Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Meeste letsels zijn gevolg van privé-ongeval

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Groningen en Zeeland

Kosten

Meeste kosten door privé-ongevallen

Preventie & Zorg

Preventie letsels richt zich op omgeving en gedrag

Preventie van letsel door privé-ongevallen

Preventie vooral gericht op ouderen en kinderen

Het meeste letsel ontstaat in en om het huis, vooral als gevolg van vallen, maar ook als gevolg van contact met een object. Vooral ouderen en jonge kinderen hebben een grote kans op (ernstig) letsel door een privé-ongeval (Bron: Letsel Informatie Systeem). Van alle ongevallen met dodelijke afloop maken valongevallen veruit het grootste deel uit (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek).

VeiligheidNL richt zich bij de preventie van letsel door ongevallen in en om huis op de thema’s 'valpreventie bij ouderen' en 'kinderveiligheid'.

Meer informatie

Datum publicatie

18-12-2019

Preventie van sportblessures

Ministerie van VWS stimuleert preventie sportblessures

Hoe bewuster en veiliger mensen sporten, des te kleiner de kans op sportblessures. Dit vermindert persoonlijk leed, medische kosten en ziekteverzuim. Daarom stimuleert het ministerie van VWS organisaties om voorlichting te geven over de preventie van sportblessures en kennis te delen, bijvoorbeeld via websites van VeiligheidNL en Kenniscentrum Sport.

VeiligheidNL is het kennis- en expertise centrum op het gebied van sportblessures en sportblessurepreventie. VeiligheidNL zorgt voor kennisontwikkeling, kennisdeling en voor de ontwikkeling en implementatie van interventies om sportblessures te voorkomen. Dit doet VeiligheidNL in samenwerking met een diverse partners zoals sportbonden, universiteiten en professionals.

Het onderzoeksinstituut ZonMw voert in opdracht en met financiering van het ministerie van VWS het programma sportblessurepreventie 2015-2020 uit.

Meer informatie

Datum publicatie

18-12-2019

Preventie van letsel door arbeidsongevallen

Arbeidsomstandighedenwet: regels om arbeidsrisico's en -ongevallen te voorkomen

In de Arbeidsomstandighedenwet staan regels waaraan de werkgever zich moet houden om arbeidsrisico’s en ongevallen te voorkomen. Denk hierbij aan voorschriften over verplichte veiligheidsvoorzieningen voor apparatuur en beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen. Werknemers dienen zich aan de voorschriften te houden en de beschermingsmiddelen te dragen.

De Inspectie van SZW controleert of werkgevers en werknemers zich houden aan de verschillende wetten, besluiten en regelingen, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet. De Inspectie van SZW kan maatregelen nemen of een boete opleggen wanneer de wet onvoldoende wordt nageleefd of overtreden. Na ernstige arbeidsongevallen doet de Inspectie onderzoek naar de toedracht waarbij bekeken wordt of regels zijn overtreden en hoe een ongeval voorkomen kan worden.

Meer informatie

Datum publicatie

18-12-2019

Preventie van letsel door verkeersongevallen

Preventie door voorlichting en onderzoek

VeiligheidNL zet zich in voor het verminderen van (letsel door) verkeersongevallen via het stimuleren van veiliger gedrag in het verkeer met een focus op de meest kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers, jonge bestuurders en voetgangers). VeiligheidNL zorgt voor kennisontwikkeling en kennisdeling, monitoring van letsels in het verkeer en de ontwikkeling en implementatie van interventies om verkeersongevallen met letsel te voorkomen.

Veilig Verkeer Nederland (VVN) is de maatschappelijke organisatie die zich inzet voor de verkeersveiligheid. VVN bevordert veilig verkeersgedrag door middel van educatie en voorlichting en helpt mensen en organisaties om zelf actief te werken aan veiligheid in het verkeer in hun eigen omgeving.

SWOV, het nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek, beoogt met kennis uit wetenschappelijk onderzoek bij te dragen aan een veiliger wegverkeer en hiermee het verminderen van verkeersongevallen. SWOV voert onderzoek uit naar en brengt adviezen uit over effecten of risico’s van nieuwe verkeersmaatregelen.

Meer informatie

Datum publicatie

18-12-2019

Preventie van zelftoegebracht letsel

Zelfdoding belangrijke uitwendige doodsoorzaak

Na vallen is zelfdoding of suïcide de belangrijkste uitwendige doodsoorzaak (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek). Preventie van suïcide vereist een breed gedragen meerjarige aanpak. In juni 2017 is de Landelijke agenda suïcidepreventie 2018-2021 aan de Kamer aangeboden. In deze agenda staan actiepunten voor de verschillende partijen uit de domeinen zorg, onderwijs, media en de sociaaleconomische sector die een rol (kunnen) spelen bij de preventie van suïcide. VWS vervult een merendeels faciliterende rol. 

Stichting 113 Zelfmoordpreventie is de nationale organisatie voor preventie van suïcide. De stichting is vanuit haar rol betrokken bij alle activiteiten die genoemd staan in de Landelijke agenda suïcidepreventie 2018-2021. VWS stelt de stichting door middel van subsidie in staat een aanjagende en coördinerende rol te vervullen bij de uitvoering van de Landelijke agenda en de bewaking van de voortgang daarvan.

ZonMw voert met subsidie van VWS het meerjarige onderzoeksprogramma Suïcidepreventie uit. Het doel van dit programma is kennis opleveren om het aantal suïcides te verminderen.

Meer informatie

Datum publicatie

18-12-2019

Preventie van letsel door geweld

Preventie van huiselijk geweld door voorlichting en maatregelen

De overheid wil huiselijk geweld voorkomen en aanpakken, bijvoorbeeld door voorlichting, een huisverbod voor de geweldpleger en bescherming van de slachtoffers. In publiekscampagnes, zoals de Landelijke campagne tegen ouderenmishandeling, roept de overheid slachtoffers, maar ook omstanders of plegers van geweld op om advies en hulp te zoeken. Via websites als 'Ik vermoed huiselijk geweld' en Rijksoverheid.nl verstrekt de overheid betrouwbare informatie over het onderwerp huiselijk geweld.
Indien nodig, wordt de algemene aanpak tegen huiselijk geweld uitgebreid met een bijzondere aanpak. Bijvoorbeeld voor kindermishandeling en ouderenmishandeling. In april 2018 is het meerjarenprogramma 'Geweld hoort nergens thuis' gelanceerd. Het programma omvat een groot aantal maatregelen om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en duurzaam op te lossen.

Act4Respect heeft als doel gendergerelateerd geweld te voorkomen

Atria en Rutgers zijn in 2018 gestart met het programma Act4Respect, bedoeld om gendergerelateerd geweld (fysiek, seksueel en cybergeweld) bij jongeren en jongvolwassenen (15-30 jaar) te voorkomen en de sociale veiligheid van vrouwen, meisjes en LHBTI’s te verbeteren. Act4Respect wordt gesteund door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Landelijke afspraken over aanpak geweld tegen werknemers met publieke taak

De politie en het Openbaar Ministerie hebben eenduidige landelijke afspraken over het optreden bij geweld tegen werknemers met een publieke taak, zoals politieagenten, ambulancepersoneel en leraren. Officieren van justitie eisen tegen verdachten van geweld tegen werknemers met een publieke taak een drie keer zo hoge straf als in andere geweldzaken. Dit geldt ook voor geweld tegen omstanders die hebben ingegrepen.

Ook werkgevers hebben een verantwoordelijkheid. Met het programma Veilige Publieke Taak leren zij werknemers om te gaan met agressie en geweld. Om werkgevers te ondersteunen bij de aanpak van agressie en geweld tegen hun werknemers heeft de rijksoverheid de Handreiking Agressie en Geweld opgesteld.

Meer informatie

 

Datum publicatie

18-12-2019

Organisaties betrokken bij letselpreventie

Preventie letsels gericht op veilige omgeving én veilig gedrag

Letselpreventie beoogt gezondheidsschade door ongevallen, geweld en suïcide(pogingen) te voorkomen en de ernst en omvang van letsels te verminderen. Bij preventie van letsels gaat het enerzijds om het veiliger maken van de sociale en fysieke omgeving waarin mensen leven en werken en anderzijds om het aanzetten tot veilig gedrag van mensen. Ter bevordering van een veilige omgeving wordt wet- en regelgeving ingezet, stelt de overheid eisen aan producten, infrastructuur en diensten en worden taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vastgelegd. De handhaving van wet- en regelgeving ligt in handen van verschillende inspecties en toezichthouders. Instrumenten ter bevordering van veilig gedrag zijn voorlichting, interventies, richtlijnen en protocollen.

Overzicht van belangrijke organisaties betrokken bij letselpreventie

Organisatie

Rol

Landelijke overheid

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Verantwoordelijk voor letselpreventie op terreinen privé-ongevallen, sport, huiselijk geweld, brandveiligheid in zorginstellingen, valpreventie ouderen en suïcide. Ook verantwoordelijk voor de interdepartementale coördinatie.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)

Verantwoordelijk voor veiligheid verkeer en omgeving.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Verantwoordelijk voor veiligheid arbeid en kinderopvang.

Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)

Verantwoordelijk voor letselpreventie op terreinen geweld en illegaal vuurwerk.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

Verantwoordelijk voor veiligheid op scholen.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

Verantwoordelijk voor de veiligheid van professionals met publieke taak.

Inspectie- en toezichtorganisaties

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)

Verantwoordelijk voor het toezicht op de zorg in Nederland in het kader van de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Wet publieke gezondheid.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Verantwoordelijk voor naleving wet- en regelgeving in het kader van de product- en voedselveiligheid.

Inspectie SZW

Verantwoordelijk voor toezicht op uitvoering wet- en regelgeving op gebied van arbeidsomstandigheden, gericht op een veilige en gezonde arbeidsplek.

Lagere overheid

Provincies en waterschappen

Verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimten die onder hun verantwoordelijkheid vallen.

Gemeenten

Verantwoordelijk voor het lokaal gezondheidsbeleid, waar letselpreventie onderdeel van uit maakt. Verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimten die onder hun verantwoordelijkheid vallen. Ook via ruimtelijke ordening (verkeersveiligheid), veiligheidsbeleid (geweld), sportbeleid en wmo (valpreventie ouderen) dragen gemeenten bij aan letselpreventie.

Regionale publieke actoren

GGD

Ondersteunt gemeenten bij vormgeving en uitvoering publieke gezondheidsbeleid, voeren preventieprojecten uit en geven voorlichting.

Thuiszorginstellingen

Zorgen voor preventie en voorlichting op het gebied van leefstijl en gezondheid, spelen een belangrijke (adviserende en signalerende) rol bij preventie van vallen bij ouderen.

Consultatiebureau en Centrum Jeugd en Gezin

Geven voorlichting over veiligheid aan ouders van jonge kinderen en hebben signalerende rol.

GGZ

Zorgt voor opvang in crisissituaties en preventie van suïcide.

Brandweer

Verricht preventieve activiteiten, zoals geven van voorlichting en controle brandveiligheid.

Regionale Organen Verkeersveiligheid (ROV)

Werken (samen met overheid en organisaties) aan het optimaliseren van verkeersveiligheid in de verschillende regio's.

Onderzoeks- en kennisinstituten

VeiligheidNL

Doet onder meer onderzoek naar oorzaken letsels, ontwikkelt risicomonitors en checklists, voert interventies en campagnes uit gericht op gedragsverandering om letsels te voorkomen, doet analyses met data van o.a. het Letsel Informatie Systeem en de Leefstijlmonitor.

Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO/Gezond Leven)

Verzamelt kennis en verricht onderzoek op gebied valpreventie en preventie arbeidsongevallen.

Centrum Gezond Leven (CGL)

Stimuleert het gebruik van best passende leefstijlinterventies en biedt professionals ondersteuning gericht op versterking van lokale gezondheidsbevordering, onder meer op terrein van letselpreventie.

Trimbos-instituut

Verzamelt kennis, verricht onderzoek en ontwikkelt interventies op het gebied van suïcide.

Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC)

Informeert (dieren)artsen, apothekers en andere professionele hulpverleners over de mogelijke gezondheidseffecten en behandelingsmogelijkheden bij vergiftigingen.

Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV)

Verricht onderzoek op terrein van verkeersveiligheid.

Centrum School en Veiligheid (CSV)

Verzamelt en verspreidt informatie en deskundigheid en verstrekt advies op het gebied van schoolveiligheid.

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Ontwikkelt en implementeert kennis en instrumenten voor gemeenten, ondernemers en professionals bij het aanpakken van (lokale) criminaliteit en veiligheid.

Maatschappelijke organisaties

Veilig Verkeer Nederland (VVN), ANWB, BOVAG/RAI, Fietsersbond, Vereniging Verkeersslachtoffers, Team Alert

Actief op terrein van verkeersveiligheid en preventie verkeersongevallen.

NOC*NSF, Koninklijke Vereniging Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO), sportbonden, sportclubs

Actief op terrein van veilig sporten en preventie sportblessures.

Nederlandse Brandwondenstichting, Kennisnetwerk Valpreventie Senioren (KNVS), Stichting Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ), ouderenbonden, woningcorporaties

Actief op terrein van veiligheid in en om huis en preventie privé-ongevallen.

Arbodiensten, werkgevers- en werknemersorganisaties, Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK), Stichting Samenwerken voor Veiligheid (SSVV), sector- en branche-organisaties

Actief op terrein van veiligheid arbeid en preventie arbeidsongevallen.

Ivonne van de Ven Stichting, horeca-ondernemingen

Actief op terrein van preventie suïcide en/of geweld.

Datum publicatie

18-12-2019

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Ernstig letsel (MAIS2+)

    Voor het vaststellen van slachtoffers met ernstig letsel wordt gebruikgemaakt van een afgeleide van de zogenaamde MAIS. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale (Mannaerts et al., 1994). De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org). Ernstig letsel in het Letsel Informatie Systeem (LIS) is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mannaerts G.H.H., Sawor J.H., Menovsky T., Springer L., Patka P., Haarman J.T.M. De betrouwbaarheid van de registratie van polytrauma-patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138(46). Bron
  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over letsels

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Letsel Informatie Systeem (LIS)

    Aantal bezoeken aan de spoedeisende-hulpafdeling (SEH-bezoeken)

    Nederlandse bevolking LIS
    Letsel Informatie Systeem (LIS) Directe medische kosten en verzuimkosten van ongevallen en opzettelijk toegebracht letsel Nederlandse bevoking LIS
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, geweld, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Eurostat, European Statistics on Accidents at Work (ESAW)

    Aantal arbeidsongevallen:

    • ernstig: arbeidsongevallen die leiden tot een verzuim van vier dagen of langer
    • dodelijk: ongevallen die leiden tot het overlijden van het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval
    Europese bevolking Eurostat
    Eurostat Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel Europese bevolking Eurostat
    Eurosafe Aantal sterfgevallen door privé-ongevallen Europese bevolking Eurosafe
    UNECE Statistical Database Aantal sterfgevallen door verkeersongevallen Europese bevolking UNECE Statistical Database
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

    De Krantenknipselregistratie wordt gebruikt om het aantal dodelijke ongevallen tijdens sport te bepalen, aangezien de gangbare databestanden over dodelijk ongevallen hiervoor niet geschikt zijn.

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.