Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsCijfers & ContextSEH-bezoeken

Cijfers & Context

Meeste letsels zijn gevolg van privé-ongeval

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Groningen en Zeeland

Kosten

Meeste kosten door privé-ongevallen

SEH-bezoeken voor letsels naar leeftijd

SEH-bezoeken voor letsels naar leeftijd 2017

LeeftijdSEH-bezoeken (per 1.000)SEH-bezoeken (absoluut)
0-43934.000
5-94844.700
10-146867.000
15-195960.800
20-244851.500
25-293740.700
30-343232.700
35-392727.400
40-442627.900
45-492532.000
50-542734.700
55-592833.000
60-642931.300
65-693030.200
70-743629.300
75-794626.100
80-845923.800
85-899021.600
90+13516.500
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Veruit meeste bezoeken aan SEH-afdeling vanwege ongevalsletsel

In 2017 is de SEH-afdeling ongeveer 665.000 keer bezocht in verband met letsel, 346.000 keer door mannen (41 per 1.000 mannen) en 320.000 keer door vrouwen (37 per 1.000 vrouwen). Veruit de meeste letsels waren het gevolg van een ongeval: 37 per 1.000 inwoners (96%, 636.000 SEH-bezoeken). Eén op de twintig letsels was het gevolg van opzettelijk toegebracht letsel, dat wil zeggen geweldpleging of zelfbeschadiging: 1,8 per 1.000 inwoners (30.800 SEH-bezoeken).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

SEH-bezoeken voor ongevalsletsel naar geslacht

SEH-afdeling meest bezocht voor letsel door privé-ongeval

In 2017 is de SEH-afdeling ongeveer 636.000 keer bezocht in verband met letsel door een ongeval (37 SEH-bezoeken per 1.000 inwoners). In veruit de meeste gevallen was sprake van een SEH-bezoek in verband met letsel opgelopen door een privé-ongeval (57%), te weten 21 per 1.000 inwoners. Op afstand volgen SEH-bezoeken in verband met een verkeersongeval (7,0 per 1.000 inwoners) en sportblessure (6,9 per 1.000 inwoners). SEH-bezoeken in verband met een arbeidsongeval kwamen veel minder voor (2,8 per 1.000 inwoners).

Risico naar type ongeval moeilijk onderling vergelijkbaar

Gemiddeld is de kans op een SEH-bezoek in verband met letsel door een privé-ongeval ruim zeven keer groter dan de kans op een SEH-bezoek in verband met een arbeidsongeval. Dit betekent niet dat het ongevalsrisico buiten het werk groter is dan tijdens het uitoefenen van werk. Het risico hangt immers samen met het aantal uren dat per jaar wordt gewerkt. Zo is ook het risico van een verkeersongeval afhankelijk van het aantal gereisde kilometers en is de kans op een sportblessure afhankelijk van het aantal uren dat sport beoefend wordt.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

SEH-bezoeken voor opzettelijk toegebracht letsel naar geslacht

Evenveel SEH-bezoeken vanwege geweld en zelfbeschadiging

In 2017 werd de SEH-afdeling ongeveer 30.800 keer bezocht in verband met opzettelijk toegebracht letsel (1,8 SEH-bezoeken per 1.000 inwoners). Het betrof even vaak een bezoek in verband met letsel door geweld als een bezoek in verband met zelfbeschadiging: 15.400 SEH-bezoeken (0,9 SEH-bezoeken per 1.000 inwoners).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

SEH-bezoeken voor letsel door privé-ongevallen naar leeftijd

SEH-bezoeken voor letsel privé-ongevallen naar leeftijd 2017

LeeftijdSEH-bezoeken (per 1.000)SEH-bezoeken (absoluut)
0-43530.400
5-93129.000
10-142726.100
15-191818.500
20-241717.900
25-291415.000
30-341312.900
35-391111.600
40-441112.100
45-491114.400
50-541417.300
55-591518.300
60-641818.700
65-692020.500
70-742621.300
75-793620.400
80-844919.900
85-898219.800
90+13015.900
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Relatief veel jonge kinderen en ouderen bezoeken de SEH-afdeling

In 2017 werd de SEH-afdeling ongeveer 360.000 keer bezocht voor letsel als gevolg van een privé-ongeval, 161.000 keer door mannen en 199.000 keer door vrouwen (19 per 1.000 mannen en 23 per 1.000 vrouwen). Ouderen hebben een sterk verhoogde kans om met letsel als gevolg van een privé-ongeval op de SEH-afdeling terecht te komen.
Uitgedrukt in absolute aantallen viel ongeveer een kwart van de SEH-bezoekers in 2017 in de leeftijdsgroep van 0-14 jaar en ook ongeveer een kwart viel in de leeftijdsgroep van 60 jaar of ouder.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

SEH-bezoeken voor sportblessures naar leeftijd

SEH-bezoeken voor sportblessures naar leeftijd 2017

LeeftijdSEH-bezoeken (per 1.000)SEH-bezoeken (absoluut)
0-40,5500
5-91110.300
10-143332.500
15-192222.600
20-241112.200
25-297,88.500
30-345,55.700
35-394,24.300
40-444,14.400
45-493,44.400
50-542,93.700
55-592,12.600
60-641,81.900
65-691,61.600
70-741,31.000
75-790,9500
80-840,5200
85-89<100
90+<100
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Meeste sportblessures bij jongeren en mannen

In 2017 werd de SEH-afdeling ongeveer 117.000 keer bezocht vanwege een sportblessure, 74.400 door mannen en 42.700 door vrouwen (8,8 per 1.000 mannen en 5,0 per 1.000 vrouwen). Personen in de leeftijdsgroep van 10-24 jaar bezoeken het vaakst de SEH-afdeling in verband met een sportblessure. Ongeveer tweederde van alle mensen die de SEH-afdeling bezoeken vanwege een sportblessure vallen in deze leeftijdsgroep.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

SEH-bezoeken voor letsel door arbeidsongevallen naar leeftijd

SEH-bezoeken voor letsel arbeidsongevallen naar leeftijd 2017

LeeftijdSEH-bezoeken (per 1.000)SEH-bezoeken (absoluut)
0-4<100
5-9<100
10-14<100
15-193,03.200
20-245,96.300
25-295,76.200
30-345,05.100
35-394,74.700
40-444,14.400
45-494,05.100
50-543,95.000
55-593,33.900
60-642,72.900
65-690,8800
70-740,4300
75-790,3100
80-84<100
85-89<100
90+<100
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Ruim vier keer meer SEH-bezoeken door mannen

In 2017 werd de SEH-afdeling ongeveer 48.200 keer bezocht voor letsel als gevolg van een arbeidsongeval, 39.400 keer door mannen en 8.800 keer door vrouwen (4,7 per 1.000 mannen en 1,0 per 1.000 vrouwen). Ruim vier keer meer mannen dan vrouwen bezoeken dus de SEH-afdeling in verband met een arbeidsongeval. Hierbij is niet gecorrigeerd voor het gegeven dat meer mannen dan vrouwen werken. Bij 20-24-jarigen is de kans op een bezoek aan de SEH-afdeling vanwege een arbeidsongeval het grootst.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

01-05-2019

SEH-bezoeken voor letsel door verkeersongevallen naar leeftijd

SEH-bezoeken voor letsel verkeersongevallen naar leeftijd 2017

LeeftijdSEH-bezoeken (per 1.000)SEH-bezoeken (absoluut)
0-43,63.100
5-95,75.300
10-147,67.500
15-191313.100
20-241010.700
25-297,37.900
30-3466.200
35-3955.100
40-445,15.500
45-495,57.100
50-546,27.900
55-596,78.000
60-6477.500
65-697,27.300
70-748,16.600
75-798,75.000
80-8493.600
85-8971.700
90+4,2500
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Mannen en jongeren vaak slachtoffer van verkeersongevallen

In 2017 werd de SEH-afdeling ongeveer 120.000 keer bezocht vanwege een verkeersongeval, 64.100 keer door mannen en 55.500 keer door vrouwen (7,6 per 1.000 mannen en 6,4 per 1.000 vrouwen). Ongeveer één op de vijf (20%) van de slachtoffers valt in de leeftijdsgroep 15-24 jaar.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

SEH-bezoeken voor letsel door geweld naar leeftijd

SEH-bezoeken voor letsel geweld naar leeftijd 2017

LeeftijdSEH-bezoeken (per 1.000)SEH-bezoeken (absoluut)
0-4<100
5-90,1100
10-140,8700
15-192,42.500
20-242,72.800
25-291,82.000
30-341,51.600
35-391,21.200
40-440,9900
45-490,81.000
50-540,7900
55-590,4600
60-640,4400
65-690,2200
70-740,2100
75-79<100
80-84<100
85-89<100
90+<100
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Mannen van 15 tot 25 jaar bezoeken het vaakst de SEH-afdeling voor letsel door geweld

In 2017 werd ongeveer 15.400 keer een SEH-afdeling bezocht voor letsel door geweld, 11.300 keer door mannen en 4.100 door vrouwen (1,3 per 1.000 mannen en 0,5 per 1.000 vrouwen). Vooral mensen in de leeftijd van 15 tot 25 jaar bezoeken de SEH-afdeling voor letsel door geweld. Ongeveer 35% van de mensen die in 2017 de SEH-afdeling bezochten voor letsel door geweld viel in deze leeftijdsgroep.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

SEH-bezoeken voor zelftoegebracht letsel naar leeftijd

SEH-bezoeken voor zelftoegebracht letsel naar leeftijd 2017

LeeftijdSEH-bezoeken (per 1.000)SEH-bezoeken (absoluut)
0-4<100
5-9<100
10-140,5500
15-191,51.600
20-242,12.300
25-291,81.900
30-341,81.900
35-391,21.200
40-441,41.500
45-491,01.300
50-540,91.100
55-590,6700
60-640,7700
65-690,2200
70-740,3200
75-79<100
80-84<100
85-89<100
90+<100
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Bijna driekwart van de SEH-bezoekers is vrouw

In 2017 werd de SEH-afdeling ongeveer 15.400 keer bezocht in verband met zelftoegebracht letsel, 4.400 keer door mannen en 11.000 keer door vrouwen (0,5 per 1.000 mannen en 1,3 per 1.000 vrouwen). Het risico op een SEH-bezoek voor letsel door zelftoegebracht letsel is het grootst in de leeftijdsgroep 15 tot 35 jaar.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-04-2019

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Ernstig letsel (MAIS2+)

    Voor het vaststellen van slachtoffers met ernstig letsel wordt gebruikgemaakt van een afgeleide van de zogenaamde MAIS. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale (Mannaerts et al., 1994). De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org). Ernstig letsel in het Letsel Informatie Systeem (LIS) is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mannaerts G.H.H., Sawor J.H., Menovsky T., Springer L., Patka P., Haarman J.T.M. De betrouwbaarheid van de registratie van polytrauma-patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138(46). Bron
  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over letsels

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Letsel Informatie Systeem (LIS)

    Aantal bezoeken aan de spoedeisende-hulpafdeling (SEH-bezoeken)

    Nederlandse bevolking LIS
    Letsel Informatie Systeem (LIS) Directe medische kosten en verzuimkosten van ongevallen en opzettelijk toegebracht letsel Nederlandse bevoking LIS
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, geweld, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Eurostat Aantal arbeidsongevallen Europese bevolking Eurostat
    Eurostat Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel Europese bevolking Eurostat
    Eurosafe Aantal sterfgevallen door privé-ongevallen Europese bevolking Eurosafe
    UNECE Statistical Database Aantal sterfgevallen door verkeersongevallen Europese bevolking UNECE Statistical Database
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

    De Krantenknipselregistratie wordt gebruikt om het aantal dodelijke ongevallen tijdens sport te bepalen, aangezien de gangbare databestanden over dodelijk ongevallen hiervoor niet geschikt zijn.

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.