Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Meeste letsels zijn gevolg van privé-ongeval

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Groningen en Zeeland

Kosten

Meeste kosten door privé-ongevallen

Verkeersongevallen per gemeente

Verkeersongevallen 2015

per gemeente
Verkeersongevallen 2015 per gemeente
Verkeersongevallen 2015
GemeentenaamPer 1.000 inwAbsoluut aantal
Aa en Hunze6,2155
Aalburg4,355
Aalsmeer5,1160
Aalten5,5149
Achtkarspelen4,0112
Alblasserdam7,6151
Albrandswaard2,768
Alkmaar7,7829
Almelo9,3669
Almere4,7931
Alphen aan den Rijn4,2452
Alphen-Chaam6,462
Ameland5,319
Amersfoort6,61013
Amstelveen4,7410
Amsterdam7,76308
Apeldoorn10,71694
Appingedam4,757
Arnhem9,41429
Assen6,0403
Asten7,8129
Baarle-Nassau6,140
Baarn8,6209
Barendrecht8,4397
Barneveld12,7692
Bedum3,132
Beek7,6124
Beemster14,7131
Beesel5,574
Bellingwedde5,853
Berg en Dal4,9169
Bergeijk3,870
Bergen NH5,6168
Bergen op Zoom8,2547
Berkelland6,6295
Bernheze6,1180
Best6,2178
Beuningen9,0227
Beverwijk7,1285
Binnenmaas6,4182
Bladel6,2123
Blaricum4,946
Bloemendaal6,8151
Bodegraven-Reeuwijk7,3243
Boekel2,323
Borger-Odoorn5,3136
Borne10,1223
Borsele4,9110
Boxmeer5,1145
Boxtel5,0152
Breda10,01818
Brielle6,099
Bronckhorst7,8286
Brummen5,3112
Brunssum4,5129
Bunnik9,5139
Bunschoten4,082
Buren4,9128
Capelle aan den IJssel4,5298
Castricum4,4150
Coevorden5,5194
Cranendonck6,6136
Cromstrijen7,089
Cuijk8,3204
Culemborg6,3174
Dalfsen6,6182
Dantumadiel3,160
De Bilt6,9293
De Fryske Marren9,0461
De Marne6,970
De Ronde Venen6,1259
De Wolden5,6132
Delft5,1520
Delfzijl4,9125
Den Helder5,6317
Deurne4,7149
Deventer7,9778
Diemen10,2272
Dinkelland5,7149
Doesburg3,135
Doetinchem6,1343
Dongen3,590
Dongeradeel3,276
Dordrecht6,7796
Drechterland4,790
Drimmelen4,6122
Dronten4,4177
Druten3,055
Duiven6,6169
Echt-Susteren11,4364
Edam-Volendam2,8100
Ede7,5839
Eemnes17,0150
Eemsmond4,164
Eersel9,0166
Eijsden-Margraten3,689
Eindhoven8,61909
Elburg6,5148
Emmen5,2558
Enkhuizen3,869
Enschede9,91572
Epe8,1261
Ermelo7,9207
Etten-Leur6,7286
Ferwerderadiel5,044
Franekeradeel3,775
Geertruidenberg10,2221
Geldermalsen12,7333
Geldrop-Mierlo5,9230
Gemert-Bakel3,9116
Gennep5,493
Giessenlanden9,5137
Gilze en Rijen7,3191
Goeree-Overflakkee2,2107
Goes8,4313
Goirle3,273
Gooise Meren10,7600
Gorinchem10,4369
Gouda4,2299
Grave2,735
Groningen7,21446
Grootegast3,138
Gulpen-Wittem5,986
Haaksbergen8,1196
Haaren5,575
Haarlem5,2811
Haarlemmerliede ca31,2174
Haarlemmermeer12,11747
Halderberge5,4158
Hardenberg6,8406
Harderwijk8,7397
Hardinxveld-Giessendam7,6135
Haren5,3101
Harlingen4,977
Hattem13,0154
Heemskerk4,4172
Heemstede6,3166
Heerde8,0148
Heerenveen7,1356
Heerhugowaard6,0323
Heerlen7,1617
Heeze-Leende10,9169
Heiloo4,193
Hellendoorn6,2222
Hellevoetsluis3,9150
Helmond5,0446
Hendrik-Ido-Ambacht4,2122
Hengelo OV9,1735
Het Bildt2,526
Heumen8,1133
Heusden5,1221
Hillegom4,289
Hilvarenbeek5,380
Hilversum5,2450
Hof van Twente6,8239
Hollands Kroon5,7273
Hoogeveen6,7366
Hoogezand-Sappemeer6,1209
Hoorn5,6401
Horst aan de Maas7,3304
Houten3,6177
Huizen3,0122
Hulst5,3145
IJsselstein3,3114
Kaag en Braassem6,4166
Kampen6,5336
Kapelle5,873
Katwijk3,5222
Kerkrade6,1282
Koggenland6,6147
Kollumerland ca4,153
Korendijk3,841
Krimpen aan den IJssel2,985
Krimpenerwaard3,0161
Laarbeek5,6122
Landerd6,8104
Landgraaf4,1155
Landsmeer4,953
Langedijk4,1113
Lansingerland4,5260
Laren8,491
Leek8,0155
Leerdam3,777
Leeuwarden6,5701
Leeuwarderadeel3,435
Leiden6,9842
Leiderdorp4,2113
Leidschendam-Voorburg5,6411
Lelystad5,6431
Leudal7,1257
Leusden4,4128
Lingewaal8,089
Lingewaard2,9133
Lisse3,681
Littenseradiel3,841
Lochem6,3211
Loon op Zand5,6128
Lopik4,564
Loppersum7,071
Losser6,5147
Maasdriel7,7186
Maasgouw5,4129
Maassluis2,271
Maastricht6,4785
Marum9,194
Medemblik6,3275
Meerssen4,892
Menameradiel5,879
Menterwolde7,187
Meppel5,6185
Middelburg6,3298
Midden-Delfland6,8128
Midden-Drenthe6,0201
Mill en St.Hubert3,033
Moerdijk13,9510
Molenwaard7,6219
Montferland5,9209
Montfoort3,649
Mook en Middelaar4,938
Neder-Betuwe10,0228
Nederweert6,6110
Neerijnen9,0108
Nieuwegein5,8356
Nieuwkoop3,8104
Nijkerk5,7232
Nijmegen7,21232
Nissewaard3,9332
Noord Beveland6,951
Noordenveld4,5140
Noordoostpolder6,1285
Noordwijk4,5116
Noordwijkerhout4,166
Nuenen ca4,295
Nunspeet8,9238
Nuth6,5101
Oegstgeest3,376
Oirschot13,6245
Oisterwijk8,3213
Oldambt6,7256
Oldebroek6,5149
Oldenzaal6,5208
Olst-Wijhe5,292
Ommen11,0190
Onderbanken4,636
Oost Gelre6,2183
Oosterhout7,7412
Ooststellingwerf4,9126
Oostzaan12,0110
Opmeer2,629
Opsterland6,3187
Oss5,3480
Oud-Beijerland3,890
Oude IJsselstreek6,4254
Ouder-Amstel33,8449
Oudewater2,727
Overbetuwe7,8363
Papendrecht7,8251
Peel en Maas6,5282
Pekela4,557
Pijnacker-Nootdorp2,7139
Purmerend4,3342
Putten7,9193
Raalte5,8211
Reimerswaal7,1157
Renkum5,5173
Renswoude6,231
Reusel-De Mierden2,735
Rheden5,2225
Rhenen6,1118
Ridderkerk7,8353
Rijnwaarden3,235
Rijssen-Holten8,4318
Rijswijk6,4308
Roerdalen6,1127
Roermond9,1520
Roosendaal8,7666
Rotterdam9,25768
Rozendaal5,38
Rucphen6,2137
S Gravenhage6,33255
S Hertogenbosch7,71164
Schagen6,2286
Scherpenzeel2,928
Schiedam7,0541
Schiermonnikoog3,23
Schijndel3,481
Schinnen5,267
Schouwen-Duiveland7,9267
Simpelveld3,235
Sint Anthonis3,136
Sint-Michielsgestel3,6102
Sint-Oedenrode5,294
Sittard-Geleen8,1758
Sliedrecht6,3155
Slochteren8,9139
Sluis6,4152
Smallingerland6,3350
Soest5,4246
Someren6,6123
Son en Breugel6,5106
Stadskanaal6,2201
Staphorst11,4187
Stede Broec2,963
Steenbergen5,6133
Steenwijkerland5,9257
Stein4,0101
Stichtse Vecht6,7429
Strijen3,934
Súdwest Fryslân4,8400
Ten Boer5,440
Terneuzen6,5356
Terschelling6,029
Texel6,690
Teylingen4,8171
Tholen4,3110
Tiel8,3347
Tilburg8,31751
Tubbergen5,0106
Twenterand5,5185
Tynaarlo5,6182
Tytsjerksteradiel4,2134
Uden5,3219
Uitgeest8,7116
Uithoorn2,366
Urk2,345
Utrecht8,92981
Utrechtse Heuvelrug5,1247
Vaals7,169
Valkenburg aan de Geul6,7111
Valkenswaard5,7172
Veendam6,4177
Veenendaal4,1260
Veere7,1156
Veghel7,7292
Veldhoven5,3234
Velsen7,6511
Venlo10,11011
Venray6,3273
Vianen13,9273
Vlaardingen5,1367
Vlagtwedde5,488
Vlieland2,73
Vlissingen6,3281
Voerendaal4,455
Voorschoten3,076
Voorst10,4248
Vught6,9179
Waalre6,6111
Waalwijk7,7360
Waddinxveen10,6271
Wageningen2,9110
Wassenaar7,9202
Waterland5,899
Weert8,6421
Weesp3,157
Werkendam8,2218
West Maas en Waal5,8108
Westerveld4,789
Westervoort3,349
Westland4,6483
Weststellingwerf6,9176
Westvoorne3,144
Wierden8,5204
Wijchen6,5264
Wijdemeren3,582
Wijk bij Duurstede3,478
Winsum3,852
Winterswijk8,0233
Woensdrecht7,9172
Woerden6,9350
Wormerland6,6104
Woudenberg5,062
Woudrichem2,840
Zaanstad5,7865
Zaltbommel7,7210
Zandvoort6,1101
Zederik13,8189
Zeewolde5,3116
Zeist5,1314
Zevenaar6,7217
Zoetermeer3,7460
Zoeterwoude5,746
Zuidhorn4,585
Zuidplas9,1369
Zundert4,9105
Zutphen5,3248
Zwartewaterland4,5100
Zwijndrecht5,4241
Zwolle9,11126
View all detail data

Aantal verkeersongevallen het laagst in Friesland en Groningen

In de kaart wordt het aantal verkeersongevallen per 1.000 inwoners per gemeente getoond. De kaart toont een clustering van gemeenten in Friesland en Groningen met een relatief laag aantal verkeersongevallen per 1.000 inwoners. De politie registreert deze verkeersongevallen in Nederland en verstrekt deze gegevens aan de Adviesdienst Verkeer en Vervoer. Indien de politie niet wordt gewaarschuwd wordt een ongeval niet geregistreerd. De kaart toont dus niet alle ongevallen die werkelijk zijn gebeurd. In de praktijk blijkt dat ongevallenregistratie afhankelijk is van de ernst van het ongeval. In de registratie wordt de plek van het ongeval geregistreerd. 

Meer informatie

Sterfte door niet-natuurlijke doodsoorzaken per GGD-regio

Sterfte door niet-natuurlijke doodsoorzaken 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte door niet-natuurlijke doodsoorzaken 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam116boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost92onder, 99% zeker
GGD Drenthe104geen
GGD Flevoland104geen
GGD Fryslân98geen
GGD Gelderland-Midden99geen
GGD Gelderland-Zuid112boven, 99% zeker
GGD Gooi en Vechtstreek114boven, 99% zeker
GGD Groningen99geen
GGD Haaglanden98geen
GGD Hart voor Brabant98geen
GGD Hollands Midden96geen
GGD Hollands Noorden112boven, 99% zeker
GGD IJsselland97geen
GGD Kennemerland94geen
GGD Limburg-Noord93onder, 95% zeker
GGD Noord- en Oost-Gelderland96geen
GGD regio Utrecht105boven, 95% zeker
GGD Rotterdam-Rijnmond99geen
GGD Twente98geen
GGD West-Brabant108boven, 99% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland107geen
GGD Zeeland83onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid93onder, 95% zeker
GGD Zuid-Limburg98geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes V01-Y89
View all detail data

Sterfte door niet-natuurlijke doodsoorzaken hoogst in Amsterdam en Gooi en Vechtstreek

De meeste sterfgevallen door niet-natuurlijke doodsoorzaken zijn geregistreerd in de regio's Amsterdam en de regio Gooi en Vechtstreek. Regio's met een lage sterfte door niet-natuurlijke doodsoorzaken liggen verspreid over het land. Het laagste sterftecijfer door niet-natuurlijke doodsoorzaken is geregistreerd in Zeeland. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ongeveer 28.200 personen door niet-natuurlijke doodsoorzaken overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 7.050 sterfgevallen.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Sterfte door ongevallen per GGD-regio

Sterfte door ongevallen 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte door ongevallen 2013-2016
GGD-regioCMF
GGD Amsterdam110
GGD Brabant-Zuidoost91
GGD Drenthe103
GGD Flevoland106
GGD Fryslân92
GGD Gelderland-Midden99
GGD Gelderland-Zuid116
GGD Gooi en Vechtstreek106
GGD Groningen87
GGD Haaglanden98
GGD Hart voor Brabant96
GGD Hollands Midden95
GGD Hollands Noorden117
GGD IJsselland98
GGD Kennemerland98
GGD Limburg-Noord91
GGD Noord- en Oost-Gelderland100
GGD regio Utrecht110
GGD Rotterdam-Rijnmond100
GGD Twente104
GGD West-Brabant108
GGD Zaanstreek-Waterland105
GGD Zeeland84
GGD Zuid-Holland Zuid95
GGD Zuid-Limburg98

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes V01-X59
View all detail data

In Zeeland minste sterfte door ongevallen

Het laagste sterftecijfer door ongevallen is geregistreerd in Zeeland en Groningen. In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor Gelderland-Zuid en Hollands Noorden het hoogste sterftecijfer door ongevallen gemeld. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 ongeveer 17.700 personen door ongevallen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 4.425 sterfgevallen. De sterfte door ongevallen valt onder sterfte aan niet-natuurlijke doodsoorzaken. De totale sterfte door ongevallen is onder andere toe te schrijven aan sterfte door vervoersongevallen en sterfte door accidentele val.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Sterfte door zelfdoding per GGD-regio

Sterfte door zelfdoding 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte door zelfdoding 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam105geen
GGD Brabant-Zuidoost102geen
GGD Drenthe104geen
GGD Flevoland89geen
GGD Fryslân119boven, 99% zeker
GGD Gelderland-Midden101geen
GGD Gelderland-Zuid104geen
GGD Gooi en Vechtstreek110geen
GGD Groningen129boven, 99% zeker
GGD Haaglanden97geen
GGD Hart voor Brabant112boven, 95% zeker
GGD Hollands Midden89onder, 95% zeker
GGD Hollands Noorden104geen
GGD IJsselland101geen
GGD Kennemerland83onder, 99% zeker
GGD Limburg-Noord102geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland97geen
GGD regio Utrecht91onder, 95% zeker
GGD Rotterdam-Rijnmond91onder, 95% zeker
GGD Twente87onder, 95% zeker
GGD West-Brabant112boven, 95% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland102geen
GGD Zeeland97geen
GGD Zuid-Holland Zuid82onder, 99% zeker
GGD Zuid-Limburg110geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes X60-X84
View all detail data

In Groningen meeste sterfte door zelfdoding

Regio's met een hoge sterfte door zelfdoding liggen over het land verspreid. In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Groningen het hoogste sterftecijfer door zelfdoding gemeld. Het laagste sterftecijfer door zelfdoding is geregistreerd in regio Zuid-Holland Zuid. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek bijna 7.500 personen door zelfdoding overleden in de periode 2013 t/m 2016. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 1.875 sterfgevallen. De sterfte door zelfdoding valt onder sterfte door niet-natuurlijke doodsoorzaken

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Ernstig letsel (MAIS2+)

    Voor het vaststellen van slachtoffers met ernstig letsel wordt gebruikgemaakt van een afgeleide van de zogenaamde MAIS. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale (Mannaerts et al., 1994). De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org). Ernstig letsel in het Letsel Informatie Systeem (LIS) is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mannaerts G.H.H., Sawor J.H., Menovsky T., Springer L., Patka P., Haarman J.T.M. De betrouwbaarheid van de registratie van polytrauma-patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138(46). Bron
  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over letsels

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Letsel Informatie Systeem (LIS)

    Aantal bezoeken aan de spoedeisende-hulpafdeling (SEH-bezoeken)

    Nederlandse bevolking LIS
    Letsel Informatie Systeem (LIS) Directe medische kosten en verzuimkosten van ongevallen en opzettelijk toegebracht letsel Nederlandse bevoking LIS
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, geweld, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Eurostat Aantal arbeidsongevallen Europese bevolking Eurostat
    Eurostat Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel Europese bevolking Eurostat
    Eurosafe Aantal sterfgevallen door privé-ongevallen Europese bevolking Eurosafe
    UNECE Statistical Database Aantal sterfgevallen door verkeersongevallen Europese bevolking UNECE Statistical Database
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

    De Krantenknipselregistratie wordt gebruikt om het aantal dodelijke ongevallen tijdens sport te bepalen, aangezien de gangbare databestanden over dodelijk ongevallen hiervoor niet geschikt zijn.

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.