Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Non-Hodgkin lymfomen (NHL)Cijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Afname sterfte door verbeterde behandeling

Regionaal & Internationaal

Relatief hoge incidentie en sterfte in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 192 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Geen georganiseerde preventie

Trend nieuwe gevallen non-Hodgkin lymfomen

Aantal nieuwe gevallen van non-Hodgkin lymfomen 1990-2017

JaarMannenVrouwen
1990100100
199110296
1992100110
1993107101
1994108106
1995102100
1996111105
1997107106
1998104109
1999100111
2000107116
2001105109
2002110115
2003114118
2004120122
2005117123
2006114126
2007122124
2008124127
2009123124
2010126130
2011123128
2012123124
2013127126
2014123126
2015121122
2016125119
2017122119

Bron: NKR, cijfers gedownload op 6 februari 2018

  • Voor geïncludeerde tumoren, zie verantwoording: definities
  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Geïndexeerd (1990 = 100)
  • De cijfers van 2017 zijn voorlopig
  • ICD-10-codes C82-C88

Vanaf 2010 lichte afname aantal nieuwe gevallen non-Hodgkin lymfomen

Vanaf 2010 is er sprake van een lichte afname van het aantal nieuwe gevallen van non-Hodgkin lymfomen (NHL). In de periode 1990-2007 is het aantal nieuwe gevallen juist licht toegenomen en vervolgens gestabiliseerd. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).

Meer informatie

Trend sterfte non-Hodgkin lymfomen

Sterfte aan non-Hodgkin lymfomen 1996-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
1996100100629528
199795112603595
199898106622574
199994106608576
20009698639540
20019697648537
20029291643509
200394102661578
200492101661579
20058589625528
20068286622511
20077679585476
20087385582521
20097386595541
20107479625505
20117376628492
20127173629487
20137071641479
20146977653530
20156979678553
20167680761570
20177478764560

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes C82-C85, C88
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1996 is 100)
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

 

Sterfte sinds eind jaren negentig gedaald

Vanaf de tweede helft van de jaren negentig tot 2013 is de sterfte door non-Hodgkin lymfomen (NHL) bij zowel mannen als vrouwen afgenomen en vervolgens is de sterfte enigszins gestabiliseerd. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is vanaf de tweede helft van de jaren negentig juist toegenomen. In 1996 overleden 629 mannen en 528 vrouwen aan NHL, in 2017 waren dat 764 mannen en 560 vrouwen.

Afname sterfte het gevolg van verbeterde behandeling

Verbeterde behandeling heeft bijgedragen aan de afname van de gestandaardiseerde sterfte door NHL. De verschillende typen NHL worden steeds specifieker behandeld en er is een omslag van een 'one size fits all'-behandeling naar een individueel toegesneden behandeling. Er is een toenemend inzicht in het ontstaan van de verschillende typen NHL en de genen die een rol spelen bij de kwaadaardige 'ontaarding' van de cellen. Niet alleen worden specifieke genetische variaties meer gericht behandeld, ook worden de genetische variaties in toenemende mate gebruikt om patiënten met dezelfde diagnose, maar met een verschil in risico te onderscheiden.

Meer informatie

Datum publicatie

19-09-2018

Trend overleving non-Hodgkin lymfomen

Supergrafiek; Non-hodgkin lymfoom trend met BI

[container]

Bron: NKR

  • ICD-10-codes C82-C88
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving bij non-Hodgkin lymfomen is verbeterd

De overleving van patiënten met non-Hodgkin lymfomen (NHL) is in een periode van 20 jaar sterk verbeterd. De relatieve vijfjaarsoverleving bedroeg 47,6% voor mensen die in de periode 1991-1995 werden gediagnosticeerd met non-Hodgkin lymfomen en 71,2% voor mensen die hiermee in de periode 2011-2015 werden gediagnosticeerd.

Meer informatie

Toekomstige trend non-Hodgkin lymfomen door demografische ontwikkelingen

Toekomstige stijging aantal nieuwe gevallen van non-Hodgkin lymfomen door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van non-Hodgkin lymfomen in de periode 2015-2040 naar verwachting met 37% stijgen. Voor mannen zal de stijging naar verwachting 40% zijn en voor vrouwen 34%. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van non-Hodgkin lymfomen beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd. 

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat zijn non-Hodgkin lymfomen?

    Lymfoom: ongecontroleerde ontwikkeling en vermenigvuldiging van lymfoïde cellen

    Wanneer lymfoïde cellen zich ongereguleerd ontwikkelen en zich ongecontroleerd vermenigvuldigen, spreekt men van lymfklierkanker of lymfoom. Lymfomen worden in twee categorieën verdeeld: Hodgkin en non-Hodgkin lymfomen. Hodgkin lymfomen (vroeger de ziekte van Hodgkin genoemd) hebben een geheel ander beloop dan non-Hodgkin lymfomen (NHL) en worden op een andere manier behandeld. Hodgkin lymfomen worden hier niet verder besproken.

    Non-Hodgkin lymfomen: meer dan dertig verschillende ziekten

    Non-Hodgkin lymfomen vormen een zeer heterogene groep van kwaadaardige tumoren met een grote variatie in presentatie en klinisch beloop. Er is toenemende consensus over de te gebruiken classificatie. De in 2008 gepubliceerd WHO-classificatie is algemeen en wereldwijd geaccepteerd (Swerdlow et al., 2008). Deze classificatie verdeelt NHL in meer dan dertig verschillende ziekten. Deze hebben allemaal hun typische microscopische beeld, immunologische en genetische eigenschappen en klinische karakteristieken. In grote lijnen zijn er relatief langzaam ontwikkelende (indolente) lymfomen en relatief agressieve tot ook zeer agressieve typen.

    De volgende tumoren zijn geïncludeerd bij het presenteren van het aantal nieuwe gevallen en de prevalentie van NHL (inclusief de trend hierin):

    • B-CLL/kleincellig B-cel lymfoom
    • Indolent non-Hodgkin lymfoom
    • Agressief non-Hodgkin lymfoom
    • Mature T- en NK-celtumoren (excl. huidlymfomen)

    Cutane (huid-) lymfomen, lymfoblastaire leukemie/lymfoom en plasmaceltumoren zijn niet geïncludeerd.

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Swerdlow S.H., Campo E., Harris N.L., Jaffe E.S., Pileri S.A., Stein H. WHO Classification of Tumours of Haematopoietic and Lymphoid Tissues. Oxford Univ Pr; 2008. Bron
  • Stadiumindeling van non-Hodgkin lymfomen

    Vier stadia onderscheiden

    Bij zowel indolente als agressieve lymfomen worden vier stadia onderscheiden (Ann Arbor stadiumindeling). Het stadium waarin de ziekte zich bevindt, is van invloed op de behandeling en de vooruitzichten.

     

    Stadium

    Omschrijving

    I

    ziekte beperkt zich tot één lymfkliergebied, of ziekte beperkt zich tot één orgaan

    II

    ziekte strekt zich uit tot meerdere lymfkliergebieden, maar wèl aan één kant van het middenrif, of één orgaan en één of meer lymfkliergebieden aan dezelfde kant van het middenrif zijn aangetast

    III

    aan beide kanten van het middenrif zijn er aangetaste lymfkliergebieden

    IV

    ziekte heeft zich diffuus verspreid naar organen die niet tot de lymfklierstations horen, zoals de longen, of er zijn afwijkingen in het beenmerg

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over non-Hodgkin lymfomen

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met longkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met NHL als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor NHL

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Geschatte incidentie en sterfte

    Europese bevolking 

    ECIS

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.