Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

KankerCijfers & ContextSterfte en overleving

Cijfers & Context

Longkanker veroorzaakt meeste ziektelast

Regionaal & Internationaal

Relatief veel nieuwe kankergevallen in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 4,3 miljard euro in 2011

Preventie & Zorg

Ruim 150.000 ziekenhuisopnamen voor kanker in 2010

Sterfte aan kanker

Sterfte aan kanker 2017

LeeftijdsklasseMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
02,34,83,5246
1-42,82,12,410717
5-92,32,22,3111021
10-142,61,92,313922
15-193,42,02,7181028
20-243,92,33,1211233
25-296,33,75,0352055
30-3410,111,010,65357110
35-3916,621,519,185110195
40-4428,940,734,9152216368
45-4958,277,167,7372491863
50-54119,8131,4125,67728361.608
55-59226,1230,3228,21.3591.3832.742
60-64410,3357,1383,62.1951.9254.120
65-69666,7483,5574,33.3322.4555.787
70-741.032,9697,6860,74.2213.0087.229
75-791.495,8929,21.191,94.0252.8926.917
80-842.243,61.196,61.637,03.8242.8096.633
85-893.183,01.522,92.116,42.7672.3795.146
90-943.757,31.828,82.378,11.0591.2942.353
95+4.142,42.202,02.598,8206426632

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes C00-C97
  • Cijfers zijn voorlopig

In 2017 stierven 44.885 mensen als gevolg van kanker

Kanker is (als ziektegroep) de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. In 2017 stierven in Nederland 44.885 personen (24.532 mannen en 20.353 vrouwen) met kanker als onderliggende doodsoorzaak. Van de totale sterfte aan (goedaardige en kwaadaardige) nieuwvormingen in 2017 was 96% het gevolg van kanker. De sterfte neemt toe met de leeftijd; ruim driekwart (77%) van alle sterfgevallen door kanker in 2017 betrof personen van 65 jaar en ouder. Bijna een kwart (23%) van alle sterfgevallen door kanker in 2017 had longkanker als onderliggende doodsoorzaak.

Meer informatie

Datum publicatie

03-10-2018

Overleving kanker

Relatieve vijfjaarsoverleving (%) naar kankervorm

Kankervorm

Diagnoseperiode
1991-1995

Diagnoseperiode
2011-2015

Huidkanker a)

91,7 (90,6 - 92,6)

95,2 (94,7 - 95,7)

Melanoom

81,6 (80,5 - 82,7)

91,5 (90,9 - 92,0)

Prostaatkanker

69,4 (68,4 - 70,5)

89,1 (88,5 - 89,7)

Borstkanker

78,1 (77,5 - 78,6)

88,3 (87,8 - 88,8)

Non-Hodgkin lymfomen

47,6 (46,3 - 48,8)

71,2 (70,2 - 72,2)

Baarmoederhalskanker

63,5 (61,6 - 65,2)

67,8 (65,7 - 69,8)

Dikkedarmkanker

53,4 (52,8 - 54,0)

65,8 (65,3 - 66,3)

53,5 (52,8 - 54,3)

65,1 (64,4 - 65,7)

52,8 (51,8 - 53,9)

66,6 (65,7 - 67,5)

Longkanker

12,2 (11,8 - 12,5)

20,0 (19,6 - 20,4)

Bron: NKR

a) Huidkanker exclusief melanoom en basaalcelcarcinoom

  • Tussen haakjes en cursief staat het 95%-betrouwbaarheidsinterval (95%-BI)

Overleving huidkanker het hoogst, overleving longkanker het laagst

De relatieve vijfjaarsoverleving is het hoogst voor huidkanker en het laagst voor longkanker. Hierbij is uitgegaan van de selectie van zeven kankervormen die zijn opgenomen op deze website. Van mensen bij wie in de periode 2011-2015 de diagnose huidkanker (exclusief melanoom en basaalcelcarcinoom) is gesteld, overleeft ruim 95% de eerste vijf jaar na diagnose. Van mensen bij wie in dezelfde periode de diagnose longkanker is gesteld, is dat 20,0%. Over een periode van twintig jaar is de overleving voor alle kankervormen toegenomen. De toename was relatief het grootst voor longkanker en het kleinst voor huidkanker.

Meer informatie

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Wat is kanker?

    Kanker is een verzamelnaam voor een groep van ziekten die worden aangeduid met de term 'kwaadaardige (maligne) nieuwvormingen'. Nieuwvormingen hebben één gemeenschappelijk kenmerk: een ongeremde deling van lichaamscellen, waardoor een gezwel of tumor ontstaat. Er zijn goedaardige en kwaadaardige nieuwvormingen. Alleen kwaadaardige nieuwvormingen noemen we kanker. Goedaardige nieuwvormingen, bijvoorbeeld wratten, groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Bij kwaadaardige nieuwvormingen (kanker) zijn de genen die de cellen onder controle houden zo beschadigd, dat de cellen zich zeer afwijkend gaan gedragen. Zij kunnen omliggende weefsels en organen binnendringen en daar ook groeien. Ze worden aangeduid met de term 'invasief'. Kwaadaardige nieuwvormingen kunnen ook uitzaaien. Dat wil zeggen dat ze zich kunnen verspreiden door het lichaam, meestal via het bloed of lymfevaten, en ergens anders in het lichaam tot een tumor leiden.

  • Stadia-indeling

    Kanker kent vaak verschillende stadia. Deze onderscheiden zich op basis van de omvang van de tumor en de aanwezigheid van uitzaaiingen in nabijgelegen lymfeklieren of elders in het lichaam. Vaak worden de stadia ingedeeld volgens de Tumour-Nodes-Metastases (TNM) classificatie. Deze classificatie beschrijft de tumor zelf (T), de lymfeklieren rond de tumor (N) en het al of niet aanwezig zijn van uitzaaiingen elders in het lichaam (M). Een combinatie van deze drie criteria bepaalt het stadium van de kanker. Er worden vijf stadia onderscheiden: 0, I, II, III en IV. Voor een aantal vormen van kanker worden naast of in plaats van de TNM-classificatie andere indelingen gebruikt om de stadia en ernst van de kanker te onderscheiden, zoals de Dukes-classificatie bij dikkedarmkanker, de Ann Arbor indeling bij non-Hodgkin lymfomen en de Gleason score bij prostaatkanker.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over kanker

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, tienjaarsprevalentie Nederlandse bevolking IKNL, NKR
    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Overleving (percentage) Geregistreerd aantal mensen met kanker IKNL, NKR
    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met kanker als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM Prevalentie (zelfgerapporteerd) Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor kanker Nederlandse bevolking
     
    Kosten van Ziekten database
    European Cancer Information System (ECIS) Aantal nieuwe gevallen Europese bevolking ECIS
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat

     

  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.