Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LongkankerCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Longkanker is kanker met hoogste sterfte

Regionaal & Internationaal

Incidentie onder Nederlandse vrouwen hoog

Kosten

Zorguitgaven longkanker 457 miljoen euro

Preventie & Zorg

Preventie vooral gericht op roken

Risicofactoren longkanker

Risicoverhogende factoren voor longkanker

Risicofactoren

 

Leefstijlfactoren

Roken

Veruit de meeste gevallen van longkanker zijn het gevolg van het roken van sigaretten, een pijp of sigaren. Hoe meer en hoe langer iemand heeft gerookt, des te groter is de kans op longkanker. Meeroken verhoogt ook de kans op longkanker.

Omgevingsfactoren

Beroepsmatige blootstelling aan stoffen 

Het risico op het ontwikkelen van longkanker is verhoogd als een persoon blootgesteld wordt aan de volgende stoffen: asbest, arseen, nikkel, cadmium en chroom.

Binnenmilieu

Radon is een radioactief edelgas dat aanwezig is in alle woningen en gebouwen. In goed geventileerde woningen is het radongehalte nihil. Als dit gas in hoge concentratie wordt ingeademd kunnen de stofdeeltjes in de longen achterblijven en de cellen in de longen beschadigen. Dit verhoogt de kans op het ontstaan van longkanker. (Goemans et al., 2018).

Biologische factoren

Genetische factoren

Zowel het risico van het ontwikkelen van longkanker als de aanleg voor nicotine-afhankelijkheid kan genetisch bepaald zijn (Jao et al., 2018). Er is echter op dit moment geen genetische test die dit voor personen en families aan kan tonen.

COPD

Mensen met COPD hebben een groter risico op het ontwikkelen van longkanker. COPD is een chronische ontsteking van de luchtwegen. Het is echter nog onduidelijk welke rol COPD speelt bij het ontwikkelen van longkanker.

Longtuberculose Mensen met longtuberculose hebben een 1,5 keer verhoogd risico op longkanker.

Datum publicatie

28-01-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Malhotra J, Malvezzi M, Negri E, La Vecchia C, Boffetta P. Risk factors for lung cancer worldwide. European Respiratory Journal. 2016;48(3):889-902. Bron | DOI
  2. Goemans P., de Waard I.R., Blaauboer R.O., de Groot R.C.G. Radon, thoron en gammastraling op werkplekken en in publiek toegankelijke gebouwen in Nederland : Resultaten RIVM-meetcampagne 2016-2017 (RIVM rapport 2018-0027). Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2018. Bron | DOI
  3. Jao K., Tomasini P., Kamel-Reid S., Korpanty G.J., Mascaux C., Sakashita S., et al. The prognostic effect of single and multiple cancer-related somatic mutations in resected non-small-cell lung cancer. Lung Cancer. 2018;123:22-29. Bron | DOI

Gevolgen longkanker

Na de diagnose en de behandeling van longkanker kunnen er zowel fysieke als mentale gevolgen optreden. De meest voorkomende fysieke gevolgen zijn: vermoeidheid, verlies van eetlust, ademhalingsproblemen, hoesten en bloed ophoesten (Chabowski et al., 2016). Verhoogde emotionaliteit, problemen met acceptatie van fysieke beperkingen, algemene angst en angst voor recidieven worden beschouwd als de belangrijkste mentale gevolgen (Looijmans et al., 2018). Veel patiënten geven aan dat de diagnose en de behandeling een grote invloed hebben op hun leven en de relatie met hun partner en of kinderen. Patiënten benadrukken daarom de behoefte te hebben aan gezinsondersteuning door zowel zorgverleners als de sociale omgeving (Looijmans et al., 2018).

Meer informatie

Datum publicatie

28-01-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Chabowski M, Polanski J, ńska B, ńczuk J, Szymanska-Chabowska A. Quality of life of patients with lung cancer. OncoTargets and Therapy. 2016:1023. Bron | DOI
  2. Looijmans M, van Manen AS, Traa MJ, Kloover JS, Kessels BLJ, de Vries J. Psychosocial consequences of diagnosis and treatment of lung cancer and evaluation of the need for a lung cancer specific instrument using focus group methodology. Supportive Care in Cancer. 2018;26(12):4177-4185. Bron | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is longkanker?

    Longkanker is tumor van luchtpijp, bronchus en/of long

    Longkanker is een kwaadaardige (maligne) tumor die ontstaat in het longweefsel. Longkanker omvat zowel tumoren van de luchtpijp als tumoren van bronchus en long.

  • Histologische indeling

    Longtumoren kunnen histologisch globaal onderverdeeld worden in kleincellige tumoren (Small Cell Lung Carcinoma: SCLC) en niet-kleincellige tumoren (Non-Small Cell Lung Carcinoma: NSCLC). Niet-kleincellige tumoren zijn verder onderverdeeld in het plaveiselcelcarcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom. Daarnaast zijn er nog tientallen zeldzame vormen van longkanker. Bij mannen treedt relatief vaker het plaveiselcelcarcinoom op, bij vrouwen vaker het adenocarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom is meestal centraal gelegen in de grote vertakkingen (de bronchi) van de luchtpijp. Het kleincellig carcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom ontstaan veelal in de periferie van de long.

  • TNM-classificaties

    Stadiumindeling van longkanker (NSCLC); sterk vereenvoudigde stadiumindeling, afgeleid van de TNM-classificatie

    Stadium NSCLC

    Kenmerk van het stadium

    I

    Kleine tumor zonder uitzaaiingen

    II

    Grotere tumor en/of uitzaaiingen in de lymfeklieren in de long

    IIIa

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de kant van de tumor

    IIIb

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de andere zijde dan de tumor of boven het sleutelbeen (supraclaviculair)

    IV

    Uitzaaiingen in andere organen

     

    De Tumour-Nodes-Metastases (TNM)-classificatie beschrijft de anatomische uitbreiding van longkanker op een bepaald moment van het ziekteproces. De indeling volgens deze classificatie is gebaseerd op de karakteristieken van de primaire tumor (T), de aanwezigheid van lymfeklieruitzaaiingen (N) en uitzaaiingen (metastasen, M) op afstand (in een ander deel van het lichaam). Zoals voor de meeste tumoren is deze indeling ook gangbaar voor het NSCLC. Het SCLC wordt ingedeeld in twee stadia: het beperkte (limited) stadium en het uitgebreide (extended) stadium.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over longkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met longkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met longkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.