Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

OsteoporoseCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Meer dan half miljoen mensen met osteoporose

Regionaal & Internationaal

Kosten

Zorguitgaven ruim 116 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Vrouwen vaker opgenomen in ziekenhuis dan mannen

Trend voorkomen osteoporose in huisartsenpraktijk

Zorgprevalentie en aantal nieuwe gevallen osteoporose 2011-2019

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
20111001001001007.30039.00015.800112.000
201214211412712010.60045.20020.500136.600
201313210711910410.10043.10019.800120.900
2014105851131048.20035.00019.100123.800
20159879107987.90032.90018.700117.900
20169774103918.00031.40018.500111.400
20179170104917.60030.40019.000114.400
20189966107908.40028.60020.200115.200
20198970108947.80031.40020.700122.200
  • ICPC-code L95
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe diagnoses osteoporose afgenomen

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van osteoporose is in de periode 2011-2019 bij vrouwen met ongeveer 30% afgenomen. Bij mannen is het aantal nieuwe gevallen, na een aanvankelijke toename, eveneens afgenomen. Deze trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van osteoporose laat een vergelijkbare trend zien als de gestandaardiseerde trend. Voor mannen nam het aantal nieuwe gevallen eerst toe van 7.300 in 2011 naar 10.600 in 2012. Daarna nam het aantal af en in 2019 bedroeg het aantal nieuwe gevallen 7.800. Voor vrouwen nam het aantal nieuwe gevallen eerst toe van 39.000 in 2011 naar 45.200 in 2012. Vervolgens nam het aantal af naar 31.400  in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie osteoporose afgenomen

Na een aanvankelijke toename is de zorgprevalentie van osteoporose vanaf 2012 afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Het betreft hier het aantal mensen dat voor deze klacht zorg heeft gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen dat zorg heeft ontvangen voor osteoporose is voor mannen toegenomen van 15.800 in 2011 naar 20.700 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 112.000 in 2011 naar 122.200 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Sterke stijging prevalentie en aantal nieuwe gevallen osteoporose tussen 1991 en 2014

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van osteoporose is in de periode 1991-2014 voor zowel mannen als vrouwen sterk gestegen. Over de gehele periode is het aantal mannen met osteoporose verdrievoudigd en het aantal vrouwen met osteoporose verviervoudigd. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar bekend waren bij de huisarts voor osteoporose. Deze mensen hoeven in dat jaar niet allemaal contact te hebben gehad met de huisarts voor osteoporose.
Ook het gestandaardiseerd aantal nieuwe gevallen van osteoporose is in deze periode toegenomen. Voor mannen was deze toename groter dan voor vrouwen. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen osteoporose 1991-2014 (PDF; 120 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

17-11-2020

Toekomstige trend osteoporose door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met osteoporose door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met osteoporose (jaarprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 41% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 46% voor mannen en 40% voor vrouwen. Omdat osteoporose een aandoening is die vooral bij ouderen voorkomt, leidt vergrijzing van de bevolking tot een toename van het absoluut aantal mensen met osteoporose. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van osteoporose beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Osteoporose

    Osteoporose is een aandoening van het skelet
    Osteoporose is een skeletaandoening die zich kenmerkt door een lage botmineraaldichtheid (botmassa) en een verstoorde samenhang van het botweefsel. Hierdoor is het bot brozer en is de kans op een botbreuk (fractuur) groter. Bij inzakking van de ruggenwervels spreekt men van een wervelfractuur, een compressiefractuur in de wervels, of werveldeformatie. De meest voorkomende osteoporotische fracturen zijn fracturen van wervel, pols en heup.

    Diagnose osteoporose gebaseerd op botmineraaldichtheid
    De daadwerkelijke diagnose osteoporose is gebaseerd op de botmineraaldichtheid (BMD), waarbij de botdichtheidsmeting met behulp van de Dual energy X-ray Absorptiometry (DXA) techniek de gouden standaard vormt. Bij een DXA-meting wordt de BMD van de lumbale wervelkolom en een heup gemeten; dit wordt uitgedrukt in een T-score. De T-score wordt vergeleken met de piekbotmassa (de gemiddelde dichtheid van de botten bij jongvolwassenen) (Lems et al., 2011).

    De indeling van osteoporose op basis van de T-score:

    • Normaal (T-score ≥ -1); de BMD is niet meer dan 1 standaarddeviatie (SD) lager dan de piekbotmassa.
    • Osteopenie (T-score tussen -1 en -2.5); de BMD is verminderd, maar er is nog geen sprake van osteoporose. De botmineraaldichtheid ligt tussen 1 en 2,5 SD onder de gemiddelde piekbotmassa.
    • Osteoporose (T-score ≤ -2.5); de BMD ligt meer dan 2,5 SD onder de gemiddelde piekbotmassa.
    • Ernstige osteoporose; osteoporose gebaseerd op de BMD gaat gepaard met osteoporotische fracturen (Lems et al., 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Lems W.F., Post P.N., van den Bergh J.P.W., Cornelder H.W., Elders P.J.M., Geusens P.P.M., et al. Richtlijn Osteoporose en Fractuurpreventie. Utrecht: CBO; 2011. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over osteoporose

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met osteoporose als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LBZ

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor osteoporose

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.