Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Nek- en rugklachtenCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met nek- en rugklachten

Regionaal & Internationaal

In Zuid-Limburg meeste rugaandoeningen

Kosten

Uitgaven aan zorg 937 miljoen in 2017

Preventie & Zorg

Patiënten gemiddeld 4,2 dag in ziekenhuis

Prevalentie nek- en rugklachten naar leeftijd en geslacht in de huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie van nek- en rugklachten 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaal
0-48,07,27,6
5-911,111,911,5
10-1418,124,221,1
15-1933,750,041,7
20-2443,067,655,1
25-2959,286,172,5
30-3474,9103,989,2
35-3988,1112,9100,4
40-4499,4127,1113,3
45-49110,8139,5125,2
50-54120,0146,5133,2
55-59133,9155,9144,8
60-64140,5168,0154,3
65-69147,0176,5161,9
70-74151,6196,6174,6
75-79160,0221,7192,7
80-84192,5255,9228,3
85+203,9274,4250,1
  • ICPC-codes L01-L03, L83, L84, L86

Bijna 1,9 miljoen mensen met nek- en rugklachten

In 2020 waren er naar schatting 1.866.900 mensen bekend bij de huisarts met de diagnose nek- en rugklachten: 793.800 mannen en 1.073.100 vrouwen (jaarprevalentie). Dit komt overeen met 91,6 per 1.000 mannen en 122,3 per 1.000 vrouwen. Op alle leeftijden komen nek- en rugklachten vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het aantal mensen met de ziekte neemt toe met de leeftijd. Nek- en rugklachten omvatten een aantal diagnosecategorieën: acuut, langdurig of chronisch. Van de bijna 1,9 miljoen mensen die bij de huisarts bekend waren met nek- en rugklachten hadden er ongeveer 809.700 langdurige of chronische klachten. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2020 bekend waren bij de huisarts met een van de diagnosecategorieën voor nek- of rugklachten. Deze mensen hoeven hiervoor niet allemaal in 2020 contact te hebben gehad met de huisarts.

Meer informatie

Nek- en rugklachten naar soort klachten in de huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie per diagnosecategorie 2020

ICPC-codemannenvrouwen
L01122900189600
L02204100279800
L03208700243800
L833270040100
L84107700197900
L86207500263800
  • ICPC-code L01: Nek symptomen/klachten [exclusief ICPC-code N01]
  • ICPC-code L02: Rug symptomen/klachten
  • ICPC-code L03: Lage-rugpijn zonder uitstraling [exclusief ICPC-code L86]
  • ICPC-code L83: Syndroom cervicale wervelkolom
  • ICPC-code L84: Artrose/spondylose wervelkolom
  • ICPC-code L86: Lage-rugpijn met uitstraling

Lage rugpijn zonder uitstraling meest voorkomende klacht

De meest voorkomende klacht bij mannen is lage rugpijn zonder uitstraling (ICPC-code L03). Bij vrouwen komen rugsymptomen/-klachten (ICPC-code L02) het meeste voor. Voor alle type klachten geldt dat er meer vrouwen zijn met deze klachten dan mannen. Mensen kunnen één of meerdere klachten hebben. Het totaal aantal mensen met nek- en rugklachten tellen mensen met meer dan één klacht maar één keer mee.

Hernia meest voorkomende specifieke rugklacht

De meest voorkomende specifieke rugklacht is de zogenoemde hernia nuclei pulposi (HNP). In 90-98% van de gevallen zit een HNP in de lage rug (ter hoogte van de ruggenwervels L4-L5 of L5-S1). De belangrijkste kenmerken van een HNP zijn uitstralende pijn in het onderbeen en/of verlies van gevoel en kracht in het onderbeen.

Meer informatie

Nieuwe gevallen nek- en rugklachten in huisartsenpraktijk

Nek- en rugklachten naar type 2020

Soort klachten [ICPC-code]

Absolute aantallen

Per 1.000 personen

 

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Nek symptomen/
klachten [L01, excl. N01]

131.900 206.000 15,2 23,5

Rug symptomen/
klachten [L02]

224.700 313.500 25,9 35,7

Lage-rugpijn zonder
uitstraling [L03, excl. L86]

231.700 277.000 26,7 31,6

Syndroom cervicale
wervelkolom [L83]

15.900 19.200 1,8 2,2

Artrose/ spondylose
wervelkolom [L84]

5.100 8.800

0,6

1,0

Lage-rugpijn met
uitstraling [L86]

100.700 126.600

11,6

14,4

Bijna 540.000 nieuwe gevallen van rugklachten

In 2020 waren er 538.200 nieuwe gevallen van rugsymptomen/-klachten: 224.700 mannen en 313.500 vrouwen. Het is daarmee de meest voorkomende diagnosecategorie voor nek- en rugklachten. Mensen kunnen één of meerdere klachten hebben en dus voor meerdere diagnosecategorieën bij de huisarts komen, bijvoorbeeld zowel voor rugklachten (ICPC-code L02) als lage-rugpijn (ICPC-code L03). Daarnaast kunnen mensen ook meerdere keren voor dezelfde klacht in één jaar meetellen. Dit geldt alleen voor de acute klachten.

Meer informatie

Prevalentie nek- en rugklachten in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie nek- en rugklachten naar opleiding 2018

25 tot en met 54 jaar
LaagMiddelbaarHoog
Toaal170,4129,290,2
Mannen143,3109,176,6
Vrouwen198,4150,4101,6
25-34121,2104,273,6
35-44175,5137,892,5
45-54204,6156,4106,3
  • ICPC-codes L01-L03, L83, L84, L86
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1)
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau = hbo of wo

Laagopgeleiden hebben vaker nek- en rugklachten

De grafiek geeft over 2018 de jaarprevalentie van nek- en rugklachten naar opleiding in de registratie van huisartsen weer. In deze registratie komen nek- en rugklachten in alle leeftijdsgroepen en zowel bij mannen als bij vrouwen relatief meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2018 bekend waren bij de huisarts met nek- en rugklachten. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor nek- en rugklachten. 

Meer informatie

Datum publicatie

16-11-2020

Verantwoording

Definities
  • Nek- en rugklachten

    Nek- en rugklachten (dorsopathieën) zijn de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. Het is een verzameling aandoeningen met diverse of onbekende oorzaken. Rugklachten worden meestal ingedeeld in specifieke en aspecifieke rugklachten.

    • Specifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij sprake is van een aantoonbare lichamelijke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn een hernia nuclei pulposi (HNP), een infectie, een ontsteking, een fractuur of een tumor.
    • Aspecifieke rugklachten zijn rugklachten waarbij geen specifieke oorzaak aantoonbaar is. Dit is bij de meeste mensen met rugklachten het geval (Van Tulder & Koes, 2013).

    Rugklachten ook naar duur ingedeeld

    Tot nu toe kunnen aspecifieke rugklachten niet op een betrouwbare manier verdeeld worden naar de precieze lokalisatie van de pijnklachten en/of welk type weefsel is aangedaan, bijvoorbeeld de spieren, pezen, of gewrichten. Hoewel duidelijk is dat rugklachten vaak terugkomen (Van Tulder & Koes, 2013), worden de klachten in de internationale literatuur meestal ingedeeld op basis van hoe lang ze duren (Koes et al., 2010):

    • Acute rugklachten (duur van minder dan 6 weken)
    • Subacute rugklachten (duur van 6 tot 12 weken)
    • Chronische rugklachten (duur van meer dan 12 weken)

    De ICD-10 maakt het volgende onderscheid:

    • M45: spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew)
    • M46: overige inflammatoire spondylopathieën
    • M47: spondylose (artrose van de wervelkolom)
    • M48: overige spondylopathieën
    • M50-51: aandoeningen van de tussenwervelschijven (waaronder hernia nuclei pulposi)
    • M53: overige dorsopathieën, niet elders geclassificeerd
    • M54: dorsalgie

    Houdingsafwijkingen, (ICD-10 code M40 en M41), vallen niet onder de geselecteerde aandoeningen. In deze ziektebeschrijving staat vooral informatie over rugklachten omdat hierover het meeste bekend is.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over nek- en rugklachten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ)

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    LIPZ opgegaan in NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Medische Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met nek- en rugklachten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LBZ

    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor nek- en rugklachten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.