Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

MigraineCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Aantal mensen met migraine sterk toegenomen

Regionaal & Internationaal

Meeste migraine Zuid-Limburg

Kosten

Zorguitgaven voor migraine ruim 37 miljoen

Preventie & Zorg

Geen gegevens beschikbaar

Oorzaken en gevolgen van migraine

Geen goed bewijs voor uitlokkende factoren

Er zijn enkele uitlokkende factoren van migraine bekend. Bij ongeveer 60% van de vrouwen met migraine zijn de migraineaanvallen bijvoorbeeld gerelateerd aan de menstruele cyclus. Onderzoek wijst in de richting van oestrogeenonttrekking als uitlokkende factor. Patiënten die te veel geneesmiddelen gebruiken voor migraine rapporteren dat de frequentie van de migraineaanvallen toeneemt tot dagelijkse migraine. Daarnaast kunnen mogelijk stress, visuele prikkels, onregelmatig leven en slaapgebrek ook een migraine aanval uitlokken. In de praktijk krijgen deze factoren vaak een te zwaar gewicht. De NHG raadt patiënten en artsen dan ook af om actief triggers (uitlokkende factoren) op te sporen en die te vermijden (Dekker et al., 2014).

Patiënten met migraine hebben groter risico op depressie

Migrainepatiënten hebben een verhoogde kans op een depressie en patiënten met een depressie hebben een verhoogde kans op migraine. Dit komt mogelijk door een gedeeld pathofysiologisch mechanisme en een gedeelde genetische kwetsbaarheid voor de ontwikkeling van migraine en depressie. Bij chronische migraine komt depressie vaker voor. Ook bij migraine met aura is de kans op depressie groter dan bij migraine zonder aura. Daarnaast hebben eerstegraadsfamilieleden van een migrainepatiënt met aura een verhoogd risico op het krijgen van migraine met aura (Louter et al., 2010; Dekker et al., 2014; Amiri et al., 2019).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

23-08-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Dekker F, van Duijn NP, Ongering JEP, Bartelink MEL, Boelman L, Burgers JS. NHG-Standaard Hoofdpijn (derde herziening).; 2014. Bron
  2. Louter MA, Veen G, Ferrari MD, Zitman FG, Terwindt GM. Migraine en depressie verdienen gezamenlijke zorg. NTvG. 2010;(154:A1044). Bron
  3. Amiri S, Behnezhad S, Azad E. Migraine headache and depression in adults: a systematic Review and Meta-analysis. Neuropsychiatr. 2019. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Migraine is chronische aandoening uitend in hoofdpijn

    Migraine is een neurovasculaire aandoening met aanvallen van bonzende hoofdpijn. Migraine is een hoofdpijn die herhaaldelijk en aan één kant van het hoofd (unilateraal) optreedt. De pijn is matig tot heftig gedurende 4 tot 72 uren en verergert bij fysieke inspanning. Vaak gaat deze pijn gepaard met misselijkheid en/of overgevoeligheid van licht en geluid (Dekker et al., 2014). Bij sommige mensen wordt een aanval voorafgegaan met een zogenaamd ‘aura’ (ook wel oogmigraine genoemd) met uitvalsverschijnselen, zoals het zien van lichtflitsen, vlekken of sterretjes, gezichtsvelduitval of tintelingen of doof gevoel van een arm, been of in het gezicht. Anderen hebben migraine zonder deze aura. Beide vormen kunnen ook afwisselend voorkomen (Haan et al., 2007). Er zijn verschillende soorten medicijnen die migraineaanvallen (deels) tegengaan en medicijnen die aanvallen voorkomen (zogenaamde profylactische medicijnen). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Dekker F, van Duijn NP, Ongering JEP, Bartelink MEL, Boelman L, Burgers JS. NHG-Standaard Hoofdpijn (derde herziening).; 2014. Bron
    2. Haan J, Hollander J, Ferrari MD. Migraine in the elderly: a review. Cephalalgia. 2007;27(2):97-106. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over migraine

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS-Gezondheidsenquête

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking

    CBS-GE

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS DOS

Methoden
  • Regionaal versus landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);

    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;

    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.