Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Nek- en rugklachtenCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Ruim 2 miljoen mensen met nek- en rugklachten

Regionaal & Internationaal

In Limburg meeste rugaandoeningen

Kosten

Kosten van zorg 1,3 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Patiënten gemiddeld 5 dagen in ziekenhuis

Oorzaken rugklachten

Aantal patiënten bij wie een specifieke ernstige oorzaak is gevonden

Steekproef van 1.172 patiënten met lage rugpijn in de eerstelijnszorg

Diagnose

Aantal patiënten

Prevalentie

(95% BI)a

Wervelfractuur

8

0,7 (0,4–1,3)

Kanker

0

0,0 (0,0–0,3)

Infectie

0

0,0 (0,0–0,3)

Cauda equina syndroom

1

0,1 (0,0–0,5)

Inflammatoire aandoening

2

0,2 (0,1–0,6)

Totaal

11

0,9 (0,5–1,7)

Specifieke oorzaken van rugklachten worden zelden gevonden

Specifieke oorzaken voor de rugklachten worden bijna nooit gevonden. Uit onderzoeken in de Verenigde Staten blijkt dat van de patiënten in de eerstelijnsgezondheidszorg ongeveer 4% een fractuur heeft, 3% spondylolisthesis (verschuiving van wervel in voorwaartse richting), 0,7% een tumor of uitzaaiing, 0,3% spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew) en 0,01% heeft een infectie als oorzaak (Deyo et al., 1992). Bij de overige 92% kan geen oorzaak worden gevonden (aspecifieke klachten). Een meer recente studie uit Australië bevestigt dat specifieke oorzaken bij patiënten met lage rugpijn in de eerstelijnsgezondheidszorg weinig voorkomen (Henschke et al., 2009).

Leeftijd, lichamelijke fitheid en spierkracht lijken rol te spelen

Voor een aantal fysiologische determinanten wordt aangenomen dat ze van invloed zijn op het ontstaan van rugklachten: leeftijd, lichamelijke fitheid en kracht van rug- en buikspieren. Andere fysiologische factoren lijken geen rol te spelen: geslacht, lengte, gewicht, BMI, flexibiliteit van de wervelkolom en structurele afwijkingen van de wervelkolom (bijvoorbeeld scoliose, kyfose, artrose).

Ook fysieke belasting van invloed

Van een aantal fysieke (werkgebonden) factoren wordt aangenomen dat ze een rol spelen in het ontstaan van rugklachten: fysiek zwaar werk, tillen, buigen, draaien, duwen en trekken (en de combinatie van deze laatste drie met tillen), trillingen en ongevallen (Gezondheidsraad, 2012; Burdorf et al., 2003) en staand, geknield en gehurkt werken (Gezondheidsraad, 2012). Beeldschermwerk is een risicofactor voor het ontstaan van nekklachten (Gezondheidsraad, 2012).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Deyo RA, Rainville J, Kent DL. What can the history and physical examination tell us about low back pain? JAMA. 1992;268(6):760-5. Pubmed
  2. Henschke N, Maher CG, Refshauge KM, Herbert RD, Cumming RG, Bleasel J, et al. Prevalence of and screening for serious spinal pathology in patients presenting to primary care settings with acute low back pain. Arthritis Rheum. 2009;60(10):3072-80. Pubmed | DOI
  3. Gezondheidsraad. Tillen tijdens werk. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
  4. Burdorf A, Miedema HS, Verhoeven AC. Risicofactoren voor lage-rugklachten in het beroep. Tijdschrift voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde. 2003;11:6-13. Bron
  5. Gezondheidsraad. Staand, geknield en gehurkt werken. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron
  6. Gezondheidsraad. Beeldschermwerk. Den Haag: Gezondheidsraad; 2012. Bron

Gevolgen voor functioneren

Man met rugoijn

Rugklachten leiden tot pijn en verminderd functioneren

Belangrijke symptomen van aspecifieke rugklachten zijn pijn en verminderd lichamelijk functioneren bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en werk. De Global Burden of Disease study toont dat lage rugpijn van 289 onderzochte ziekten de aandoening is die leidt tot de meeste levensjaren met beperkingen (years lived with disability) (Vos, 2012). Meestal zijn er bij klachten geen afwijkingen te zien op een röntgenfoto of CT/MRI. Maar omgekeerd, als er wel afwijkingen op een röntgenfoto of CT/MRI zichtbaar zijn, betekent dat ook niet per se dat iemand klachten heeft (Wassenaar et al., 2012; van Rijn et al., 2012).

Beloop van rugklachten meestal gunstig

Het beloop van aspecifieke rugklachten lijkt in de meeste gevallen gunstig. Van de mensen met rugklachten in de algemene bevolking herstelt ongeveer 50% binnen een week. Zo’n 95% herstelt binnen drie maanden (Pengel et al., 2003). Van de patiënten die bij de huisarts komen, herstelt ongeveer 50% binnen zes weken. Rugklachten komen vaker en ernstiger terug bij mensen die in het verleden vaak of langdurig rugklachten hebben gehad (Tulder & Koes, 2013).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Wassenaar M, van Rijn RM, van Tulder MW, Verhagen AP, van der Windt DAWM, Koes BW, et al. Magnetic resonance imaging for diagnosing lumbar spinal pathology in adult patients with low back pain or sciatica: a diagnostic systematic review. Eur Spine J. 2012;21(2):220-7. Pubmed | DOI
  2. van Rijn RM, Wassenaar M, Verhagen AP, Ostelo RWJG, Ginai AZ, de Boer MR, et al. Computed tomography for the diagnosis of lumbar spinal pathology in adult patients with low back pain or sciatica: a diagnostic systematic review. Eur Spine J. 2012;21(2):228-39. Pubmed | DOI
  3. Tulder MW, Koes BW. Evidence-based handelen bij lage rugpijn: epidemiologie, preventie, diagnostiek, behandeling en richtlijnen. Houten; 2013. Bron

Verantwoording

Definities
  • Nek- en rugklachten

    Nek- en rugklachten (dorsopathieën) zijn de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Het is een verzameling aandoeningen met diverse of onbekende oorzaken. Rugklachten worden meestal ingedeeld in specifieke en aspecifieke rugklachten.

    • Specifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij sprake is van een aantoonbare lichamelijke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn een hernia nuclei pulposi (HNP), een infectie, een ontsteking, een fractuur of een tumor.
    • Aspecifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij geen specifieke oorzaak aantoonbaar is. Dit is bij de meeste mensen met rugklachten het geval (Van Tulder & Koes, 2013).

    Rugklachten ook naar duur ingedeeld

    Tot nu toe kunnen aspecifieke rugklachten niet op een betrouwbare manier verdeeld worden naar de precieze lokalisatie van de pijnklachten en/of welk type weefsel is aangedaan, bijvoorbeeld de spieren, pezen, of gewrichten. Hoewel duidelijk is dat rugklachten vaak terugkomen (Van Tulder & Koes, 2013), worden de klachten in de internationale literatuur meestal ingedeeld op basis van hoe lang ze duren (Koes et al., 2010):

    • Acute rugklachten (duur van minder dan 6 weken)
    • Subacute rugklachten (duur van 6 tot 12 weken)
    • Chronische rugklachten (duur van meer dan 12 weken)

    De ICD-10 maakt het volgende onderscheid:

    • M45: spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew)
    • M46: overige inflammatoire spondylopathieën
    • M47: spondylose (artrose van de wervelkolom)
    • M48: overige spondylopathieën
    • M50-51: aandoeningen van de tussenwervelschijven (waaronder hernia nuclei pulposi)
    • M53: overige dorsopathieën, niet elders geclassificeerd
    • M54: dorsalgie

    Houdingsafwijkingen, (ICD-10 code M40 en M41), vallen niet onder de geselecteerde aandoeningen. In deze ziektebeschrijving staat vooral informatie over rugklachten omdat hierover het meeste bekend is.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over nek- en rugklachten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ)

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    LIPZ opgegaan in NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH-Limburg)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    RNH-Limburg

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor nek- en rugklachten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.