Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

LetselsCijfers & ContextPrivé-ongevallen

Cijfers & Context

Ruim 6 miljoen SEH-bezoeken voor letsel

Regionaal & Internationaal

Minste sterfte in Zeeland en Groningen

Kosten

Kosten het hoogst voor privé-ongevallen

Preventie & Zorg

Slachtoffers ongeval bezoeken meestal de huisarts

Aantal medisch behandelde slachtoffers van privé-ongevallen

Ruim 1 miljoen medisch behandelde slachtoffers van privé-ongevallen in 2011

In 2011 werden 1,1 miljoen mensen medisch behandeld in verband met letsel door een privé-ongeval. In vergelijking met letsels door andere typen ongevallen komen letsels door privé-ongevallen veel voor (Bron: OBiN). Alleen sport leidde tot meer medisch behandelde letsels in 2011. De huisarts behandelde in 2011 bijna twee derde (61%) van de slachtoffers (690.000) en ongeveer twee op de vijf slachtoffers (39%) werden behandeld op de SEH-afdeling van een ziekenhuis (440.000). Omdat eenzelfde patiënt door meerdere behandelaars behandeld kan worden (huisarts, SEH-afdeling, ziekenhuis), zijn er patiënten die vaker dan één keer meetellen in de behandelcijfers.

Meer informatie

SEH-bezoeken voor letsel door privé-ongevallen naar leeftijd en geslacht

SEH-bezoeken voor letsel door privé-ongevallen, 2016

LeeftijdMannenVrouwen
0-43.9003.300
5-93.2003.000
10-142.5002.400
15-191.9001.600
20-241.9001.400
25-291.5001.200
30-341.4001.100
35-391.200980
40-441.2001.000
45-491.1001.200
50-541.2001.400
55-591.2001.700
60-641.4002.000
65-691.5002.500
70-741.8003.000
75-792.5003.900
80-843.5006.100
85+7.10010.900

Bronnen: LIS, 2016; CBS Bevolkingsstatistiek (bewerkt door VeiligheidNL en RIVM)

  • Aantal per 100.000 personen is berekend op basis van de gemiddelde bevolking in 2016.

Relatief veel jonge kinderen en ouderen bezoeken de SEH-afdeling

In 2016 werd de SEH-afdeling 349.000 keer bezocht voor letsel als gevolg van een privé-ongeval, 157.000 door mannen en 191.000 door vrouwen (19 per 1.000 mannen en 22 per 1.000 vrouwen). Relatief veel jonge kinderen en ouderen bezoeken de SEH-afdeling voor letsel door een privé-ongeval. In 2016 viel ongeveer een kwart van de SEH-bezoekers in de leeftijdsgroep van 0-14 jaar. Tot de leeftijd van 40 à 45 jaar bezoeken meer mannen dan vrouwen de SEH-afdeling, boven die leeftijd is het aantal vrouwen dat de SEH-afdeling bezoekt juist groter. Ruim veertig procent van alle vrouwen die de SEH-afdeling bezoeken voor letsel door een privé-ongeval is 60 jaar of ouder. Van de mannen die de SEH-afdeling bezoeken vanwege een privé-ongeval is ruim een kwart 60 jaar of ouder.

Meer informatie

SEH-bezoeken voor letsel door privé-ongevallen naar oorzaak

Vallen is de belangrijkste oorzaak van letsel door een privé-ongeval

Vallen is de belangrijkste oorzaak van op de SEH-afdeling behandelde letsels door privé-ongevallen (53%, 240.000; gegevens uit 2011). Bij mensen vanaf 55 jaar ontstaat na een val vaak een heupfractuur.

Meeste letsels ontstaan door vrijetijdsbestedingen zoals spelen

Vrijetijdsbestedingen, zoals spelen, veroorzaken de meeste slachtoffers: 28% van alle op een SEH-afdeling behandelde slachtoffers na een privé-ongeval. Ook alledaagse activiteiten, zoals lopen in en om het huis, veroorzaken relatief veel slachtoffers: 23% van alle op een SEH-afdeling behandelde slachtoffers van een privé-ongeval. Daarnaast veroorzaken huishoudelijke werkzaamheden, zoals doe-het-zelfactiviteiten en schoonmaken relatief veel slachtoffers: 11% van alle op een SEH-afdeling behandelde slachtoffers van een privé-ongeval. Van één op de drie gevallen (30%) was de activiteit ten tijde van het ongeval niet bekend. Van ten minste een derde van door een privé-ongeval ontstane letsels die op de SEH-afdeling behandeld zijn, is bekend dat ze in en om het huis plaatsvonden. Vermoedelijk ligt dit aandeel hoger, omdat van de helft van de privé-ongevallen de locatie onbekend is.

Meer informatie

Sterfte door privé-ongevallen naar leeftijd en geslacht

In 2011 overleden 2.800 personen door een privé-ongeval

In 2011 overleden 1.575 vrouwen (19 per 100.000) en 1.241 mannen (15 per 100.000) door een privé-ongeval. Dit komt overeen met 17 doden per 100.000 inwoners per jaar. Met uitzondering van de jongste leeftijdsgroep (0-4 jaar) nam zowel het absoluut aantal slachtoffers als het aantal slachtoffers per 100.000 inwoners toe met het toenemen van de leeftijd. Het feit dat meer vrouwen dan mannen overlijden door een privé-ongeval komt geheel voor rekening van de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder. In 2011 overleden in deze leeftijdsgroep 1.341 vrouwen en 780 mannen aan de gevolgen van een privé-ongeval. Samengenomen is dit driekwart van alle dodelijke slachtoffers van een privé-ongeval. In de leeftijdsgroepen tot 75 jaar overleden juist meer mannen dan vrouwen als gevolg van een privé-ongeval (Bron: CBS-NND). Sinds 2012 wordt sterfte door privé-ongevallen niet meer afzonderlijk geregistreerd.

Sterfte door accidentele val naar leeftijd en geslacht

Sterfte door vallen 2017

LeeftijdsklasseMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,00,00,0000
1-40,30,00,1101
5-90,20,00,1101
10-140,00,00,0000
15-190,20,00,1101
20-240,90,00,5505
25-290,20,00,1101
30-340,60,20,4314
35-390,20,00,1101
40-441,00,00,5505
45-491,70,91,311617
50-544,01,93,0261238
55-595,01,73,3301040
60-648,24,56,3442468
65-6914,48,711,57244116
70-7427,919,323,511483197
75-7969,954,361,5188169357
80-84181,9157,2167,6310369679
85-89495,8403,9436,84316311.062
90-94972,1996,4989,5274705979
95+2.111,41.829,81.887,4105354459

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes W00-W19 en X59
  • Cijfers zijn voorlopig

In 2017 overleden ruim 4.000 mensen door vallen

In 2017 zijn 4.031 mensen overleden door vallen, 1.623 mannen en 2.408 vrouwen (19,1 per 100.000 mannen en 27,9 per 100.000 vrouwen). Het risico om te overlijden als gevolg van een val neemt vanaf de leeftijd van 70 jaar sterk toe. Van het totaal aantal mensen dat in 2017 overleed als gevolg van een val was 93% 70 jaar of ouder.

Meer informatie

Datum publicatie

26-09-2018

Trend in SEH-bezoeken voor letsel door privé-ongevallen

Afname in aantal SEH-bezoeken in de periode 1997-2016

Over de periode 1997-2016 is een afname te zien in het aantal SEH-bezoeken voor letsel als gevolg van privé-ongevallen. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en de leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
Veranderingen in de gezondheidszorg zijn van invloed op de trend in het aantal SEH-bezoeken. Hierbij kan gedacht worden aan een verschuiving van behandelingen van de SEH-afdeling naar de huisartsenpost, wat met name voor lichte letsels kan leiden tot een afname van het aantal SEH-bezoeken (Thijssen et al., 2013). In de afgelopen decennia is een toename te zien in het aantal ziekenhuisopnamen na SEH-bezoek, zowel gestandaardiseerd als ongestandaardiseerd. Dit duidt erop dat er in de loop van de jaren meer enstige letsels terechtkomen op de SEH-afdeling (Stam & Blatter, 2017).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Thijssen W.AMH, M. van Houts W-, Koetsenruijter J., Giesen P., Wensing M. The Impact on Emergency Department Utilization and Patient Flows after Integrating with a General Practitioner Cooperative: An Observational Study. Emergency Medicine International. 2013;20132827156155155(6111, part 122):1-8. Bron | DOI
  2. Stam C, Blatter B. Letsels 2015; Kerncijfers LIS. Amsterdam: VeiligheidNL; 2017. Bron

Trend in sterfte door privé-ongevallen

Geen duidelijke trend in sterfte in periode 1996-2011

Er is geen duidelijke trend waarneembaar in de sterfte als gevolg van letsel door privé-ongevallen in de periode 1996-2011 (Bron: CBS-NND). De trend is gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en de leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Sinds 2012 wordt sterfte als gevolg van privé-ongevallen niet meer afzonderlijk geregistreerd.

Meer informatie

Trend in sterfte door accidentele val

Trend in sterfte door vallen 1980-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
19801001005831.098
1981109946431.074
198297885921.041
19839278551950
19849475569951
19859168564908
19868768539936
19878666546945
19888762557912
198994696111.041
199087655761.008
199186665761.056
199280635411.034
19938058549980
199477595311.019
19957956559983
199681585881.017
19977754572970
19987652576964
199978615981.138
200081556351.040
200196687691.315
200284596741.156
200388627311.226
200486557321.107
200592568061.155
200692568291.189
200790558351.184
200887568381.255
200992579181.299
201094579751.328
201192599891.431
201299681.1071.688
2013104671.2081.676
2014105681.2621.768
2015112791.4182.068
2016124841.6172.266
2017119881.6232.408

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes W00-W19 en X59
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking in 2010
  • Geïndexeerd (1980 = 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

Toename sterfte door vallen sinds eind jaren negentig

Vanaf 1980 tot eind jaren negentig van de vorige eeuw nam de sterfte door vallen af, zowel voor mannen als voor vrouwen. Vanaf het eind van de jaren negentig is de sterfte door vallen weer toegenomen, vooral bij mannen. In 2017 was de sterfte voor mannen bijna 20% hoger dan het niveau van 1980. Voor vrouwen was de sterfte in 2017 nog 12% lager dan het niveau van 1980. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en de leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) bereikte voor mannen een minimum van 531 in 1994; voor vrouwen bereikte de absolute sterfte een minimum van 908 in 1985. In 2017 bedroeg de absolute sterfte als gevolg van een val 1.623 voor mannen en 2.408 voor vrouwen.
Bij vallen gaat het meestal om een privé-ongeval, maar het kan ook gaan om een sportongeval of een arbeidsongeval.

Diverse factoren dragen bij aan toename sterfte

Diverse factoren kunnen hebben bijgedragen aan de toename in de sterfte door vallen (Hartholt et al., 2018):

  • De aandacht voor vallen als doodsoorzaak is toegenomen, en daarmee ook de rapportage van vallen als doodoorzaak.
  • Oudere mensen leven langer en ook langer zelfstandig. Ze zijn over het algemeen actiever dan voorgaande generaties ouderen, waardoor ook het valrisico is toegenomen.
  • Er is sprake van een toename van multimorbiditeit en het hiermee gepaard gaande medicijngebruik. Ook dit heeft geleid tot een verhoogd valrisico.

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hartholt KA, van Beeck EF, van der Cammen TJM. Mortality From Falls in Dutch Adults 80 Years and Older, 2000-2016. JAMA. 2018;319(13):1380-1382. Pubmed | DOI

Ziektelast privé-ongevallen

Ziektelast door privé-ongevallen voor mannen in DALY top tien

Privé-ongevallen veroorzaken veel letsels en staan hoog op de ranglijst van alle ziekten en aandoeningen wat betreft de incidentie per jaar in Nederland. De combinatie van een hoge incidentie en een relatief grote kans op sterfte of blijvende beperkingen leidt tot een relatief hoge ziektelast van privé-ongevallen. De ziektelast is uitgedrukt in DALY’s. Privé-ongevallen stonden in 2015 voor mannen op de achtste plaats in de ranglijst van ziekten en aandoeningen met de grootste ziektelast in Nederland. Voor vrouwen vielen privé-ongevallen buiten de top tien van aandoeningen met de grootste ziektelast.

Meer informatie

Toekomstige trend letsel door privé-ongevallen door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal privé-ongevallen door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp voor letsel door privé-ongevallen in de periode 2015-2040 naar verwachting met 23% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 19% voor mannen en 27% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van privé-ongevallen beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Letsels

    Onder letsels verstaan we in VZinfo.nl letsels die ontstaan door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging. Zij vormen samen een zeer heterogeen gezondheidsprobleem, waarbij diverse vormen van gezondheidsschade (zoals hersenletsel, fracturen en vergiftigingen) veroorzaakt worden door sterk uiteenlopende oorzaken (bijvoorbeeld verkeersongevallen, privé-ongevallen en arbeidsongevallen).

  • Indeling letsel

    Letsels en vergiftigingen (hoofdgroep 17 in de ICD-9, code 800-999) worden in VZinfo.nl gepresenteerd vanuit de invalshoek van de afzonderlijke oorzaken of ontstaanswijzen. Deze indeling sluit beter aan op preventiebeleid dan een indeling naar letseltype. Er wordt onderscheid gemaakt in letsels ten gevolge van ongevallen en opzettelijk toegebrachte letsels. Complicaties als gevolg van genees- en heelkundige behandeling worden in VZinfo.nl buiten beschouwing gelaten (tenzij anders aangegeven). Gepresenteerd worden:

    • Arbeidsongevallen
    • Geweld
    • Privé-ongevallen
    • Sportblessures
    • Zelftoegebracht letsel
    • Verkeersongevallen
  • Arbeidsongevallen

    Arbeidsongeval: ongeval door of tijdens betaald werk

    Een arbeidsongeval is een ongeval door of tijdens betaald werk. Ook ongevallen in het verkeer tijdens het werk tellen mee. Ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee als arbeidsongeval. Iedereen die in Nederland werkt (ook mensen die hier niet wonen) telt mee in de cijfers (Venema, 2003). Letsel dat met opzet is toegebracht en letsel dat tijdens een medische behandeling ontstaat, telt niet mee als arbeidsongeval. In de Europese statistieken gaat het bij arbeidsongevallen om ongevallen die leiden tot meer dan 3 dagen absentie.

    Dodelijk ongeval: slachtoffer overlijdt binnen 30 dagen na het arbeidsongeval

    In Nederland spreken we van een dodelijk arbeidsongeval als het slachtoffer binnen 30 dagen na het arbeidsongeval overlijdt (CBS-NND). In de Europese statistieken geldt een andere definitie (Eurostat). Daar spreekt men van een dodelijk ongeval als het slachtoffer binnen een jaar na het ongeval overlijdt.

  • Privé-ongevallen

    Onder privé-ongevallen vallen alle ongevallen voor zover het géén arbeids-, verkeers- of sportongevallen betreft. Het gaat vaak om letsel dat is opgelopen in of om het huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (uitgezonderd sport). Opzettelijk toegebracht letsel en letsel ontstaan tijdens medische behandeling vallen er buiten.

    Letsels na privé-ongevallen vormen een heterogeen gezondheidsprobleem met diverse vormen van gezondheidsschade, zoals hersenletsel, fracturen, vergiftigingen, hypothermie. Op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH) van ziekenhuizen zijn de meest voorkomende letsels bij privé-ongevallen fracturen, oppervlakkig letsel en open wonden.

  • Sportblessures

    Hoewel sporten over het algemeen gezond is, kan sport ook leiden tot diverse vormen van letsel, zoals botbreuken en verstuikingen, verzwikkingen (distorsies) of hersenletsel. Sportblessures zijn het gevolg van sport, waarbij sport gedefinieerd is als een lichamelijke activiteit die spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Sport wordt beoefend in georganiseerd verband, zoals wedstrijdsport en recreatiesport bij een vereniging, en in ongeorganiseerd verband, zoals sportieve recreatie. Ook letsel opgelopen tijdens bewegingsonderwijs op scholen wordt tot de sportblessures gerekend.

  • Verkeersongevallen

    Onder verkeersongevallen verstaan we alle ongevallen waarbij een voertuig is betrokken en waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen als gevolg van een verkeerssituatie, al dan niet op de openbare weg (inclusief fiets-, boot-, trein- en vliegverkeer, maar exclusief geparkeerde voertuigen). Eenzijdige fiets- en bromfietsongevallen (dat wil zeggen dat geen tegenpartij bij het ongeval betrokken was) vallen in het VZinfo.nl ook onder de verkeersongevallen.

  • Zelftoegebracht letsel

    In de regel wordt het begrip 'zelftoegebracht letsel' als paraplubegrip gebruikt voor letsels als gevolg van suïcidaal gedrag. Hieronder wordt verstaan:

    • suïcide: zelfdoding uit vrije wil;
    • suïcidepoging: een poging tot suïcide waarbij iemand ook daadwerkelijk de intentie heeft zichzelf om het leven te brengen;
    • parasuïcide: de omstandigheden geven aanleiding te denken aan een suïcidepoging, maar in het midden wordt gelaten of iemand zichzelf ook daadwerkelijk om het leven wilde brengen;
    • automutilatie: zelfbeschadigend gedrag dat regelmatig voorkomt en waarbij de wens tot overlijden niet aan de orde is.

    Intentie slachtoffer vaak niet duidelijk of niet geregistreerd

    Theorieën en onderzoeken maken vaak een scherpe scheiding tussen deze begrippen. In de praktijk is er echter sprake van een grote samenhang. De afbakening is niet scherp; er zijn glijdende overgangen en veelal is de intentie van het slachtoffer niet duidelijk of wordt het in ieder geval niet geregistreerd. Het gedrag, de achtergronden en motieven van de begrippen lopen door elkaar en rechtvaardigen geen scherp onderscheid. Dat is de reden waarom een definitie is opgesteld waarin suïcidaal gedrag, ongeacht de intentie van een persoon, alle gedragingen omvat die zelfverwondend en zelf geïnitieerd zijn. Alleen telkens terugkerend zelfverwondend gedrag dat tot een gewoonte is geworden (habitueel gedrag), zoals dat bijvoorbeeld door mensen met een verstandelijke handicap wordt vertoond, valt buiten de hier gehanteerde definitie (de Leo et al., 2006). De informatie over zelftoegebracht letsel heeft betrekking op letsels die medisch behandeld zijn op de afdelingen voor Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen (SEH) of tijdens ziekenhuisopnamen.

    Zelftoegebracht letsel vaak het gevolg van psychische stoornis

    Gedrag dat tot zelftoegebracht letsel leidt staat meestal niet op zichzelf, in veel gevallen is het onderdeel van een psychische stoornis (zoals depressie of een borderline persoonlijkheidsstoornis).

    Codering van zelftoegebracht letsel in classificatiesysteem

    In deze website is zelftoegebracht letsel ingedeeld naar oorzaak of ontstaanswijze. Er wordt minder nadruk gelegd op de indeling naar letseltype. Een indeling naar oorzaak sluit namelijk beter aan op preventiebeleid.

    • In de ICD-9-classificatie zijn de letseltypes opgenomen in hoofdgroep 17 ('ongevalletsels en vergiftigingen').
    • De oorzaken van letsels zijn opgenomen in de zogenoemde E-lijst ('external causes injuries') en voor zelftoegebracht letsel betreft dat de code E950-959 ('suicide and self-inflicted injury').
    • Binnen de ICD-10 valt zelftoegebracht letsel onder de categorie 'intentional self-harm' (X60-X84).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Leo DD, Burgis S, Bertolote JM, Kerkhof AFJM, Bille-Brahe U. Definitions of suicidal behavior: lessons learned from the WHO/EURO multicentre Study. Crisis. 2006;27(1):4-15. Pubmed
Bronverantwoording
  • Letsel Informatie Systeem (LIS; VeiligheidNL)

    Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een registratiesysteem voor spoedeisende hulp dat gebruikt wordt op een aantal Spoedeisende Hulp afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Het wordt beheerd door VeiligheidNL. Deelnemende ziekenhuizen registreren hierin slachtoffers die na een ongeval, geweld of zelf toegebracht letsel zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling. VeiligheidNL gebruikt het LIS onder meer om een schatting te maken van het totale aantal op SEH- afdelingen behandelde letselslachtoffers in Nederland. Het LIS vormt hiermee een belangrijke gegevensbron voor het letselpreventiebeleid van het ministerie van VWS en andere ministeries.

    VeiligheidNL heeft in 2015 zelf de representativiteit van de LIS-steekproef onderzocht. Daartoe heeft zij verschillende bronnen gebruikt, waaronder gepubliceerde gegevens, gegevens van andere registraties en een eigen dataverzameling. Op een aantal relevante kenmerken bleek de LIS-steekproef af te wijken van het landelijk beeld, waaronder de mate van specialisatie, het percentage UMC’s en verdeling van SEH-level en IC-level (Panneman & Blatter, 2016). Dit hoeft echter geen bezwaar te zijn als elke categorie voldoende eenheden bevat en er adequate weging plaatsvindt bij het berekenen van landelijke cijfers.

    Om meer helderheid te krijgen over de representativiteit van het LIS, heeft het RIVM eind 2015 onderzocht hoe valide de schatting van het landelijk aantal SEH-bezoeken is die VeiligheidNL maakt door middel van extrapolatie van de LIS-data. Hiertoe heeft het RIVM in het DIS geregistreerde zorgactiviteiten op de SEH-afdelingen van alle Nederlandse ziekenhuizen vergeleken met het geschatte aantal SEH-bezoeken berekend op basis van het LIS. Het RIVM concludeert dat de schattingen van het landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van het LIS het werkelijke aantal SEH-bezoeken goed weer lijken te geven (Gommer & Gijsen, 2016).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Letsel Informatie Systeem, LIS. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Panneman M, Blatter B. Letsel Informatie Systeem; Representatief voor alle SEH’s in Nederland?. Amsterdam: VeiligheidNL; 2016. Bron
    2. Gommer AM, Gijsen R. Onderzoek naar schatting van landelijk aantal SEH-bezoeken op basis van Letsel Informatie Systeem (LIS). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2016. Bron
  • Letselregistratie in Landelijke Medische Registratie (LMR; Dutch Hospital Data)

    De Landelijke Medische Registratie (LMR) bevat gegevens over alle ziekenhuisopnamen in nagenoeg alle ziekenhuizen in Nederland. Binnen de LMR worden de diagnose en de uitwendige oorzaak van letsel gecodeerd volgens de ICD-9.

    ICD-9- codes voor letsels als gevolg van ongevallen

    Type letsel

    ICD-9

    Verkeersongevallen

    E800-E848

    Niet-verkeersongevallen

    E850-E949

    Suïcide

    E950-E959

    Geweld

    E960-E969

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Landelijke Medische Registratie, LMR. zorggegevens.nl
  • CBS Statistiek niet-natuurlijke dood (CBS-NND) en Statistiek Verkeersdoden

    CBS Statistiek niet-natuurlijke dood (CBS-NND)

    De Statistiek Niet Natuurlijke Dood van het CBS (Niet-natuurlijke dood statistiek) bevat gegevens van alle overledenen door een niet-natuurlijke dood die in Nederland woonachtig waren inclusief ingezetenen van Nederland die in het buitenland door een niet-natuurlijke dood overlijden. 

    Statistiek Verkeersdoden

    In de Statistiek Verkeersdoden van het CBS staan personen geregistreerd die zijn overleden als gevolg van een verkeersongeval dat in Nederland plaatsvond. Het gaat dus om zowel inwoners als niet-inwoners. Deze cijfers worden door het CBS gemaakt in samenwerking met Rijkswaterstaat, onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Niet-natuurlijke dood statistiek, NND. zorggegevens.nl
  • Uitwendige doodsoorzaken: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De CBS Doodsoorzakenstatistiek bevat informatie over sterfgevallen met een uitwendige doodsoorzaak. In onderstaande tabel zijn de ICD-10-codes gepresenteerd die het CBS per type uitwendige doodsoorzaak hanteert in de doodsoorzakenstatistiek.

    Doodsoorzaak   ICD-10-code(s)
    Ongevallen   V01-X59
      Vervoersongevallen   V01-V99 (code Y85 niet geïncludeerd)
        Wegverkeersongevallen a
        Overige vervoersongevallen V01-V99 exclusief codes wegverkeersongevallen
      Accidentele val   W00-W19, X59
      Accidentele verdrinking   W65-W74
      Accidentele vergiftiging   X40-X49
      Overige ongevallen   W20-W64, W75-X39, X50-X58
    Zelfdoding   X60-X84
    Moord en doodslag (geweld)   X85-Y09
    Gebeurtenissen opzet onbekend   Y10-Y34
    Overige uitwendige doodsoorzaken   Y35-Y89
           
    Totaal uitwendige doodsoorzaken   V01-Y89

     

    a)  zie wegverkeersongevallen-codelijst CBS

  • Landelijke enquête ‘Ongevallen en Bewegen in Nederland’ (OBiN)

    De landelijke enquête ‘Ongevallen en Bewegen in Nederland’ (OBiN), voorheen Ongevallen in Nederland, is een continu uitgevoerde enquête onder Nederlandse huishoudens naar letsels door ongevallen en blessures. 

    De schatting van het aantal ziekenhuisopnamen is gemaakt door het aantal ziekenhuisopnamen volgend op een SEH-behandeling (dat wel bekend is voor arbeidsongevallen) op te hogen naar het totaal aan ziekenhuisopnamen.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. OBiN, Ongevallen en Bewegen in Nederland. zorggegevens.nl
  • European statistics on accidents at work (ESAW)

    ESAW: Eurostat verzamelt in het kader van de ESAW gegevens over het aantal arbeidsongevallen en de sterfte door arbeidsongevallen in EU-landen. De cijfers beperken zich tot ongevallen die leiden tot 4 dagen absentie of meer. Ze zijn afkomstig van registraties op basis van verzekeringsgegevens of van relevante nationale overheidsorganen (zoals arbeidsinspecties) in de verschillende EU-landen. De gegevens van België, Bulgarije, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal en Finland zijn gebaseerd op verzekeringsgegevens. De gegevens van Tsjechië, Denemarken, Estland, Ierland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Nederland, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Zweden en het Verenigd Koninkrijk komen van overheidsorganen. De vergelijkbaarheid tussen gegevens op basis van verzekeringen en die van overheden is beperkt (Eurostat:Accidents at work statistics, 2017). 

  • Krantenknipselregistratie VeiligheidNL

    In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL worden alle berichten over privé-, sport- en arbeidsongevallen geregistreerd die in landelijke en regionale dagbladen zijn verschenen (vanaf januari 2010 alleen dodelijke ongevallen). De ongevallen waarover berichten in kranten verschijnen, zijn meestal ernstige ongevallen. De Krantenknipselregistratie vormt daarom in principe geen basis om kwantitatieve uitspraken te doen over ongevallen, maar geeft wel veel achtergrondinformatie over de ongevallen die geregistreerd worden.

  • Huisartsenregistratie van suïcide en suïcidepogingen

    Continue Morbiditeitsregistratie Peilstations Nederland (NIVEL)

    In de huisartsenregistratie Continue Morbiditeitsregistratie Peilstations Nederland van het NIVEL (CMR-peilstations) registreren huisartsen al vanaf 1979 suïcides en suïcidepogingen.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CMR, Continue Morbiditeits Registratie Nederland (peilstations). zorggegevens.nl
  • Letsels, regionale cijfers

    De weergegeven regionale cijfers zijn berekend met het Regionale Cijfers Model van VeiligheidNL. VeiligheidNL heeft met betrekking tot het aantal SEH-behandelingen in een regio het Regionale Cijfers Model ontwikkeld. Met behulp van regressie-analyse en projectiemethoden wordt een schatting gegeven van het aantal SEH-behandelingen in een regio. Dit model maakt gebruikt van variabelen uit de LMR, met name van de urbanisatiegraad van de patiënten en de leeftijdsopbouw.

  • Letsels, internationale vergelijkingen

    Voor internationale vergelijkingen van letsels wordt voor Nederland soms gebruik gemaakt van andere bronnen dan voor de cijfers onder Cijfers & Context. Dit heeft mede te maken met beperkte beschikbaarheid van internationaal vergelijkbare gegevens over letsels.

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.