Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

OsteoporoseCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Meer dan half miljoen mensen met osteoporose

Regionaal & Internationaal

Kosten

Zorguitgaven ruim 116 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Vrouwen vaker opgenomen in ziekenhuis dan mannen

Oorzaken van osteoporose

Risicofactoren osteoporose

  • Hogere leeftijd
  • Vrouwelijk geslacht
  • Genetische factoren (met name heupfractuur van een ouder)
  • Een osteoporotisch fractuur op volwassen leeftijd
  • Gebruik van bepaalde medicijnen (zoals prednison)
  • Inflammatoire aandoeningen
    • Reumatoïde artritis
    • Inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa)
    • COPD (chronische obstructieve longziekten)
  • Onbehandeld hypogonadisme (lage geslachtshormoonspiegels in het bloed)
  • Orgaanfalen (en transplantatie)
  • Schildklieraandoeningen (hyperthyreoïdie)

Osteoporose kan veroorzaakt worden door verschillende factoren

Osteoporose is een aandoening waarbij botten hun massa en kracht verliezen (Raisz, 2005). De maximale botmassa wordt rond de leeftijd van een jongvolwassene bereikt. Hierna vertraagt de botaanmaak en is het normaal dat het bot langzaam kwetsbaarder wordt met de leeftijd. Dit proces kan versneld worden door genetische factoren, hormonale toestanden (met name een tekort aan oestrogenen), andere aandoeningen, leefstijlfactoren en een gebrek aan calcium en vitamine D. Deze factoren vertragen het aanmaakproces verder en/of versnellen het afbraakproces met als gevolg een verminderde botmassa en sterkte; osteoporose (Kanis et al., 2019; Robbins et al., 2010). Osteoporose komt vaker voor bij vrouwen na de menopauze, omdat de verandering in hormoonspiegels (met name een tekort aan oestrogenen) het afbraakproces van het bot versnellen (Raisz, 2005).

Meer informatie

Datum publicatie

18-09-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Raisz LG. Pathogenesis of osteoporosis: concepts, conflicts, and prospects. J Clin Invest. 2005;115(12):3318-25. Pubmed | DOI
  2. Kanis J.A., Cooper C., Rizzoli R., Reginster J.-Y. European guidance for the diagnosis and management of osteoporosis in postmenopausal women. Osteoporosis International. 2019;(1Suppl 61Suppl 1125 SupplS1suppl 1Suppl 394101094):3-44. Bron | DOI
  3. Robbins SL, Cotran RS, Kumar V. Robbins and Cotran Pathologic Basis of Disease. 8th ed. Philadelphia: Saunders Elsevier; 2010. GoogleScholar

Gevolgen van osteoporose

Fracturen ten gevolge van osteoporose

Als gevolg van osteoporose zijn botten kwetsbaarder voor fracturen. Fracturen als gevolg van osteoporose zijn voornamelijk gelokaliseerd in de wervelkolom, heup, boven- en onderarm maar kunnen ook in andere botten optreden. Patiënten kunnen beperkt worden in hun dagelijks functioneren, zoals tijdens het lopen, buigen, opstaan en het dragen of tillen van dingen. Zo kunnen fracturen in de ruggenwervel zorgen voor wervelinzakkingen waardoor er een lengteverlies kan ontstaan dat soms wel kan oplopen tot twintig centimeter. Hierbij verandert de vorm van de wervelkolom waardoor er druk kan ontstaan op interne organen. Met name heupfracturen door osteoporose hebben verregaande gevolgen voor mensen zoals acute pijn en functieverlies, waarbij patiënten in veel gevallen niet volledig herstellen. Ook zijn osteoporotische fracturen geassocieerd met een hogere sterfte (Kanis et al., 2019). Van de ongeveer 15.000 ouderen (55 jaar en ouder) die een heup breken, overlijdt bijna 25% binnen een jaar na het oplopen van de heupfractuur. Daarnaast blijft nog eens 50% permanent invalide (Verhaar et al., 2013).

Meer informatie

Datum publicatie

18-09-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kanis J.A., Cooper C., Rizzoli R., Reginster J.-Y. European guidance for the diagnosis and management of osteoporosis in postmenopausal women. Osteoporosis International. 2019;(1Suppl 61Suppl 1125 SupplS1suppl 1Suppl 394101094):3-44. Bron | DOI
  2. Verhaar H.J.J., Emmelot M.H., Neyens J.C.L. Neiging tot vallen en mobiliteitsstoornissen. In: Het geriatrie formularium: Een praktische leidraad. 3rd ed. Bohn Stafleu van Loghum; 2013. 1. p. 100-107p. DOI

Verantwoording

Definities
  • Osteoporose

    Osteoporose is een aandoening van het skelet
    Osteoporose is een skeletaandoening die zich kenmerkt door een lage botmineraaldichtheid (botmassa) en een verstoorde samenhang van het botweefsel. Hierdoor is het bot brozer en is de kans op een botbreuk (fractuur) groter. Bij inzakking van de ruggenwervels spreekt men van een wervelfractuur, een compressiefractuur in de wervels, of werveldeformatie. De meest voorkomende osteoporotische fracturen zijn fracturen van wervel, pols en heup.

    Diagnose osteoporose gebaseerd op botmineraaldichtheid
    De daadwerkelijke diagnose osteoporose is gebaseerd op de botmineraaldichtheid (BMD), waarbij de botdichtheidsmeting met behulp van de Dual energy X-ray Absorptiometry (DXA) techniek de gouden standaard vormt. Bij een DXA-meting wordt de BMD van de lumbale wervelkolom en een heup gemeten; dit wordt uitgedrukt in een T-score. De T-score wordt vergeleken met de piekbotmassa (de gemiddelde dichtheid van de botten bij jongvolwassenen) (Lems et al., 2011).

    De indeling van osteoporose op basis van de T-score:

    • Normaal (T-score ≥ -1); de BMD is niet meer dan 1 standaarddeviatie (SD) lager dan de piekbotmassa.
    • Osteopenie (T-score tussen -1 en -2.5); de BMD is verminderd, maar er is nog geen sprake van osteoporose. De botmineraaldichtheid ligt tussen 1 en 2,5 SD onder de gemiddelde piekbotmassa.
    • Osteoporose (T-score ≤ -2.5); de BMD ligt meer dan 2,5 SD onder de gemiddelde piekbotmassa.
    • Ernstige osteoporose; osteoporose gebaseerd op de BMD gaat gepaard met osteoporotische fracturen (Lems et al., 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Lems W.F., Post P.N., van den Bergh J.P.W., Cornelder H.W., Elders P.J.M., Geusens P.P.M., et al. Richtlijn Osteoporose en Fractuurpreventie. Utrecht: CBO; 2011. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over osteoporose

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met osteoporose als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LBZ

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor osteoporose

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.