Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Nek- en rugklachtenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Ruim 2 miljoen mensen met nek- en rugklachten

Regionaal & Internationaal

In Limburg meeste rugaandoeningen

Kosten

Kosten van zorg 1,3 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Patiënten gemiddeld 5 dagen in ziekenhuis

Trend in aantal mensen met nek- en rugklachten

Jaarprevalentie van nek- en rugklachten, 1990-2015

MannenVrouwen
1991100100
19929899
199398101
199499102
1995100105
1996101107
1997100108
199899108
199997108
200097108
200198109
200299111
2003102115
2004103118
2005104120
2006103120
2007104121
2008103121
2009103122
2010102123
2011102124
2012101125
201399124
201498123

Bron: RNH-Limburg

  • 3-jaars voortschrijdend gemiddelde
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1991 = 100)
  • ICPC-codes L01-L03, L83, L84, L86 

Aantal patiënten met nek- en rugklachten toegenomen

Het aantal patiënten met nek- en rugklachten (prevalentie) laat over de periode 1990-2015 een vrij constant beeld zien voor mannen. Voor vrouwen is de prevalentie licht gestegen. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie) (RNFM, voorheen RNH-Limburg-Limburg). De trends worden waarschijnlijk vanaf 2006 onderschat, omdat mensen sinds dat jaar rechtstreeks naar de fysiotherapeut of oefentherapeut kunnen gaan zonder tussenkomst van de huisarts. Het percentage mensen dat zonder verwijsbrief naar de fysiotherapeut gaat steeg van 32% in 2008 naar 42% in 2011. Voor oefentherapie steeg dit percentage van 13% in 2008 naar 31% in 2011 (LiPZ).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. RNFM, voorheen RNH-Limburg, Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht voorheen: Registratienet Huisartspraktijken Limburg. zorggegevens.nl
  2. LiPZ, Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg. zorggegevens.nl

Trend in aantal nieuwe gevallen met nek- en rugklachten

Aantal nieuwe gevallen van nek- en rugklachten, 1991-2015

MannenVrouwen
1992100100
19939287
19948779
19958392
19967793
19977093
19987085
19996781
20006773
20016069
20026573
20037284
20048085
20058084
20067988
20078399
200884107
200987115
201084108
201181104
20126689
20136080
20145368

Bron: RNH-Limburg

  • 3-jaars voortschrijdend gemiddelde
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1992 = 100)
  • ICPC-codes L01-L03, L83, L84, L86 

Geen eenduidige trend in nieuwe patiënten met nek- en rugklachten

Er is geen duidelijke trend waarneembaar in het aantal nieuwe patiënten met nek- en rugklachten in de periode 1991-2015. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie) (RNFM, voorheen RNH-Limburg-Limburg). De trends worden waarschijnlijk vanaf 2006 onderschat, omdat mensen sinds dat jaar rechtstreeks naar de fysiotherapeut of oefentherapeut kunnen gaan zonder tussenkomst van de huisarts. Het percentage mensen dat zonder verwijsbrief naar de fysiotherapeut gaat steeg van 32% in 2008 naar 42% in 2011. Voor oefentherapie steeg dit percentage van 13% in 2008 naar 31% in 2011 (LiPZ).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. RNFM, voorheen RNH-Limburg, Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht voorheen: Registratienet Huisartspraktijken Limburg. zorggegevens.nl
  2. LiPZ, Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg. zorggegevens.nl

Toekomstige trend nek- en rugklachten door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met  nek- en rugklachten door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met nek- en rugklachten (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 14% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 13% voor mannen en 14% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van nek- en rugklachten beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Nek- en rugklachten

    Nek- en rugklachten (dorsopathieën) zijn de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Het is een verzameling aandoeningen met diverse of onbekende oorzaken. Rugklachten worden meestal ingedeeld in specifieke en aspecifieke rugklachten.

    • Specifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij sprake is van een aantoonbare lichamelijke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn een hernia nuclei pulposi (HNP), een infectie, een ontsteking, een fractuur of een tumor.
    • Aspecifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij geen specifieke oorzaak aantoonbaar is. Dit is bij de meeste mensen met rugklachten het geval (Van Tulder & Koes, 2013).

    Rugklachten ook naar duur ingedeeld

    Tot nu toe kunnen aspecifieke rugklachten niet op een betrouwbare manier verdeeld worden naar de precieze lokalisatie van de pijnklachten en/of welk type weefsel is aangedaan, bijvoorbeeld de spieren, pezen, of gewrichten. Hoewel duidelijk is dat rugklachten vaak terugkomen (Van Tulder & Koes, 2013), worden de klachten in de internationale literatuur meestal ingedeeld op basis van hoe lang ze duren (Koes et al., 2010):

    • Acute rugklachten (duur van minder dan 6 weken)
    • Subacute rugklachten (duur van 6 tot 12 weken)
    • Chronische rugklachten (duur van meer dan 12 weken)

    De ICD-10 maakt het volgende onderscheid:

    • M45: spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew)
    • M46: overige inflammatoire spondylopathieën
    • M47: spondylose (artrose van de wervelkolom)
    • M48: overige spondylopathieën
    • M50-51: aandoeningen van de tussenwervelschijven (waaronder hernia nuclei pulposi)
    • M53: overige dorsopathieën, niet elders geclassificeerd
    • M54: dorsalgie

    Houdingsafwijkingen, (ICD-10 code M40 en M41), vallen niet onder de geselecteerde aandoeningen. In deze ziektebeschrijving staat vooral informatie over rugklachten omdat hierover het meeste bekend is.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over nek- en rugklachten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ)

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    LIPZ opgegaan in NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH-Limburg)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    RNH-Limburg

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor nek- en rugklachten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.