Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Nek- en rugklachtenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met nek- en rugklachten

Regionaal & Internationaal

In Zuid-Limburg meeste rugaandoeningen

Kosten

Uitgaven aan zorg 937 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Patiënten gemiddeld 4,4 dag in ziekenhuis

Trend prevalentie langdurige/chronische nek- en rugklachten in huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie langdurige/chronische nek- en rugklachten 2011-2019

JaarTotaal, mannenTotaal, vrouwenICPC L83, mannenICPC L83, vrouwenICPC L84, mannenICPC L84, vrouwenICPC L86, mannenICPC L86, vrouwenTotaal, mannen (absoluut)Totaal, vrouwen (absoluut)ICPC L83, mannen (absoluut)ICPC L83, vrouwen (absoluut)ICPC L84, mannen (absoluut)ICPC L84, vrouwen (absoluut)ICPC L86, mannen (absoluut)ICPC L86, vrouwen (absoluut)
2011100100100100100100100100294.600413.10044.70055.00061.100123.900200.000253.000
20121051069697115115104104311.900441.50043.50054.00072.100144.700208.900264.700
20131051079092124120103104315.200450.30041.10051.60079.100154.200208.400267.500
20141071108784129125106109327.700468.50040.00047.40084.700163.600217.000282.100
20151081118384131128107110334.000479.60038.40047.60088.500169.700221.400288.100
20161051088279129127104106330.700474.10038.20045.20089.400173.200217.100281.600
20171061097977136135103104337.600483.70037.00044.20096.300187.200218.400278.700
20181071118178141140103106345.200499.20038.30044.900102.100196.700219.800285.400
20191051077572140136101101343.700484.60035.90042.000103.900194.000219.000275.100
  • Totaal: ICPC-codes L83, L84 en L86
  • ICPC-code L83: Syndroom cervicale wervelkolom
  • ICPC-code L84: Artrose/spondylose wervelkolom
  • ICPC-code L86: Lage-rugpijn met uitstraling
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie nek- en rugklachten vrijwel constant in periode 2011-2019

In de periode 2011-2019 was het totaal aantal mensen met langdurige of chronische nek- en rugklachten dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) vrijwel constant, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Wanneer we onderscheid maken naar type en locatie van de klachten dan zien we in dezelfde periode een afname (ongeveer 25%) van mensen met klachten aan de halswervels (cervicale wervelkolom), waaronder nekhernia. Het aantal mensen met klachten door slijtage van de tussenwervelschijven (artrose/spondylose van de wervelkolom) is juist toegenomen (ongeveer 40%). 
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde totaal aantal mensen met langdurige/chronische nek- en rugklachten dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 295.000 in 2011 naar 343.700 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 413.000 in 2011 naar 484.600 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie nek- en rugklachten voor vrouwen licht gestegen tussen 1991 en 2014 

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van nek-en rugklachten is in de periode 1991-2014 voor vrouwen met ongeveer een kwart gestegen en voor mannen vrijwel constant gebleven. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen nek- en rugklachten 1991-2014 (PDF; 123 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

16-11-2020

Trend aantal nieuwe gevallen acute nek- en rugklachten in huisartsenpraktijk

Aantal nieuwe gevallen acute nek- en rugklachten 2011-2019

JaarTotaal, mannenTotaal, vrouwenICPC L01, mannenICPC L01, vrouwenICPC L02, mannenICPC L02, vrouwenICPC L03, mannenICPC L03, vrouwenTotaal, mannen (absoluut)Totaal, vrouwen (absoluut)ICPC L01, mannen (absoluut)ICPC L01, vrouwen (absoluut)ICPC L02, mannen (absoluut)ICPC L02, vrouwen (absoluut)ICPC L03, mannen (absoluut)ICPC L03, vrouwen (absoluut)
2011100100100100100100100100675.600926.000150.400242.500197.900291.100327.400392.400
2012991001001001061069495670.000928.700151.000242.600209.800309.400309.200376.600
201398101991001081109295672.000947.400151.300245.700216.600324.600304.100377.200
2014981001001011121128990676.500944.600153.500249.800226.600333.700296.500361.200
2015939795981101128285648.200919.400147.000242.000223.300335.200277.900342.200
2016919494971111117880643.800908.200147.000243.800228.400335.900268.400328.500
201795981001011161168183680.200951.400157.500255.500240.800353.800281.900342.100
20189597971001181158082679.700948.900155.300254.000246.200354.000278.200340.900
2019929496981161147676603.500810.000141.100223.600224.100310.100238.300276.300
  • Totaal: ICPC-codes L01, L02 en L03
  • ICPC-code L01: Neksymptomen/-klachten (exclusief ICPC-code N01)
  • ICPC-code L02: Rugsympyomen/-klachten
  • ICPC-code L03: Lage-rugpijn zonder uitstraling (exclusief ICPC-code L86)
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe gevallen nek- en rugklachten vrijwel constant in periode 2011-2019

In de periode 2011-2019 was het totaal aantal acute nek- en rugklachten dat door de huisarts is geregistreerd vrijwel constant, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Wanneer we onderscheid maken naar type en locatie van de klachten dan zien we in dezelfde periode een afname (ongeveer 25%) van het aantal gevallen van acute lage rugpijn (zonder uitstraling). Het aantal andere acute rugklachten is juist iets toegenomen (ongeveer 15%). 
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde totaal aantal acute nek- en rugklachten is voor mannen afgenomen van 675.600 in 2011 tot 603.500 in 2019 en voor vrouwen van 926.000 in 2011 tot 810.000 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Aantal nieuwe gevallen nek- en rugklachten voor vrouwen licht gestegen tussen 1991 en 2014 

In de periode 1991-2014 was er geen duidelijke trend in het aantal nieuwe gevallen van nek- en rugklachten. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen nek- en rugklachten 1991-2014 (PDF; 123 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

16-11-2020

Trend prevalentie nek- en rugklachten in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie nek- en rugklachten naar opleiding 2011-2018

25 tot en met 54 jaar
JaarLaagMiddelbaarHoog
2011183,6127,583,3
2012180,6130,686,3
2013183,1132,690,2
2014177,3134,590,9
2015175,2130,290,2
2016168,1126,986,4
2017170,9128,189,9
2018170,4129,290,2
  • ICPC-codes L01-L03, L83, L84, L86
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau = hbo of wo

Verschillen prevalentie nek- en rugklachten tussen opleidingsniveaus vrijwel constant

De grafiek toont de trend in de jaarprevalentie van nek- en rugklachten onder 25- tot en met 54-jarigen in de registratie van huisartsen. Hierbij is de groep ingeschreven patiënten opgedeeld in drie opleidingsniveaus. Nek- en rugklachten komen relatief meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. In de periode 2011-2018 waren de verschillen in de jaarprevalentie tussen de verschillende opleidingsniveaus vrijwel constant. De jaarprevalentie onder 25- tot en met 54-jarigen is voor alle opleidingsniveaus nagenoeg gelijk gebleven.

Meer informatie

Datum publicatie

02-12-2020

Toekomstige trend nek- en rugklachten door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met nek- en rugklachten door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met nek- en rugklachten (jaarprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 16% stijgen. Dit geldt zowel voor mannen als vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van nek- en rugklachten beïnvloeden. 

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Nek- en rugklachten

    Nek- en rugklachten (dorsopathieën) zijn de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Het is een verzameling aandoeningen met diverse of onbekende oorzaken. Rugklachten worden meestal ingedeeld in specifieke en aspecifieke rugklachten.

    • Specifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij sprake is van een aantoonbare lichamelijke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn een hernia nuclei pulposi (HNP), een infectie, een ontsteking, een fractuur of een tumor.
    • Aspecifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij geen specifieke oorzaak aantoonbaar is. Dit is bij de meeste mensen met rugklachten het geval (Van Tulder & Koes, 2013).

    Rugklachten ook naar duur ingedeeld

    Tot nu toe kunnen aspecifieke rugklachten niet op een betrouwbare manier verdeeld worden naar de precieze lokalisatie van de pijnklachten en/of welk type weefsel is aangedaan, bijvoorbeeld de spieren, pezen, of gewrichten. Hoewel duidelijk is dat rugklachten vaak terugkomen (Van Tulder & Koes, 2013), worden de klachten in de internationale literatuur meestal ingedeeld op basis van hoe lang ze duren (Koes et al., 2010):

    • Acute rugklachten (duur van minder dan 6 weken)
    • Subacute rugklachten (duur van 6 tot 12 weken)
    • Chronische rugklachten (duur van meer dan 12 weken)

    De ICD-10 maakt het volgende onderscheid:

    • M45: spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew)
    • M46: overige inflammatoire spondylopathieën
    • M47: spondylose (artrose van de wervelkolom)
    • M48: overige spondylopathieën
    • M50-51: aandoeningen van de tussenwervelschijven (waaronder hernia nuclei pulposi)
    • M53: overige dorsopathieën, niet elders geclassificeerd
    • M54: dorsalgie

    Houdingsafwijkingen, (ICD-10 code M40 en M41), vallen niet onder de geselecteerde aandoeningen. In deze ziektebeschrijving staat vooral informatie over rugklachten omdat hierover het meeste bekend is.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over nek- en rugklachten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ)

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    LIPZ opgegaan in NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Medische Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LBZ

    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor nek- en rugklachten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.