Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

PersoonlijkheidsstoornissenCijfers & ContextAntisociale-persoonlijkheidsstoornis

Cijfers & Context

Bijna 240.000 mensen bekend bij de huisarts

Regionaal & Internationaal

Geen informatie beschikbaar

Kosten

Uitgaven aan zorg 678 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Geen informatie beschikbaar

Prevalentie van antisociale-persoonlijkheidsstoornis (antisociale-PS) in bevolkingsonderzoek

Ongeveer 3% van de Nederlandse bevolking heeft antisociale-PS

In 2009 had naar schatting 3% van de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 18 tot 65 jaar ooit in zijn of haar leven een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) (gehad). Dit is een schatting op basis van gegevens uit het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 (de Graaf et al., 2012). De antisociale-PS wordt vaker gediagnosticeerd bij mannen dan bij vrouwen. Voor mannen is het risico op het ooit krijgen van antisociale-PS 4,3%; voor vrouwen is dit 1,7%. In kansen uitgedrukt betekent dit dat mannen 2,5 keer zoveel kans hebben op antisociale-PS dan vrouwen. Hoewel deze sekseverschillen waarschijnlijk daadwerkelijk bestaan, kunnen sociale stereotypen over genderrollen en het bijbehorende gedrag de diagnose beïnvloeden (Verheul, 2002; de Graaf et al., 2012; Tuithof et al., 2010; Cale & Lilienfeld, 2002; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). NEMESIS-2 is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is.

Antisociale-PS neemt af met de leeftijd

De antisociale-PS komt het meest voor op jongvolwassen leeftijd en neemt vervolgens af met de leeftijd. In de volwassen bevolking hebben mensen tussen de 18-24 jaar het hoogste risico op het ontwikkelen van een antisociale-PS. Mensen in deze leeftijdscategorie hebben 4,8 keer zoveel kans op antisociale-PS in vergelijking met de oudste leeftijdscategorie van 55-64 jaar. Dit is deels te verklaren door de verandering in relevante persoonlijkheidsstrekken met de leeftijd, zoals een verhoging van emotionele stabiliteit en een afname van impulsiviteit (Lilienfeld, 2005; Tuithof et al., 2010; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Martens, 2000). 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. de Graaf R, ten Have MM, van Gool CH, van Dorsselaer S. Prevalence of mental disorders and trends from 1996 to 2009. Results from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. 2012;47(2):203-13. Pubmed | DOI
  2. Verheul R. Genderbias en persoonlijkheidsstoornissen. Tijdschrift voor Psychiatrie. 2002;44(6):383-388. Bron
  3. Tuithof M, ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  4. Cale EM, Lilienfeld SO. Sex differences in psychopathy and antisocial personality disorder. A review and integration. Clin Psychol Rev. 2002;22(8):1179-207. Pubmed
  5. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  6. Lilienfeld SO. Longitudinal studies of personality disorders: four lessons from personality psychology. J Pers Disord. 2005;19(5):547-56; discussion 594-6. Pubmed | DOI
  7. Martens WHJ. Antisocial and Psychopathic Personality Disorders: Causes, Course, and Remission--A Review Article. International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology. 2000;44(4):406-430. Bron | DOI

Aantal personen met een DBC-gefinancierd zorgtraject voor antisociale-PS

Prevalentie personen met DBC-gefinancierde GGZ voor antisociale-PS 2016

LeeftijdMannenVrouwen
0 tot 5 jaar00
5 tot 10 jaar00
10 tot 15 jaar00
15 tot 20 jaar83
20 tot 25 jaar6516
25 tot 30 jaar11326
30 tot 35 jaar15423
35 tot 40 jaar16012
40 tot 45 jaar14012
45 tot 50 jaar1209
50 tot 55 jaar946
55 tot 60 jaar526
60 tot 65 jaar272
65 tot 70 jaar131
70 tot 75 jaar61
75 tot 80 jaar80
80 tot 85 jaar21
85 tot 90 jaar30
90 jaar of ouder80

Bron: DBC-zorgtrajecten op CBS StatLine

  • Het betreft voorlopige cijfers voor 2016

6.035 personen met  DBC-gefinancierd  zorgtraject  voor antisociale-PS 

In 2016 waren er 6.035 mensen die een zorgtraject voor antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) ontvingen in de GGZ. Er kan sprake zijn van meer dan één zorgtraject voor eenzelfde diagnose per patiënt. Het betrof 5.365 mannen en 670 vrouwen. Dit komt overeen met 63 per 100.000 mannen en 7 per 100.000 vrouwen. Dit aantal is gebaseerd op het aantal Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) met antisociale-PS als primaire of als nevendiagnose in 2016. Er kan sprake zijn van meer dan één zorgtraject voor eenzelfde diagnose per patiënt, wat mogelijk een overschatting veroorzaakt. Mensen met een antisociale-PS die behandeld worden in de forensische GGZ, zijn niet in de cijfers meegenomen. Dit veroorzaakt een onderschatting van het aantal mensen dat een behandeling ontvangt voor antisociale-PS. 

 

Datum publicatie

02-12-2019

Aantal nieuwe DBC-gefinancierde zorgtrajecten voor antisociale-PS

Nieuwe DBC-gefinancierde zorgtrajecten voor antisociale-PS 2016

LeeftijdMannenVrouwen
0 tot 20 jaar21
20 tot 40 jaar496
40 tot 60 jaar282
60 tot 80 jaar40
80 jaar of ouder20

Bron: DBC-zorgtrajecten op CBS StatLine

  • Het betreft voorlopige cijfers voor 2016 

2.030 nieuwe DBC-gefinancierde zorgtrajecten voor antisociale-PS

In 2016 werden 2.030 nieuwe zorgtrajecten geopend voor een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) in de GGZ. Het betrof 1.830 zorgtrajecten voor mannen en 205 zorgtrajecten voor vrouwen. Dit komt overeen met 22 per 100.000 mannen en 2 per 100.000 vrouwen. Deze cijfers zijn gebaseerd op het aantal Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) met antisociale-PS als primaire- of nevendiagnose in 2016. Er kan sprake zijn van meer dan één zorgtraject voor eenzelfde diagnose per patiënt, wat mogelijk overschatting veroorzaakt. Mensen met een antisociale-PS die een nieuw zorgtraject hebben in de forensische GGZ, zijn niet in de cijfers meegenomen. Dit veroorzaakt juist een onderschatting van het aantal mensen met een nieuwe behandeling voor een antisociale-PS.

Meer informatie

Datum publicatie

02-12-2019

Ontstaan antisociale-PS

Risicofactoren voor de ontwikkeling van antisociale-PS

Risicofactoren

Specificatie risicofactor

Bron

Genen

  • 50% van risico op antisociale-PS bepaald door genetische factoren  

Ferguson, 2010; Moffitt, 2005

Gedragsproblemen in de jeugd

  • ADHD
  • Gedragsstoornis

Storebø & Simonsen, 2016; Simonoff et al., 2004; Tuithof et al., 2010

Traumatische ervaringen uit de jeugd  

  • Fysieke mishandeling
  • Seksueel misbruik
  • Verwaarlozing

Glenn et al., 2013; Horwitz et al., 2001; Johnson et al., 1999

Hersenafwijkingen

  • Kleiner volume en abnormaal functioneren van de prefrontale cortex 

Yang & Raine, 2009; Glenn et al., 2013; McCloskey et al., 2005

Sociaal-economische status

  • Lage sociaal-economische status

American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014; Lahey et al., 2005

Opvoedingsstijl

  • Inconsistente, dwingende en straffende opvoedingsstijl
  • Weinig ouderlijke affectie

Glenn et al., 2013; Johnson et al., 2006; Caspi et al., 2002

Zowel genen als omgeving belangrijk in ontstaan antisociale-PS

Een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) ontstaat als gevolg van een complexe wisselwerking tussen genetische factoren en omgevingsinvloeden. Interactie van vroege negatieve of traumatische levenservaringen met genetische factoren kan leiden tot de ontwikkeling van een antisociale-PS (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2008).  

Meer informatie

 

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ. Multidisciplinaire Richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen. Richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van volwassen patiënten met een persoonlijkheidsstoornis. Utrecht: Trimbos-Instituut; 2008. Bron
  2. Ferguson CJ. Genetic contributions to antisocial personality and behavior: a meta-analytic review from an evolutionary perspective. J Soc Psychol. 2010;150(2):160-80. Pubmed | DOI
  3. Moffitt TE. The New Look of Behavioral Genetics in Developmental Psychopathology: Gene-Environment Interplay in Antisocial Behaviors. Psychological Bulletin. 2005;131(4):533-554. Bron | DOI
  4. Storebø O-J, Simonsen E. The Association Between ADHD and Antisocial Personality Disorder (ASPD): A Review. J Atten Disord. 2016;20(10):815-24. Pubmed | DOI
  5. Simonoff E, Elander J, Holmshaw J, Pickles A, Murray R, Rutter M. Predictors of antisocial personality. Continuities from childhood to adult life. Br J Psychiatry. 2004;184:118-27. Pubmed
  6. Tuithof M, ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  7. Glenn AL, Johnson AK, Raine A. Antisocial personality disorder: a current review. Curr Psychiatry Rep. 2013;15(12):427. Pubmed | DOI
  8. Horwitz AV, Widom CS, McLaughlin J, White HR. The impact of childhood abuse and neglect on adult mental health: a prospective study. J Health Soc Behav. 2001;42(2):184-201. Bron | Pubmed
  9. Johnson JG, Cohen P, Brown J, Smailes EM, Bernstein DP. Childhood maltreatment increases risk for personality disorders during early adulthood. Arch Gen Psychiatry. 1999;56(7):600-6. Pubmed
  10. Yang Y, Raine A. Prefrontal structural and functional brain imaging findings in antisocial, violent, and psychopathic individuals: a meta-analysis. Psychiatry Res. 2009;174(2):81-8. Pubmed | DOI
  11. McCloskey MS, K Phan L, Coccaro EF. Neuroimaging and personality disorders. Curr Psychiatry Rep. 2005;7(1):65-72. Pubmed
  12. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  13. Lahey BB, Loeber R, Burke JD, Applegate B. Predicting future antisocial personality disorder in males from a clinical assessment in childhood. J Consult Clin Psychol. 2005;73(3):389-99. Pubmed | DOI
  14. Johnson JG, Cohen P, Chen H, Kasen S, Brook JS. Parenting behaviors associated with risk for offspring personality disorder during adulthood. Arch Gen Psychiatry. 2006;63(5):579-87. Pubmed | DOI
  15. Caspi A, McClay J, Moffitt TE, Mill J, Martin J, Craig IW, et al. Role of genotype in the cycle of violence in maltreated children. Science. 2002;297(5582):851-4. Pubmed | DOI

Gevolgen van antisociale-PS voor het functioneren

Antisociale-PS veroorzaakt problemen op vele domeinen

Mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) ondervinden op diverse gebieden beperkingen als gevolg van hun stoornis. Ze ervaren meer problemen op het werk en doen ze een groter beroep op de gezondheidszorg dan mensen zonder de stoornis. Zo maken ze bijna vier keer zo vaak gebruik van zorgvoorzieningen als gevolg van psychische problemen, alcohol- of drugsproblemen dan mensen zonder antisociale-PS. Mensen met een antisociale-PS zijn ook vaker laaggeschoold en wonen vaker zonder partner. Ten slotte is antisociale-PS gerelateerd aan een verhoogde kans op criminaliteit. Antisociale-PS komt ongeveer tien keer zo vaak voor onder gevangenen dan in de algemene bevolking (Tuithof et al., 2010; Lenzenweger et al., 2007; Fridell et al., 2008; Fazel & Danesh, 2002).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tuithof M, ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  2. Lenzenweger MF, Lane MC, Loranger AW, Kessler RC. DSM-IV personality disorders in the National Comorbidity Survey Replication. Biol Psychiatry. 2007;62(6):553-64. Pubmed | DOI
  3. Fridell M, Hesse M, Jaeger M-M, Kühlhorn E. Antisocial personality disorder as a predictor of criminal behaviour in a longitudinal study of a cohort of abusers of several classes of drugs: relation to type of substance and type of crime. Addict Behav. 2008;33(6):799-811. Pubmed | DOI
  4. Fazel S, Danesh J. Serious mental disorder in 23000 prisoners: a systematic review of 62 surveys. Lancet. 2002;359(9306):545-50. Pubmed | DOI

Kwaliteit van leven bij antisociale-PS

Mensen met antisociale-PS hebben lagere kwaliteit van leven

Mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) hebben een lagere perceptie van zowel hun algemene als psychische gezondheid. Daarnaast scoren ze lager op sociaal functioneren en vitaliteit vergeleken met mensen zonder antisociale-PS. Ze voelen zich ook vaker ongelukkig, neerslachtig of zenuwachtig en rapporteren veel negatieve levensgebeurtenissen (Tuithof et al., 2010; Cramer et al., 2006). 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tuithof M, ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  2. Cramer V, Torgersen S, Kringlen E. Personality disorders and quality of life. A population study. Compr Psychiatry. 2006;47(3):178-84. Pubmed | DOI

Comorbiditeit bij antisociale-PS

Antisociale-PS gaat vaak gepaard met andere stoornissen

Mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) krijgen 3,2 keer zo vaak ooit in het leven te maken met een andere stoornis dan een persoonlijkheidsstoornis. Ook wanneer slechts naar het afgelopen jaar wordt gekeken is er veel comorbiditeit. Stoornissen die het vaakst voorkomen naast antisociale-PS zijn stoornissen in het middelengebruik, ADHD, stemmingsstoornissen, angststoornissen en stoornissen in de impulsbeheersing. Mensen met een antisociale-PS hebben daarnaast vaak ook een andere persoonlijkheidsstoornis (Tuithof et al., 2010; Lenzenweger et al., 2007; Ullrich & Coid, 2009).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Tuithof M, ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  2. Lenzenweger MF, Lane MC, Loranger AW, Kessler RC. DSM-IV personality disorders in the National Comorbidity Survey Replication. Biol Psychiatry. 2007;62(6):553-64. Pubmed | DOI
  3. Ullrich S, Coid J. Antisocial personality disorder: Co-morbid Axis I mental disorders and health service use among a national household population. Personality and Mental Health. 2009;327/24951418866/66466/33/511746/5190/493962/622348180192/399785819/3110/3161/32/275/22331/142160/219/5163/5(3):151-164. Bron

Verantwoording

Definities
  • Definitie van persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Deze stelt de volgende algemene criteria (A t/m F) waaraan moet worden voldaan voor het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis: 

    A

    Een duurzaam patroon van ervaringen en gedragingen, dat afwijkt van culturele normen. Dit patroon komt op twee (of meer) van de volgende terreinen tot uiting:

     

    1. Cognities

     

    2. Affectiviteit 

     

    3. Interpersoonlijk functioneren

     

    4. Impulsbeheersing 

    B

    Het patroon is inflexibel en komt tot uiting in veel persoonlijke en sociale situaties 

    C

    Het patroon veroorzaakt klinische lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op belangrijke levensdomeinen

    D

    Het patroon is stabiel en van lange duur, en is begonnen in de adolescentie of jonge volwassenheid

    E

    Het patroon wordt niet beter verklaard door een andere psychische stoornis

    F

    Het patroon is geen gevolg van de fysiologische effecten van een middel of somatische aandoening


    Op basis van deze criteria is niet vast te stellen van welke persoonlijkheidsstoornis er sprake is. Hier dienen de specifieke criteria voor afzonderlijke persoonlijkheidsstoornissen voor te worden geraadpleegd.  

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van borderline-persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland heeft classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). In eerste instantie moet worden voldaan aan de algemene criteria voor persoonlijkheidsstoornissen. Om vast te stellen dat er sprake is van borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) moet daarnaast aan vijf of meer van de volgende specifieke criteria worden voldaan:

    Criteria ter classificatie borderline-PS

    Een doordringend patroon van instabiliteit van interpersoonlijke relaties, zelfbeeld en stemming, en duidelijke impulsiviteit, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten, als blijkend uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

    1.  

    Verwoede pogingen om feitelijke of vermeende verlating te voorkomen

    1.  

    Instabiele en intense interpersoonlijke relaties

    1.  

    Identiteitsstoornis: aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel

    1.  

    Impulsiviteit op tenminste twee gebieden (bijvoorbeeld geld verkwisten, seks of middelenmisbruik)

    1.  

    Terugkerende suïcidale gedragingen, dreigingen of automutilatie

    1.  

    Instabiliteit van emoties als gevolg van reactiviteit van de stemming

    1.  

    Chronisch gevoel van leegte

    1.  

    Inadequate, intense woede of moeite met het beheersen van boosheid

    1.  

    Stress-gerelateerde paranoïde ideeën of ernstige dissociatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van antisociale-persoonlijkheidsstoornis

    In Nederland heeft classificatie van psychische stoornissen meestal plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). In eerste instantie moet worden voldaan aan de algemene criteria voor persoonlijkheidsstoornissen. Om vast te stellen dat er sprake is van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) moet daarnaast aan de volgende specifieke criteria (A t/m D) worden voldaan:

                Criteria ter classificatie antisociale-PS

    A

    Een doordringend patroon van een gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, aanwezig vanaf de leeftijd van 15 jaar, als blijkend uit drie (of meer) van de volgende kenmerken:

     

    1. Niet in staat zijn zich te kunnen houden aan maatschappelijke normen over wat volgens de wet is toegestaan

     

    1. Onbetrouwbaarheid: liegen, gebruik van schuilnamen of manipulatie

     

    1. Impulsiviteit of niet vooruit kunnen plannen

     

    1. Prikkelbaarheid of agressiviteit welke leidt tot geweldpleging

     

    1. Onverschilligheid over de eigen veiligheid of die van anderen

     

    1. Onverantwoordelijk gedrag

     

    1. Ontbreken van berouw

    B

    Leeftijd van 18 jaar of ouder

    C

    Aanwijzingen voor normoverschrijdend gedrag voor de leeftijd van 15 jaar

    D

    Uitsluitsel van schizofrenie en bipolaire-stemmingsstoornis 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het nieuwe handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 en in de overgangsfase is nog veelal gebruik gemaakt van het oude handboek, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. Dit geldt ook voor persoonlijkheidsstoornissen

    Voor persoonlijkheidsstoornissen geldt dat de criteria ten opzichte van de stoornissen in de DSM-IV niet zijn gewijzigd. Wel zijn enkele stoornisnamen gewijzigd: de theatrale, de ontwijkende en de obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis zijn respectievelijk veranderd in de histrionische-, de vermijdende- en de dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis. 

Bronverantwoording
  • Borderline-PS in bevolkingsonderzoek NEMESIS-2

    De prevalentie van borderline-persoonlijkheidsstoornis (PS) is gebaseerd op het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Dit onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 5.303 mensen uit de algemene Nederlandse bevolking. Het betrof enkel mensen uit zelfstandige huishoudens, met als gevolg dat mensen die in instellingen verbleven niet werden meegenomen. Bij de steekproef werd tussen 2010 en 2012 een psychiatrisch interview afgenomen met behulp van de CIDI. Op basis hiervan werd de diagnose gesteld met behulp van de criteria van de DSM-IV.

  • Antisociale-PS in bevolkingsonderzoek NEMESIS-2

    De prevalentie van antisociale-persoonlijkheidsstoornis (PS) is gebaseerd op het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2. Dit onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 6.646 mensen uit de algemene Nederlandse bevolking. Het betrof enkel mensen uit zelfstandige huishoudens, met als gevolg dat mensen die in instellingen verbleven niet werden meegenomen. Bij de steekproef werd tussen 2007 en 2009 een psychiatrisch interview afgenomen. De aanwezigheid van antisociale-PS ooit in het leven werd gemeten aan de hand van vragen uit de International Personality Disorder Examination (IPDE) als onderdeel van de CIDI. Op basis hiervan werd de diagnose gesteld met behulp van de criteria van de DSM-IV.

  • Huisartsenregistratie van persoonlijkheidsstoornissen

    Ter bepaling van de prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-1-code is P80 (persoonlijkheids-/karakterstoornis). Een verdere uitsplitsing naar stoornis kon niet worden gemaakt.

    Meer informatie over het schatten van morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit

  • DBC Informatie Systeem (DIS) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

    Voor het schatten van het aantal mensen dat in de GGZ een behandeling voor een persoonlijkheidsstoornis ontving in 2016, is gebruik gemaakt van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). DBC’s leveren informatie over de diagnose en behandeling die een patiënt krijgt binnen een vastgestelde periode. Hiermee vormen ze de basis voor de declaratie van geleverde zorg bij zorgverzekeraars. Om deze reden dragen ze bij aan een schatting van het aantal mensen met persoonlijkheidsstoornissen in Nederland.

    Hierbij geldt dat patiënten die in 2016 meerdere zorgtrajecten hadden voor dezelfde diagnose, slechts één keer zijn meegeteld. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om patiënten die worden doorverwezen of verhuizen. 

    Ook voor het schatten van het aantal nieuwe zorgtrajecten voor persoonlijkheidsstoornissen in 2016, is gebruik gemaakt van DBC's. Bij de schatting hiervan zijn alleen zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag meegeteld. Dat betreft zorgtrajecten van patiënten die noch in 2016, noch één jaar voor de start van het zorgtraject in behandeling zijn geweest bij de instelling of praktijk. Mogelijk waren zij wel al voor die tijd in behandeling. Hier kunnen dubbeltellingen inzitten omdat patiënten die voor dezelfde diagnose binnen verschillende GGZ-instellingen of praktijken zijn behandeld, meerdere zorgtrajecten vanwege een nieuwe zorgvraag kunnen hebben gehad.

Andere websites over Persoonlijkheidsstoornissen