Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LongkankerCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Longkanker is kanker met hoogste sterfte

Regionaal & Internationaal

Incidentie onder Nederlandse vrouwen hoog

Kosten

Zorguitgaven longkanker 457 miljoen euro

Preventie & Zorg

Preventie vooral gericht op roken

Het vóórkomen van longkanker

Aantal nieuwe gevallen van longkanker 2020

LeeftijdsklasseMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-40,000,000,00022
5-90,000,000,00000
10-140,000,000,00101
15-190,000,000,00101
20-240,000,010,00145
25-290,010,010,01538
30-340,010,020,028917
35-390,040,050,05212849
40-440,080,120,103961100
45-490,220,260,24131157288
50-540,400,520,46259334593
55-590,800,980,895036091.112
60-641,641,751,699129811.893
65-692,572,402,491.2701.2062.476
70-743,482,573,011.6001.2372.837
75-794,472,853,611.3329562.288
80-844,832,203,349125431.455
85+3,961,092,08523278801

Bron: NKR, cijfers gedownload op 4 februari 2021

  • De cijfers zijn voorlopig.
  • ICD-O-codes C33-C34
  • Het absoluut aantal nieuwe gevallen is zichtbaar in de tabelweergave.

Ongeveer 13.900 diagnoses longkanker in 2020

In 2020 kregen ongeveer 13.900 mensen de diagnose longkanker, 7.500 mannen en 6.400 vrouwen (0,9 per 1.000 mannen en 0,7 per 1.000 vrouwen). Longkanker is, na prostaat- en huidkanker, de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Bij vrouwen is longkanker, na borst- en huidkanker, de meest voorkomende vorm van kanker. Voor zowel mannen als vrouwen geldt dat van alle mensen die in 2020 de diagnose kanker kregen, 12% longkanker kreeg. Bij personen jonger dan 35 jaar komt longkanker weinig voor. Vanaf deze leeftijd stijgt het aantal nieuwe gevallen snel. In de leeftijdsgroep tot 65 jaar komt het iets meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Onder 65-plussers is het aantal nieuwe gevallen relatief hoger bij mannen dan bij vrouwen.

In 2020 mogelijk minder diagnoses door COVID-19-uitbraak

In verband met de COVID-19-uitbraak zijn in 2020 mogelijk minder gevallen van longkanker gediagnosticeerd. Mensen met klachten gingen mogelijk minder snel naar de huisarts. Ook kan het zijn dat huisartsen tijdens de COVID-19-uitbraak een doorverwijzing naar het ziekenhuis hebben uitgesteld. Anderzijds kan bij de diagnostiek voor COVID-19 ook onverwacht longkanker zijn gevonden.

Ongeveer 32.200 personen met longkanker op 1 januari 2020

Het aantal mensen dat op 1 januari 2020 longkanker had, wordt geschat op 32.200, 16.200 mannen en 16.100 vrouwen (Bron: NKR, voorlopige cijfers gedownload op 4 februari 2021). Dit komt overeen met 1,9 per 1.000 mannen en 1,8 per 1.000 vrouwen. Door afronding telt het aantal mannen en vrouwen niet op tot het totaal. Het betreft hier de tienjaarsprevalentie. Dit wil zeggen het aantal mensen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan de peildatum (1 januari 2020) longkanker heeft gekregen en op de peildatum nog in leven is.

Meer informatie

Datum publicatie

01-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Wat is longkanker?

    Longkanker is tumor van luchtpijp, bronchus en/of long

    Longkanker is een kwaadaardige (maligne) tumor die ontstaat in het longweefsel. Longkanker omvat zowel tumoren van de luchtpijp als tumoren van bronchus en long.

  • Histologische indeling

    Longtumoren kunnen histologisch globaal onderverdeeld worden in kleincellige tumoren (Small Cell Lung Carcinoma: SCLC) en niet-kleincellige tumoren (Non-Small Cell Lung Carcinoma: NSCLC). Niet-kleincellige tumoren zijn verder onderverdeeld in het plaveiselcelcarcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom. Daarnaast zijn er nog tientallen zeldzame vormen van longkanker. Bij mannen treedt relatief vaker het plaveiselcelcarcinoom op, bij vrouwen vaker het adenocarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom is meestal centraal gelegen in de grote vertakkingen (de bronchi) van de luchtpijp. Het kleincellig carcinoom, het adenocarcinoom en het grootcellig ongedifferentieerd carcinoom ontstaan veelal in de periferie van de long.

  • TNM-classificaties

    Stadiumindeling van longkanker (NSCLC); sterk vereenvoudigde stadiumindeling, afgeleid van de TNM-classificatie

    Stadium NSCLC

    Kenmerk van het stadium

    I

    Kleine tumor zonder uitzaaiingen

    II

    Grotere tumor en/of uitzaaiingen in de lymfeklieren in de long

    IIIa

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de kant van de tumor

    IIIb

    Uitzaaiingen in de lymfeklieren tussen beide longen (mediastinum), aan de andere zijde dan de tumor of boven het sleutelbeen (supraclaviculair)

    IV

    Uitzaaiingen in andere organen

     

    De Tumour-Nodes-Metastases (TNM)-classificatie beschrijft de anatomische uitbreiding van longkanker op een bepaald moment van het ziekteproces. De indeling volgens deze classificatie is gebaseerd op de karakteristieken van de primaire tumor (T), de aanwezigheid van lymfeklieruitzaaiingen (N) en uitzaaiingen (metastasen, M) op afstand (in een ander deel van het lichaam). Zoals voor de meeste tumoren is deze indeling ook gangbaar voor het NSCLC. Het SCLC wordt ingedeeld in twee stadia: het beperkte (limited) stadium en het uitgebreide (extended) stadium.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over longkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met longkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met longkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.