Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsCijfers & ContextSportblessures

Cijfers & Context

Ruim 6 miljoen SEH-bezoeken voor letsel

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Zeeland en Groningen

Kosten

Kosten het hoogst voor privé-ongevallen

Preventie & Zorg

Slachtoffers ongeval bezoeken meestal de huisarts

Aantal medisch behandelde sportblessures

Verdeling van sportblessures over medische behandelaars, 2013

Type

Aantal sportblessures

Sportblessures

 

Blessures

4,5 miljoen

Medisch behandelde blessures

1,9 miljoen

Behandelaar

 

Huisarts/huisartsenpost

820.000

Fysiotherapeut

1,1 miljoen

SEH-behandelingen

130.000

 

Bronnen: OBiN; LIS (bewerkt door VeiligheidNL)

Alleen de meest voorkomende medische behandelaars zijn opgenomen in de tabel. Per letsel zijn meerdere medische behandelaars mogelijk. De som van de afzonderlijke aantallen is daarom groter dan het totaal.

4,5 miljoen sportblessures in totaal

In totaal raakten er in 2013 ongeveer 4,5 miljoen sporters geblesseerd (Bron: OBiN). Niet alle sportblessures worden medisch behandeld.

1,9 miljoen medisch behandelde sportblessures

In 2013 werden 1,9 miljoen sportblessures medisch behandeld. De huisarts nam 43% van deze behandelingen voor zijn rekening, dat zijn 820.000 sportblessures. Fysiotherapeuten behandelden daarnaast 1,1 miljoen blessures en de op de SEH-afdeling van het ziekenhuis werden 130.000 sportblessures behandeld (0,063 per 1.000 uur sport voor mannen en 0,043 per 1.000 uur sport voor vrouwen). Aangezien patiënten soms doorverwezen worden (bijvoorbeeld van de huisarts naar de SEH-afdeling, fysiotherapie, een sportarts of het ziekenhuis) kunnen patiënten meer dan één keer meetellen in de behandelcijfers (Bron: LIS). 

Meer informatie

SEH-bezoeken voor sportblessures naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor sportblessures, 2016

LeeftijdMannenVrouwen
0-48557
5-91.2001.100
10-144.0003.000
15-193.0001.700
20-241.500790
25-291.100500
30-34870300
35-39660300
40-44520260
45-49480240
50-54360190
55-59300130
60-6423097
65-6918096
70-7418068
75+6034

Bronnen: LIS, 2016; CBS Bevolkingsstatistiek (bewerkt door VeiligheidNL en RIVM)

  • Aantal per 100.000 personen is berekend op basis van de gemiddelde bevolking in 2016.

Meeste sportblessures bij jongeren en mannen

In 2016 werd de SEH-afdeling ongeveer 121.000 keer bezocht vanwege een sportblessure, 76.800 door mannen en 44.300 door vrouwen (9,1 per 1.000 mannen en 5,2 per 1.000 vrouwen). Personen in de leeftijdsgroep van 10-24 jaar bezoeken het vaakst de SEH-afdeling in verband met een sportblessure. Bij bijna twee derde van alle mensen die de SEH-afdeling bezoeken vanwege een sportblessure gaat het om een man. Een verklaring voor het verhoogde risico onder jongeren en mannen is een verschil in voorkeur van sporttak tussen diverse leeftijdsgroepen en tussen mannen en vrouwen.

Meer informatie

Meest voorkomende sportblessures op SEH-afdeling

Voet in gipsverband

Blessures aan schouder, arm of hand komen het meest voor

Op de SEH-afdeling komen de volgende sportblessures het meeste voor:

  • Blessures aan schouder, arm of hand (48%, 60.000), waaronder letsel aan hand of vinger (23.000) en de pols (17.000).
  • Blessures aan heup, been of voet (36%, 46.000), waaronder letsel aan enkel (18.000) en letsel aan voet/tenen (12.000).
  • Blessures aan hoofd, hals of nek (9%, 11.000).

Meer informatie

•   Bronverantwoording: informatie over de gebruikte gegevensbronnen
•   Download extra cijfers: Sportblessures naar leeftijd en geslacht in 2013 (*.ods; 19 KB)

Aantal SEH-behandelde sportblessures per type sport

Partijtje veldvoetbal

Meeste blessures bij veldvoetbal

Veldvoetbal is de sporttak met de grootste absolute bijdrage aan blessures, deze sport leidde in 2013 tot 37.000 SEH-behandelingen. Als er rekening gehouden wordt met het aantal uren dat een sport beoefend wordt, zijn motorsport/autosport/karten, schaatsen, zaalvoetbal en hockey de sporten met het hoogste risico op blessures waarvoor SEH-behandeling noodzakelijk is. 

De meeste SEH-behandelingen van sportblessures vinden plaats in verband met blessures door:

  1. Veldvoetbal (37.000)
  2. Bewegingsonderwijs (14.000)
  3. Paard- en ponyrijden (7.800)
  4. Hockey (6.900)
  5. Zwemmen (4.500)

Meer informatie

Aantal ziekenhuisopnamen voor sportblessures

Geschat aantal ziekenhuisopnamen voor sportblessures: 12.000 in 2013

Het aantal mensen dat voor een sportblessure wordt opgenomen in een ziekenhuis is niet afzonderlijk bekend, omdat privé-, sport- en arbeidsongevallen niet onderscheiden worden in de ziekenhuisregistratie (LMR, 2013). Het totaal aantal ziekenhuisopnamen voor een sportblessure wordt in 2013 geschat op 12.000. Deze schatting is gemaakt door het aantal ziekenhuisopnamen volgend op een SEH-behandeling (dat wel bekend is voor sportblessures) op te hogen naar het totaal aan ziekenhuisopnamen.

Meer informatie

Aantal dodelijke slachtoffers door sportongevallen

Zwembril op de rand van een zwembad

Relatief weinig dodelijke slachtoffers door een sportongeval

Er zijn verschillende registraties van dodelijke sportongevallen. Deze cijfers wijken onderling af. Dit is onder meer te verklaren uit de aard van de registraties.

  • In de Krantenknipselregistratie zijn in 2013 in totaal 29 dodelijke sportongevallen in Nederland geregistreerd. In tien gevallen overleed een zwemmer door verdrinking. Zeven wielrenners overleden, waarvan in elk geval zes na een aanrijding, en drie mountainbikers overleden na een val. Twee personen overleden tijdens paragliden. De andere dodelijke slachtoffers vielen tijdens motorcross, hardlopen, kitesurfen, zweefvliegen, paardensport, duiken en schaatsen. Daarnaast overleden 22 Nederlanders in het buitenland tijdens  sportbeoefening, de meesten tijdens skiën, duiken of bergsport.
  • In het Letsel Informatie Systeem (LIS), een representatieve steekproef van veertien ziekenhuizen met een continue SEH-afdeling, zijn in 2013 zeven gevallen geregistreerd van sporters die op de SEH-afdeling of na opname zijn overleden.

Meer informatie

Trend in SEH-bezoeken voor sportblessures

Aantal SEH-bezoeken voor sportblessures afgenomen

Over de gehele periode 1997-2016 is het aantal SEH-bezoeken voor sportblessures afgenomen. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en de leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
Veranderingen in de gezondheidszorg zijn van invloed op de trend in het aantal SEH-bezoeken. Hierbij kan gedacht worden aan een verschuiving van behandelingen van de SEH-afdeling naar de huisartsenpost, wat met name voor lichte letsels kan leiden tot een afname van het aantal SEH-bezoeken (Thijssen et al., 2013).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Thijssen W.AMH, M. van Houts W-, Koetsenruijter J., Giesen P., Wensing M. The Impact on Emergency Department Utilization and Patient Flows after Integrating with a General Practitioner Cooperative: An Observational Study. Emergency Medicine International. 2013;20132827156155155(6111, part 122):1-8. Bron | DOI

Trend in SEH-bezoeken voor sportblessures per type sport

Jockey en paard tijdens paardenrennen

Aantal sportblessures door paard- of ponyrijden gestegen

De trends verschillen per type sport. In de periode 2007-2011 was er een significante stijging in het aantal SEH-bezoeken voor blessures die veroorzaakt zijn door paard- of ponyrijden (22%). Voor veldvoetbal, bewegingsonderwijs, hockey, zaalvoetbal, vechtsport en basketbal is er geen significante stijging of daling in de periode 2007-2011. De berekende trends houden geen rekening met ontwikkelingen in het aantal sporturen.

Meer informatie

Toekomstige trend sportblessures door demografische ontwikkelingen

Minimale afname aantal sportblessures verwacht door alleen demografie

 Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp voor sportblessures in de periode 2015-2040 naar verwachting met 1% dalen. De verwachte daling bedraagt 2% voor mannen en 1% voor vrouwen. De afname zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van sportblessures beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Letselregistratie in Landelijke Medische Registratie (LMR; Dutch Hospital Data)

    De Landelijke Medische Registratie (LMR) bevat gegevens over alle ziekenhuisopnamen in nagenoeg alle ziekenhuizen in Nederland. Binnen de LMR worden de diagnose en de uitwendige oorzaak van letsel gecodeerd volgens de ICD-9.

    ICD-9- codes voor letsels als gevolg van ongevallen

    Type letsel

    ICD-9

    Verkeersongevallen

    E800-E848

    Niet-verkeersongevallen

    E850-E949

    Suïcide

    E950-E959

    Geweld

    E960-E969

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijke Medische Registratie, LMR. zorggegevens.nl
  • CBS Statistiek niet-natuurlijke dood (CBS-NND) en Statistiek Verkeersdoden

    CBS Statistiek niet-natuurlijke dood (CBS-NND)

    De Statistiek Niet Natuurlijke Dood van het CBS (Niet-natuurlijke dood statistiek) bevat gegevens van alle overledenen door een niet-natuurlijke dood die in Nederland woonachtig waren inclusief ingezetenen van Nederland die in het buitenland door een niet-natuurlijke dood overlijden. 

    Statistiek Verkeersdoden

    In de Statistiek Verkeersdoden van het CBS staan personen geregistreerd die zijn overleden als gevolg van een verkeersongeval dat in Nederland plaatsvond. Het gaat dus om zowel inwoners als niet-inwoners. Deze cijfers worden door het CBS gemaakt in samenwerking met Rijkswaterstaat, onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Niet-natuurlijke dood statistiek, NND. zorggegevens.nl
  • Uitwendige doodsoorzaken: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De CBS Doodsoorzakenstatistiek bevat informatie over sterfgevallen met een uitwendige doodsoorzaak. In onderstaande tabel zijn de ICD-10-codes gepresenteerd die het CBS per type uitwendige doodsoorzaak hanteert in de doodsoorzakenstatistiek.

    Doodsoorzaak   ICD-10-code(s)
    Ongevallen   V01-X59
      Vervoersongevallen   V01-V99 (code Y85 niet geïncludeerd)
        Wegverkeersongevallen a
        Overige vervoersongevallen V01-V99 exclusief codes wegverkeersongevallen
      Accidentele val   W00-W19, X59
      Accidentele verdrinking   W65-W74
      Accidentele vergiftiging   X40-X49
      Overige ongevallen   W20-W64, W75-X39, X50-X58
    Zelfdoding   X60-X84
    Moord en doodslag (geweld)   X85-Y09
    Gebeurtenissen opzet onbekend   Y10-Y34
    Overige uitwendige doodsoorzaken   Y35-Y89
           
    Totaal uitwendige doodsoorzaken   V01-Y89

     

    a)  zie wegverkeersongevallen-codelijst CBS

  • Landelijke enquête ‘Ongevallen en Bewegen in Nederland’ (OBiN)

    De landelijke enquête ‘Ongevallen en Bewegen in Nederland’ (OBiN), voorheen Ongevallen in Nederland, is een continu uitgevoerde enquête onder Nederlandse huishoudens naar letsels door ongevallen en blessures. 

    De schatting van het aantal ziekenhuisopnamen is gemaakt door het aantal ziekenhuisopnamen volgend op een SEH-behandeling (dat wel bekend is voor arbeidsongevallen) op te hogen naar het totaal aan ziekenhuisopnamen.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. OBiN, Ongevallen en Bewegen in Nederland. zorggegevens.nl
  • European statistics on accidents at work (ESAW)

    ESAW: Eurostat verzamelt in het kader van de ESAW gegevens over het aantal arbeidsongevallen en de sterfte door arbeidsongevallen in EU-landen. De cijfers beperken zich tot ongevallen die leiden tot 4 dagen absentie of meer. Ze zijn afkomstig van registraties op basis van verzekeringsgegevens of van relevante nationale overheidsorganen (zoals arbeidsinspecties) in de verschillende EU-landen. De gegevens van België, Bulgarije, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal en Finland zijn gebaseerd op verzekeringsgegevens. De gegevens van Tsjechië, Denemarken, Estland, Ierland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Nederland, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Zweden en het Verenigd Koninkrijk komen van overheidsorganen. De vergelijkbaarheid tussen gegevens op basis van verzekeringen en die van overheden is beperkt (Eurostat:Accidents at work statistics, 2017). 

  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

  • Huisartsenregistratie van suïcide en suïcidepogingen

    Continue Morbiditeitsregistratie Peilstations Nederland (NIVEL)

    In de huisartsenregistratie Continue Morbiditeitsregistratie Peilstations Nederland van het NIVEL (CMR-peilstations) registreren huisartsen al vanaf 1979 suïcides en suïcidepogingen.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CMR, Continue Morbiditeits Registratie Nederland (peilstations). zorggegevens.nl
  • Letsels, regionale cijfers

    De weergegeven regionale cijfers zijn berekend met het Regionale Cijfers Model van VeiligheidNL. VeiligheidNL heeft met betrekking tot het aantal SEH-behandelingen in een regio het Regionale Cijfers Model ontwikkeld. Met behulp van regressie-analyse en projectiemethoden wordt een schatting gegeven van het aantal SEH-behandelingen in een regio. Dit model maakt gebruikt van variabelen uit de LMR, met name van de urbanisatiegraad van de patiënten en de leeftijdsopbouw.

  • Letsels, internationale vergelijkingen

    Voor internationale vergelijkingen van letsels wordt voor Nederland soms gebruik gemaakt van andere bronnen dan voor de cijfers onder Cijfers & Context. Dit heeft mede te maken met beperkte beschikbaarheid van internationaal vergelijkbare gegevens over letsels.

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.