Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Overspannenheid en burn-outCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Ruim 17% van werknemers ervaart burn-outklachten

Regionaal & Internationaal

Nederlanders relatief vaak werkgerelateerde stress

Kosten

Zorguitgaven voor burn-out 34 miljoen

Preventie & Zorg

Niet beschikbaar

Trend voorkomen overspannenheid in huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen overspannenheid 2011-2019

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
201110010010010039.40067.10068.800121.000
201210211210411139.90074.90071.100134.100
201310411110411040.60074.10071.100132.500
201411112811012143.50085.90075.400146.100
201510712411212742.00083.10076.900154.000
201611212011612644.00080.90079.800153.700
201712314212013548.60095.90083.200164.900
201811913912614547.20094.10087.000176.500
201911813912213847.00094.40084.800169.700
  • ICPC-code P78 (neurasthenie/surmenage)
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Tot 2017 aantal nieuwe diagnoses overspannenheid toegenomen

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van overspannenheid is in de periode 2011-2017 toegenomen en vervolgens licht afgenomen. Bij mannen was de toename in de periode 2011-2017 (23%) minder groot dan bij vrouwen (42%). Deze trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van overspannenheid is in de periode 2011-2017 toegenomen. Voor mannen nam dit aantal toe van 39.400 in 2011 naar 48.600 in 2017. In 2019 bedroeg het aantal nieuwe diagnoses bij mannen 47.000. Voor vrouwen is het aantal nieuwe diagnoses toegenomen van 67.100 in 2011 naar 95.900 in 2017. In 2019 bedroeg het aantal nieuwe diagnoses bij vrouwen 94.400 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie overspannenheid gestegen

In de periode 2011-2018 is het aantal mensen met overspannenheid dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) toegenomen. Voor mannen was de toename (26%) minder groot dan voor vrouwen (45%). In 2019 was de jaarprevalentie weer iets afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met overspannenheid dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 68.800 in 2011 naar 87.000 in 2018. Voor 2019 is het aantal mannen met overspannenheid geschat op 84.800. Het aantal geschatte vrouwen met overspannenheid is toegenomen van 121.000 in 2011 naar 176.500 in 2018. Voor 2019 is dit aantal geschat op 169.700 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie overspannenheid tussen 1991 en 2010 gedaald

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van overspannenheid is tussen 1991 en 2010 gedaald. Vanaf het 2011 is er sprake van een stijging in de prevalentie. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie overspannenheid 1991-2014 (PDF; 66 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

16-11-2020

Trend prevalentie overspannenheid in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie overspannenheid naar opleiding 2011-2018

25 tot en met 54 jaar
JaarLaagMiddelbaarHoog
201121,423,318,9
201221,624,620,7
201321,625,022,3
201422,126,322,6
201521,226,323,5
201620,226,223,8
201721,927,726,1
201823,329,727,3
  • ICPC-code P78
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau =  hbo of wo

Verschillen prevalentie overspannend tussen opleidingsniveaus is niet constant

De grafiek toont de trend in de jaarprevalentie van neurasthenie/surmenage (overspannenheid) onder 25- tot en met 54-jarigen in de registratie van huisartsen. Hierbij is de groep ingeschreven patiënten opgedeeld in drie opleidingsniveaus. Overspannenheid komt relatief meer voor bij middelbaaropgeleiden dan bij hoog- en laagopgeleiden. In de periode 2011-2018 zijn de verschillen in de jaarprevalentie tussen de verschillende opleidingsniveaus niet constant. Vanaf 2013 komt overspannenheid bij hoogopgeleiden vaker voor dan bij laagopleiden. De jaarprevalentie onder 25- tot en met 54-jarigen is voor de twee hoogste opleidingsniveaus gestegen. Voor de laagopgeleiden is de prevalentie van overspannenheid nauwelijks veranderd tussen 2011-2018. 

Meer informatie

Datum publicatie

02-12-2020

Trend in zelfgerapporteerde burn-out bij werknemers

Toename burn-outklachten onder werknemers

In de periode 2007-2018 is het percentage werknemers dat aangeeft burn-outklachten te hebben licht gestegen. In 2007 was het percentage voor mannen 11,6% en voor vrouwen 10,9%. In 2018 is dit gestegen naar 16,4% voor mannen en 18,1% voor vrouwen. Tot 2013 verliep de trend voor mannen en vrouwen vrijwel gelijk. Vanaf 2013 is er een iets sterkere stijging te zien onder vrouwelijke werknemers dan onder mannelijke werknemers die aangeven burn-outklachten te hebben. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) onder werknemers (Hooftman et al., 2019).

Meer informatie

Datum publicatie

28-06-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hooftman W.E., Mars G.M.J., Janssen B., de Vroome E.M.M., Janssen B.J.M., Pleijers A.J.S., et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2019. Bron

Trend in meldingen burn-out bij werknemers door bedrijfsarts

Burn-out vaker geregistreerd als beroepsziekte

Het aantal meldingen van overspannenheid en burn-out als beroepsziekte is in de periode 2012-2017 flink gestegen. Daarna is er een afname in het aantal meldingen zichtbaar. In 2019 werden er 1.664 meldingen gedaan door bedrijfsartsen van overspannenheid en burn-out (NCvB, 2020). Dit is bijna 75% van het totaal aantal meldingen voor psychische aandoeningen (2.222) die dat jaar bij het NCvB binnen zijn gekomen. Dit blijkt uit het rapport 'Beroepsziekten in Cijfers' van het NCvB en de registratie van het Peilstation Intensief Melden (PIM). Een mogelijke verklaring voor de stijging vanaf 2012 kan bewustwording zijn. In 2013 is de campagne 'Check je werkstress' van SZW gestart (SZW, 2017). Of dit daadwerkelijk de reden is voor de stijging van het aantal meldingen, is echter uit onderzoek niet te achterhalen.  

Meer informatie

Datum publicatie

05-11-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2020. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten; 2020. Bron

Toekomstige trend overspannenheid en burn-out door demografische ontwikkelingen

Kleine afname aantal mensen met overspannenheid en burn-out verwacht door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met overspannenheid en burn-out (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 3% dalen. De verwachte daling bedraagt 4% voor mannen en 1% voor vrouwen. De afname zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van overspannenheid en burn-out beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Definities van burn-out en overspannenheid

    Burn-out en overspannenheid zijn stress-gerelateerde ziekten

    Burn-out en overspannenheid zijn stress-gerelateerde aandoeningen waarbij verschillende klachten optreden zoals vermoeidheid, prikkelbaarheid en emotionele labiliteit. Meestal wordt burn-out opgevat als een vorm van overspannenheid waarbij het chronische karakter en vermoeidheid meer centraal staan. Zowel stressoren uit de omgeving als persoonlijke eigenschappen spelen een rol bij het ontstaan van overspannenheid en burn-out. Een omgevingsstressor is bijvoorbeeld de combinatie privé en werk. Copingvaardigheden zijn van belang om stress goed te kunnen hanteren: een falende coping verhoogt het risico op het ontstaan van burn-out.

    Verschillende termen voor overspannenheid en burn-out

    Beroepsgroepen in de zorg gebruiken verschillende benamingen voor stress-gerelateerde ziekten en spanningsklachten, zoals overspannenheid, chronische stress, aanpassingstoornis, surmenage, neurasthenie en burn-out. Overspannenheid en burn-out zijn geen bestaande diagnostische categorieën in de DSM-IV en ICD-10. Wel zijn het veel gebruikte diagnosen in de eerstelijnszorg. Huisartsen gebruiken de ICPC-code P78: neurasthenie/surmenage. Andere eerstelijnsdisciplines gebruiken vaak de definitie uit de ‘Multidisciplinaire richtlijn overspanning en burn-out voor eerstelijnsprofessionals’ (Verschuren et al., 2011). Bedrijfsartsen gebruiken deze richtlijn ook bij het registreren van beroepsziekten.

    Definities overspannenheid en burn-out in multidisciplinaire richtlijn

    Uit: Verschuren et al., 2011

    Er is sprake van overspannenheid als voldaan is aan alle vier onderstaande criteria:

    A. Ten minste drie van de volgende klachten zijn aanwezig:

    • moeheid
    • gestoorde of onrustige slaap
    • prikkelbaarheid
    • niet tegen drukte/herrie kunnen
    • emotionele labiliteit
    • piekeren
    • zich gejaagd voelen
    • concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid

    B. Gevoelens van controleverlies en/of machteloosheid treden op als reactie op het niet meer kunnen hanteren van stressoren in het dagelijks functioneren. De stresshantering schiet tekort; de persoon kan het niet meer aan en heeft het gevoel de grip te verliezen.

    C. Er bestaan significante beperkingen in het beroepsmatig en/of sociaal functioneren.

    D. De distress, controleverlies en disfunctioneren zijn niet uitsluitend het directe gevolg van een psychiatrische stoornis.

    Er is sprake van burn-out als voldaan is aan alle drie onderstaande criteria:

    a. Er is sprake van overspannenheid.

    b. De klachten zijn meer dan 6 maanden geleden begonnen.

    c. Gevoelens van moeheid en uitputting staan sterk op de voorgrond.

    Burn-out als vorm van overspannenheid

    In de definitie uit de multidisciplinaire richtlijn is burn-out een vorm van overspannenheid (Verschuren et al., 2011). Bij burn-out staan het chronische karakter en de vermoeidheid meer op de voorgrond dan bij overspannenheid. Mensen met burn-out volgens deze definitie moeten vaak één of meerdere rollen (gedeeltelijk) neerleggen. De acht klachten in de definitie van overspannenheid worden gezien als kernsymptomen van overspannenheid en burn-out. Stressoren kunnen afkomstig zijn uit zowel de werk- als privé-situatie. 

    Zelfrapportage van burn-out gerelateerde klachten

    Naast diagnosen door zorgverleners, wordt burn-out vaak vastgesteld met behulp van zelfrapportage in vragenlijsten. In deze opvatting bestaat burn-out uit drie dimensies: emotionele uitputting, distantie ten opzichte van het werk en een verminderd gevoel van competentie. Deze definitie zien we ook terug in VZinfo.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Verschuren CM, Terluin B, Loo MAJM, Vendrig AA, Bastiaanssen MHH, Vriezen JA. Eén lijn in de eerste lijn bij overspanning en burnout. Multidisciplinaire richtlijn overspanning en burnout voor eerstelijns professionals. Amsterdam, Utrecht: LVE, NHG, NVAB; 2011. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over overspannenheid en burn-out

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse werknemers tussen de 15 en 75 jaar

    NEA, Hooftman et al., 2019

    Nationale Registratie Beroepsziekten (van het NCvB)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen beroepsziekten

    Nederlandse beroepsbevolking

    NCvB, 2020

    Peilstation Intensief Melden (PIM)

    Incidentie (geregistreerd door >150 bedrijfsartsen)

    Nederlandse beroepsbevolking

    PIM

    European Agency for Safety & Health at Work (EU-OSHA)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Europese bevolking

    EU-OSHA

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hooftman W.E., Mars G.M.J., Janssen B., de Vroome E.M.M., Janssen B.J.M., Pleijers A.J.S., et al. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018: Methodologie en globale resultaten. Leiden / Heerlen: TNO / CBS; 2019. Bron
    2. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2020. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten; 2020. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.