Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LongkankerRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Longkanker is kanker met hoogste sterfte

Regionaal & Internationaal

Incidentie onder Nederlandse vrouwen hoog

Kosten

Kosten van zorg 401 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Preventie vooral gericht op roken

Internationale vergelijking incidentie van longkanker

Incidentie van longkanker internationaal 2018

LandMannenVrouwenTotaal
Hongarije158,980,3112,1
Denemarken90,282,485,6
Griekenland146,833,185,2
België122,654,183,9
Ierland97,769,482,1
Verenigd Koninkrijk92,773,381,8
Polen121,150,878,8
NEDERLAND82,266,872,9
Frankrijk107,042,972,4
Duitsland93,455,071,8
Noorwegen76,266,770,6
Kroatië114,636,469,1
EU2897,746,569,0
Slovenië101,741,568,4
Luxemburg98,939,265,7
Slowakije119,127,765,5
Estland117,032,764,2
Tsjechië91,239,461,3
Roemenië102,825,659,0
Oostenrijk72,145,957,4
Spanje95,226,557,2
Italië86,134,356,9
Letland121,220,655,9
Litouwen114,720,255,9
Bulgarije98,721,355,3
Cyprus96,018,754,2
Zwitserland63,442,651,7
Malta73,425,246,5
Portugal80,219,946,4
Finland61,834,346,1
Zweden41,439,340,0

Bron: ECIS

  • Gestandaardiseerd naar de Europese bevolking
  • De volgorde van de landen is gebaseerd op het totaal (mannen en vrouwen samen)

Longkankerincidentie Nederlandse vrouwen hoort bij hoogste van EU

De incidentie bij Nederlandse vrouwen hoort, samen met die bij Deense, Hongaarse, Britse, Ierse en Noorse vrouwen, tot de hoogste van de Europese Unie (plus Noorwegen). De incidentie van longkanker bij Nederlandse mannen is laag in vergelijking met de rest van de Europese Unie (EU). Voor mannen is de incidentie van longkanker het hoogst in Hongarije en Griekenland. Opvallend is dat de incidentie bij mannen laag is in de Noord-Europese landen, terwijl de incidentie bij vrouwen daar juist hoog is (ECIS; Ferlay et al., 2013). De verschillen tussen de Noord-Europese landen en de rest van Europa worden verklaard door verschillende trends in rookgedrag (Lortet-Tieulent et al., 2013).

Incidentie bij Nederlandse mannen daalt sneller dan in andere landen

De longkankerincidentie bij mannen in Nederland is in de jaren negentig gedaald en behoort sindsdien niet langer tot de hoogste in de EU. Dit komt enerzijds doordat de incidentie van longkanker hoog is onder de lidstaten die in 2004 tot de EU zijn toegetreden, anderzijds doordat de incidentie onder Nederlandse mannen sneller daalt dan in de meeste andere landen. Vanaf 1988 daalt de incidentie bij mannen in veel EU-landen, vooral in Noord- en West-Europa waar de rookprevalentie onder mannen als eerste af nam (Ferlay et al., 2013; Lortet-Tieulent et al., 2013).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

26-07-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Ferlay J, Steliarova-Foucher E, Lortet-Tieulent J, Rosso S, Coebergh JWW, Comber HH, et al. Cancer incidence and mortality patterns in Europe: estimates for 40 countries in 2012. Eur J Cancer. 2013;49(6):1374-403. Pubmed | DOI
  2. Lortet-Tieulent J, Renteria E, Sharp L, Weiderpass E, Comber HH, Baas P, et al. Convergence of decreasing male and increasing female incidence rates in major tobacco-related cancers in Europe in 1988-2010. Eur J Cancer. 2013. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking sterfte aan longkanker

Sterfte aan longkanker internationaal 2015

LandMannenVrouwenTotaal
Hongarije134,259,689,4
Polen117,537,769,6
Denemarken79,861,668,7
NEDERLAND88,249,965,8
Kroatië115,529,665,4
Griekenland109,922,261,8
Verenigd Koninkrijk72,450,259,7
Slovenië96,631,559,0
België91,733,158,3
Ierland70,744,956,2
Roemenië97,721,854,9
EU83,531,554,0
Estland111,920,752,7
Tsjechië83,529,852,2
Luxemburg74,332,151,0
Duitsland74,132,750,6
Slowakije92,622,850,4
Frankrijk80,725,649,9
Noorwegen60,441,849,8
Italië82,524,949,5
Spanje86,217,547,9
Oostenrijk65,332,546,7
Litouwen102,312,945,9
Malta82,318,145,8
Bulgarije80,017,344,8
Letland94,417,144,3
Zwitserland59,428,341,8
Finland60,724,439,7
Zweden41,135,137,5
Portugal64,915,736,9
Cyprus59,115,235,4

Bron: Eurostat

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totaal (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: C33-C34

Sterfte aan longkanker in Nederland hoger dan  EU-gemiddelde

Zowel voor mannen als voor vrouwen is de sterfte aan longkanker in Nederland hoger dan het EU-gemiddelde. Vooral in de hogere leeftijdsklassen is de sterfte aan longkanker bij Nederlandse mannen hoog in vergelijking met andere Europese landen (WHO-Mortality Database, 2015).

Toename sterfte vrouwen groot in Denemarken, Nederland en Hongarije

Vooral in Denemarken, Nederland en Hongarije is de toename in sterfte aan longkanker sinds de jaren zeventig onder vrouwen groot (Bosetti et al., 2005). In een aantal landen lijkt de sterfte onder vrouwen inmiddels te stabiliseren, vooral in enkele Oost-Europese landen waar de sterfte al hoog was (Hongarije, Polen en Tsjechië) en in Noord-Europa (Denemarken en het Verenigd Koninkrijk) (Bray & Weiderpass, 2010). Ook in Nederland is de sterfte aan longkanker bij vrouwen in de periode 2011-2015 niet verder toegenomen. De trends in longkankersterfte volgen, net als die in incidentie, de trends in rookgewoonten.

Longkanker in steeds meer landen belangrijkste oorzaak kankersterfte bij vrouwen

In steeds meer Europese landen haalt longkanker borstkanker in als belangrijkste oorzaak van kankersterfte bij vrouwen (Ferlay et al., 2013). Dit geldt onder meer voor Denemarken, Zweden, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Sinds 2007 sterven er ook meer Nederlandse vrouwen aan longkanker dan aan borstkanker (Cijfers over kanker.nl: trend in sterfte aan borst- en longkanker bij vrouwen).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

25-04-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Bosetti CC, Levi F, Lucchini F, Negri E, LaVecchia C. Lung cancer mortality in European women: recent trends and perspectives. Ann Oncol. 2005;16(10):1597-604. Pubmed | DOI
  2. Bray FI, Weiderpass E. Lung cancer mortality trends in 36 European countries: secular trends and birth cohort patterns by sex and region 1970-2007. Int J Cancer. 2010;126(6):1454-66. Pubmed | DOI
  3. Ferlay J, Steliarova-Foucher E, Lortet-Tieulent J, Rosso S, Coebergh JWW, Comber HH, et al. Cancer incidence and mortality patterns in Europe: estimates for 40 countries in 2012. Eur J Cancer. 2013;49(6):1374-403. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking overleving van longkanker

Longkanker internationaal

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving relatief gunstig in Nederland

Nederland behoort tot de landen met een naar verhouding gunstige relatieve vijfjaarsoverleving voor longkanker. De geografische verschillen zijn klein en overal is de overleving laag vergeleken met bijvoorbeeld de overleving van borstkanker en prostaatkanker. De trend in de overleving is over het algemeen vlak sinds halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw, maar nam met 5 tot 10% toe in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Noorwegen, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Slovenië, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Zwitserland (Allemani et al., 2018).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is longkanker?

    Longkanker is tumor van luchtpijp, bronchus en/of long

    Longkanker is een kwaadaardige (maligne) tumor die ontstaat in het longweefsel. Longkanker omvat zowel tumoren van de luchtpijp als tumoren van bronchus en long.

  • Histologische indeling

    Longtumoren kunnen histologisch globaal onderverdeeld worden in kleincellige tumoren (Small Cell Lung Carcinoma: SCLC) en niet-kleincellige tumoren (Non-Small Cell Lung Carcinoma: NSCLC). Niet-kleincellige tumoren zijn verder onderverdeeld in het plaveiselcelcarcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom. Daarnaast zijn er nog tientallen zeldzame vormen van longkanker. Bij mannen treedt relatief vaker het plaveiselcelcarcinoom op, bij vrouwen vaker het adenocarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom is meestal centraal gelegen in de grote vertakkingen (de bronchi) van de luchtpijp. Het kleincellig carcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom ontstaan veelal in de periferie van de long.

  • TNM-classificaties

    Stadiumindeling van longkanker (NSCLC); sterk vereenvoudigde stadiumindeling, afgeleid van de TNM-classificatie

    Stadium NSCLC

    Kenmerk van het stadium

    I

    Kleine tumor zonder uitzaaiingen

    II

    Grotere tumor en/of uitzaaiingen in de lymfeklieren in de long

    IIIa

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de kant van de tumor

    IIIb

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de andere zijde dan de tumor of boven het sleutelbeen (supraclaviculair)

    IV

    Uitzaaiingen in andere organen

     

    De Tumour-Nodes-Metastases (TNM)-classificatie beschrijft de anatomische uitbreiding van longkanker op een bepaald moment van het ziekteproces. De indeling volgens deze classificatie is gebaseerd op de karakteristieken van de primaire tumor (T), de aanwezigheid van lymfeklieruitzaaiingen (N) en uitzaaiingen (metastasen, M) op afstand (in een ander deel van het lichaam). Zoals voor de meeste tumoren is deze indeling ook gangbaar voor het NSCLC. Het SCLC wordt ingedeeld in twee stadia: het beperkte (limited) stadium en het uitgebreide (extended) stadium.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over longkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met longkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met longkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.