Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Meeste letsels zijn gevolg van privé-ongeval

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Groningen en Zeeland

Kosten

Meeste kosten door privé-ongevallen

Preventie & Zorg

Internationale vergelijking incidentie van ernstige arbeidsongevallen

Incidentie van ernstige arbeidsongevallen internationaal 2014

LandMannenVrouwenTotaal
Portugal4.578,82.098,43.582,2
Frankrijk3.884,12.431,03.385,7
Spanje4.026,71.861,63.220,4
Zwitserland3.673,71.208,82.784,2
Luxemburg2.865,71.111,72.286,8
Finland (2013)2.723,41.344,52.229,8
Duitsland2.838,01.013,32.118,7
Denemarken2.346,41.338,41.983,1
Malta2.472,2565,31.863,7
Oostenrijk2.518,9793,61.806,0
België2.251,6753,61.724,4
EU282.059,1958,31.642,1
Slovenië2.051,0893,81.627,1
Italië1.937,51.025,41.619,2
NEDERLAND1.741,3753,11.393,6
Estland1.311,8899,61.137,9
Ierland1.313,9685,31.072,0
Verenigd Koninkrijk1.204,6656,41.015,3
Kroatië1.086,8624,2906,5
Tsjechië1.060,6663,6905,6
Cyprus1.128,6491,1870,7
Zweden870,2553,0759,8
Hongarije648,9410,5549,0
Polen617,6379,1525,2
Slowakije488,2308,5414,9
Noorwegen382,2184,6316,9
Litouwen402,0187,1296,7
Letland292,3131,5222,8
Griekenland182,295,0152,1
Bulgarije113,342,182,5
Roemenië243,537,374,8

Bron: Eurostat, 2017

  • Ernstige arbeidsongevallen: Arbeidsongevallen die leiden tot een verzuim van vier dagen of langer.
  • Cijfers zijn gecorrigeerd voor de omvang van economische sectoren omdat sommige sectoren (bijvoorbeeld bouw en landbouw) een groter risico op een arbeidsongeval met zich meebrengen. 

Aantal arbeidsongevallen in Nederland gemiddeld

Nederland neemt een gemiddelde positie in binnen de EU wat betreft arbeidsongevallen die leiden tot verzuim van vier dagen of langer (ernstige ongevallen) (ESAW via Eurostat, 2017). De vergelijkbaarheid tussen landen is echter beperkt doordat in sommige landen de registratie gebaseerd is op verzekeringscijfers en in andere landen op cijfers van arbeidsinspecties. Het cijfer van Nederland is als een van de weinige afkomstig van een enquête (de NEA). Dit beïnvloedt mogelijk de vergelijkbaarheid. Bij de gegevens voor Bulgarije, Letland, Litouwen en Roemenië  is sprake van onderrapportage.   

Meer informatie

 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Internationale vergelijking incidentie van letsels door verkeersongevallen

Aantal gewonden door verkeersongevallen internationaal 2015

LandIncidentie per 100.000 inwoners
Verenigde Staten764
Oostenrijk549
Duitsland482
België461
Canada452
Slovenië422
Italië407
IJsland395
Portugal395
Kroatië357
Malta313
Verenigd Koninkrijk298
Spanje290
Zwitserland260
Tsjechië255
Luxemburg237
Letland231
Hongarije212
Roemenië186
Zweden (2014)181
Ierland (2013)150
Estland134
Griekenland130
Bulgarije125
Slowakije125
Litouwen124
NEDERLAND120
Finland117
Cyprus112
Frankrijk106
Noorwegen106
Polen103
Denemarken56

Indicator: "Road traffic injuries, rate per million inhabitants". Het betreft gewonden die zijn opgenomen in het ziekenhuis. De cijfers zijn omgerekend naar "aantal per 100.000 inwoners".

Aantal gewonde verkeersslachtoffers in Nederland relatief laag

Het aantal gewonden door verkeersongevallen met niet-dodelijke afloop is in Nederland in verhouding gunstig. Ongeveer 120 Nederlanders per 100.000 raken jaarlijks gewond bij een verkeersongeval. Het betreft hier verkeersslachtoffers die opgenomen moeten worden in het ziekenhuis. Dit aantal varieert van 56 per 100.000 in Denemarken tot 764 per 100.000 in de Verenigde Staten. De internationale vergelijking moet echter voorzichtig worden geïnterpreteerd omdat landen verschillende definities gebruiken voor een (ernstig) verkeersgewonde. Ook is in veel landen de registratie van verkeersgewonden verre van volledig.

Meer informatie

Datum publicatie

18-04-2019

Internationale vergelijking sterfte door uitwendige oorzaken

Sterfte door uitwendige oorzaken internationaal 2015

LandMannenVrouwenTotaal
Litouwen189,246,9108,9
Letland156,537,089,1
Slowakije117,444,577,4
Kroatië103,652,975,6
Slovenië110,843,272,5
Estland120,428,368,9
Hongarije98,737,964,1
België82,846,363,2
Tsjechië93,136,762,2
Finland90,633,960,4
Luxemburg86,139,859,5
Frankrijk83,137,357,6
Polen90,825,956,1
Oostenrijk78,034,254,1
Zweden75,033,452,4
Noorwegen68,038,151,8
Roemenië83,721,851,0
NEDERLAND63,338,749,4
Zwitserland68,332,448,6
EU67,429,146,7
Portugal69,027,344,8
Duitsland60,128,942,7
Cyprus57,828,041,2
Bulgarije65,019,140,4
Verenigd Koninkrijk52,225,538,1
Denemarken49,925,937,2
Italië48,022,734,0
Ierland47,320,733,5
Griekenland49,817,933,1
Spanje43,919,730,8
Malta42,516,328,3

Bron: Eurostat, 2018

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: V01-Y89

Sterfte door uitwendige oorzaken in Nederland gemiddeld in EU

De totale sterfte door uitwendige oorzaken (letsels en vergiftigingen) in Nederland is ongeveer gelijk aan het gemiddelde in de Europese Unie. Landen in het westen en zuiden van de EU vertonen over het algemeen een lagere sterfte door uitwendige oorzaken dan landen in het oosten van de EU. De sterfte is het hoogst in de Baltische staten en het laagst in Malta, Spanje en Griekenland.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

01-06-2018

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Internationale vergelijking sterfte door privé-ongevallen

Sterfte door privé-ongevallen internationaal 2012-2014

LandSterfte per 100.000 personen
Litouwen48,2
Estland44,5
Letland40,0
Finland30,1
Slowakije26,0
Slovenië26,0
Kroatië22,3
Noorwegen21,3
Roemenië20,8
Hongarije20,4
Tsjechië19,7
Polen19,7
EU2818,9
Frankrijk18,7
België17,7
Luxemburg15,9
Zweden15,6
Ierland15,1
Verenigd Koninkrijk13,6
Denemarken13,5
Oostenrijk11,9
Cyprus11,8
NEDERLAND11,6
Griekenland11,5
Bulgarije11,4
Italië9,9
Spanje9,7
Duitsland9,6
Malta8,5
Portugal4,0

Het betreft hier sterfte door letsels die thuis, in de vrije tijd, op school of tijdens het sporten zijn opgelopen (home, leisure, school, sports)

In Nederland relatief lage sterfte door privé-ongevallen

De sterfte door privé-ongevallen per 100.000 inwoners is relatief laag in Nederland en veruit het hoogst in de Baltische Staten Litouwen, Estland en Letland. Informatie over letsels in de Europese Unie wordt verzameld door EuroSafe (European Association for Injury Prevention and Safety Promotion).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-02-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. EuroSafe. Injuries in the European Union: Summary on injury statistics 2012-2014. Amsterdam: European Association for Injury Prevention and Safety Promotion ; 2016. Bron

Internationale vergelijking sterfte door vallen

Sterfte door vallen internationaal 2015

LandTotaal65 jaar en ouderMannen 65 jr en ouderVrouwen 65 jr en ouder
Kroatië34,2166,2178,0159,4
Slovenië27,4129,6171,6112,2
Zwitserland22,4106,1131,790,4
Hongarije22,198,6125,384,2
Finland21,497,2133,374,5
NEDERLAND20,498,9117,189,8
Noorwegen18,790,0114,076,2
Slowakije17,466,388,753,7
België15,063,972,959,1
Polen15,060,573,352,5
Duitsland14,969,187,858,8
Litouwen14,447,679,533,7
Luxemburg12,656,371,246,7
EU2811,048,360,640,8
Frankrijk10,948,862,641,1
Oostenrijk10,848,266,537,0
Zweden10,849,770,837,3
Letland10,733,850,524,9
Verenigd Koninkrijk10,649,159,542,4
Malta10,046,859,738,6
Estland9,928,055,118,0
Denemarken9,543,748,941,1
Ierland7,934,535,633,7
Roemenië6,918,731,99,9
Tsjechië6,824,436,617,3
Portugal6,728,045,818,5
Spanje5,624,630,720,5
Bulgarije5,516,822,513,1
Italië5,423,832,718,6
Griekenland4,821,124,218,5
Cyprus3,814,424,88,5

Bron: Eurostat, 2018

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10 code: W00-W19

Sterfte door vallen hoger in Nederland dan gemiddeld in de EU

De sterfte door vallen is hoger in Nederland dan gemiddeld in de Europese Unie. Vallen is de belangrijkste doodsoorzaak in de categorie ongevalsletsels. Dit geldt voor de totale bevolking maar vooral ook voor 65-plussers die verantwoordelijk zijn voor veruit het grootste deel van de sterfte door vallen. Andere belangrijke oorzaken van sterfte door ongevallen zijn verkeersongevallen en vergiftigingen. Nederland is één van de weinige EU-landen waar de sterfte door vallen onder ouderen is gestegen sinds eind jaren negentig (WHO-HFA, 2018). Mogelijke verklaringen hiervoor zijn het langer zelfstandig wonen door Nederlandse ouderen, de hogere levensverwachting in het algemeen en het langer actief zijn waardoor het risico om te vallen groter is. Ook de toename van multimorbiditeit en polyfarmacie hebben het risico op vallen en het risico op ernstiger letsels door een val mogelijk vergroot (Hartholt et al., 2018).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-11-2018

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Hartholt KA, van Beeck EF, van der Cammen TJM. Mortality From Falls in Dutch Adults 80 Years and Older, 2000-2016. JAMA. 2018;319(13):1380-1382. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking sterfte door verkeersongevallen

Sterfte door verkeersongevallen internationaal 2015

LandMannenVrouwenTotaal
Roemenië18,75,611,8
Letland19,74,711,3
Kroatië17,84,110,4
Litouwen17,05,210,4
Bulgarije15,24,39,6
Polen15,34,29,5
Slowakije14,24,49,1
Hongarije14,23,98,6
Cyprus11,75,78,5
Griekenland14,23,08,4
Tsjechië12,93,58,1
Slovenië12,33,27,8
Portugal13,82,37,6
België9,83,76,6
Luxemburg11,12,66,6
Estland9,44,26,5
Oostenrijk9,22,85,9
EU289,32,65,8
Italië9,62,25,7
Finland8,62,75,5
Frankrijk8,02,35,0
Duitsland7,22,24,6
NEDERLAND7,72,24,5
Spanje7,21,94,5
Zwitserland6,61,74,0
Denemarken6,02,04,0
Noorwegen5,41,63,5
Zweden5,11,43,2
Malta4,61,83,1
Ierland4,81,53,1
Verenigd Koninkrijk4,41,32,8

Bron: Eurostat sterfte door verkeersongevallen, 2019

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10 code: V01-V99, Y85

Sterfte door verkeersongevallen laag in Nederland

De sterfte door verkeersongevallen is laag in Nederland. Binnen de Europese Unie (EU) bestaan grote verschillen in dodelijke verkeersongevallen. Verder valt op dat in alle landen aanzienlijk meer mannen dan vrouwen betrokken zijn bij dodelijke verkeersongevallen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

12-03-2019

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Internationale vergelijking sterfte door arbeidsongevallen

Sterfte door arbeidsongevallen internationaal 2014

LandMannenVrouwenTotaal
Roemenië34,20,77,13
Noorwegen9,60,66,89
Letland9,10,75,96
Litouwen9,20,25,56
Bulgarije9,20,85,43
Portugal7,20,44,72
Malta5,90,04,63
Slovenië5,40,33,97
Oostenrijk6,50,63,96
Frankrijk5,40,53,74
Luxemburg5,00,03,71
Ierland4,20,03,12
Spanje4,70,23,11
Italië4,30,53,01
Hongarije4,50,12,86
Tsjechië4,20,62,61
Cyprus4,50,02,6
Zwitserland3,70,22,41
EU283,60,32,32
Slowakije3,80,22,31
Kroatië3,70,32,29
Estland3,70,02,16
Denemarken2,70,01,94
Polen3,00,31,91
België2,60,21,72
Verenigd Koninkrijk2,30,41,62
Zweden2,20,11,49
Duitsland2,20,11,42
Finland (2013)1,80,21,23
Griekenland1,70,01,18
NEDERLAND1,50,01,01

Bron: Eurostat, 2017

  • Exclusief ongevallen tijdens vervoer van en naar het werk.
  • Cijfers zijn gecorrigeerd voor de omvang van economische sectoren omdat sommige sectoren (bijvoorbeeld bouw en landbouw) een groter risico op een arbeidsongeval met zich meebrengen. 

Sterfte door arbeidsongevallen in Nederland relatief laag

Nederland heeft de laagste sterfte door arbeidsongevallen in de Europese Unie (EU) (ESAW via Eurostat, 2017). ESAW definieert een dodelijk ongeval als een ongeval dat leidt tot het overlijden van het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval. Bij de gegevens voor Nederland (afkomstig van de Inspectie SZW, voorheen Arbeidsinspectie) gaat het echter om een ongeval dat op dezelfde dag leidt tot het overlijden van het slachtoffer. Door het hanteren van een andere tijdsduur tussen ongeval en overlijden is er waarschijnlijk sprake van een onderschatting voor Nederland.

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Internationale vergelijking sterfte door zelftoegebracht letsel

Sterfte door zelftoegebracht letsel internationaal 2015

LandMannenVrouwenTotaal
Litouwen56,310,130,3
Slovenië36,28,420,7
Letland35,57,019,3
Hongarije32,68,819,0
Kroatië29,08,317,3
België24,79,716,9
Estland29,95,115,9
Oostenrijk24,26,314,5
Polen26,23,714,2
Frankrijk23,46,314,1
Luxemburg20,78,413,9
Finland21,36,213,5
Tsjechië23,14,813,2
Zwitserland20,36,513,0
Zweden18,26,912,3
Duitsland18,65,911,7
Noorwegen16,07,511,7
Roemenië20,63,311,4
NEDERLAND16,06,911,3
EU17,94,910,9
Portugal16,85,510,4
Denemarken14,66,110,2
Ierland15,44,09,6
Bulgarije15,74,09,3
Slowakije16,73,09,2
Malta11,93,37,6
Spanje11,93,77,5
Verenigd Koninkrijk11,53,47,4
Italië10,22,66,1
Griekenland7,91,84,7
Cyprus7,12,04,5

Bron: Eurostat, 2019

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totale sterfte (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10 code: X60-X84, Y870

Totale sterfte door zelftoegebracht letsel iets boven EU-gemiddelde

De totale sterfte door zelftoegebracht letsel in Nederland ligt iets boven het gemiddelde van de Europese Unie (EU). Voor Nederlandse mannen ligt het cijfer onder het gemiddelde, voor Nederlandse vrouwen ligt het cijfer duidelijk hoger dan het EU-gemiddelde. In alle landen binnen de EU sterven meer mannen dan vrouwen door zelftoegebracht letsel (ook wel suïcide en zelfbeschadiging of zelfdoding genoemd). Het aantal zelfdodingen is in de oostelijke lidstaten van de EU over het algemeen hoger dan gemiddeld in de EU, terwijl het aantal zelfdodingen het laagst is in de zuidelijke EU-landen en het Verenigd Koninkrijk. 

Meer informatie

Datum publicatie

12-03-2019

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Ernstig letsel (MAIS2+)

    Voor het vaststellen van slachtoffers met ernstig letsel wordt gebruikgemaakt van een afgeleide van de zogenaamde MAIS. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale (Mannaerts et al., 1994). De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org). Ernstig letsel in het Letsel Informatie Systeem (LIS) is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mannaerts G.H.H., Sawor J.H., Menovsky T., Springer L., Patka P., Haarman J.T.M. De betrouwbaarheid van de registratie van polytrauma-patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138(46). Bron
  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over letsels

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Letsel Informatie Systeem (LIS)

    Aantal bezoeken aan de spoedeisende-hulpafdeling (SEH-bezoeken)

    Nederlandse bevolking LIS
    Letsel Informatie Systeem (LIS) Directe medische kosten en verzuimkosten van ongevallen en opzettelijk toegebracht letsel Nederlandse bevoking LIS
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, geweld, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Eurostat Aantal arbeidsongevallen Europese bevolking Eurostat
    Eurostat Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel Europese bevolking Eurostat
    Eurosafe Aantal sterfgevallen door privé-ongevallen Europese bevolking Eurosafe
    UNECE Statistical Database Aantal sterfgevallen door verkeersongevallen Europese bevolking UNECE Statistical Database
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

    De Krantenknipselregistratie wordt gebruikt om het aantal dodelijke ongevallen tijdens sport te bepalen, aangezien de gangbare databestanden over dodelijk ongevallen hiervoor niet geschikt zijn.

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.