Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LongkankerCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Longkanker is kanker met hoogste sterfte

Regionaal & Internationaal

Incidentie onder Nederlandse vrouwen hoog

Kosten

Kosten van zorg 401 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Preventie vooral gericht op roken

Trend nieuwe gevallen longkanker

Aantal nieuwe gevallen van longkanker 1990-2017

JaarMannenVrouwen
1990100100
1991101109
199298111
199394124
199492126
199590132
199688135
199785145
199881152
199978152
200075161
200172167
200273175
200370189
200471198
200568208
200669223
200769227
200867239
200968237
201066248
201165253
201261261
201361260
201457261
201557270
201655268
201754262

Bron: NKR, cijfers gedownload op 6 februari 2018

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Geïndexeerd (1990 = 100)
  • De cijfers van 2017 zijn voorlopig
  • ICD-10-codes C33-C34

Aantal nieuwe gevallen longkanker daalt bij mannen

In de periode 1990-2017 is het aantal nieuwe gevallen van longkanker onder mannen met bijna 50% gedaald. Het aantal nieuwe gevallen daalt al vanaf het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw (Coebergh et al., 1995). De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). De daling is het gevolg van een forse daling van het aantal rokers onder mannen in de periode 1960-1990 (zie Trend roken).

Aantal nieuwe gevallen longkanker gestegen bij vrouwen

Bij vrouwen is het aantal nieuwe gevallen van longkanker over de periode 1990-2012 sterk gestegen (ruim 150%). De laatste jaren is het aantal nieuwe gevallen vrijwel constant. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Ondanks de stijging bij vrouwen en de daling bij mannen, was het geregistreerde aantal nieuwe gevallen in 2017 voor mannen nog altijd hoger dan bij vrouwen (mannen: 7.038, vrouwen: 5.548). Het absoluut aantal nieuwe gevallen van longkanker onder vrouwen neemt de laatste jaren nauwelijks meer toe. Het aantal vrouwen met longkanker nam al toe sinds 1960 (Coebergh et al., 1995). In tegenstelling tot mannen, zijn vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw meer vrouwen gaan roken. De stijging van het aantal nieuwe gevallen van longkanker bij vrouwen wordt hieraan toegeschreven. Dat de laatste jaren het aantal nieuwe gevallen van longkanker niet meer stijgt kan te maken hebben met de afname van het percentage rokende vrouwen sinds de jaren tachtig, vooral in de leeftijdsgroep van 20-34 jaar.

Meer informatie

Datum publicatie

26-02-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Coebergh JWW, van der Heijden LH, Janssen-Heijnen MLG. Cancer incidence and survival in the Southeast of the Netherlands 1955-1994. Eindhoven: Integraal Kankercentrum Zuid, ; 1995. Bron

Trend sterfte longkanker

Sterfte aan longkanker 1980-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
19801001006.968650
19811001107.063722
19821011137.190757
1983991187.104800
19841001317.324915
19851001327.366928
19861011397.5361.010
1987981417.4371.037
1988991537.5661.141
1989941637.3181.232
1990891607.0111.230
1991901637.1481.272
1992871807.0971.415
1993861937.0711.545
1994832026.9341.632
1995812096.9201.731
1996782146.7701.801
1997772236.7301.889
1998752306.6651.981
1999722456.5892.136
2000682576.2972.262
2001672616.4032.345
2002662776.3882.532
2003622936.1562.706
2004643056.4682.855
2005613226.3593.055
2006593296.2543.172
2007583466.3893.384
2008573556.3873.531
2009553496.4273.533
2010553576.5363.678
2011543776.5863.958
2012503756.3243.998
2013483746.2244.065
2014463776.1794.178
2015453796.1474.285
2016443816.3004.391
2017423646.1344.257

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes C33-C34
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1980 is 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Afname sterfte mannen, toename sterfte vrouwen

Voor vrouwen is de sterfte in de periode 1980-2011 toegenomen. De sterfte was in 2011 bijna vier keer hoger dan in 1980. De sterfte aan longkanker bij vrouwen is in de periode 2011-2017 niet verder toegenomen. Voor mannen is de sterfte in de periode 1980-2017 met bijna 60% afgenomen. In tegenstelling tot mannen, zijn vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw meer vrouwen gaan roken. De aanvankelijke toename van sterfte door longkanker bij vrouwen wordt hieraan toegeschreven. Dat de sterfte door longkanker de laatste jaren niet meer stijgt, heeft mogelijk te maken met de afname van het percentage rokende vrouwen sinds de jaren tachtig.
De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is voor mannen gedaald van 6.968 in 1980 naar 6.134 in 2017. Bij vrouwen is de absolute sterfte gestegen van 650 in 1980 naar 4.257 in 2017.

Meer informatie

Datum publicatie

12-09-2018

Trend overleving longkanker

Supergrafiek; Longkanker trend met BI

[container]

Bron: NKR

  • ICD-10-code C33, C34
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)..
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving van longkanker verbeterd

De overleving van longkanker is verbeterd. Voor longkanker gediagnosticeerd in de periode 1991-1995 bedroeg de relatieve vijfjaarsoverleving van longkanker 12,2%. De relatieve vijfjaarsoverleving van longkanker gediagnosticeerd in de periode 2011-2015 bedroeg 20,0%. Voor patiënten met SCLC is de overleving iets verbeterd sinds de introductie van chemotherapie in de twintigste eeuw en de introductie van preventieve bestraling van de hersenen in 2007 (om uitzaaiingen in de hersenen tegen te gaan) (Janssen-Heijnen & Coebergh, 2001; IKZ, 2005; Slotman et al., 2007). Bij patiënten met NSCLC lijken nieuwe behandelingsmethoden, zoals stereotactische bestraling en de ontwikkeling van nieuwe 'precisie' geneesmiddelen te leiden tot een verbetering van de overleving.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Janssen-Heijnen MLG, Coebergh JWW. Trends in incidence and prognosis of the histological subtypes of lung cancer in North America, Australia, New Zealand and Europe. Lung Cancer. 2001;31(2-3):123-37. Pubmed
  2. IKZ. Van meten naar weten; 50 jaar kankerregistratie. Eindhoven: Integraal Kankercentrum Zuid; 2005. Bron
  3. Slotman B, Faivre-Finn C, Kramer G, Rankin E, Snee M, Hatton M, et al. Prophylactic cranial irradiation in extensive small-cell lung cancer. N Engl J Med. 2007;357(7):664-72. Pubmed | DOI

Toekomstige trend longkanker door demografische ontwikkelingen

Toekomstige trend longkanker door demografische ontwikkelingen

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van longkanker in de periode 2015-2040 naar verwachting met 37% stijgen. Voor mannen zal de stijging naar verwachting 46% zijn en voor vrouwen 24%. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van longkanker beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat is longkanker?

    Longkanker is tumor van luchtpijp, bronchus en/of long

    Longkanker is een kwaadaardige (maligne) tumor die ontstaat in het longweefsel. Longkanker omvat zowel tumoren van de luchtpijp als tumoren van bronchus en long.

  • Histologische indeling

    Longtumoren kunnen histologisch globaal onderverdeeld worden in kleincellige tumoren (Small Cell Lung Carcinoma: SCLC) en niet-kleincellige tumoren (Non-Small Cell Lung Carcinoma: NSCLC). Niet-kleincellige tumoren zijn verder onderverdeeld in het plaveiselcelcarcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom. Daarnaast zijn er nog tientallen zeldzame vormen van longkanker. Bij mannen treedt relatief vaker het plaveiselcelcarcinoom op, bij vrouwen vaker het adenocarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom is meestal centraal gelegen in de grote vertakkingen (de bronchi) van de luchtpijp. Het kleincellig carcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom ontstaan veelal in de periferie van de long.

  • TNM-classificaties

    Stadiumindeling van longkanker (NSCLC); sterk vereenvoudigde stadiumindeling, afgeleid van de TNM-classificatie

    Stadium NSCLC

    Kenmerk van het stadium

    I

    Kleine tumor zonder uitzaaiingen

    II

    Grotere tumor en/of uitzaaiingen in de lymfeklieren in de long

    IIIa

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de kant van de tumor

    IIIb

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de andere zijde dan de tumor of boven het sleutelbeen (supraclaviculair)

    IV

    Uitzaaiingen in andere organen

     

    De Tumour-Nodes-Metastases (TNM)-classificatie beschrijft de anatomische uitbreiding van longkanker op een bepaald moment van het ziekteproces. De indeling volgens deze classificatie is gebaseerd op de karakteristieken van de primaire tumor (T), de aanwezigheid van lymfeklieruitzaaiingen (N) en uitzaaiingen (metastasen, M) op afstand (in een ander deel van het lichaam). Zoals voor de meeste tumoren is deze indeling ook gangbaar voor het NSCLC. Het SCLC wordt ingedeeld in twee stadia: het beperkte (limited) stadium en het uitgebreide (extended) stadium.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over longkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met longkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met longkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.