisch interview afgenomen met behulp van de CIDI. Op basis hiervan werd de diagnose gesteld met behulp van de criteria van de DSM-IV.

  • Antisociale-PS in bevolkingsonderzoek NEMESIS-2

    De prevalentie van antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) is gebaseerd op het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Dit onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 6.646 mensen uit de algemene Nederlandse bevolking. Het betrof enkel mensen uit zelfstandige huishoudens, met als gevolg dat mensen die in instellingen verbleven niet werden meegenomen. Bij de steekproef werd tussen 2007 en 2009 een psychiatrisch interview afgenomen. De aanwezigheid van antisociale-PS ooit in het leven werd gemeten aan de hand van vragen uit de International Personality Disorder Examination (IPDE) als onderdeel van de CIDI. Op basis hiervan werd de diagnose gesteld met behulp van de criteria van de DSM-IV.

  • Huisartsenregistratie van persoonlijkheidsstoornissen

    Ter bepaling van de prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-1-code is P80 (persoonlijkheids-/karakterstoornis). Een verdere uitsplitsing naar stoornis kon niet worden gemaakt.

    Meer informatie over het schatten van morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit

  • DBC Informatie Systeem (DIS) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

    Voor het schatten van het aantal mensen dat in de GGZ een behandeling voor een persoonlijkheidsstoornis ontving in 2013, is gebruik gemaakt van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). DBC’s leveren informatie over de diagnose en behandeling die een patiënt krijgt binnen een vastgestelde periode (CBS, 2013). Hiermee vormen ze de basis voor de declaratie van geleverde zorg bij zorgverzekeraars. Om deze reden dragen ze bij aan een schatting van het aantal mensen met persoonlijkheidsstoornissen in Nederland.

    Hierbij geldt dat patiënten die in 2013 meerdere zorgtrajecten hadden voor dezelfde diagnose, slechts één keer zijn meegeteld. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om patiënten die worden doorverwezen of verhuizen. 

    Ook voor het schatten van het aantal nieuwe zorgtrajecten voor persoonlijkheidsstoornissen in 2013, is gebruik gemaakt van DBC's. Bij de schatting hiervan zijn alleen zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag meegeteld. Dat betreft zorgtrajecten van patiënten die noch in 2013, noch één jaar voor de start van het zorgtraject in behandeling zijn geweest bij de instelling of praktijk. Mogelijk waren zij wel al voor die tijd in behandeling. Hier kunnen dubbeltellingen inzitten omdat patiënten die voor dezelfde diagnose binnen verschillende GGZ-instellingen of praktijken zijn behandeld, meerdere zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag kunnen hebben gehad.

  • Kosten van persoonlijkheidsstoornissen

    De kosten van persoonlijkheidsstoornissen zijn afkomstig van de Kosten van Ziektenstudie. De voor persoonlijkheidsstoornissen gebruikte ICD-9 code is 301.