Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LevensverwachtingCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Vrouwen leven 3,1 jaar langer dan mannen

Regionaal & Internationaal

Levensverwachting Nederlandse man hoog in EU

Kosten

Preventie & Zorg

Trend in levensverwachting bij geboorte

Levensverwachting bij geboorte 1950-2019

MannenVrouwenTotaal
195070,2972,5871,43
195170,2472,7571,49
195270,9673,2972,12
195370,4172,9871,68
195470,9673,8372,38
195570,9474,0872,49
195670,9774,1072,52
195771,3874,5872,97
195871,4674,8473,14
195971,2475,1673,17
196071,3975,3073,32
196171,4575,7473,57
196270,9575,5673,22
196371,0275,7773,35
196471,2876,2773,73
196571,1176,1473,58
196671,0376,1173,53
196771,1776,5773,82
196870,9276,4473,63
196970,9276,2973,57
197070,8176,5073,60
197170,9976,7773,83
197270,8176,7973,75
197371,3077,1374,18
197471,6177,6174,58
197571,4577,7174,53
197671,5377,9274,68
197772,0878,5275,28
197871,9578,5075,19
197972,4678,9375,69
198072,4879,1875,81
198172,7179,3276,01
198272,7379,4176,07
198372,9379,5676,25
198472,9679,6876,33
198573,0879,6676,38
198673,0979,6176,37
198773,5180,0676,82
198873,6880,2477,00
198973,6679,9276,84
199073,8480,1177,02
199174,0580,1577,16
199274,3080,2877,36
199373,9880,0077,04
199474,5880,3177,52
199574,6080,3677,54
199674,6680,3577,57
199775,1680,5577,94
199875,1980,6978,01
199975,3480,4577,97
200075,5480,5878,13
200175,8080,7178,33
200275,9980,6978,41
200376,2480,9378,66
200476,8781,4479,24
200577,1981,6079,48
200677,6381,8979,84
200778,0182,3180,25
200878,3282,2880,39
200978,5382,6580,67
201078,7782,7280,82
201179,1882,8581,09
201279,1482,8281,05
201379,4183,0481,29
201479,8783,2981,64
201579,7383,1381,48
201679,8883,1381,54
201780,0683,3281,73
201880,1683,3381,78
201980,4683,5682,05

Levensverwachting voor mannen sinds 1970 sterk gestegen

De levensverwachting bij geboorte voor mannen is in de periode 1950-2019 met ruim 10 jaar toegenomen, van 70,3 tot 80,5 jaar. De levensverwachting was in de periode 1950-1975 vrijwel constant. Daarna steeg de levensverwachting voor mannen sterk, vooral in de periode 2002-2010.

Levensverwachting vrouwen stijgt sinds 2002 sterk

De levensverwachting bij geboorte voor vrouwen is in de periode 1950-2019 met 11 jaar toegenomen, van 72,6 tot 83,6 jaar. Vooral in de periode 1950-1980 en 2002-2014 steeg de levensverwachting voor vrouwen sterk. In de periode 1980-2000 nam de levensverwachting voor vrouwen nauwelijks toe.

Meer informatie

 

Datum publicatie

18-06-2020

Trend in levensverwachting op 65 jaar

Levensverwachting op 65 jaar 1950-2019

MannenVrouwen Totaal
195014,3914,9414,67
195114,4015,0714,75
195214,6415,3114,99
195314,3915,1914,80
195414,5215,4715,00
195514,3715,5014,94
195614,2515,2614,77
195714,5415,7215,14
195814,5515,8215,20
195914,5516,0715,33
196014,5316,0915,33
196114,6416,3215,50
196214,2416,1715,23
196314,0916,2215,18
196414,4516,7515,63
196514,2116,5515,41
196614,2016,5815,43
196714,2616,9915,67
196813,9816,8015,43
196913,9516,7715,41
197013,8616,8815,43
197113,9116,9515,50
197213,7116,9715,41
197313,9717,3815,75
197414,1417,6215,97
197513,8217,6315,81
197613,8417,8315,93
197714,2818,3716,44
197814,0618,3316,31
197914,3118,6516,61
198014,3018,7916,68
198114,3318,8616,74
198214,3718,9416,80
198314,3619,1316,89
198414,4119,0916,91
198514,3619,0716,88
198614,3719,0916,90
198714,6719,4517,25
198814,6819,4217,24
198914,6319,2817,14
199014,7419,3917,26
199114,8919,3917,33
199215,0219,5217,47
199314,7319,2117,15
199415,1319,4717,50
199515,0819,4717,46
199615,1219,4617,47
199715,3919,6117,68
199815,4419,6617,73
199915,5319,5417,71
200015,6919,6417,83
200115,9019,7217,97
200215,9719,7017,99
200316,1819,8718,18
200416,6320,2518,59
200516,7720,4218,75
200617,1220,5618,99
200717,3720,8819,27
200817,6420,8819,39
200917,7921,1819,61
201017,9521,1919,69
201118,3021,3019,92
201218,2721,2419,86
201318,4421,3920,01
201418,8521,6020,33
201518,6321,3620,08
201618,7721,4320,17
201718,9721,4920,30
201819,0121,4620,29
201919,2421,6720,52

Levensverwachting op 65 jaar sterk gestegen

De resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is in de periode 1950-2019 voor mannen toegenomen van 14,4 tot 19,2 jaar en voor vrouwen van 14,9 naar 21,7 jaar. Vooral in de periode 2002-2014 steeg de levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen sterk maar lag in de jaren daarna weer iets lager. De stijging van de levensverwachting bij geboorte in de periode 2002-2014 is voor bijna driekwart het gevolg van de stijging van de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. De trend in de levensverwachting op 65-jarige leeftijd vertoont een vergelijkbaar patroon als de levensverwachting bij geboorte. Dit patroon wordt grotendeels verklaard doordat de levensverwachting bij geboorte gerelateerd is aan de levensverwachting op de leeftijd van 65 jaar.

Stijging levensverwachting door daling sterfte hart- en vaatziekten

De stijging van de levensverwachting in de periode 2002-2014 hangt samen met de daling van de gestandaardiseerde sterfte in die periode. De sterfte daalde bij vrijwel alle leeftijdsgroepen. De daling in de sterfte in die periode wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat de sterfte als gevolg van een hart- of vaatziekte is gedaald.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

18-06-2020

Trend in sekseverschil in levensverwachting

Sekseverschil in levensverwachting 1950-2019

JaarSekseverschil bij geboorteSekseverschil bij 65 jaar
19502,290,55
19512,510,67
19522,330,67
19532,560,80
19542,870,95
19553,141,13
19563,131,01
19573,191,18
19583,381,27
19593,921,51
19603,911,56
19614,291,68
19624,611,93
19634,752,13
19645,002,30
19655,022,34
19665,092,38
19675,402,73
19685,522,82
19695,372,82
19705,693,02
19715,783,04
19725,983,26
19735,833,41
19746,003,48
19756,263,81
19766,393,98
19776,444,09
19786,554,27
19796,474,34
19806,714,49
19816,614,53
19826,694,58
19836,634,77
19846,714,68
19856,594,71
19866,524,71
19876,554,78
19886,554,74
19896,264,65
19906,274,65
19916,104,50
19925,984,50
19936,024,48
19945,734,34
19955,774,39
19965,694,34
19975,384,22
19985,504,22
19995,114,01
20005,043,95
20014,913,82
20024,703,73
20034,703,69
20044,573,62
20054,413,65
20064,263,44
20074,303,51
20083,963,24
20094,123,39
20103,953,24
20113,673,00
20123,682,97
20133,632,95
20143,422,75
20153,402,72
20163,252,66
20173,262,52
20183,172,45
20193,102,43

Verschil levensverwachting tussen de seksen afgenomen na 1980

De levensverwachting voor vrouwen is hoger dan voor mannen, zowel bij geboorte als op 65-jarige leeftijd. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen is in de periode 1980-2019 met 3,6 jaar afgenomen: in 1980 leefden vrouwen nog 6,7 jaar langer dan mannen, in 2019 nog maar 3,1 jaar. Tussen 1950 en 1980 was het verschil tussen mannen en vrouwen juist toegenomen van 2,3 tot 6,7 jaar. Het verschil in de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd is toegenomen van 0,6 jaar in 1950 tot 4,8 jaar in 1983 en daarna weer gedaald naar 2,4 jaar in 2019. Het sekseverschil in levensverwachting bij geboorte van 2,3 jaar in 1950 is voor het grootste deel een gevolg van sekseverschillen in sterfte onder de 65 jaar. Het verschil van 3,1 jaar in 2019 is voor het grootste deel een gevolg van sekseverschillen in sterfte boven de 65 jaar.

Rookgedrag leidt tot kleiner sekseverschil in levensverwachting

Eén van de belangrijkste oorzaken van het afgenomen verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen in de periode 1980-2019 is de afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en rokende vrouwen. Het percentage mannen dat rookt, is sinds de jaren vijftig gedaald van 90 naar 25,4% in 2019. Het percentage rokende vrouwen is toegenomen van 29 tot 40% tussen 1958 en 1970 en daarna weer gedaald naar 18,1% in 2019. Door de afname van de verschillen tussen mannen en vrouwen in rookgedrag nemen ook sekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten, zoals longkanker en hart- en vaatziekten, af.

Meer informatie

Datum publicatie

18-06-2020

Prognose levensverwachting

Levensverwachting (waargenomen) en prognose 1950-2060

JaarMannen, waargenomenVrouwen, waargenomenTotaal, waargenomenMannen, prognoseVrouwen, prognoseTotaal, prognose
195070,2972,5871,43
195170,2472,7571,49
195270,9673,2972,12
195370,4172,9871,68
195470,9673,8372,38
195570,9474,0872,49
195670,9774,1072,52
195771,3874,5872,97
195871,4674,8473,14
195971,2475,1673,17
196071,3975,3073,32
196171,4575,7473,57
196270,9575,5673,22
196371,0275,7773,35
196471,2876,2773,73
196571,1176,1473,58
196671,0376,1173,53
196771,1776,5773,82
196870,9276,4473,63
196970,9276,2973,57
197070,8176,5073,60
197170,9976,7773,83
197270,8176,7973,75
197371,3077,1374,18
197471,6177,6174,58
197571,4577,7174,53
197671,5377,9274,68
197772,0878,5275,28
197871,9578,5075,19
197972,4678,9375,69
198072,4879,1875,81
198172,7179,3276,01
198272,7379,4176,07
198372,9379,5676,25
198472,9679,6876,33
198573,0879,6676,38
198673,0979,6176,37
198773,5180,0676,82
198873,6880,2477,00
198973,6679,9276,84
199073,8480,1177,02
199174,0580,1577,16
199274,3080,2877,36
199373,9880,0077,04
199474,5880,3177,52
199574,6080,3677,54
199674,6680,3577,57
199775,1680,5577,94
199875,1980,6978,01
199975,3480,4577,97
200075,5480,5878,13
200175,8080,7178,33
200275,9980,6978,41
200376,2480,9378,66
200476,8781,4479,24
200577,1981,6079,48
200677,6381,8979,84
200778,0182,3180,25
200878,3282,2880,39
200978,5382,6580,67
201078,7782,7280,82
201179,1882,8581,09
201279,1482,8281,05
201379,4183,0481,29
201479,8783,2981,64
201579,7383,1381,48
201679,8883,1381,54
201780,0683,3281,73
201880,1683,3381,78
201980,4683,5682,05
202080,6683,8182,26
202180,7984,0082,41
202280,9384,1982,57
202381,0784,3682,73
202481,2384,5382,88
202581,3884,7083,04
202681,5584,8683,21
202781,7285,0283,37
202881,8885,1983,53
202982,0385,3683,69
203082,1985,5483,85
203182,3485,7184,01
203282,4985,8884,17
203382,6486,0684,34
203482,7986,2384,50
203582,9486,4084,66
203683,0886,5784,81
203783,2386,7484,97
203883,3886,9185,13
203983,5287,0785,28
204083,6687,2385,43
204183,8187,3985,58
204283,9587,5485,73
204384,0987,7085,88
204484,2387,8586,03
204584,3788,0086,17
204684,5088,1586,31
204784,6488,3086,45
204884,7788,4486,59
204984,9188,5886,73
205085,0488,7286,87
205185,1788,8687,00
205285,3089,0087,14
205385,4389,1487,27
205485,5689,2787,40
205585,6989,4087,53
205685,8289,5487,66
205785,9489,6687,79
205886,0789,7987,92
205986,1989,9288,04
206086,3190,0488,16

Levensverwachting zal verder stijgen

Het CBS verwacht op basis van analyses van sterftetrends uit het verleden dat de levensverwachting verder zal toenemen voor zowel mannen als vrouwen. Het CBS verwacht in 2060 een levensverwachting van 86,3 jaar voor mannen en 90,0 jaar voor vrouwen. Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen zal  naar verwachting iets toenemen van 3,1 jaar in 2019 naar 3,7 in 2060.

Meer informatie

Datum publicatie

18-06-2020

Verantwoording

Definities
  • Met levensverwachting wordt levensverwachting bij geboorte bedoeld

    Met 'de levensverwachting' wordt meestal 'de levensverwachting bij geboorte' bedoeld. De levensverwachting bij geboorte voor een bepaald jaar, bijvoorbeeld voor mensen die in 2005 zijn geboren, is het aantal jaren dat deze pasgeborenen kunnen verwachten te leven.

  • Levensverwachting op elke leeftijd te berekenen

    De levensverwachting kan op elke willekeurige leeftijd worden berekend. We noemen dat dan 'de resterende levensverwachting' op een bepaalde leeftijd.

    Het berekenen van de resterende levensverwachting op een bepaalde leeftijd is soortgelijk aan het berekenen van de levensverwachting bij geboorte. Hierbij wordt het gemiddeld aantal geleefde jaren berekend, voor alle personen uit het geboortecohort die op die specifieke leeftijd nog leefden
    (Sturmans, 1986). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Sturmans F. Epidemiologie, theorie, methoden en toepassing. Nijmegen: Dekker & van de Vegt; 1986. Bron
  • Leeftijdsspecifieke sterftekansen gelijk gedurende leven van geboortecohort

    De aanname bij deze berekeningen is dat de leeftijdsspecifieke sterftekansen gelijk blijven gedurende het leven van het geboortecohort. Wanneer de leeftijdsspecifieke sterfte, bijvoorbeeld door verbetering van de gezondheidszorg, afneemt in de loop der tijd, is de bij de geboorte berekende levensverwachting in feite een onderschatting van de uiteindelijke levensverwachting (Sturmans, 1986).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Sturmans F. Epidemiologie, theorie, methoden en toepassing. Nijmegen: Dekker & van de Vegt; 1986. Bron
Bronverantwoording
Methoden
  • Voor berekenen van levensverwachting uitgaan van leeftijdsspecifieke sterftecijfers

    Bij het berekenen van de levensverwachting bij geboorte gaan we uit van de leeftijdsspecifieke sterftecijfers voor de op elkaar volgende leeftijdscategorieën, zoals die gelden op het moment van de geboorte. Bij de berekening van de levensverwachting in een bepaald jaar in een bepaalde groep mensen wordt een geboortecohort genomen van bijvoorbeeld 100.000 personen. Dit geboortecohort laten we 'uitsterven' volgens de sterftekansen in dat jaar in die bevolking. Het gemiddeld aantal jaren dat die groep van 100.000 personen dan geleefd heeft, is de levensverwachting.

  • Monitoring verschillen in (gezonde) levensverwachting naar SES

    Of verschillen in de (gezonde) levensverwachting toe- of afgenomen zijn of gelijk zijn gebleven, is hier nagegaan aan de hand van een gestandaardiseerde meetmethode. Deze meetmethode maakt het mogelijk om de grootte van ses-verschillen in de levensverwachting te volgen over de tijd (monitoren). Voor het monitoren is het belangrijk om steeds dezelfde werkwijze aan te houden. Hiervoor zijn op een aantal punten samen met het CBS en Erasmus MC beslissingen gemaakt. Opleidingsniveau is hier genomen als maat voor de sociaaleconomische status. Het gaat om de levensverwachting op 25 jarige leeftijd. De cijfers zijn zodanig berekend dat ze gevoelig zijn voor zowel de grootte van de verschillen in de levensverwachting tussen sociaaleconomische groepen als de omvang van de sociaaleconomische ongelijkheid in de bevolking.

  • Methodebeschrijving (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau

    In de gehanteerde methodiek wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de berekeningswijze van de ‘gewone’ levensverwachting. Doordat het aantal mensen met alleen lagere school (of basisschool) als opleiding steeds kleiner wordt, zijn de twee laagste opleidingsklassen bij elkaar genomen (CBS, 2017). Er wordt dus onderscheid gemaakt in 3 klassen terwijl dat vroeger 4 opleidingsklassen was. Opleiding wordt deels bepaald aan de hand van de Enquête Beroepsbevolking (EBB), daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van andere opleidingsregistraties. Met name voor jongere generaties is nu vaker bekend welk opleidingsniveau een persoon heeft.

    In 2020 heeft een revisie plaats gevonden van de methodiek voor het berekenen van (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau (CBS, 2020). De belangrijkste wijzigingen in de methode om gezonde levensverwachting naar opleidingsniveau te schatten zijn:

    • Voor sterftekansen wordt niet langer gewerkt met 5-jaarsklassen, maar worden kansen per individuele leeftijd geschat. Dit geldt voor de leeftijden tot en met 89 jaar. Daarboven worden er sterftekansen geschat voor de leeftijdsgroepen van 90 t/m 94 jaar en van 95 jaar of ouder.
    • Bij het bepalen van de gezondheidsprevalenties is een leeftijdscategorie toegevoegd. Waar eerder als bovenste categorie de groep van 80 jaar of ouder werd genomen, worden er nu prevalenties geschat voor de leeftijdsgroepen van 80 t/m 84 jaar en van 85 jaar of ouder.
    • De revisie heeft impact op de schattingen. Vergeleken met de cijfers van voor de revisie is de invloed het grootst bij de hoogopgeleiden. Hun levensverwachting komt op basis van de gereviseerde methode lager uit. Dit effect is het sterkst bij de meest recente cijfers, die over de periode 2015/2018. Omdat de omgang met de gezondheidsprevalenties maar beperkt is gewijzigd zijn de veranderingen in gezonde levensverwachting, ten opzicht van de methode van voor revisie, vooral een doorwerking van de veranderingen bij de berekening van de levensverwachting.

    Meer informatie

  • Regionale vergelijkingen

    De regionale cijfers over levensverwachting zijn gebaseerd op sterftecijfers naar leeftijd, geslacht en regio. Er is gebruik gemaakt van het CBS-doodsoorzakenbestand over de jaren 2013 tot en met 2016. De leeftijd is onderverdeeld in 10 klassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-84 jarigen en 85-plussers). De regio's zijn ingedeeld volgens de GGD-indeling van 2016 en gemeentelijke indeling van 2016 (25 regio's en 390 gemeenten).

    Voor de periode van vier jaar is vervolgens, met behulp van de leeftijdsspecifieke sterftecijfers, de totale levensverwachting berekend. Hierbij is gebruik gemaakt van de methodiek Sullivan (zie voor meer informatie www.eurohex.eu).

    Landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);
    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;
    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Informatie uit internationale vergelijking

    Door een andere berekeningswijze (Verschuuren et al., 2012) wijken de hier genoemde WHO-HFA cijfers voor Nederland iets af van de nationale schattingen.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. WHO-HFA, WHO European Health for All Database. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Verschuuren M, Achterberg PW, Gijsen R, Harbers MM, Vijge E, van der Wilk EA, et al. ECHI indicator development and documentation. Joint Action for ECHIM Final Report Part II. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2012. Bron