Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsCijfers & ContextSterfte

Cijfers & Context

Meeste letsels zijn gevolg van privé-ongeval

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Groningen en Zeeland

Kosten

Meeste kosten door privé-ongevallen

Preventie & Zorg

Preventie letsels richt zich op omgeving en gedrag

Sterfte door letsels

Aantal sterfgevallen door letsels 2018

Doodsoorzaak

Mannen

Vrouwen

Totaal

Ongevallen

2.767

3.096

5.853

 

Vervoersongevallen

486

199

685

   

Wegverkeersongevallen

441

187

628

   

Overige vervoersongevallen

45

12

57

 

Accidentele val

1.887

2.741

4.628

 

Accidentele verdrinking

89

23

112

 

Accidentele vergiftiging

146

50

196

 

Overige ongevallen

159

83

242

Zelfdoding

1.176

653

1.829

Moord en doodslag (geweld)

63

37

100

Gebeurtenissen opzet onbekend

14

9

23

Overige uitwendige doodsoorzaken

307

505

812

 

Totaal uitwendige doodsoorzaken

4.327

4.300

8.627


Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine op 25 september 2019)

 

  • Cijfers zijn voorlopig

Vallen meest belangrijke uitwendige doodsoorzaak

In 2018 overleden 8.627 mensen aan een uitwendige doodsoorzaak, waarvan bijna 5.863 (68%) als gevolg van een ongeval. Veruit de meeste mensen (4.682) zijn overleden als gevolg van een val. Ook is een relatief groot aantal mensen (1.892) overleden als gevolg van zelfdoding (suïcide). 

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

25-10-2019

Sterfte door accidentele val naar leeftijd en geslacht

Sterfte door vallen 2018

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,00,00,0000
1-40,30,30,3112
5-90,00,00,0000
10-140,00,00,0000
15-190,60,40,5325
20-240,70,00,4404
25-290,70,00,4404
30-340,70,20,5415
35-390,20,40,3123
40-441,90,41,210212
45-491,80,61,211415
50-543,02,22,6191433
55-596,73,14,9411960
60-6411,15,38,2602989
65-6919,210,915,19555150
70-7432,219,725,814090230
75-7971,665,868,5200210410
80-84204,5166,3182,6362396758
85-89509,1466,1481,74597371.196
90-941.214,81.109,01.139,93557871.142
95+2.209,31.972,12.022,3118392510

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2019)

  • ICD-10-codes: W00-W19 en X59
  • Cijfers zijn voorlopig
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

In 2018 overleden ruim 4.600 mensen door vallen

In 2018 zijn 4.628 mensen overleden door vallen, 1.887 mannen en 2.741 vrouwen (22,1 per 100.000 mannen en 31,6 per 100.000 vrouwen). Het risico om te overlijden als gevolg van een val neemt vanaf de leeftijd van 70 jaar sterk toe. Van het totaal aantal mensen dat in 2018 overleed als gevolg van een val was ruim 90% 70 jaar of ouder.

Meer informatie

Datum publicatie

25-10-2019

Sterfte door arbeidsongevallen

Ten minste 35 dodelijke slachtoffers door arbeidsongeval in 2016 

Volgens cijfers van het CBS zijn 35 mensen met een leeftijd van 15 tot en met 64 jaar in 2016 overleden als gevolg van een dodelijke arbeidsongeval. Het gaat hierbij om gevallen waarbij het slachtoffer binnen 30 dagen is overleden als gevolg van een ongeval dat in Nederland plaatsvond door of tijdens de uitoefening van betaald werk. Het betreft ook slachtoffers van arbeidsgrelateerde verkeersongevallen, met uitzondering van verkeersongevallen die plaatsvonden onderweg van of naar het werk (Bron: CBS maatwerktabel, 2018).
De Inspectie SZW rapporteert het dubbele aantal dodelijke slachtoffers van een arbeidsongeval in 2016, namelijk 70 (Inspectie SZW, 2017).

Er zijn diverse mogelijke verklaringen voor het verschil in de cijfers van de Inspectie SZW en het CBS. Drie mogelijke verklaringen zijn:

  • In de rapportage van de Inspectie gaat het om het totaal aantal slachtoffers van ongevallen waarvan het onderzoek is afgesloten in 2016. Dit hoeft niet het jaar te zijn waarin het ongeval heeft plaatsgevonden.
  • Anders dan het CBS hanteert de Inspectie SZW niet het criterium dat het slachtoffer binnen 30 dagen na het ongeval moet zijn overleden.
  • Anders dan de cijfers van het CBS, heeft het aantal door de Inspectie SZW gerapporteerde dodelijke slachtoffers van een arbeidsongeval betrekking op alle leeftijden, inclusief werknemers van 65 jaar en ouder. Gecorrigeerd voor het aantal arbeidsjaren was het aantal dodelijke ongevallen het hoogst in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder.

Datum publicatie

27-04-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Inspectie SZW. Staat van ernstige arbeidsongevallen ‘ Weer veilig thuis uit je werk’. Inspectie SZW; 2017. Bron

Aantal sterfgevallen door geweld naar leeftijd en geslacht

In 2018 overleden 100 mensen door geweld

In 2018 overleden 100 personen als gevolg van geweld: 63 mannen en 37 vrouwen (0,7 per 100.000 mannen en 0,4 per 100.000 vrouwen). Hierbij is het aantal personen overleden als gevolg van late gevolgen van geweld niet meegeteld.

Meer informatie

Datum publicatie

25-10-2019

Aantal dodelijke slachtoffers door sportongevallen

Dodelijke sportongevallen 2017 (a)

In binnen- en buitenland

In Nederland

Aantal

In buitenland

Aantal

Zwemmen b)

21

Snowboarden

4

Wielrennen

12

Zeilen

3

- Baanwielrennen

1

Skiën

2

Motorsport

2

Bergbeklimmen

2

Kanoën

2

Zwemmen

2

Hardlopen

1

Langeafstandfietsen

1

Skeeleren

1

Motorsport

1

Obstacle run

1

Mountainbiken

1

Zeilen

1

   

Totaal

41

Totaal

16


Bron: Krantenknipselregistratie, VeiligheidNL (in: Stam & Valkenberg, 2018).


a) Sporters die tijdens het sporten zijn overleden aan een hartstilstand, zijn niet geïncludeerd. Een hartstilstand wordt niet gezien als sportblessure.

b) Verdronken zwemmers kunnen als sporter, maar ook als recreant gedefinieerd worden.

Relatief weinig dodelijke slachtoffers door een sportongeval

Op basis van de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL zijn in 2017 in totaal 41 mensen omgekomen door een sportongeval in Nederland. Zwemmen is de sport waarbij de meeste mensen zijn omgekomen, gevolgd door wielrennen. Daarnaast overleden 16 Nederlanders in het buitenland tijdens het beoefenen van een sport.
In de Krantenknipselregistratie worden alle berichten over dodelijke privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Valkenberg H. Sportblessures in Nederland, Cijfers 2017. Amsterdam: VeiligheidNL; 2018. Bron

Sterfte door verkeersongevallen naar leeftijd en geslacht

Sterfte als gevolg van verkeersongevallen 2018

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,00,00,0000
1-40,60,60,6224
5-90,61,10,9358
10-140,80,90,8448
15-195,21,43,328735
20-246,01,13,633639
25-295,10,73,029433
30-344,80,92,926531
35-394,50,82,623427
40-444,11,02,521526
45-493,01,82,4191130
50-543,11,92,5201232
55-595,21,63,4321042
60-646,32,74,5341549
65-696,12,44,2301242
70-7412,47,49,9543488
75-7917,26,011,2481967
80-8428,310,918,3502676
85-8951,015,828,6462571
90-9465,07,024,019524
95+37,410,115,9224

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2019)

  • ICD-10-codes: V01-V99, Y85
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave.

736 doden door verkeersongevallen in 2018

In 2018 overleden 736 personen aan de gevolgen van een verkeersongeval, 523 mannen en 213 vrouwen (6,1 per 100.000 mannen en 2,5 per 100.000 vrouwen). Dit is inclusief het aantal personen overleden als gevolg van late gevolgen van verkeersongevallen. Het overlijdensrisico door een verkeersongeval is het hoogst op hogere leeftijd. Vanaf de leeftijd van 15 jaar is het risico op overlijden door een verkeersongeval voor mannen hoger dan voor vrouwen.

Meer informatie

Datum publicatie

25-10-2019

Aantal sterfgevallen door zelftoegebracht letsel naar leeftijd en geslacht

Sterfte door zelftoegebracht letsel 2018

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,00,00,0000
1-40,00,00,0000
5-90,00,00,0000
10-140,80,20,5415
15-194,83,94,4262046
20-2412,36,19,2673299
25-2914,08,011,07944123
30-3414,26,810,57636112
35-3918,17,212,69337130
40-4415,48,311,87943122
45-4919,09,114,111957176
50-5421,911,516,714173214
55-5921,314,417,813088218
60-6418,611,515,110163164
65-6917,010,213,68451135
70-7413,38,711,0584098
75-7917,29,413,0483078
80-8415,88,011,3281947
85-8935,510,819,7321749
90-9434,21,411,010111
95+18,75,07,9112

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2019)

  • ICD-10-codes: X60-X84, Y87.0
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

In 2018 overleden 1.829 mensen door zelftoegebracht letsel

In 2018 zijn 1.829 personen als gevolg van zelftoegebracht letsel overleden, 1.176 mannen (13,7 per 100.000 mannen) en 653 vrouwen (7,5 per 100.000 vrouwen). Er is mogelijk sprake van onderrapportage van sterfte door zelftoegebracht letsel, doordat dat er slachtoffers van suïcide zijn die de statistieken ingaan als gestorven door een natuurlijke doodsoorzaak.

Meer informatie

Datum publicatie

25-10-2019

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Ernstig letsel (MAIS2+)

    Voor het vaststellen van slachtoffers met ernstig letsel wordt gebruikgemaakt van een afgeleide van de zogenaamde MAIS. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale (Mannaerts et al., 1994). De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org). Ernstig letsel in het Letsel Informatie Systeem (LIS) is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mannaerts G.H.H., Sawor J.H., Menovsky T., Springer L., Patka P., Haarman J.T.M. De betrouwbaarheid van de registratie van polytrauma-patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138(46). Bron
  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over letsels

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Letsel Informatie Systeem (LIS)

    Aantal bezoeken aan de spoedeisende-hulpafdeling (SEH-bezoeken)

    Nederlandse bevolking LIS
    Letsel Informatie Systeem (LIS) Directe medische kosten en verzuimkosten van ongevallen en opzettelijk toegebracht letsel Nederlandse bevoking LIS
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, geweld, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Eurostat, European Statistics on Accidents at Work (ESAW)

    Aantal arbeidsongevallen:

    • ernstig: arbeidsongevallen die leiden tot een verzuim van vier dagen of langer
    • dodelijk: ongevallen die leiden tot het overlijden van het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval
    Europese bevolking Eurostat
    Eurostat Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel Europese bevolking Eurostat
    Eurosafe Aantal sterfgevallen door privé-ongevallen Europese bevolking Eurosafe
    UNECE Statistical Database Aantal sterfgevallen door verkeersongevallen Europese bevolking UNECE Statistical Database
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

    De Krantenknipselregistratie wordt gebruikt om het aantal dodelijke ongevallen tijdens sport te bepalen, aangezien de gangbare databestanden over dodelijk ongevallen hiervoor niet geschikt zijn.

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.