Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Nek- en rugklachtenCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met nek- en rugklachten

Regionaal & Internationaal

In Limburg meeste rugaandoeningen

Kosten

Uitgaven aan zorg 937 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Patiënten gemiddeld 5 dagen in ziekenhuis

Oorzaken rugklachten

Risicofactoren

Voorbeelden

(Ongezonde) leefstijl

  • Roken
  • Obesitas
  • Lichamelijke fitheid

(Werkgerelateerde) psychosociale stressoren

  • Stress
  • Monotone werkzaamheden

Fysiek (zwaar) werk

 

  • Zwaar tillen
  • Verkeerde manier van tillen
  • Veelvuldig draaien en buigen van de romp
  • Werken in afwijkende houding (geknield, gehurkt, etc.)

Verkeerde houding

  • Lang autorijden
  • Lang staan

Specifieke oorzaken van rugklachten worden zelden gevonden

Specifieke oorzaken voor rugklachten worden bijna nooit gevonden.  Van alle gevallen van bijvoorbeeld acute lagerugpijn is ongeveer 95% aspecifiek. Bij aspecifieke lagerugpijn is geen specifieke lichamelijke oorzaak aanwijsbaar. Een veel gehanteerde hypothese is dat aspecifieke lagerugpijn te maken heeft met overbelasting van bijvoorbeeld tussenwervelschijven, gewrichten, zenuwen en spieren van de wervelkolom (NHG-werkgroep, 2017). Bij slechts een klein deel van de patiënten kan een specifieke oorzaak worden aangewezen zoals een wervelfratuur, maligniteiten, axiale spondyloartritis (ziekte van Bechterew), spondylolisthesis (afschuiving wervel), spondylodiscitis (epiduraal abces), cauda equina syndroom en spinale epidurale bloeding (NHG-werkgroep, 2017; Hartvigsen et al., 2018).

Verschillende risicofactoren voor het ontstaan van rugklachten

Naast leeftijd zijn er nog een aantal andere factoren die worden geassocieerd met het ontstaan van aspecifieke lagerugpijn (zie tabel). Voor het ontstaan van nekklachten is o.a. beeldschermwerk een risicofactor (Gezondheidsraad, 2012).

Meer informatie

Datum publicatie

16-07-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NHG-werkgroep. NHG-Standaard Aspecifieke lagerugpijn. Vol 2019.; 2017. Bron
  2. Hartvigsen J, Hancock MJ, Kongsted A, Louw Q, Ferreira ML, Genevay S, et al. What low back pain is and why we need to pay attention. Lancet. 2018;391(10137):2356-2367. Bron | Pubmed | DOI
  3. Gezondheidsraad. Beeldschermwerken. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
  4. Vlaeyen JWS, Maher CG, Wiech K, Van Zundert J, Meloto CBeral, Diatchenko L, et al. Low back pain. Nat Rev Dis Primers. 2018;4(1):52. Bron | Pubmed | DOI
  5. Gezondheidsraad. Staand, geknield en gehurkt werken. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron

Gevolgen voor functioneren

Rugklachten leiden tot pijn en verminderd functioneren

Belangrijke symptomen van aspecifieke rugklachten zijn (diffuse, zeurende) pijn en verminderd lichamelijk functioneren (door bijvoorbeeld stijfheid) bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en werk. De Global Burden of Disease study toont aan dat lage rugpijn, van de 359 onderzochte ziekten, de aandoening is die leidt tot de meeste levensjaren met beperkingen (years lived with disability) (Institute for Health Metrics and Evaluation (IHME), 2018). 

Beloop van rugklachten in veel gevallen gunstig

Het beloop van aspecifieke rugklachten lijkt in veel gevallen gunstig. Ongeveer 50-75% van de patiënten herstelt (grotendeels) binnen 6 weken. Naar schatting ontwikkelt circa 25-50% van de patiënten, in meer of mindere mate, chronische klachten (klachtenduur ≥ 12 weken). Bij deze patiënten is de kans op herstel kleiner. Rugklachten komen vaker en ernstiger terug bij mensen die in het verleden vaak of langdurig rugklachten hebben gehad (NHG-werkgroep, 2017Tulder & Koes, 2013).

Meer informatie

Datum publicatie

16-07-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Institute for Health Metrics and Evaluation(IHME). Findings from the Global Burden of Disease Study 2017. Seattle, WA: IHME; 2018. Bron
  2. NHG-werkgroep. NHG-Standaard Aspecifieke lagerugpijn. Vol 2019.; 2017. Bron
  3. Tulder MW, Koes BW. Evidence-based handelen bij lage rugpijn: epidemiologie, preventie, diagnostiek, behandeling en richtlijnen. Houten; 2013. Bron

Verantwoording

Definities
  • Nek- en rugklachten

    Nek- en rugklachten (dorsopathieën) zijn de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Het is een verzameling aandoeningen met diverse of onbekende oorzaken. Rugklachten worden meestal ingedeeld in specifieke en aspecifieke rugklachten.

    • Specifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij sprake is van een aantoonbare lichamelijke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn een hernia nuclei pulposi (HNP), een infectie, een ontsteking, een fractuur of een tumor.
    • Aspecifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij geen specifieke oorzaak aantoonbaar is. Dit is bij de meeste mensen met rugklachten het geval (Van Tulder & Koes, 2013).

    Rugklachten ook naar duur ingedeeld

    Tot nu toe kunnen aspecifieke rugklachten niet op een betrouwbare manier verdeeld worden naar de precieze lokalisatie van de pijnklachten en/of welk type weefsel is aangedaan, bijvoorbeeld de spieren, pezen, of gewrichten. Hoewel duidelijk is dat rugklachten vaak terugkomen (Van Tulder & Koes, 2013), worden de klachten in de internationale literatuur meestal ingedeeld op basis van hoe lang ze duren (Koes et al., 2010):

    • Acute rugklachten (duur van minder dan 6 weken)
    • Subacute rugklachten (duur van 6 tot 12 weken)
    • Chronische rugklachten (duur van meer dan 12 weken)

    De ICD-10 maakt het volgende onderscheid:

    • M45: spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew)
    • M46: overige inflammatoire spondylopathieën
    • M47: spondylose (artrose van de wervelkolom)
    • M48: overige spondylopathieën
    • M50-51: aandoeningen van de tussenwervelschijven (waaronder hernia nuclei pulposi)
    • M53: overige dorsopathieën, niet elders geclassificeerd
    • M54: dorsalgie

    Houdingsafwijkingen, (ICD-10 code M40 en M41), vallen niet onder de geselecteerde aandoeningen. In deze ziektebeschrijving staat vooral informatie over rugklachten omdat hierover het meeste bekend is.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over nek- en rugklachten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ)

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    LIPZ opgegaan in NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH-Limburg)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    RNH-Limburg

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor nek- en rugklachten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.