Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LongkankerRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Longkanker is kanker met hoogste sterfte

Regionaal & Internationaal

Incidentie onder Nederlandse vrouwen hoog

Kosten

Zorguitgaven longkanker 457 miljoen euro

Preventie & Zorg

Preventie vooral gericht op roken

Aantal gevallen van luchtwegtumoren per GGD-regio

Aantal invasieve luchtwegtumoren 2012-2015

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Aantal invasieve luchtwegtumoren 2012-2015, per GGD-regio
Aantal invasieve luchtwegtumoren 2012-2015
GGD-regioTotaalMannenVrouwenAfwijking landelijk gemiddelde TotaalAfwijking landelijk gemiddelde MannenAfwijking landelijk gemiddelde Vrouwen
GGD Amsterdam8,18,77,4Boven (99% zeker)GeenBoven (99% zeker)
GGD Brabant-Zuidoost7,99,16,6GeenGeenBoven (95% zeker)
GGD Drenthe7,395,6GeenGeenOnder (95% zeker)
GGD Flevoland89,26,8GeenGeenBoven (95% zeker)
GGD Fryslân6,68,54,8Onder (99% zeker)Onder (95% zeker)Onder (99% zeker)
GGD Gelderland-Midden7,896,6GeenGeenGeen
GGD Gelderland-Zuid7,79,16,3GeenGeenGeen
GGD Gooi en Vechtstreek6,87,76Onder (99% zeker)Onder (99% zeker)Geen
GGD Groningen89,66,5Boven (95% zeker)GeenGeen
GGD Haaglanden7,88,86,7GeenGeenBoven (99% zeker)
GGD Hart voor Brabant8,39,86,8Boven (99% zeker)Boven (99% zeker)Boven (99% zeker)
GGD Hollands Midden7,28,65,8Onder (99% zeker)Onder (95% zeker)Geen
GGD Hollands Noorden6,98,25,5Onder (99% zeker)Onder (99% zeker)Onder (99% zeker)
GGD IJsselland6,78,45,1Onder (99% zeker)Onder (95% zeker)Onder (99% zeker)
GGD Kennemerland8,39,86,8Boven (99% zeker)Boven (95% zeker)Boven (95% zeker)
GGD Limburg-Noord7,49,15,7GeenGeenOnder (95% zeker)
GGD Noord- en Oost-Gelderland7,295,4Onder (99% zeker)GeenOnder (99% zeker)
GGD regio Utrecht7,18,36Onder (99% zeker)Onder (99% zeker)Geen
GGD Rotterdam-Rijnmond8,19,66,6Boven (99% zeker)Boven (99% zeker)Boven (99% zeker)
GGD Twente8,19,86,3Boven (95% zeker)Boven (99% zeker)Geen
GGD West-Brabant8,29,56,9Boven (99% zeker)GeenBoven (99% zeker)
GGD Zaanstreek-Waterland7,48,96GeenGeenGeen
GGD Zeeland6,27,74,7Onder (99% zeker)Onder (99% zeker)Onder (99% zeker)
GGD Zuid-Holland Zuid7,59,16GeenGeenGeen
GGD Zuid-Limburg8,39,96,7Boven (99% zeker)Boven (99% zeker)Boven (95% zeker)

Bron: NKR

View all detail data

Minder gevallen van longkanker in het noorden

Deze kaart toont het jaarlijks aantal vastgestelde diagnoses per 10.000 inwoners. In het noorden komt gemiddeld minder longkanker voor. In de periode 2012-2015 zijn er 51.260 nieuwe gevallen van longkanker geregistreerd in de Nederlandse Kankerregistratie. Dat betekent dat gemiddeld per jaar in Nederland 7,6 van de 10.000 inwoners te maken krijgt met deze vorm van kanker. De regionale verschillen worden niet verklaard door regionale variaties in leeftijd en geslacht, omdat voor deze factoren is gecorrigeerd.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Sterfte aan longkanker per GGD-regio

Sterfte aan longkanker 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan longkanker per GGD-regio 2013-2016
Sterfte aan longkanker 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam102geen
GGD Brabant-Zuidoost104geen
GGD Drenthe98geen
GGD Flevoland96geen
GGD Fryslân93onder, 99% zeker
GGD Gelderland-Midden96geen
GGD Gelderland-Zuid101geen
GGD Gooi en Vechtstreek88onder, 99% zeker
GGD Groningen110boven, 99% zeker
GGD Haaglanden102geen
GGD Hart voor Brabant111boven, 99% zeker
GGD Hollands Midden89onder, 99% zeker
GGD Hollands Noorden91onder, 99% zeker
GGD IJsselland87onder, 99% zeker
GGD Kennemerland102geen
GGD Limburg-Noord100geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland94onder, 99% zeker
GGD regio Utrecht94onder, 99% zeker
GGD Rotterdam-Rijnmond108boven, 99% zeker
GGD Twente107boven, 95% zeker
GGD West-Brabant112boven, 99% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland97geen
GGD Zeeland85onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid93onder, 95% zeker
GGD Zuid-Limburg112boven, 99% zeker

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes C33-C34
View all detail data

Hoogste sterfte aan longkanker in Zuid-Limburg en West-Brabant

In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor Zuid-Limburg en West-Brabant het hoogste sterftecijfer aan longkanker gemeld. De laagste sterfte aan longkanker is geregistreerd in de regio's Zeeland en IJsselland. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 bijna 41.800 personen aan longkanker overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld ongeveer 10.450 sterfgevallen Longkanker is daarmee de kankervorm waar de meeste mensen in Nederland aan overlijden. 

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat is longkanker?

    Longkanker is tumor van luchtpijp, bronchus en/of long

    Longkanker is een kwaadaardige (maligne) tumor die ontstaat in het longweefsel. Longkanker omvat zowel tumoren van de luchtpijp als tumoren van bronchus en long.

  • Histologische indeling

    Longtumoren kunnen histologisch globaal onderverdeeld worden in kleincellige tumoren (Small Cell Lung Carcinoma: SCLC) en niet-kleincellige tumoren (Non-Small Cell Lung Carcinoma: NSCLC). Niet-kleincellige tumoren zijn verder onderverdeeld in het plaveiselcelcarcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom. Daarnaast zijn er nog tientallen zeldzame vormen van longkanker. Bij mannen treedt relatief vaker het plaveiselcelcarcinoom op, bij vrouwen vaker het adenocarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom is meestal centraal gelegen in de grote vertakkingen (de bronchi) van de luchtpijp. Het kleincellig carcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom ontstaan veelal in de periferie van de long.

  • TNM-classificaties

    Stadiumindeling van longkanker (NSCLC); sterk vereenvoudigde stadiumindeling, afgeleid van de TNM-classificatie

    Stadium NSCLC

    Kenmerk van het stadium

    I

    Kleine tumor zonder uitzaaiingen

    II

    Grotere tumor en/of uitzaaiingen in de lymfeklieren in de long

    IIIa

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de kant van de tumor

    IIIb

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de andere zijde dan de tumor of boven het sleutelbeen (supraclaviculair)

    IV

    Uitzaaiingen in andere organen

     

    De Tumour-Nodes-Metastases (TNM)-classificatie beschrijft de anatomische uitbreiding van longkanker op een bepaald moment van het ziekteproces. De indeling volgens deze classificatie is gebaseerd op de karakteristieken van de primaire tumor (T), de aanwezigheid van lymfeklieruitzaaiingen (N) en uitzaaiingen (metastasen, M) op afstand (in een ander deel van het lichaam). Zoals voor de meeste tumoren is deze indeling ook gangbaar voor het NSCLC. Het SCLC wordt ingedeeld in twee stadia: het beperkte (limited) stadium en het uitgebreide (extended) stadium.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over longkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met longkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met longkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.