Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

OsteoporoseCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meer dan half miljoen mensen met osteoporose

Regionaal & Internationaal

Kosten

Zorguitgaven ruim 116 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Vrouwen vaker opgenomen in ziekenhuis dan mannen

Prevalentie osteoporose in huisartsenpraktijk

Meer dan een half miljoen personen met osteoporose bekend bij de huisarts

In 2019 hadden naar schatting 505.900 personen osteoporose: 79.700 mannen en 426.100 vrouwen. Dit zijn schattingen op basis van huisartsenregistraties. Dit komt overeen met 9,3 osteoporosepatiënten per 1.000 mannen en 48,8 per 1.000 vrouwen. De prevalentie is voor vrouwen veel groter dan voor mannen. Het aantal personen met osteoporose neemt toe met de leeftijd. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2019 bekend waren bij de huisarts voor osteoporose. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2019 contact te hebben gehad met de huisarts voor osteoporose.

Ruim 140.000 mensen in zorg met osteoporose

In 2019 waren er naar schatting 142.900 mensen met osteoporose die voor deze klacht zorg hebben gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn (zorgprevalentie): 20.700 mannen en 122.200 vrouwen (Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn).

Meer informatie

 

 

Nieuwe gevallen osteoporose in huisartsenpraktijk

Ruim 39.000 nieuwe patiënten met osteoporose in 2019

In 2019 kregen naar schatting 39.200 personen de diagnose osteoporose bij de huisarts: 7.800 mannen en 31.400 vrouwen. Dit komt overeen met 0,9 per 1.000 mannen en 3,6 per 1.000 vrouwen. Het aantal nieuwe patiënten met osteoporose neemt toe met de leeftijd, maar op hogere leeftijd neemt de incidentie af.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Osteoporose

    Osteoporose is een aandoening van het skelet
    Osteoporose is een skeletaandoening die zich kenmerkt door een lage botmineraaldichtheid (botmassa) en een verstoorde samenhang van het botweefsel. Hierdoor is het bot brozer en is de kans op een botbreuk (fractuur) groter. Bij inzakking van de ruggenwervels spreekt men van een wervelfractuur, een compressiefractuur in de wervels, of werveldeformatie. De meest voorkomende osteoporotische fracturen zijn fracturen van wervel, pols en heup.

    Diagnose osteoporose gebaseerd op botmineraaldichtheid
    De daadwerkelijke diagnose osteoporose is gebaseerd op de botmineraaldichtheid (BMD), waarbij de botdichtheidsmeting met behulp van de Dual energy X-ray Absorptiometry (DXA) techniek de gouden standaard vormt. Bij een DXA-meting wordt de BMD van de lumbale wervelkolom en een heup gemeten; dit wordt uitgedrukt in een T-score. De T-score wordt vergeleken met de piekbotmassa (de gemiddelde dichtheid van de botten bij jongvolwassenen) (Lems et al., 2011).

    De indeling van osteoporose op basis van de T-score:

    • Normaal (T-score ≥ -1); de BMD is niet meer dan 1 standaarddeviatie (SD) lager dan de piekbotmassa.
    • Osteopenie (T-score tussen -1 en -2.5); de BMD is verminderd, maar er is nog geen sprake van osteoporose. De botmineraaldichtheid ligt tussen 1 en 2,5 SD onder de gemiddelde piekbotmassa.
    • Osteoporose (T-score ≤ -2.5); de BMD ligt meer dan 2,5 SD onder de gemiddelde piekbotmassa.
    • Ernstige osteoporose; osteoporose gebaseerd op de BMD gaat gepaard met osteoporotische fracturen (Lems et al., 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Lems W.F., Post P.N., van den Bergh J.P.W., Cornelder H.W., Elders P.J.M., Geusens P.P.M., et al. Richtlijn Osteoporose en Fractuurpreventie. Utrecht: CBO; 2011. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over osteoporose

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met osteoporose als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LBZ

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor osteoporose

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.