Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Nek- en rugklachtenPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Ruim 2 miljoen mensen met nek- en rugklachten

Regionaal & Internationaal

In Limburg meeste rugaandoeningen

Kosten

Kosten van zorg 1,3 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Patiënten gemiddeld 5 dagen in ziekenhuis

Preventie van nek- en rugklachten

Interventies gericht op werknemers

Type interventies

Omschrijving

Persoonlijke interventies

Deze omvatten zowel fysieke benaderingen als psychologische benaderingen, waarbij psychosociale factoren van de werknemer worden aangepakt zoals gedrag, ervaren werkdruk of stress en de omgang met klachten.

Ergonomische interventies

Deze sluiten aan op de persoonlijke interventies en zijn gericht op arbeidsgerelateerde risicofactoren. Interventies betreffen bijvoorbeeld educatie over tiltechnieken, houdinginstructie en aanpassingen van de werkomgeving. 

Organisatorische interventies

Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op de sociale steun van de leidinggevende.

 

Preventie nek- en rugklachten vooral gericht op werknemers

Preventie van nek- en rugklachten vindt vooral plaats in de setting werk en is gericht op werknemers. Het aanbod preventieve interventies op de werkplek bestaat uit drie type interventies: Persoonlijke interventies, ergonomische interventies en organisatorische interventies.

Preventie buiten de werkplek gericht op voorkomen chroniciteit en verergering

Preventie van nek- en rugklachten buiten de werkplek heeft vooral betrekking op preventie van chroniciteit en progressie van de klachten (tertiaire preventie). Veel patiënten met nek- of rugklachten komen terecht bij een eerstelijnszorgverlener, zoals een huisarts, fysiotherapeut, oefentherapeut, manueel therapeut of sportarts.

Veel verschillende beroepsgroepen betrokken bij rugproblematiek

Naast medische en paramedische disciplines zijn veel andere beroepsgroepen actief bij ‘rugproblemen’ betrokken. Bijvoorbeeld bedrijfs- en verzekeringsgeneeskundigen als het gaat om arbeidsreïntegratie of het voorkomen van blijvend disfunctioneren. Dit heeft mede te maken met de hoge maatschappelijke kosten van rugklachten, veroorzaakt door werkverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Nederland kent geen landelijke voorlichtingscampagne

Nederland kent geen landelijke voorlichtingscampagne gericht op het voorkomen van (chronische) nek- en rugklachten. In sommige landen, zoals Australië, Schotland en Noorwegen, bestaan voorlichtingscampagnes voor het brede publiek.  

Verantwoording

Definities
  • Nek- en rugklachten

    Nek- en rugklachten (dorsopathieën) zijn de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Het is een verzameling aandoeningen met diverse of onbekende oorzaken. Rugklachten worden meestal ingedeeld in specifieke en aspecifieke rugklachten.

    • Specifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij sprake is van een aantoonbare lichamelijke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn een hernia nuclei pulposi (HNP), een infectie, een ontsteking, een fractuur of een tumor.
    • Aspecifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij geen specifieke oorzaak aantoonbaar is. Dit is bij de meeste mensen met rugklachten het geval (Van Tulder & Koes, 2013).

    Rugklachten ook naar duur ingedeeld

    Tot nu toe kunnen aspecifieke rugklachten niet op een betrouwbare manier verdeeld worden naar de precieze lokalisatie van de pijnklachten en/of welk type weefsel is aangedaan, bijvoorbeeld de spieren, pezen, of gewrichten. Hoewel duidelijk is dat rugklachten vaak terugkomen (Van Tulder & Koes, 2013), worden de klachten in de internationale literatuur meestal ingedeeld op basis van hoe lang ze duren (Koes et al., 2010):

    • Acute rugklachten (duur van minder dan 6 weken)
    • Subacute rugklachten (duur van 6 tot 12 weken)
    • Chronische rugklachten (duur van meer dan 12 weken)

    De ICD-10 maakt het volgende onderscheid:

    • M45: spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew)
    • M46: overige inflammatoire spondylopathieën
    • M47: spondylose (artrose van de wervelkolom)
    • M48: overige spondylopathieën
    • M50-51: aandoeningen van de tussenwervelschijven (waaronder hernia nuclei pulposi)
    • M53: overige dorsopathieën, niet elders geclassificeerd
    • M54: dorsalgie

    Houdingsafwijkingen, (ICD-10 code M40 en M41), vallen niet onder de geselecteerde aandoeningen. In deze ziektebeschrijving staat vooral informatie over rugklachten omdat hierover het meeste bekend is.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over nek- en rugklachten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ)

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    LIPZ opgegaan in NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH-Limburg)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    RNH-Limburg

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor nek- en rugklachten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.