Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsCijfers & ContextSterfte

Cijfers & Context

Meeste letsels zijn gevolg van privé-ongeval

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Groningen en Zeeland

Kosten

Meeste kosten door privé-ongevallen

Preventie & Zorg

Preventie letsels richt zich op omgeving en gedrag

Sterfte door letsels

Aantal sterfgevallen door letsels 2019

Doodsoorzaak

Mannen

Vrouwen

Totaal

Ongevallen

2.718

3.199

5.917

 

Vervoersongevallen a)

471

200

671

   

Wegverkeersongevallen

430

187

617

   

Overige vervoersongevallen

41

13

54

 

Accidentele val

1.880

2.840

4.720

 

Accidentele verdrinking

64

12

76

 

Accidentele vergiftiging

145

59

204

 

Overige ongevallen

158

88

246

Zelfdoding

1.232

579

1.811

Moord en doodslag (geweld)

67

42

109

Gebeurtenissen opzet onbekend

18

18

36

Overige uitwendige doodsoorzaken

308

409

798

Totaal uitwendige doodsoorzaken

4.343

4.328

8.671


Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine juli 2020)


    a) Bij vervoersongevallen is sterfte door late gevolgen van vervoersongevallen (ICD-10-code Y85) niet geïncludeerd. In 2019 overleden 35 mensen door late gevolgen van vervoersongevallen (26 mannen en 9 vrouwen).

    • Cijfers zijn voorlopig

    Vallen meest belangrijke uitwendige doodsoorzaak

    In 2019 overleden 8.671 mensen aan een uitwendige doodsoorzaak, waarvan bijna 5.917 (68%) als gevolg van een ongeval. Veruit de meeste mensen (4.720) zijn overleden als gevolg van een val. Ook is een relatief groot aantal mensen (1.811) overleden als gevolg van zelfdoding (suïcide). 

    Meer informatie

    Datum publicatie

    04-09-2020

    Sterfte door accidentele val naar leeftijd en geslacht

    Sterfte door vallen 2019

    LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
    01,20,00,6101
    1-40,00,30,1011
    5-90,00,00,0000
    10-140,00,00,0000
    15-190,00,00,0000
    20-240,90,20,6516
    25-291,40,51,08311
    30-340,90,20,6516
    35-390,40,60,5235
    40-441,40,61,07310
    45-490,80,80,85510
    50-543,01,32,119827
    55-594,81,93,4301242
    60-649,65,67,6533184
    65-6914,88,611,77343116
    70-7428,320,624,412898226
    75-7983,065,373,6242215457
    80-84195,0194,3194,6361474835
    85-89492,4461,5472,94607371.197
    90-941.150,71.108,61.121,13497951.144
    95+2.313,82.001,12.069,2132410542

    Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

    • ICD-10-codes: W00-W19 en X59
    • Cijfers zijn voorlopig
    • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

    In 2019 overleden ruim 4.700 mensen door vallen

    In 2019 zijn 4.720 mensen overleden door vallen, 1.880 mannen en 2.840 vrouwen (21,8 per 100.000 mannen en 32,5 per 100.000 vrouwen). Het risico om te overlijden als gevolg van een val neemt vanaf de leeftijd van 70 jaar sterk toe. Van het totaal aantal mensen dat in 2019 overleed als gevolg van een val was ruim 90% 70 jaar of ouder.

    Meer informatie

    Datum publicatie

    04-09-2020

    Sterfte door arbeidsongevallen

    Ten minste 35 dodelijke slachtoffers door arbeidsongeval in 2016 

    Volgens cijfers van het CBS zijn 35 mensen met een leeftijd van 15 tot en met 64 jaar in 2016 overleden als gevolg van een dodelijke arbeidsongeval. Het gaat hierbij om gevallen waarbij het slachtoffer binnen 30 dagen is overleden als gevolg van een ongeval dat in Nederland plaatsvond door of tijdens de uitoefening van betaald werk. Het betreft ook slachtoffers van arbeidsgrelateerde verkeersongevallen, met uitzondering van verkeersongevallen die plaatsvonden onderweg van of naar het werk (Bron: CBS maatwerktabel, 2018).
    De Inspectie SZW rapporteert het dubbele aantal dodelijke slachtoffers van een arbeidsongeval in 2016, namelijk 70 (Inspectie SZW, 2017).

    Er zijn diverse mogelijke verklaringen voor het verschil in de cijfers van de Inspectie SZW en het CBS. Drie mogelijke verklaringen zijn:

    • In de rapportage van de Inspectie gaat het om het totaal aantal slachtoffers van ongevallen waarvan het onderzoek is afgesloten in 2016. Dit hoeft niet het jaar te zijn waarin het ongeval heeft plaatsgevonden.
    • Anders dan het CBS hanteert de Inspectie SZW niet het criterium dat het slachtoffer binnen 30 dagen na het ongeval moet zijn overleden.
    • Anders dan de cijfers van het CBS, heeft het aantal door de Inspectie SZW gerapporteerde dodelijke slachtoffers van een arbeidsongeval betrekking op alle leeftijden, inclusief werknemers van 65 jaar en ouder. Gecorrigeerd voor het aantal arbeidsjaren was het aantal dodelijke ongevallen het hoogst in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder.

    Datum publicatie

    27-04-2019

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Inspectie SZW. Staat van ernstige arbeidsongevallen ‘ Weer veilig thuis uit je werk’. Inspectie SZW; 2017. Bron

    Aantal sterfgevallen door geweld naar leeftijd en geslacht

    In 2019 overleden 109 mensen door geweld

    In 2019 overleden 109 personen als gevolg van geweld: 67 mannen en 42 vrouwen (0,8 per 100.000 mannen en 0,5 per 100.000 vrouwen). Hierbij is het aantal personen overleden als gevolg van late gevolgen van geweld niet meegeteld.

    Meer informatie

    Datum publicatie

    04-09-2020

    Aantal dodelijke slachtoffers door sportongevallen

    Dodelijke sportongevallen 2017 (a)

    In binnen- en buitenland

    In Nederland

    Aantal

    In buitenland

    Aantal

    Zwemmen b)

    21

    Snowboarden

    4

    Wielrennen

    12

    Zeilen

    3

    - Baanwielrennen

    1

    Skiën

    2

    Motorsport

    2

    Bergbeklimmen

    2

    Kanoën

    2

    Zwemmen

    2

    Hardlopen

    1

    Langeafstandfietsen

    1

    Skeeleren

    1

    Motorsport

    1

    Obstacle run

    1

    Mountainbiken

    1

    Zeilen

    1

       

    Totaal

    41

    Totaal

    16


    Bron: Krantenknipselregistratie, VeiligheidNL (in: Stam & Valkenberg, 2018).


    a) Sporters die tijdens het sporten zijn overleden aan een hartstilstand, zijn niet geïncludeerd. Een hartstilstand wordt niet gezien als sportblessure.

    b) Verdronken zwemmers kunnen als sporter, maar ook als recreant gedefinieerd worden.

    Relatief weinig dodelijke slachtoffers door een sportongeval

    Op basis van de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL zijn in 2017 in totaal 41 mensen omgekomen door een sportongeval in Nederland. Zwemmen is de sport waarbij de meeste mensen zijn omgekomen, gevolgd door wielrennen. Daarnaast overleden 16 Nederlanders in het buitenland tijdens het beoefenen van een sport.
    In de Krantenknipselregistratie worden alle berichten over dodelijke privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen.

    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Stam C, Valkenberg H. Sportblessures in Nederland, Cijfers 2017. Amsterdam: VeiligheidNL; 2018. Bron

    Sterfte door verkeersongevallen naar leeftijd en geslacht

    Sterfte als gevolg van verkeersongevallen 2019

    LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
    00,00,00,0000
    1-41,10,30,7415
    5-90,90,00,4404
    10-140,60,20,4314
    15-194,72,33,5251237
    20-248,92,45,7491362
    25-296,60,93,838543
    30-343,81,72,821930
    35-394,61,73,224933
    40-443,90,82,320424
    45-493,11,02,119625
    50-542,81,32,018826
    55-595,01,83,4311142
    60-644,92,03,4271138
    65-695,13,64,3251843
    70-749,54,67,0432265
    75-7915,19,712,2443276
    80-8423,810,216,1442569
    85-8941,78,820,9391453
    90-9456,18,422,517623
    95+35,19,815,3224
    Totaal5,82,44,1497209706

    Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

    • ICD-10-codes: V01-V99, Y85
    • Cijfers zijn voorlopig
    • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave.

    706 doden door verkeersongevallen in 2019

    In 2019 overleden 706 personen aan de gevolgen van een verkeersongeval, 497 mannen en 209 vrouwen (5,8 per 100.000 mannen en 2,4 per 100.000 vrouwen). Dit is inclusief het aantal personen overleden als gevolg van late gevolgen van verkeersongevallen. Het overlijdensrisico door een verkeersongeval is het hoogst op hogere leeftijd. Vanaf de leeftijd van 15 jaar is het risico op overlijden door een verkeersongeval voor mannen hoger dan voor vrouwen.

    Meer informatie

    Datum publicatie

    04-09-2020

    Aantal sterfgevallen door zelftoegebracht letsel naar leeftijd en geslacht

    Sterfte door zelftoegebracht letsel 2019

    LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
    00,00,00,0000
    1-40,00,00,0000
    5-90,00,00,0000
    10-140,60,40,5325
    15-197,44,35,9402262
    20-2410,36,58,5573592
    25-2912,26,89,67038108
    30-3413,67,010,47538113
    35-3915,46,410,98033113
    40-4417,66,612,19034124
    45-4922,47,614,913546181
    50-5420,110,215,212965194
    55-5921,611,516,513471205
    60-6422,011,116,512162183
    65-6919,58,213,89641137
    70-7417,76,912,28033113
    75-7913,78,210,8402767
    80-8421,65,712,6401454
    85-8928,97,515,4271239
    90-9442,97,017,613518
    95+35,14,911,5213

    Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

    • ICD-10-codes: X60-X84, Y87.0
    • Cijfers zijn voorlopig
    • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

    In 2019 overleden 1.811 mensen door zelftoegebracht letsel

    In 2019 zijn 1.811 personen als gevolg van zelftoegebracht letsel overleden, 1.232 mannen (14,3 per 100.000 mannen) en 579 vrouwen (6,6 per 100.000 vrouwen). Er is mogelijk sprake van onderrapportage van sterfte door zelftoegebracht letsel, doordat dat er slachtoffers van suïcide zijn die de statistieken ingaan als gestorven door een natuurlijke doodsoorzaak.

    Meer informatie

    Datum publicatie

    04-09-2020

    Verantwoording

    Definities
    • Letsels

      Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

    • Ernstig letsel (MAIS2+)

      Voor het vaststellen van slachtoffers met ernstig letsel wordt gebruikgemaakt van een afgeleide van de zogenaamde MAIS. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale (Mannaerts et al., 1994). De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org). Ernstig letsel in het Letsel Informatie Systeem (LIS) is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.

      Bronnen en literatuur

      Literatuur

      1. Mannaerts G.H.H., Sawor J.H., Menovsky T., Springer L., Patka P., Haarman J.T.M. De betrouwbaarheid van de registratie van polytrauma-patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138(46). Bron
    • Indeling letsel

      Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

      • Arbeidsongevallen
      • Geweld
      • Privé-ongevallen
      • Sportblessures
      • Zelftoegebracht letsel
      • Verkeersongevallen
    • Arbeidsongevallen

      Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

      Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

      Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

      In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

    • Privé-ongevallen

      Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

      Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

    • Sportblessures

      Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

    • Verkeersongevallen

      Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

    • Zelftoegebracht letsel

      In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

      • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
      • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
      • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
      • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

      Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

      Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

      Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

      Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

      Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

      In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

      • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
      • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
      • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

      Bronnen en literatuur

      Literatuur

      1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
    Bronverantwoording
    • Tabel: Bronnen bij de cijfers over letsels

      Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
      Letsel Informatie Systeem (LIS)

      Aantal bezoeken aan de spoedeisende-hulpafdeling (SEH-bezoeken)

      Nederlandse bevolking LIS
      Letsel Informatie Systeem (LIS) Directe medische kosten en verzuimkosten van ongevallen en opzettelijk toegebracht letsel Nederlandse bevoking LIS
      CBS Doodsoorzakenstatistiek

      Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, geweld, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel

      Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
      Eurostat, European Statistics on Accidents at Work (ESAW)

      Aantal arbeidsongevallen:

      • ernstig: arbeidsongevallen die leiden tot een verzuim van vier dagen of langer
      • dodelijk: ongevallen die leiden tot het overlijden van het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval
      Europese bevolking Eurostat
      Eurostat Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel Europese bevolking Eurostat
      Eurosafe Aantal sterfgevallen door privé-ongevallen Europese bevolking Eurosafe
      UNECE Statistical Database Aantal sterfgevallen door verkeersongevallen Europese bevolking UNECE Statistical Database
    • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

      Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

      VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

      Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

      Bronnen en literatuur

      Bronnen

      1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

      Literatuur

      1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
      2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
    • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

      In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

      De Krantenknipselregistratie wordt gebruikt om het aantal dodelijke ongevallen tijdens sport te bepalen, aangezien de gangbare databestanden over dodelijk ongevallen hiervoor niet geschikt zijn.

    • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

      Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

      • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
      • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
      • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
      • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

      Bronnen en literatuur

      Literatuur

      1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
      2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
      3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
      4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
    Methoden
    • Methoden en technieken

      Standaardisatie

      De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

      Indexatie

      Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

      Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

      Toetsing trends

      Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
      De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

    • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

      Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

      Standaardisering

      Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

      De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

      1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
      2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.