Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

OvergewichtCijfers & ContextGevolgen

Cijfers & Context

Helft van de volwassenen is te zwaar

Regionaal & Internationaal

Minder overgewicht in Nederland vergeleken met EU

Kosten

Preventie & Zorg

Integrale aanpak bij preventie van overgewicht

Samenhang met ziekten

Ziekten en aandoeningen die samenhangen met overgewicht en/of obesitas

Ziekten en aandoeningen

 

Diabetes mellitus type 2

Martin-Rodriguez et al., 2015

Hart- en vaatziekten: hypertensie, coronaire hartziekten en beroerte

Martin-Rodriguez et al., 2015

Enkele soorten kanker: slokdarm-, alvleesklier-, dikkedarm-, borst- (postmenopausaal), baarmoeder- en nierkanker

Boeing, 2013;
Carreras-Torres et al., 2017

Aandoeningen van de galblaas

Aune et al., 2015

Aandoeningen van het bewegingsstelsel (artrose, chronische rugpijn)

Martin-Rodriguez et al., 2015;
Heuch et al., 2013

Aandoeningen van de ademhalingswegen (astma, longembolie)

Martin-Rodriguez et al., 2015

Onvruchtbaarheid

Campbell et al., 2015;
Talmor & Dunphy, 2015

Psychische aandoeningen (depressie, angststoornissen)

Nigatu et al., 2016

Overgewicht hangt samen met tal van ziekten

Ernstig overgewicht (obesitas) gaat vaak gepaard met comorbiditeit. Voorbeelden van ziekten zijn diabetes mellitus type 2, hart- en vaatziekten en verschillende soorten kanker (Boeing, 2013Martin-Rodriguez et al., 2015). Het risico op ziekten wordt groter naarmate de body mass index (BMI) of buikomvang toeneemt (Martin-Rodriguez et al., 2015). Er zijn aanwijzingen dat niet alleen de mate van overgewicht, maar ook de duur van het overgewicht bijdraagt aan het ontwikkelen van bijvoorbeeld diabetes mellitus type 2 en vroegtijdige sterfte (Abdullah et al., 2011; Hu et al., 2014). 
Voor diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten is de hoeveelheid buikvet de belangrijkste risicofactor (Siren et al., 2012). Een verhoogde hoeveelheid buikvet hangt sterker samen met vroegtijdige sterfte dan een verhoogd BMI (Sahakyan et al., 2015).

Verhoogde kans op artrose en onvruchtbaarheid

Andere aandoeningen die in verband staan met (ernstig) overgewicht zijn: aandoeningen van de ademhalingswegen, zoals astma, en aandoeningen van het bewegingsstelsel, zoals chronische rugpijn en artrose (Heuch et al., 2013Martin-Rodriguez et al., 2015). Voor mensen met artrose hangt (ernstig) overgewicht bovendien samen met het verergeren van de symptomen en het optreden van lichamelijke beperkingen (Ajeganova et al., 2013). 
(Ernstig) overgewicht kan leiden tot onvruchtbaarheid bij zowel mannen als vrouwen (Campbell et al., 2015Talmor & Dunphy, 2015). Daarnaast vergroot overgewicht bij zwangere vrouwen het risico op een miskraam (Talmor & Dunphy, 2015). 

Datum publicatie

18-04-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Boeing H. Obesity and cancer – The update 2013. Best Practice & Research Clinical Endocrinology & Metabolism. 2013;27(2):219-227. Bron | DOI
  2. Martin-Rodriguez E, Guillen-Grima F, Martí A, Brugos-Larumbe A. Comorbidity associated with obesity in a large population: The APNA study. Obesity Research & Clinical Practice. 2015;9(5):435-447. Bron | DOI
  3. Abdullah A., Wolfe R., Stoelwinder J.U, de Courten M., Stevenson C., Walls H.L, et al. The number of years lived with obesity and the risk of all-cause and cause-specific mortality. International Journal of Epidemiology. 2011;40(4):985-996. Bron | DOI
  4. Hu Y, Bhupathiraju SN, de Koning L, Hu FB. Duration of obesity and overweight and risk of type 2 diabetes among US women. Obesity. 2014;22(10):2267-2273. Bron | DOI
  5. Siren R, Eriksson JG, Vanhanen H. Waist circumference a good indicator of future risk for type 2 diabetes and cardiovascular disease. BMC Public Health. 2012;12(1). Bron | DOI
  6. Sahakyan KR, Somers VK, Rodriguez-Escudero JP, Hodge DO, Carter RE, Sochor O, et al. Normal-Weight Central Obesity: Implications for Total and Cardiovascular Mortality. Annals of Internal Medicine. 2015;163(11):827. Bron | DOI
  7. Heuch I, Heuch I, Hagen K, Zwart J-A. Body Mass Index as a Risk Factor for Developing Chronic Low Back Pain. Spine. 2013;38(2):133-139. Bron | DOI
  8. Ajeganova S, Andersson ML, Hafström I. Association of obesity with worse disease severity in rheumatoid arthritis as well as with comorbidities: A long-term followup from disease onset. Arthritis Care & Research. 2013;65(1):78-87. Bron | DOI
  9. Campbell JM, Lane M, Owens JA, Bakos HW. Paternal obesity negatively affects male fertility and assisted reproduction outcomes: a systematic review and meta-analysis. Reproductive BioMedicine Online. 2015;31(5):593-604. Bron | DOI
  10. Talmor A, Dunphy B. Female Obesity and Infertility. Best Practice & Research Clinical Obstetrics & Gynaecology. 2015;29(4):498-506. Bron | DOI
  11. Carreras-Torres R, Johansson M, Gaborieau V, Haycock PC, Wade KH, Relton CL, et al. The Role of Obesity, Type 2 Diabetes, and Metabolic Factors in Pancreatic Cancer: A Mendelian Randomization Study. JNCI: Journal of the National Cancer Institute. 2017;109(9). Bron | DOI
  12. Aune D, Norat T, Vatten LJ. Body mass index, abdominal fatness and the risk of gallbladder disease. European Journal of Epidemiology. 2015;30(9):1009-1019. Bron | DOI
  13. Campbell JM, Lane M, Owens JA, Bakos HW. Paternal obesity negatively affects male fertility and assisted reproduction outcomes: a systematic review and meta-analysis. Reproductive BioMedicine Online. 2015;31(5):593-604. Bron | DOI
  14. Nigatu YT, Reijneveld SA, de Jonge P, van Rossum E, Bültmann U. The Combined Effects of Obesity, Abdominal Obesity and Major Depression/Anxiety on Health-Related Quality of Life: the LifeLines Cohort Study. PLOS ONE. 2016;11(2):e0148871. Bron | DOI

Samenhang met psychische gezondheid

Overgewicht heeft invloed op psychische gezondheid

Mensen met overgewicht hebben relatief vaak last van discriminatie en stigmatisering. Dit gebeurt met name in de werkomgeving, maar ook als cliënt in de gezondheidszorg (Puhl & Heuer, 2009). 
Ernstig overgewicht (obesitas) hangt samen met angststoornissen en depressies. Dit verband is minder sterk voor mensen met overgewicht (Nigatu et al., 2016). Het is niet altijd duidelijk of obesitas een oorzaak of een gevolg van angststoornissen en depressies is. Zo kan obesitas bij mensen met een depressie het gevolg zijn van gewichtsverhogende effecten van antidepressiva (Uguz et al., 2015). 

Datum publicatie

18-04-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Puhl RM, Heuer CA. The Stigma of Obesity: A Review and Update. Obesity. 2009;17(5):941-964. Bron | DOI
  2. Nigatu YT, Reijneveld SA, de Jonge P, van Rossum E, Bültmann U. The Combined Effects of Obesity, Abdominal Obesity and Major Depression/Anxiety on Health-Related Quality of Life: the LifeLines Cohort Study. PLOS ONE. 2016;11(2):e0148871. Bron | DOI
  3. Uguz F, Sahingoz M, Gungor B, Aksoy F, Askin R. Weight gain and associated factors in patients using newer antidepressant drugs. General Hospital Psychiatry. 2015;37(1):46-48. Bron | DOI

Samenhang met ervaren gezondheid

Minder goede ervaren gezondheid onder mensen met overgewicht

Mensen met overgewicht en obesitas ervaren hun gezondheid als significant slechter dan mensen met een gezond gewicht. Dit blijkt onder andere uit vragenlijstonderzoek van het UMCG onder bijna 90.000 Nederlanders (Nigatu et al., 2016). Ook is het percentage volwassenen dat zich gezond voelt lager bij mensen met overgewicht dan bij volwassenen zonder risicofactoren (overgewicht, roken of overmatig drinken). Zie daarvoor: Ervaren gezondheid en risicofactoren.

Datum publicatie

18-04-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Nigatu YT, Reijneveld SA, de Jonge P, van Rossum E, Bültmann U. The Combined Effects of Obesity, Abdominal Obesity and Major Depression/Anxiety on Health-Related Quality of Life: the LifeLines Cohort Study. PLOS ONE. 2016;11(2):e0148871. Bron | DOI

Gezondheidsgevolgen bij kinderen

Overgewicht bij kinderen leidt nu en later tot gezondheidsproblemen

Overgewicht of obesitas bij kinderen kan tot verschillende gezondheidsproblemen leiden op zowel jonge als latere leeftijd. Bij kinderen met overgewicht is er vaak sprake van comorbiditeit. Vergeleken met kinderen met een gezond gewicht hebben ze vaker een hoog cholesterolgehalte, vaker astma en slaapapneu en meer klachten aan het bewegingsapparaat (Kang et al., 2012Krul et al., 2009; Yamaki et al., 2011). Op latere leeftijd hebben kinderen met overgewicht meer risico op diabetes mellitus type 2, hypertensie, hart- en vaatziekten en zelfs vroegtijdige sterfte (Park et al., 2012). Het risico op hart-en vaatziekten is groter bij een hogere BMI (Skinner et al., 2015). Wanneer iemand al vanaf jonge leeftijd overgewicht heeft, zijn de gezondheidsgevolgen op latere leeftijd extra groot. Er zijn aanwijzingen dat de duur van overgewicht een extra risico betekent voor bijvoorbeeld het ontwikkelen van hart-en vaatziekten (Reis et al., 2013).

Kinderen en tieners met overgewicht vaker psychosociale problemen

Kinderen met overgewicht of obesitas hebben vaker last van psychosociale problemen dan kinderen met een gezond gewicht. Voorbeelden van deze problemen zijn eetstoornissen, een laag zelfvertrouwen en stigmatisering. Meisjes hebben hier meer last van dan jongens. Als de BMI toeneemt, neemt hiermee de kans op psychosociale problemen ook toe (Gibson et al., 2017). Ook bij kinderen hangt obesitas samen met depressies, vooral bij meisjes. Dit verband is niet gevonden bij kinderen met alleen overgewicht (Quek et al., 2017). Ook hier is niet altijd duidelijk of obesitas een oorzaak of een gevolg van angststoornissen en depressies is.

Datum publicatie

18-04-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kang K-T, Lee P-L, Weng W-C, Hsu W-C. Body weight status and obstructive sleep apnea in children. International Journal of Obesity. 2012;36(7):920-924. Bron | DOI
  2. Krul M., van der Wouden J.C, Schellevis F.G, van Suijlekom-Smit L.WA, Koes B.W. Musculoskeletal Problems in Overweight and Obese Children. The Annals of Family Medicine. 2009;7(4):352-356. Bron | DOI
  3. Yamaki K, Rimmer JH, Lowry BD, Vogel LC. Prevalence of obesity-related chronic health conditions in overweight adolescents with disabilities. Research in Developmental Disabilities. 2011;32(1):280-288. Bron | DOI
  4. Park MH, Falconer C, Viner RM, Kinra S. The impact of childhood obesity on morbidity and mortality in adulthood: a systematic review. Obesity Reviews. 2012;13(11):985-1000. Bron | DOI
  5. Skinner AC, Perrin EM, Moss LA, Skelton JA. Cardiometabolic Risks and Severity of Obesity in Children and Young Adults. New England Journal of Medicine. 2015;373(14):1307-1317. Bron | DOI
  6. Reis JP, Loria CM, Lewis CE, Powell-Wiley TM, Wei GS, J. Carr J, et al. Association Between Duration of Overall and Abdominal Obesity Beginning in Young Adulthood and Coronary Artery Calcification in Middle Age. JAMA. 2013;310(3):280. Bron | DOI
  7. Gibson LY, Allen KL, Davis E, Blair E, Zubrick SR, Byrne SM. The psychosocial burden of childhood overweight and obesity: evidence for persisting difficulties in boys and girls. European Journal of Pediatrics. 2017;176(7):925-933. Bron | DOI
  8. Quek Y-H, Tam WWS, Zhang MWB, Ho RCM. Exploring the association between childhood and adolescent obesity and depression: a meta-analysis. Obesity Reviews. 2017;18(7):742-754. Bron | DOI

Maatschappelijke gevolgen

Overgewicht kan leiden tot beperkingen en arbeidsongeschiktheid

Overgewicht en obesitas hebben ook maatschappelijke en economische gevolgen. Het aantal ongezonde levensjaren (doorgebracht met ziekte en beperkingen) als gevolg van overgewicht vergroot de maatschappelijke kosten. Deze kosten zijn deels toe te schrijven aan de gezondheidszorg, maar bestaan vooral uit secundaire kosten door arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim (Crawford et al., 2010). Mensen met overgewicht hebben een verhoogde kans op vroege arbeidsongeschiktheid. Voor mensen met obesitas is dit risico nog hoger (Robroek et al., 2013). 

Datum publicatie

18-04-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Crawford D, Jeffery RW, Ball K, Brug J. Obesity Epidemiology. Oxford University Press; 2010. Bron | DOI
  2. Robroek SJW, Reeuwijk KG, Hillier FC, Bambra CL, van Rijn RM, Burdorf A. The contribution of overweight, obesity, and lack of physical activity to exit from paid employment: a meta-analysis. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health. 2013;39(3):233-240. Bron | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is overgewicht?

    Overgewicht en obesitas (ernstig overgewicht) zijn abnormale of buitensporige opeenhopingen van vet die de gezondheid kunnen beïnvloeden (WHO, 2018). Er zijn verschillende methoden om te bepalen of iemand overgewicht heeft. De body mass index (BMI) is de meest gebruikte maat om (ernstig) overgewicht te definiëren. De BMI is gebaseerd op de verhouding tussen lengte en gewicht. Het gewicht van iemand (in kilogram) gedeeld door het kwadraat van zijn lengte (in meters) geeft de body mass index in kg/m2. De BMI is ingedeeld in de categorieën ondergewicht, gezond gewicht en overgewicht. Overgewicht is onderverdeeld in matig overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas). Naast de body mass index, geven de buikomvang en de huidplooidikte ook een goede indicatie voor de hoeveelheid opgeslagen vet. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. WHO. Factsheet Overweight and obesity. Vol 2018.; 2018. Bron
  • BMI grenswaarden voor volwassenen en kinderen

    De BMI grenswaarden voor overgewicht bij volwassenen zijn vastgesteld door de International Obesity Task Force (Cole et al., 2000). Voor kinderen en jongeren zijn er aparte grenswaarden. Deze zijn gespecificeerd naar leeftijd en geslacht. De tabel met grenswaarden bij volwassen staat hieronder. De tabellen met grenswaarden voor kinderen en jongeren zijn opgenomen in het artikel van Cole et al., 2000

    Internationale categorieën in lichaamsgewicht voor volwassenen naar BMI 

    Categorie

    Grenswaarden BMI (kg/m2)

    Ondergewicht

    <18,5

    Gezond gewicht

    18,50 - 24,99

    Overgewicht

    ≥25,0

    Matig overgewicht

    25,0 - 29,99

    Ernstig overgewicht (obesitas)

    ≥30,0

    Bron: WHO

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Cole TJ, Bellizzi MC, Flegal KM, Dietz WH. Establishing a standard definition for child overweight and obesity worldwide: international survey. BMJ. 2000;320(7244):1240-3. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over overgewicht

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn Overgewicht totaal, matig overgewicht, ernstig overgewicht (obesitas) Nederlandse bevolking vanaf 4 jaar  LSMGezondheidsenquêtePOLS, gezondheid en welzijn
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM Overgewicht totaal, ernstig overgewicht (obesitas) Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVMGezondheidsmonitor volwassenen GGD’en, CBS en RIVM, 2012
    Eurostat Overgewicht totaal, matig overgewicht, ernstig overgewicht (obesitas) Europese bevolking vanaf 15 jaar Eurostat
    Health Behaviour in School/Aged Children (HBSC) Study Overgewicht Europese scholieren van 15 jaar HBSC Internationaal, Inchley et al., 2016

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Inchley J, Currie D, Young T, Samdal O, Torsheim T, Augustson L, et al. Growing up unequal: gender and socioeconomic differences in young people’s health and well-being. Denemarken: World Health Organization; 2016. Bron
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Zelfgerapporteerde versus gemeten gegevens

    Soms worden de gegevens over lichaamsgewicht en -lengte gemeten. Maar meestal zijn gegevens verzameld met behulp van vragenlijsten, waarin mensen zelf hun gewicht en lengte aangeven (zogenoemde zelfgerapporteerde gegevens). Gemeten gegevens zijn vaak betrouwbaarder dan zelfgerapporteerde gegevens. Als mensen zelf hun gewicht en lengte rapporteren, zijn zij geneigd om hun gewicht te onderschatten en hun lengte te overschatten. De cijfers kunnen daardoor een te gunstig beeld geven als het gaat over het aantal mensen met overgewicht (Viet et al., 2003; Connor Gorber S et al., 2007).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Viet AL, van den Hof S, Elvers LH, Ocké MC, Vossenaar M. Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een onderzoek op GGD'en (Regenboogproject). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2003. Bron
    2. Connor Gorber S, Tremblay M, Moher D, Gorber B. A comparison of direct vs. self-report measures for assessing height, weight and body mass index: a systematic review. Obes Rev. 2007;8(4):307-26. Pubmed | DOI
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.