Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Nek- en rugklachtenCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met nek- en rugklachten

Regionaal & Internationaal

In Limburg meeste rugaandoeningen

Kosten

Kosten van zorg 1,3 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Patiënten gemiddeld 5 dagen in ziekenhuis

Prevalentie nek- en rugklachten naar leeftijd en geslacht in de huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie van nek- en rugklachten 2018

MannenVrouwen
0-47,107,23
5-913,3813,88
10-1424,8034,04
15-1942,4763,10
20-2450,6979,63
25-2971,30106,17
30-3486,23118,37
35-39100,31134,21
40-44115,77145,43
45-49126,46153,97
50-54136,36164,99
55-59145,07178,48
60-64157,91187,93
65-69156,37197,87
70-74161,78216,20
75-79182,28250,60
80-84205,19279,38
85+204,06285,57
  • ICPC-codes L01-L03, L83, L84, L86

Ruim 2 miljoen mensen met nek- en rugklachten

In 2018 waren er naar schatting 2.064.900 mensen bekend bij de huisarts met de diagnose nek- en rugklachten: 871.100 mannen en 1.193.800 vrouwen (jaarprevalentie). Dit komt overeen met 101,8 per 1.000 mannen en 137,6 per 1.000 vrouwen. Op alle leeftijden komen nek- en rugklachten vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het aantal mensen met de ziekte neemt toe met de leeftijd. Nek- en rugklachten omvatten een aantal diagnosecategorieën: acuut, langdurig of chronisch. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2018 bekend waren bij de huisarts met een van de diagnosecategorieën voor nek- of rugklachten. Deze mensen hoeven hiervoor niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts.

Meer informatie

Datum publicatie

11-09-2019

Aantal nieuwe gevallen van nek- en rugklachten in de huisartsenpraktijk

Aantal nieuwe patiënten naar soort klachten 2018

Soort klachten [ICPC-code]

Absolute aantallen

Aantal per 1.000 personen

 

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Nek symptomen/
klachten [L01, excl. N01]

155.300

254.000

18,2

29,3

Rug symptomen/
klachten [L02]

246.200

354.000

28,8

40,8

Lage-rugpijn zonder
uitstraling [L03, excl. L86]

278.200

340.900

32,5

39,3

Syndroom cervicale
wervelkolom [L83]

19.900

23.000

2,3

2,7

Artrose/ spondylose
wervelkolom [L84]

6.400

12.900

0,8

1,5

Lage-rugpijn met
uitstraling [L86]

112.700

144.000

13,2

16,6

Ruim 600.000 nieuwe gevallen van lage rugpijn zonder uitstraling

In 2018 waren er 619.200 nieuwe gevallen van lage rugpijn zonder uitstraling: 278.200 mannen en 340.900 vrouwen. Het is daarmee de meest voorkomende diagnosecategorie voor nek- en rugklachten. Mensen kunnen één of meerdere klachten hebben en dus voor meerdere diagnosecategorieën bij de huisarts komen, bijvoorbeeld zowel voor rugklachten (ICPC-code L02) als lage-rugpijn (ICPC-code L03). Daarnaast kunnen mensen ook meerdere keren voor dezelfde klacht in één jaar meetellen. Dit geldt alleen voor de acute klachten.

Meer informatie

Datum publicatie

11-09-2019

Nek- en rugklachten naar soort klachten in de huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie per diagnosecategorie 2018

ICPC-codemannenvrouwen
L01143600227800
L02221400311500
L03248800294300
L833830044900
L84102100196700
L86219800285400
  • ICPC-code L01: Nek symptomen/klachten [exclusief ICPC-code N01]
  • ICPC-code L02: Rug symptomen/klachten
  • ICPC-code L03: Lage-rugpijn zonder uitstraling [exclusief ICPC-code L86]
  • ICPC-code L83: Syndroom cervicale wervelkolom
  • ICPC-code L84: Artrose/spondylose wervelkolom
  • ICPC-code L86: Lage-rugpijn met uitstraling

Lage rugpijn zonder uitstraling meest voorkomende klacht

De meest voorkomende klacht bij mannen is lage rugpijn zonder uitstraling (ICPC-code L03). Bij vrouwen komen rugsymptomen/klachten (ICPC-code L02) het meeste voor. Voor alle type klachten geldt dat er meer vrouwen zijn met deze klachten dan mannen. Mensen kunnen één of meerdere klachten hebben. Het totaal aantal mensen met nek- en rugklachten tellen mensen met meer dan één klacht maar één keer mee.

Hernia meest voorkomende specifieke rugklacht

De meest voorkomende specifieke rugklacht is de zogenoemde hernia nuclei pulposi (HNP). In 90-98% van de gevallen zit een HNP in de lage rug (ter hoogte van de ruggenwervels L4-L5 of L5-S1). De belangrijkste kenmerken van een HNP zijn uitstralende pijn in het onderbeen en/of verlies van gevoel en kracht in het onderbeen.

Meer informatie

Datum publicatie

11-09-2019

Aantal mensen met nek- en rugklachten bij de fysio- en oefentherapeut

Fysiotherapeut behandelt nek en rug van patiënt

Ongeveer 1,6 miljoen mensen met nek- en rugklachten bij fysio- of oefentherapeut

In 2015 had ruim 23% van de hele bevolking ten minste één keer contact met de fysio- of oefentherapeut. Meer vrouwen (ruim 26%) dan mannen (ruim 20%) hadden ten minste één keer contact met de therapeut (CBS Statline, 2016). Dit zijn bijna 4 miljoen mensen. Ongeveer 40% van de mensen komt vanwege nek- of rugklachten bij de fysio- of oefentherapeut (er van uitgaande dat het percentage uit 2011 redelijk constant is gebleven) (LiPZ). Dit betekent dat in totaal ongeveer 1,6 miljoen mensen met nek- of rugklachten de fysio- of oefentherapeut bezocht hebben, zowel op eigen initiatief of doorverwijzing door de huisarts. Het betreft hier jaarprevalentie, dat wil zeggen dat iedereen die gedurende 2015 ten minste eenmaal bij de fysiotherapeut of oefentherapeut was vanwege nek- of rugklachten wordt meegeteld.

Verschil huisartsenregistratie en cijfers bij fysiotherapeut

De schattingen vanuit de huisartsregistratie zijn waarschijnlijk een onderschatting. Een deel van de patiënten gaat rechtstreeks naar de fysiotherapeut of oefentherapeut (Cesar of Mensendieck) en zal dus niet altijd gezien worden door de huisarts. Daarnaast gebruikt een deel van de mensen met rugklachten helemaal geen zorg. Dit geeft een onderschatting van het werkelijke aantal personen met nek- en rugklachten. 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. LiPZ, Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg. zorggegevens.nl

Verantwoording

Definities
  • Nek- en rugklachten

    Nek- en rugklachten (dorsopathieën) zijn de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Het is een verzameling aandoeningen met diverse of onbekende oorzaken. Rugklachten worden meestal ingedeeld in specifieke en aspecifieke rugklachten.

    • Specifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij sprake is van een aantoonbare lichamelijke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn een hernia nuclei pulposi (HNP), een infectie, een ontsteking, een fractuur of een tumor.
    • Aspecifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij geen specifieke oorzaak aantoonbaar is. Dit is bij de meeste mensen met rugklachten het geval (Van Tulder & Koes, 2013).

    Rugklachten ook naar duur ingedeeld

    Tot nu toe kunnen aspecifieke rugklachten niet op een betrouwbare manier verdeeld worden naar de precieze lokalisatie van de pijnklachten en/of welk type weefsel is aangedaan, bijvoorbeeld de spieren, pezen, of gewrichten. Hoewel duidelijk is dat rugklachten vaak terugkomen (Van Tulder & Koes, 2013), worden de klachten in de internationale literatuur meestal ingedeeld op basis van hoe lang ze duren (Koes et al., 2010):

    • Acute rugklachten (duur van minder dan 6 weken)
    • Subacute rugklachten (duur van 6 tot 12 weken)
    • Chronische rugklachten (duur van meer dan 12 weken)

    De ICD-10 maakt het volgende onderscheid:

    • M45: spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew)
    • M46: overige inflammatoire spondylopathieën
    • M47: spondylose (artrose van de wervelkolom)
    • M48: overige spondylopathieën
    • M50-51: aandoeningen van de tussenwervelschijven (waaronder hernia nuclei pulposi)
    • M53: overige dorsopathieën, niet elders geclassificeerd
    • M54: dorsalgie

    Houdingsafwijkingen, (ICD-10 code M40 en M41), vallen niet onder de geselecteerde aandoeningen. In deze ziektebeschrijving staat vooral informatie over rugklachten omdat hierover het meeste bekend is.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over nek- en rugklachten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ)

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    LIPZ opgegaan in NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Registratienet Huisartspraktijken Limburg (RNH-Limburg)

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    RNH-Limburg

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor nek- en rugklachten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.