Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LevensverwachtingCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Vrouwen leven 3,4 jaar langer dan mannen

Regionaal & Internationaal

Levensverwachting Nederlandse man hoog in EU

Kosten

Preventie & Zorg

Resterende levensverwachting

Resterende levensverwachting 2020

Leeftijd (op 31 december)MannenVrouwenTotaal
079,6783,0881,38
179,4782,8481,17
278,581,8780,2
377,5180,8879,21
476,5379,8978,22
575,5478,8977,23
674,5477,976,23
773,5576,9175,24
872,5575,9174,24
971,5574,9273,25
1070,5673,9272,25
1169,5672,9271,25
1268,5671,9370,26
1367,5770,9369,26
1466,5769,9468,27
1565,5868,9567,28
1664,5967,9566,29
1763,6166,9665,3
1862,6265,9764,31
1961,6364,9863,32
2060,6563,9962,33
2159,676361,35
2258,6962,0260,37
2357,7161,0359,38
2456,7360,0458,4
2555,7659,0557,41
2654,7758,0656,43
2753,7957,0755,44
2852,8256,0854,46
2951,8455,153,48
3050,8654,1152,5
3149,8953,1251,52
3248,9152,1450,54
3347,9351,1549,56
3446,9650,1748,58
3545,9949,1947,61
3645,0248,2146,63
3744,0647,2345,66
3843,0846,2644,69
3942,1345,2843,72
4041,1644,3142,75
4140,243,3441,78
4239,2442,3740,82
4338,2941,439,86
4437,3340,4338,9
4536,3839,4737,94
4635,4238,5136,98
4734,4937,5536,04
4833,5436,635,09
4932,6135,6534,15
5031,6834,7133,22
5130,7633,7632,28
5229,8432,8331,36
5328,9431,8930,44
5428,0430,9629,52
5527,1330,0328,61
5626,2329,1127,7
5725,3328,226,79
5824,4327,2925,89
5923,5526,3925
6022,6825,4924,12
6121,8324,5923,24
6220,9923,7222,39
6320,1522,8621,54
6419,322220,7
6518,5221,1519,87
6617,7220,3119,05
6716,9319,4718,25
6816,1618,6517,45
6915,3917,8316,66
7014,6417,0315,88
7113,8916,2215,11
7213,1715,4414,36
7312,4514,6613,62
7411,7513,8912,89
7511,0613,1312,16
7610,4112,3911,48
779,7711,6810,81
789,1510,9710,15
798,5510,289,51
807,989,628,9
817,428,968,3
826,898,337,72
836,377,737,16
845,897,146,64
855,446,596,14
8656,055,65
874,595,575,21
884,235,124,8
893,894,714,42
903,64,314,08
913,343,983,77
923,083,663,48
932,853,373,22
942,623,12,97
952,442,872,76
962,312,632,55
972,142,432,37
982,022,292,23
991,992,122,09

Levensverwachting voor mannen 79,7 en voor vrouwen 83,1

In 2020 was de levensverwachting bij geboorte 79,7 jaar voor mannen en 83,1 jaar voor vrouwen. De resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd was 18,5 jaar voor mannen en 21,2 voor vrouwen. Een 65-jarige man wordt naar verwachting dus 83,5 jaar en een 65-jarige vrouw 86,1 jaar.

Vrouwen leven gemiddeld 3,4 jaar langer dan mannen

De levensverwachting bij geboorte was in 2020 voor vrouwen 3,4 jaar hoger dan voor mannen. Op 65-jarige leeftijd is de levensverwachting voor vrouwen nog steeds 2,6 jaar hoger dan die voor mannen. De resterende levensverwachting is voor vrouwen op iedere leeftijd groter dan voor mannen, maar met een toenemende leeftijd neemt het verschil in resterende levensverwachting wel af.

Verschil levensverwachting door kleinere sterftekansen vrouwen vanaf 65 jaar

Het verschil in levensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen is vooral een gevolg van de kleinere sterftekansen voor vrouwen van 65 jaar en ouder. Op jongere leeftijd sterven ook (iets) meer mannen dan vrouwen, maar dit verschil in sterfte heeft een klein effect op het geslachtsverschil in de levensverwachting, omdat op jonge leeftijd relatief weinig mensen overlijden.

Vrouwen leven meer jaren in ongezondheid

De levensverwachting wordt weergegeven in jaren. Die jaren kunnen worden opgedeeld in gezonde jaren en ongezonde jaren. En hoewel vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen, leven mannen en vrouwen gemiddeld ongeveer even lang in goede gezondheid. Vrouwen hebben dus meer ongezonde jaren. Deze worden doorgaans doorgebracht in 'lichte' ongezondheid. Zie ook Gezonde levensverwachting.

Meer informatie

Datum publicatie

08-10-2021

Levensverwachting: Overleving

Overlevingskansen 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaal
0100,0100,0100,0
199,699,799,6
299,699,699,6
399,699,699,6
499,599,699,6
599,599,699,6
699,599,699,6
799,599,699,6
899,599,699,6
999,599,699,5
1099,599,699,5
1199,599,699,5
1299,599,699,5
1399,599,699,5
1499,599,699,5
1599,599,599,5
1699,499,599,5
1799,499,599,5
1899,499,599,5
1999,499,599,4
2099,499,599,4
2199,399,599,4
2299,399,499,4
2399,399,499,3
2499,299,499,3
2599,299,499,3
2699,199,499,3
2799,199,399,2
2899,199,399,2
2999,099,399,2
3099,099,399,1
3198,999,399,1
3298,999,299,1
3398,899,299,0
3498,899,299,0
3598,799,198,9
3698,799,198,9
3798,699,098,8
3898,599,098,7
3998,498,998,7
4098,398,998,6
4198,298,898,5
4298,198,798,4
4398,098,798,3
4497,998,698,2
4597,898,598,1
4697,798,498,0
4797,598,397,9
4897,398,197,7
4997,198,097,6
5096,997,997,4
5196,797,797,2
5296,497,596,9
5396,197,396,7
5495,897,196,4
5595,496,996,1
5695,196,695,8
5794,796,395,5
5894,396,095,1
5993,995,794,7
6093,395,394,3
6192,794,993,8
6292,094,493,2
6391,393,892,6
6490,593,291,9
6589,692,691,1
6688,691,990,2
6787,591,189,3
6886,390,388,3
6985,189,487,2
7083,788,486,0
7182,287,484,8
7280,586,283,3
7378,884,981,8
7476,883,680,2
7574,882,178,4
7672,480,476,4
7769,878,574,1
7867,176,671,8
7964,174,369,2
8060,971,966,3
8157,569,363,3
8253,866,360,0
8350,163,156,6
8446,059,752,8
8541,755,948,8
8637,552,044,8
8733,147,640,4
8828,742,935,9
8924,438,131,3
9020,133,326,9
9116,328,322,5
9212,923,718,5
939,919,414,8
947,515,411,6
955,411,98,8
963,79,06,5
972,66,54,7
981,74,53,2
991,03,12,1

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek op CBS Statline

Overlevingskans voor vrouwen op iedere leeftijd groter

De overlevingskans van vrouwen is op iedere leeftijd beter dan voor mannen. Dit betekent dat op elke leeftijd vrouwen een hogere resterende levensverwachting hebben. Zo is het percentage vrouwen dat nog leeft op basis van sterfte in 2020 en een hypothetisch geboortecohort op 80-jarige leeftijd 71,9%, terwijl dit voor mannen 60,9% is. Op hogere leeftijd zijn de verschillen groter dan op lagere leeftijd. Het is goed te zien dat de lijnen in de grafiek voor mannen en vrouwen vanaf 60 jaar uit elkaar gaan lopen.

Meer informatie

Datum publicatie

08-10-2021

Levensverwachting bij geboorte naar opleiding

Levensverwachting bij geboorte naar opleiding 2017-2020

OnderwijsniveauLaagMiddelbaarHoog
Mannen7780,382,8
Vrouwen81,48485,7
Totaal81,48283,9

Bron: CBS StatLine

  • Laag onderwijsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar onderwijsniveau = bovenbouw van havo/vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog onderwijsniveau = hbo of wo
  • Levensverwachting wordt berekend over een periode van vier jaar. Als gevolg van de sterfte aan COVID-19 is de levensverwachting bij geboorte in 2020 voor zowel mannen als vrouwen lager dan in voorgaande jaren. Het is momenteel niet bekend in welke mate de pandemie invloed heeft gehad op deze uitkomsten naar onderwijsniveau.

Hoogopgeleide mannen en vrouwen leven langer

Hoogopgeleide mannen leven 5,8 jaar langer dan laagopgeleide mannen, hoogopgeleide vrouwen 4,3 jaar langer dan laagopgeleide vrouwen. Dit is een verschil van gemiddeld 4,4 jaar in levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden.

Hoe hoger de opleiding hoe hoger de levensverwachting

Naarmate het opleidingsniveau hoger is, stijgt de levensverwachting, zowel bij mannen als vrouwen. Het is dus niet alleen de groep met het laagste opleidingsniveau die een lagere levensverwachting heeft. Ook de middencategorie heeft een lagere levensverwachting dan de hoogst opgeleiden.

Meer informatie

Datum publicatie

21-10-2021

Levensverwachting op 65 jaar naar opleiding

Levensverwachting op 65 jaar naar opleiding 2017-2020

OnderwijsniveauLaagMiddelbaarHoog
Mannen17,619,320,6
Vrouwen20,822,123
Totaal19,520,521,5

Bron: CBS StatLine

  • Laag onderwijsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar onderwijsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog onderwijsniveau = hbo of wo
  • Levensverwachting wordt berekend over een periode van vier jaar. Als gevolg van de sterfte aan COVID-19 is de levensverwachting bij geboorte in 2020 voor zowel mannen als vrouwen lager dan in voorgaande jaren. Het is momenteel niet bekend in welke mate de pandemie invloed heeft gehad op deze uitkomsten naar onderwijsniveau.

Levensverwachting op 65-jarige leeftijd hoger voor hoogopgeleiden

Verschillen in (resterende) levensverwachting naar opleidingsniveau bestaan ook op oudere leeftijd. Er zijn dus niet alleen verschillen in levensverwachting onder de 65 jaar, maar ook op oudere leeftijd zijn er nog verschillen in levensverwachting tussen opleidingsgroepen. Mannen van 65 jaar met alleen lager onderwijs leven gemiddeld nog 17,6 jaar, terwijl hoogopgeleide mannen op die leeftijd nog een levensverwachting van 20,6 jaar hebben. Dit is een verschil van 3 jaar. Voor vrouwen is het verschil in levensverwachting naar opleidingsniveau op 65-jarige leeftijd 2,2 jaar. Laagopgeleide vrouwen van 65 jaar leven gemiddeld nog 20,8 jaar en hoogopgeleide vrouwen van die leeftijd nog 23 jaar.

Meer informatie

Datum publicatie

21-10-2021

Verantwoording

Definities
  • Met levensverwachting wordt levensverwachting bij geboorte bedoeld

    Met 'de levensverwachting' wordt meestal 'de levensverwachting bij geboorte' bedoeld. De levensverwachting bij geboorte voor een bepaald jaar, bijvoorbeeld voor mensen die in 2005 zijn geboren, is het aantal jaren dat deze pasgeborenen kunnen verwachten te leven.

  • Levensverwachting op elke leeftijd te berekenen

    De levensverwachting kan op elke willekeurige leeftijd worden berekend. We noemen dat dan 'de resterende levensverwachting' op een bepaalde leeftijd.

    Het berekenen van de resterende levensverwachting op een bepaalde leeftijd is soortgelijk aan het berekenen van de levensverwachting bij geboorte. Hierbij wordt het gemiddeld aantal geleefde jaren berekend, voor alle personen uit het geboortecohort die op die specifieke leeftijd nog leefden
    (Sturmans, 1986). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Sturmans F. Epidemiologie, theorie, methoden en toepassing. Nijmegen: Dekker & van de Vegt; 1986. Bron
  • Leeftijdsspecifieke sterftekansen gelijk gedurende leven van geboortecohort

    De aanname bij deze berekeningen is dat de leeftijdsspecifieke sterftekansen gelijk blijven gedurende het leven van het geboortecohort. Wanneer de leeftijdsspecifieke sterfte, bijvoorbeeld door verbetering van de gezondheidszorg, afneemt in de loop der tijd, is de bij de geboorte berekende levensverwachting in feite een onderschatting van de uiteindelijke levensverwachting (Sturmans, 1986).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Sturmans F. Epidemiologie, theorie, methoden en toepassing. Nijmegen: Dekker & van de Vegt; 1986. Bron
Bronverantwoording
Methoden
  • Voor berekenen van levensverwachting uitgaan van leeftijdsspecifieke sterftecijfers

    Bij het berekenen van de levensverwachting bij geboorte gaan we uit van de leeftijdsspecifieke sterftecijfers voor de op elkaar volgende leeftijdscategorieën, zoals die gelden op het moment van de geboorte. Bij de berekening van de levensverwachting in een bepaald jaar in een bepaalde groep mensen wordt een geboortecohort genomen van bijvoorbeeld 100.000 personen. Dit geboortecohort laten we 'uitsterven' volgens de sterftekansen in dat jaar in die bevolking. Het gemiddeld aantal jaren dat die groep van 100.000 personen dan geleefd heeft, is de levensverwachting.

  • Monitoring verschillen in (gezonde) levensverwachting naar SES

    Of verschillen in de (gezonde) levensverwachting toe- of afgenomen zijn of gelijk zijn gebleven, is hier nagegaan aan de hand van een gestandaardiseerde meetmethode. Deze meetmethode maakt het mogelijk om de grootte van ses-verschillen in de levensverwachting te volgen over de tijd (monitoren). Voor het monitoren is het belangrijk om steeds dezelfde werkwijze aan te houden. Hiervoor zijn op een aantal punten samen met het CBS en Erasmus MC beslissingen gemaakt. Opleidingsniveau is hier genomen als maat voor de sociaaleconomische status. Het gaat om de levensverwachting op 25 jarige leeftijd. De cijfers zijn zodanig berekend dat ze gevoelig zijn voor zowel de grootte van de verschillen in de levensverwachting tussen sociaaleconomische groepen als de omvang van de sociaaleconomische ongelijkheid in de bevolking.

  • Methodebeschrijving (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau

    In de gehanteerde methodiek wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de berekeningswijze van de ‘gewone’ levensverwachting. Doordat het aantal mensen met alleen lagere school (of basisschool) als opleiding steeds kleiner wordt, zijn de twee laagste opleidingsklassen bij elkaar genomen (CBS, 2017). Er wordt dus onderscheid gemaakt in 3 klassen terwijl dat vroeger 4 opleidingsklassen was. Opleiding wordt deels bepaald aan de hand van de Enquête Beroepsbevolking (EBB), daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van andere opleidingsregistraties. Met name voor jongere generaties is nu vaker bekend welk opleidingsniveau een persoon heeft.

    In 2020 heeft een revisie plaats gevonden van de methodiek voor het berekenen van (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau (CBS, 2020). De belangrijkste wijzigingen in de methode om gezonde levensverwachting naar opleidingsniveau te schatten zijn:

    • Voor sterftekansen wordt niet langer gewerkt met 5-jaarsklassen, maar worden kansen per individuele leeftijd geschat. Dit geldt voor de leeftijden tot en met 89 jaar. Daarboven worden er sterftekansen geschat voor de leeftijdsgroepen van 90 t/m 94 jaar en van 95 jaar of ouder.
    • Bij het bepalen van de gezondheidsprevalenties is een leeftijdscategorie toegevoegd. Waar eerder als bovenste categorie de groep van 80 jaar of ouder werd genomen, worden er nu prevalenties geschat voor de leeftijdsgroepen van 80 t/m 84 jaar en van 85 jaar of ouder.
    • De revisie heeft impact op de schattingen. Vergeleken met de cijfers van voor de revisie is de invloed het grootst bij de hoogopgeleiden. Hun levensverwachting komt op basis van de gereviseerde methode lager uit. Dit effect is het sterkst bij de meest recente cijfers, die over de periode 2015/2018. Omdat de omgang met de gezondheidsprevalenties maar beperkt is gewijzigd zijn de veranderingen in gezonde levensverwachting, ten opzicht van de methode van voor revisie, vooral een doorwerking van de veranderingen bij de berekening van de levensverwachting.

    Meer informatie

  • Regionale vergelijkingen

    De regionale cijfers over levensverwachting zijn gebaseerd op sterftecijfers naar leeftijd, geslacht en regio. Er is gebruik gemaakt van het CBS-doodsoorzakenbestand over de jaren 2016 tot en met 2019. De leeftijd is onderverdeeld in 10 klassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-84 jarigen en 85-plussers). De regio's zijn ingedeeld volgens de GGD-indeling van 2019 en gemeentelijke indeling van 2019 (25 regio's en 355 gemeenten).

    Voor de periode van vier jaar is vervolgens, met behulp van de leeftijdsspecifieke sterftecijfers, de totale levensverwachting berekend. Hierbij is gebruik gemaakt van de methodiek Sullivan (zie voor meer informatie www.eurohex.eu).

    Landelijk gemiddelde

    Bij een onderwerp is het mogelijk dat het gemiddelde bij het hoofdstuk 'Cijfers & Context' verschilt van gemiddelde bij het hoofdstuk 'Regionaal & Internationaal'. Dit kan te maken hebben met: 

    • het niveau waarop de informatie geaggregeerd is (van wijkniveau tot landelijk niveau);
    • het presenteren van cijfers uit verschillende jaren;
    • het al dan niet combineren van cijfers van verschillende jaren (bijvoorbeeld een gemiddelde van drie jaren);
    • het kiezen van een verschillende standaard bij het presenteren van gestandaardiseerde gegevens.
  • Informatie uit internationale vergelijking

    Door een andere berekeningswijze (Verschuuren et al., 2012) wijken de hier genoemde WHO-HFA cijfers voor Nederland iets af van de nationale schattingen.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. WHO-HFA, WHO European Health for All Database. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Verschuuren M, Achterberg PW, Gijsen R, Harbers MM, Vijge E, van der Wilk EA, et al. ECHI indicator development and documentation. Joint Action for ECHIM Final Report Part II. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2012. Bron