Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsCijfers & ContextSEH-bezoeken

Cijfers & Context

Meeste letsels zijn gevolg van privé-ongeval

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Groningen en Zeeland

Kosten

Meeste kosten door privé-ongevallen

Preventie & Zorg

Preventie letsels richt zich op omgeving en gedrag

SEH-bezoeken voor letsels naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor letsels 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-438333617.00013.90030.800
5-940373818.70016.50035.200
10-1455444826.70020.30047.000
15-1952353927.70018.00045.700
20-2440283122.40015.10037.500
25-2935252720.20013.90034.100
30-3430172216.9009.50026.400
35-3928182014.6009.40024.000
40-4425171913.0008.70021.700
45-4925171914.5009.90024.400
50-5425212216.40013.10029.500
55-5925252415.80015.70031.500
60-6424282613.60016.00029.600
65-6923312711.50015.70027.200
70-7426383211.90018.10030.100
75-7934504210.20016.90027.000
80-844970619.30017.40026.700
85-8969100896.50016.30022.800
90+1101301203.90012.00016.000
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.
Deze cijfers zijn ook onderdeel van

Veruit meeste bezoeken aan SEH-afdeling vanwege ongevalsletsel

In 2020 is de SEH-afdeling ongeveer 567.000 keer bezocht in verband met letsel, 291.000 keer door mannen (34 per 1.000 mannen) en 276.000 keer door vrouwen (32 per 1.000 vrouwen). In veruit de meeste gevallen (95%) was sprake van een SEH-bezoek in verband met letsel opgelopen door een ongeval (540.000 SEH-bezoeken). In één op de twintig gevallen was er sprake van opzettelijk toegebracht letsel, dat wil zeggen geweldpleging of zelfbeschadiging.

In 2020 minder SEH-bezoeken voor letsel door COVID-19-uitbraak

Als gevolg van de COVID-19-uitbraak is het aantal SEH-bezoeken in verband met letsel in 2020 kleiner dan in voorgaande jaren. Hierbij spelen maatregelen een rol die gericht waren op het tegengaan van de verspreiding van het virus, zoals verplicht thuiswerken en het (tijdelijk) sluiten van scholen en sportaccommodaties, waardoor het activiteitenpatroon van de inwoners van Nederland veranderde. Daarnaast gingen mensen minder snel naar het ziekenhuis, om de zorg niet nog meer te belasten en/of uit angst om in het ziekenhuis een COVID-19-besmetting op te lopen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor ongevalsletsel naar geslacht

SEH-bezoeken voor ongevalsletsel 2020

Type ongevalMannenVrouwenTotaal
Privé142.000180.000321.000
Verkeer61.50045.900107.000
Sport53.10031.90085.000
Arbeid32.1006.40038.400
Totaal ongevallen278.000262.000540.000
  • Een letsel kan meerdere oorzaken hebben, bijvoorbeeld sport en verkeer (een wielrenner die in het verkeer gewond raakt). Door deze overlap is de som van het aantal SEH-bezoeken per type ongeval groter dan het totaal aantal SEH-bezoeken in verband met ongevalsletsel.

SEH-afdeling meest bezocht voor letsel door privé-ongeval

In 2020 is de SEH-afdeling ongeveer 540.000 keer bezocht in verband met letsel door een ongeval. In veruit de meeste gevallen (59%) was sprake van een SEH-bezoek in verband met letsel opgelopen door een privé-ongeval (321.000 SEH-bezoeken). Op afstand volgen SEH-bezoeken in verband met een verkeersongeval (107.000 SEH-bezoeken) en in verband met een sportblessure (85.000 SEH-bezoeken). SEH-bezoeken in verband met een arbeidsongeval kwamen veel minder voor (38.400 SEH-bezoeken).

Risico naar type ongeval moeilijk onderling vergelijkbaar

Het aantal SEH-bezoeken in verband met letsel door een privé-ongeval is ruim acht keer groter dan het aantal SEH-bezoeken in verband met een arbeidsongeval. Dit betekent niet per se dat het ongevalsrisico buiten het werk groter is dan tijdens het uitoefenen van werk. Het risico hangt immers samen met het aantal uren dat per jaar wordt gewerkt. Zo is ook het risico van een verkeersongeval afhankelijk van het aantal gereisde kilometers en is de kans op een sportblessure afhankelijk van het aantal uren dat sport beoefend wordt.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor opzettelijk toegebracht letsel naar geslacht

In 2020 meer SEH-bezoeken vanwege zelfbeschadiging dan geweld

In 2020 was bij één op de twintig SEH-bezoeken voor letsel (ruim 28.000) sprake van opzettelijk toegebracht letsel, dat wil zeggen letsel als gevolg van geweldpleging of zelfbeschadiging. De SEH-afdeling werd in 2020 vaker bezocht voor letsel door zelfbeschadiging dan voor letsel door geweld.
De verhouding tussen mannen en vrouwen verschilt sterk per toedracht. Het aantal vrouwen dat de SEH bezocht in verband met zelftoegebracht letsel is twee tot drie keer groter dan het aantal mannen. Voor letsel door geweld geldt het omgekeerde.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor letsel privé-ongevallen naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor letsel privé-ongevallen 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-434293114.80012.20027.100
5-927252612.80011.10023.900
10-1422192110.7008.80019.600
15-191411137.6005.60013.100
20-241311127.1005.80012.900
25-291212126.9006.60013.500
30-34118,29,56.1004.40010.500
35-39108,99,55.3004.70010.000
40-449,49,19,24.8004.6009.400
45-499,69,39,45.7005.50011.200
50-541113127.0008.00015.000
55-591117147.10010.40017.500
60-641319167.00010.90017.900
65-691423197.10011.50018.500
70-741828238.10013.70021.700
75-792441337.30013.60020.900
80-843861517.20015.20022.400
85-895995815.60015.30020.800
90+971301203.60011.80015.300
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Relatief veel jonge kinderen en ouderen bezoeken de SEH-afdeling

In 2020 werd de SEH-afdeling ongeveer 321.000 keer bezocht voor letsel als gevolg van een privé-ongeval, 142.000 keer door mannen en 180.000 keer door vrouwen (16 per 1.000 mannen en 21 per 1.000 vrouwen). Door afronding wijkt het totaal aantal SEH-bezoeken iets af van de som van het aantal SEH-bezoeken door mannen en vrouwen.
Ouderen hebben een sterk verhoogde kans om met letsel als gevolg van een privé-ongeval op de SEH-afdeling terecht te komen. Bij ruim de helft (56%; 180.000) van de SEH-bezoeken was sprake van ernstig letsel.

In 2020 minder SEH-bezoeken in verband met COVID-19-uitbraak

Het aantal SEH-bezoeken na een privé-ongeval lag in 2020 10% lager dan in 2019. Hierbij spelen maatregelen een rol die gericht waren op het tegengaan van de verspreiding van de virusziekte COVID-19, zoals verplicht thuiswerken, waardoor het activiteitenpatroon van de inwoners van Nederland veranderde. Daarnaast gingen mensen minder snel naar het ziekenhuis, om de zorg niet nog meer te belasten en/of uit angst om in het ziekenhuis een COVID-19-besmetting op te lopen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor sportblessures naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor sportblessures 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-46,43,75300200500
5-95,35,85,63.3003.5006.800
10-14109,71012.0008.80020.800
15-1985,36,810.3005.20015.400
20-245,94,55,35.8003.1008.900
25-294,34,24,34.0002.3006.300
30-345,23,74,63.1001.5004.600
35-395,22,33,72.7001.3004.000
40-444,73,54,22.2001.1003.400
45-493,72,43,22.3001.2003.500
50-544,41,83,12.4001.0003.400
55-593,11,92,51.7009002.600
60-642,811,91.2005001.800
65-691,41,11,37004001.200
70-741,30,91,17004001.000
75-790,90,60,8300200500
80+11,51,1200100300
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Meeste sportblessures bij jongeren en mannen

In 2020 werd de SEH-afdeling ongeveer 85.000 keer bezocht vanwege een sportblessure, 53.100 keer door mannen en 31.900 keer door vrouwen. Ruim de helft van het aantal SEH-bezoeken in verband met een sportblessure (ongeveer 43.500) betrof kinderen en jongeren in de leeftijdsgroep 0 tot en met 19 jaar, een kwart van de bezoeken (20.800) betrof kinderen van 10 tot en met 14 jaar. Bij ruim de helft (54%; 46.300) van de SEH-bezoeken was sprake van een ernstige blessure.

In 2020 minder SEH-bezoeken in verband met COVID-19-uitbraak

Het aantal SEH-bezoeken in verband met een sportblessure lag in 2020 een kwart lager dan in 2019. Hierbij spelen maatregelen een rol die gericht waren op het tegengaan van de verspreiding van de virusziekte COVID-19, waaronder het (tijdelijk) sluiten van scholen en sportaccommodaties. Daarnaast gingen mensen minder snel naar het ziekenhuis, om de zorg niet nog meer te belasten en/of uit angst om in het ziekenhuis een COVID-19-besmetting op te lopen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor letsel arbeidsongevallen naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor letsel arbeidsongevallen 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-14<100<100<100
15-191,10,480,851.9006002.600
20-240,750,240,533.5009004.300
25-290,50,110,334.0007004.800
30-340,420,10,293.6006004.200
35-390,390,080,263.1005003.600
40-440,370,080,252.9004003.300
45-490,360,110,263.2007003.900
50-540,340,110,253.4007004.100
55-590,330,110,253.0006003.600
60-640,310,160,262.0005002.600
65-690,550,230,469001001000
70-740,560,51200<100200
75+0,80,86100<100200
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.
  • Het absolute aantal SEH-bezoeken in de leeftijdsgroep 0 tot en met 14 jaar is kleiner dan 100.
  • Het absolute aantal SEH-bezoeken door vrouwen in de leeftijdsgroepen 70 tot en met 74 jaar en 75 jaar en ouder is kleiner dan 100.

Risico op arbeidsongeval ruim drie keer groter voor mannen

In 2020 werd de SEH-afdeling ongeveer 38.400 keer bezocht voor letsel als gevolg van een arbeidsongeval, 32.100 keer door mannen en 6.400 keer door vrouwen. Door afronding wijkt het totaal aantal SEH-bezoeken iets af van de som van het aantal SEH-bezoeken door mannen en vrouwen. Vijf keer meer mannen dan vrouwen bezochten dus de SEH-afdeling in verband met een arbeidsongeval. Hierbij is niet gecorrigeerd voor het gegeven dat meer mannen dan vrouwen werken. Wanneer hier wel voor wordt gecorrigeerd, dan is het aantal SEH-bezoeken voor letsel door arbeidsongevallen voor mannen ruim drie keer groter dan voor vrouwen. Gecorrigeerd voor het aantal arbeidsuren was in 2020 het aantal SEH-bezoeken in verband met letsel door arbeidsongevallen het grootst voor de jongste en oudste leeftijdgroepen.
Bij ruim een derde (35%; 13.500) van de SEH-bezoeken was sprake van ernstig letsel.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor letsel verkeersongevallen naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor letsel verkeersongevallen 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-52.6001.9004.500
6-11108,89,63.0002.3005.200
12-172112167.0003.90011.000
18-24116,28,47.7004.80012.400
25-296,34,35,44.2002.5006.700
30-394,83,74,36.5003.50010.100
40-494,43,84,26.5003.70010.300
50-595,25,15,28.6006.00014.600
60-695,89,17,26.6007.10013.700
70-791016135.7006.90012.600
80+2631283.1003.2006.300
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.
  • Voor de leeftijdsgroep 0 tot en met 4 jaar zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal gereisde kilometers.

Jongeren vaker slachtoffer van verkeersongevallen

In 2020 werd de SEH-afdeling ongeveer 107.000 keer bezocht vanwege een verkeersongeval, 61.500 keer door mannen en 45.900 keer door vrouwen. Door afronding van de cijfers komt het totaal aantal bezoeken niet overeen met de som van het aantal bezoeken door mannen en  vrouwen. Ruim een vijfde (22%) van de slachtoffers valt in de leeftijdsgroep 12 tot en met 24 jaar. In 60% (64.100) van de SEH-bezoeken was sprake van ernstig letsel.
Ook na correctie voor het aantal gereden kilometers is het aantal SEH-bezoeken in verband met letsel door verkeersongevallen relatief groot onder jongeren. Het gecorrigeerde aantal SEH-bezoeken is echter veruit het grootst voor mensen van 80 jaar en ouder.

In 2020 minder SEH-bezoeken in verband met COVID-19-uitbraak

Als gevolg van maatregelen om verspreiding van de virusziekte COVID-19 tegen te gaan, zijn er in 2020 minder kilometers gereisd dan in 2019. Het aantal SEH-bezoeken na een verkeersongeval lag als gevolg hiervan in 2020 13% lager dan in 2019.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor letsel geweld naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor letsel geweld 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-91611<100100200
10-14894065400200600
15-192701101901.4006002.000
20-242201201701.2006001.800
25-292301001701.3006001.900
30-34160521109003001.200
35-39180581209003001.200
40-4414054957003001000
45-49972963600200700
50-54683250400200600
55-59572340400100500
60-643928200<100300
65-692720100<100200
70+13810100100200
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.
  • Het absolute aantal SEH-bezoeken door jongens in de leeftijdsgroep 0 tot en met 9 jaar is kleiner dan 100.
  • Het absolute aantal SEH-bezoeken door vrouwen in de leeftijdsgroepen 60 tot en met 64 jaar en 65 tot en met 69 jaar is kleiner dan 100.

Mannen 15 t/m 29 jaar grootste groep op SEH voor letsel door geweld

In 2020 werd ongeveer 12.600 keer een SEH-afdeling bezocht voor letsel door geweld, 8.800 keer door mannen en 3.800 door vrouwen (1,0 per 1.000 mannen en 0,4 per 1.000 vrouwen). Relatief veel mannen in de leeftijd van 15 tot en met 29 jaar bezoeken de SEH-afdeling voor letsel door geweld.
Bij ruim een derde (36%; 4.600) van de SEH-bezoeken was sprake van ernstig letsel.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

SEH-bezoeken voor zelftoegebracht letsel naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor zelftoegebracht letsel 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
0-9<100<100<100
10-145328<100200300
15-19644002303002.0002.400
20-241003302206001.8002.400
25-29792601705001.4001.900
30-341201601407009001.500
35-396927017040014001.700
40-44811201004006001.000
45-4969110914007001.100
50-5452110803007001.000
55-59628473400500900
60-64368360200500700
65-69323735200200300
70-742420100<100200
75-7921<100<100100
80+4027100<100200
  • Absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave.
  • Het absolute aantal SEH-bezoeken in de leeftijdsgroep 0 tot en met 9 jaar is kleiner dan 100.
  • Het absolute aantal SEH-bezoeken door mannen in de leeftijdsgroepen 10 tot en met 14 jaar en 75 tot en met 79 jaar is kleiner dan 100.
  • Het absolute aantal SEH-bezoeken door vrouwen in de leeftijdsgroepen 70 tot en met 74 jaar, 75 tot en met 79 jaar en 80 jaar en ouder is kleiner dan 100.

Aantal SEH-bezoeken voor zelftoegebracht letsel groter onder vrouwen

In 2020 werd de SEH-afdeling ongeveer 15.800 keer bezocht in verband met zelftoegebracht letsel, 4.600 keer door mannen en 11.200 keer door vrouwen (0,5 per 1.000 mannen en 1,3 per 1.000 vrouwen). Het risico op een SEH-bezoek voor letsel door zelftoegebracht letsel is het grootst in de leeftijdsgroep 15 tot en met 24 jaar.
In 5% van de SEH-bezoeken was sprake van ernstig letsel (400-1.400 bezoeken). Het lage aandeel ernstige letsels heeft onder andere te maken met het feit dat een vergiftiging (wat hierbij veel voorkomt) als niet-ernstig wordt gecodeerd omdat de ernst van de vergiftiging meestal niet bekend is.

Geen zichtbaar effect COVID-19-uitbraak op aantal SEH-bezoeken in 2020

Er is voor het jaar 2020 als geheel geen effect van de COVID-19-uitbraak zichtbaar op het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig zelf toegebracht letsel. Mogelijk zijn er wel effecten zichtbaar wanneer wordt ingezoomd op specifieke periodes van aanscherping en versoepeling van de maatregelen die gericht waren op het tegengaan van verspreiding van de virusziekte COVID-19. Hier is geen informatie over beschikbaar.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

27-08-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Stam C, Blatter B. Letsels 2020; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2021. Bron

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Ernstig letsel (MAIS2+)

    Voor het vaststellen van slachtoffers met ernstig letsel wordt gebruikgemaakt van een afgeleide van de zogenaamde MAIS. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale (Mannaerts et al., 1994). De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org). Ernstig letsel in het Letsel Informatie Systeem (LIS) is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Mannaerts G.H.H., Sawor J.H., Menovsky T., Springer L., Patka P., Haarman J.T.M. De betrouwbaarheid van de registratie van polytrauma-patiënten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138(46). Bron
  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over letsels

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Letsel Informatie Systeem (LIS)

    Aantal bezoeken aan de spoedeisende-hulpafdeling (SEH-bezoeken)

    Nederlandse bevolking LIS
    Letsel Informatie Systeem (LIS) Directe medische kosten en verzuimkosten van ongevallen en opzettelijk toegebracht letsel Nederlandse bevoking LIS
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, geweld, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Eurostat, European Statistics on Accidents at Work (ESAW)

    Aantal arbeidsongevallen:

    • ernstig: arbeidsongevallen die leiden tot een verzuim van vier dagen of langer
    • dodelijk: ongevallen die leiden tot het overlijden van het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval
    Europese bevolking Eurostat
    Eurostat Aantal sterfgevallen door uitwendige oorzaken, vallen, verkeersongevallen, zelftoegebracht letsel Europese bevolking Eurostat
    Eurosafe Aantal sterfgevallen door privé-ongevallen Europese bevolking Eurosafe
    UNECE Statistical Database Aantal sterfgevallen door verkeersongevallen Europese bevolking UNECE Statistical Database
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

    De Krantenknipselregistratie wordt gebruikt om het aantal dodelijke ongevallen tijdens sport te bepalen, aangezien de gangbare databestanden over dodelijk ongevallen hiervoor niet geschikt zijn.

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.