Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

InfluenzaRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Influenza in top-5 meest voorkomende aandoeningen

Regionaal & Internationaal

Geen regionaal patroon in vaccinatiegraad

Kosten

Kosten van zorg 711 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Eenvijfde Nederlanders haalt griepprik

Griepvaccinaties per gemeente

Griepvaccinaties 2016-2017

Per gemeente, bevolking van 60 jaar en ouder
Griepvaccinaties 2016-2017
GemeentePercentage
Appingedam50,1
Bedum55,5
Bellingwedde60,8
Ten Boer65,4
Delfzijl64,0
Groningen58,9
Grootegast47,9
Haren53,0
Hoogezand-Sappemeer55,8
Leek56,4
Loppersum66,2
Marum56,2
Almere50,7
Stadskanaal63,4
Slochteren55,6
Veendam62,8
Vlagtwedde60,3
Zeewolde53,3
Winsum50,8
Zuidhorn44,7
Dongeradeel49,6
Achtkarspelen53,5
Ameland49,9
het Bildt44,2
Franekeradeel50,0
Harlingen49,9
Heerenveen54,8
Kollumerland en Nieuwkruisland48,2
Leeuwarden57,8
Leeuwarderadeel58,9
Ooststellingwerf54,8
Opsterland56,1
Schiermonnikoog35,4
Smallingerland55,9
Terschelling41,5
Vlieland48,7
Weststellingwerf57,8
Assen56,6
Coevorden47,2
Emmen62,1
Hoogeveen55,5
Meppel49,7
Littenseradiel38,4
Almelo52,1
Borne50,5
Dalfsen60,2
Deventer59,7
Enschede55,8
Haaksbergen53,0
Hardenberg53,2
Hellendoorn50,2
Hengelo55,1
Kampen53,4
Losser61,9
Noordoostpolder46,5
Oldenzaal60,9
Ommen52,6
Raalte57,1
Staphorst19,2
Tubbergen62,9
Urk33,9
Wierden45,5
Zwolle55,2
Rijnwaarden55,7
Aalten53,1
Apeldoorn53,8
Arnhem56,9
Barneveld48,2
Beuningen62,3
Brummen51,0
Buren42,8
Culemborg56,3
Doesburg71,1
Doetinchem53,2
Druten57,3
Duiven51,8
Ede56,8
Elburg44,2
Epe54,3
Ermelo56,2
Geldermalsen53,6
Harderwijk51,1
Hattem64,7
Heerde55,4
Heumen59,9
Lochem55,9
Maasdriel47,3
Nijkerk57,6
Nijmegen57,8
Oldebroek45,2
Putten58,3
Renkum58,2
Rheden56,6
Rozendaal 
Scherpenzeel58,5
Tiel59,1
Voorst69,3
Wageningen57,6
Westervoort57,6
Winterswijk51,5
Wijchen61,8
Zaltbommel52,8
Zevenaar56,3
Zutphen51,5
Nunspeet48,7
Dronten58,3
Neerijnen67,0
Amersfoort54,3
Baarn35,5
De Bilt53,9
Bunnik49,6
Bunschoten55,2
Eemnes65,8
Houten55,3
Leusden57,6
Lopik53,6
Montfoort55,7
Renswoude31,3
Rhenen39,0
Soest53,4
Utrecht60,8
Veenendaal58,5
Woudenberg52,3
Wijk bij Duurstede58,0
IJsselstein64,4
Zeist51,4
Nieuwegein55,2
Aalsmeer58,9
Alkmaar49,9
Amstelveen54,8
Amsterdam52,0
Beemster34,1
Bergen (NH.)44,0
Beverwijk50,1
Blaricum58,5
Bloemendaal55,9
Castricum49,3
Diemen56,9
Edam-Volendam39,4
Enkhuizen41,8
Haarlem51,7
Haarlemmerliede en Spaarnwoude59,9
Haarlemmermeer50,7
Heemskerk61,1
Heemstede50,9
Heerhugowaard52,0
Heiloo51,9
Den Helder53,4
Hilversum52,5
Hoorn47,1
Huizen46,7
Landsmeer66,6
Langedijk47,3
Laren32,7
Medemblik42,2
Oostzaan46,6
Opmeer28,7
Ouder-Amstel56,1
Purmerend56,8
Schagen48,6
Texel52,1
Uitgeest27,3
Uithoorn60,6
Velsen50,4
Weesp56,7
Zandvoort43,1
Zaanstad52,2
Alblasserdam58,3
Alphen aan den Rijn56,3
Barendrecht53,7
Drechterland46,3
Brielle52,6
Capelle aan den IJssel57,2
Delft60,1
Dordrecht56,5
Gorinchem54,7
Gouda55,6
's-Gravenhage56,3
Hardinxveld-Giessendam56,3
Hellevoetsluis51,5
Hendrik-Ido-Ambacht53,4
Stede Broec56,7
Hillegom61,9
Katwijk58,2
Krimpen aan den IJssel56,5
Leerdam59,9
Leiden60,0
Leiderdorp61,7
Lisse44,2
Maassluis53,5
Nieuwkoop55,4
Noordwijk46,0
Noordwijkerhout54,3
Oegstgeest58,6
Oud-Beijerland54,3
Binnenmaas60,7
Korendijk51,0
Oudewater44,5
Papendrecht61,0
Ridderkerk56,2
Rotterdam56,4
Rijswijk59,4
Schiedam50,9
Sliedrecht59,2
Cromstrijen60,7
Albrandswaard57,1
Westvoorne61,9
Strijen43,6
Vianen54,2
Vlaardingen60,3
Voorschoten57,1
Waddinxveen59,4
Wassenaar49,6
Woerden55,2
Zoetermeer59,2
Zoeterwoude27,8
Zwijndrecht66,1
Borsele39,2
Goes55,5
West Maas en Waal54,7
Hulst51,4
Kapelle56,0
Middelburg41,6
Giessenlanden57,0
Reimerswaal48,3
Zederik45,5
Terneuzen55,6
Tholen47,6
Veere37,1
Vlissingen51,6
Lingewaal57,8
De Ronde Venen52,9
Tytsjerksteradiel47,7
Aalburg50,9
Asten52,1
Baarle-Nassau50,2
Bergen op Zoom59,0
Best59,5
Boekel40,9
Boxmeer54,4
Boxtel50,6
Breda56,8
Deurne55,6
Pekela67,1
Dongen55,5
Eersel50,8
Eindhoven54,6
Etten-Leur58,2
Geertruidenberg55,3
Gilze en Rijen64,1
Goirle57,3
Grave60,1
Haaren37,9
Helmond54,6
's-Hertogenbosch52,4
Heusden49,0
Hilvarenbeek55,9
Loon op Zand50,9
Mill en Sint Hubert44,0
Nuenen, Gerwen en Nederwetten51,5
Oirschot49,5
Oisterwijk60,9
Oosterhout61,9
Oss55,4
Rucphen70,6
Schijndel61,1
Sint-Michielsgestel57,2
Sint-Oedenrode35,6
Someren54,0
Son en Breugel59,8
Steenbergen60,9
Waterland52,4
Tilburg54,8
Uden53,3
Valkenswaard48,8
Veghel54,5
Veldhoven65,9
Vught53,7
Waalre54,0
Waalwijk60,3
Werkendam52,0
Woensdrecht65,5
Woudrichem53,4
Zundert58,7
Wormerland52,8
Onderbanken56,0
Landgraaf62,0
Beek60,8
Beesel55,6
Bergen (L.)61,8
Brunssum59,8
Gennep54,4
Heerlen58,0
Kerkrade72,8
Maastricht57,5
Meerssen53,1
Mook en Middelaar43,0
Nederweert47,7
Nuth57,0
Roermond59,2
Schinnen46,9
Simpelveld68,5
Stein63,8
Vaals49,8
Venlo48,6
Venray51,1
Voerendaal66,8
Weert56,8
Valkenburg aan de Geul69,2
Lelystad50,0
Horst aan de Maas61,5
Oude IJsselstreek56,6
Teylingen61,4
Utrechtse Heuvelrug56,8
Oost Gelre55,9
Koggenland41,8
Lansingerland51,8
Leudal58,1
Maasgouw53,0
Eemsmond59,7
Gemert-Bakel58,7
Halderberge61,7
Heeze-Leende43,8
Laarbeek58,6
De Marne49,5
Reusel-De Mierden64,8
Roerdalen56,0
Roosendaal60,4
Schouwen-Duiveland51,1
Aa en Hunze49,4
Borger-Odoorn45,0
Cuijk58,1
Landerd37,2
De Wolden53,7
Noord-Beveland50,9
Wijdemeren50,7
Noordenveld52,8
Twenterand68,9
Westerveld54,6
Sint Anthonis61,2
Lingewaard54,8
Cranendonck52,3
Steenwijkerland46,5
Moerdijk59,6
Echt-Susteren52,0
Sluis38,6
Drimmelen58,8
Bernheze60,6
Ferwerderadiel49,1
Alphen-Chaam57,4
Bergeijk60,5
Bladel58,6
Gulpen-Wittem45,9
Tynaarlo63,6
Midden-Drenthe50,2
Overbetuwe68,7
Hof van Twente53,3
Neder-Betuwe47,7
Rijssen-Holten45,7
Geldrop-Mierlo58,4
Olst-Wijhe59,4
Dinkelland54,4
Westland56,6
Midden-Delfland59,9
Berkelland52,1
Bronckhorst57,6
Sittard-Geleen58,3
Kaag en Braassem53,6
Dantumadiel35,2
Zuidplas49,9
Peel en Maas46,4
Oldambt51,1
Zwartewaterland36,0
Súdwest Fryslân48,6
Bodegraven-Reeuwijk39,5
Eijsden-Margraten41,6
Stichtse Vecht52,8
Menameradiel42,3
Hollands Kroon45,2
Leidschendam-Voorburg55,6
Goeree-Overflakkee47,3
Pijnacker-Nootdorp57,8
Molenwaard46,2
Nissewaard64,5
Krimpenerwaard55,4
De Fryske Marren47,0
Gooise Meren43,7
Berg en Dal57,2
Montferland54,1
Menterwolde62,3

Bron: SNPG

View all detail data

Geen duidelijk regionaal patroon griepvaccinaties

Er zijn regionale verschillen in het het percentage 60-plussers dat een griepprik van de huisarts heeft gekregen, maar er is geen duidelijk ruimtelijk patroon zichtbaar. In 2016-2017 heeft ongeveer 55% van alle 60-plussers in Nederland een griepvaccinatie gehaald.

Over- of onderrapportage

Met deze percentages moet voorzichtig worden omgegaan. Omdat de griepvaccinatie via de huisarts wordt geregistreerd en de huisarts ook patiënten uit andere gemeenten kan hebben, kan het tot over- of onderrapportage komen. Het opkomstpercentage is berekend door het aantal uitgevoerde griepvaccinaties te delen door het aantal 60-plussers in een gemeente.

Meer informatie

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Influenza

    Influenza (ICD-9-code 487; ICD-10-code J10-11) wordt veroorzaakt door het influenzavirus type A of B. Het is een acute aandoening van de luchtwegen die met name voorkomt in de koude jaargetijden. De incubatietijd van influenza is één tot drie dagen. Gedurende de eerste week van de ziekte is iemand besmettelijk voor zijn omgeving. De infectie verspreidt zich door hoesten en niezen of door direct contact met de zieke. Het echte ziektebeeld begint vaak met een stijging van de lichaamstemperatuur tot 40 graden Celsius of hoger die gepaard gaat met koude rillingen. Een influenzapatiënt voelt zich ellendig, heeft hoofd- en spierpijn, hoest en/of heeft pijn achter het borstbeen. De koorts duurt bij ongecompliceerde influenza meestal twee tot vijf dagen. Als de koorts verdwenen is, voelt de patiënt zich vaak nog een paar dagen tot weken niet fit. Gezonde mensen doorstaan influenza binnen 1 à 2 weken zonder restverschijnselen.

    Op klinische gronden is het moeilijk om in individuele gevallen een duidelijk onderscheid te maken tussen luchtweginfecties veroorzaakt door influenzavirussen en luchtweginfecties veroorzaakt door andere virussen. In de praktijk wordt daarom vaak de diagnose 'influenza-achtig ziektebeeld' (IAZ) gesteld, dat als volgt is omschreven in Dijkstra et al., 2009:

    • Een acuut begin: vage klachten begonnen hooguit 3-4 dagen eerder.
    • Koorts: lichaamstemperatuur ten minste 38,0 graden Celsius rectaal.
    • Aanwezigheid van minimaal één van de volgende symptomen: hoest, neusverkoudheid, keelpijn, hoofdpijn, pijn ter hoogte van het borstbeen en spierpijn.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Dijkstra F, Brandsema PS, van Gageldonk-Lafeber AB, van der Hoek W. Jaarrapportage surveillance respiratoire infectieziekten 2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2009. Bron
  • Influenzavirus

    Het influenzavirus kent een type A en B. De type A-virussen kenmerken zich door een grote mate van variatie in hun oppervlakte-eiwitten, het hemagglutinine (H) en het neuraminidase (N). Er bestaan verschillende subtypen. Voorbeelden hiervan zijn H1N1, H1N2 en H3N2. Deze subtypen circuleren niet allemaal tegelijk, maar vaak in begrensde tijdvakken. Type A is wat betreft ziekte-ernst en sterfte belangrijker dan type B. Van het influenza B-virus bestaan geen subtypen, maar deze worden wel onderverdeeld in lijnen (Yamagata-lijn, Victoria-lijn). Het influenzavirus kan bijna elk jaar een grote of kleine epidemie veroorzaken met hetzelfde ziektebeeld bij alle leeftijdsgroepen. Dit komt doordat van tijd tot tijd nieuwe virusvarianten ontstaan door veranderingen in de eiwitten (antigenen) op het oppervlak van het virus (antigene drift). Doordat de afweer is gericht tegen oppervlakte-antigenen, omzeilt het virus de immuniteit die in de bevolking door natuurlijke infectie of vaccinatie is opgebouwd. Plotselinge veranderingen in een subtype kunnen ook leiden tot een sterk afwijkende antigeenstructuur (antigene shift). Het influenzavirus kan zich dan op grote schaal verspreiden omdat mensen weinig of geen immunologisch verweer hebben tegen dit geheel of gedeeltelijk vernieuwde virus. Er kan dan een wereldwijde epidemie (pandemie) ontstaan.

  • Griepseizoen

    De cijfers voor influenza worden vaak per seizoen weergegeven en niet per jaar. De WHO hanteert voor een ‘seizoen’ de periode van week 40 tot en met week 20 in het daaropvolgende jaar. Het voordeel van seizoencijfers is dat er niet twee epidemieën in één seizoen vallen of dat één epidemie over twee kalenderjaren wordt verdeeld. Bij jaarcijfers kan dat wel gebeuren wat tot een vertekend beeld leidt.

  • Nationaal Programma Grieppreventie (NPG)

    In 1997 is het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) ingevoerd, met als doel ziekte en sterfte als gevolg van griep te voorkómen. Kinderen en volwassenen met bepaalde chronische aandoeningen en/of verminderde weerstand en alle 60-plussers krijgen hiertoe een gratis griepprik aangeboden. De griepprik kan ernstige gevolgen van griep in de meeste gevallen voorkómen. De doelgroep van de campagne (hoogrisicopatiënten) wordt uitgenodigd door hun huisarts. De huisarts maakt hiertoe zelf een selectie uit zijn patiëntenbestand. Landelijk bezien bestaat de groep die een uitnodiging ontvangt voor ongeveer een derde uit volwassenen tot 60 jaar, voor een derde uit gezonde 60-plussers, voor een kwart uit 60-plussers met chronische aandoeningen.

Bronverantwoording
  • Grote Griepmeting op internet

    Grote Griepmeting op internet: http://www.grotegriepmeting.nl. Nederlanders kunnen zich zelf aanmelden als 'griepmeter'. De Grote Griepmeting geeft daarmee een overzicht van zelfgerapporteerde incidentie (Marquet et al., 2006; Friesema et al., 2009).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Marquet RL, Bartelds AIM, van Noort SP, Koppeschaar CE, Paget WJ, Schellevis FG, et al. Internet-based monitoring of influenza-like illness (ILI) in the general population of the Netherlands during the 2003-2004 influenza season. BMC Public Health. 2006;6:242. Pubmed | DOI
    2. Friesema IHM, Koppeschaar CE, Donker GA, Dijkstra F, van Noort SP, Smallenburg R, et al. Internet-based monitoring of influenza-like illness in the general population: experience of five influenza seasons in The Netherlands. Vaccine. 2009;27(45):6353-7. Pubmed | DOI
  • Peilstation huisartsen participerend in Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Gegevens over het aantal nieuwe gevallen (incidentie) van IAZ komen van het Peilstation huisartsen participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Hierbij moet worden opgemerkt dat naar schatting ongeveer 20% van de mensen met typische griepklachten de huisarts bezoekt (Friesema et al., 2009). De peilstationsgegevens zouden dus met een factor vijf vermenigvuldigd moeten worden om tot een schatting van de incidentie van IAZ in de bevolking te komen. Maar de incidentie van influenza-achtig ziektebeeld op basis van het aantal meldingen in de Grote Griepmeting op internet blijkt ongeveer tien keer zo hoog te zijn als de incidentie op basis van het aantal huisartsconsulten (Marquet et al., 2006; Friesema et al., 2009). Anderzijds blijkt uit de Nivel/RIVM-surveillance dat rond 30% van de gevallen van IAZ wordt veroorzaakt door het influenzavirus (Dijkstra et al., 2009).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Friesema IHM, Koppeschaar CE, Donker GA, Dijkstra F, van Noort SP, Smallenburg R, et al. Internet-based monitoring of influenza-like illness in the general population: experience of five influenza seasons in The Netherlands. Vaccine. 2009;27(45):6353-7. Pubmed | DOI
    2. Marquet RL, Bartelds AIM, van Noort SP, Koppeschaar CE, Paget WJ, Schellevis FG, et al. Internet-based monitoring of influenza-like illness (ILI) in the general population of the Netherlands during the 2003-2004 influenza season. BMC Public Health. 2006;6:242. Pubmed | DOI
    3. Dijkstra F, Brandsema PS, van Gageldonk-Lafeber AB, van der Hoek W. Jaarrapportage surveillance respiratoire infectieziekten 2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2009. Bron
  • Nivel/RIVM-surveillance van respiratoire virusinfecties

    Nivel/RIVM-surveillance van respiratoire virusinfecties: De huisartsen van het Nivel-netwerk sturen in principe elke week respiratoire monsters (keel- en neuswat) van twee patiënten (1 volwassene en 1 kind) met een IAZ of een andere acute luchtwegaandoening naar het RIVM. Het RIVM onderzoekt de monsters op de aanwezigheid van influenzavirus (Wilbrink et al., 2001; Dijkstra et al., 2009). Wanneer een monster positief is bevonden wordt het voor verder onderzoek doorgestuurd naar het Nationaal Influenza Centrum (locatie Erasmus Medisch Centrum Rotterdam).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Wilbrink B, Lexmond P, van der Nat H, van den Brandhof WE, Boswijk H, Heijnen MLA. Influenzavirus-detectie: PCR versus viruskweek. Infectieziekten Bulletin . 2001;10. Bron
    2. Dijkstra F, Brandsema PS, van Gageldonk-Lafeber AB, van der Hoek W. Jaarrapportage surveillance respiratoire infectieziekten 2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2009. Bron
  • Influenza: Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Landelijke Medische Registratie (LMR): Een deel van de personen die influenza hebben, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Voor de ziekenhuisregistraties wordt de ICD-9-code 487 gebruikt.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
  • Influenza: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers voor Influenza zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek, gebruikte ICD-10-codes: J10-J11.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Het European Influenza Surveillance Network (EISN)

    Het European Influenza Surveillance Network (EISN) verzamelt informatie over de influenza-activiteit in Europa. Voor Nederland is dit gebaseerd op het Peilstation huisartsen participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. In de meeste landen maken de artsen die meedoen aan de monitoring ongeveer 1 tot 5% uit van het totaal aantal artsen. Afhankelijk van het land stellen de artsen de diagnose influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) en/of acute respiratoire infectie (ARI) (EISS, 2005; ECDC, 2010). Het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) verzamelt ook laboratoriumgegevens over influenzavirus. Het ECDC coördineert het European Reference Laboratory Network for Human Influenza (ERLI-Net). Huisartsen verzamelen neus-keelwatten van patiënten met 'influenze like illness' (ILI) of ARI en zenden die naar de nationale referentielaboratoria. De laboratoria testen de watten op de aanwezigheid van influenzavirus en andere respiratoire virussen. Sommige huisartsen verzamelen ook bloedmonsters. Daarnaast verzamelen de referentielaboratoria ook resultaten van monsters die niet van de huisartsen komen, zoals ziekenhuizen en bejaardenhuizen (ECDC, 2010).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. EISS. European Influenza Surveillance Scheme Annual Report. Utrecht: NIVEL; 2005. Bron
    2. ECDC. EISN Methods of surveillance - Sentinel surveillance. Stockholm: European Centre for Disease Prevention and Control; 2010. Bron
    3. ECDC. EISN Methods of surveillance - Laboratory Network. Stockholm: European Centre for Disease Prevention And Control; 2010. Bron
  • European Health Interview Survey (EHIS)

    Het European Health Interview Survey (EHIS) heeft als doel om op een geharmoniseerde manier en met een hoge mate van vergelijkbaarheid tussen EU-lidstaten de gezondheidsstatus en gezondheidsdeterminanten (inclusief milieu) te meten. Ook wordt het gebruik en toegang tot gezondheidszorg van de EU-burgers gemeten. De dekking van de enquête is de bevolking van 15 jaar of ouder die deel uitmaakt van particuliere huishoudens en woont op het grondgebied van het betreffende land.

    EHIS is ontwikkeld tussen 2003 en 2006. Het bestaat uit vier modules over gezondheidsstatus, gezondheidsdeterminanten, gezondheidszorg en achtergrondvariabelen. De eerste wave van EHIS (EHIS-ronde 2008) werd tussen 2006 en 2009 in 17 EU-lidstaten, en in Zwitserland en Turkije uitgevoerd. De tweede wave (EHIS ronde 2014) is tussen 2013 en 2015 uitgevoerd in alle EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen.

    EHIS omvat de volgende onderwerpen:

    • Gezondheidsstatus
      Dit onderwerp bevat verschillende dimensies van gezondheidsstatus en beperkingen voor gezondheidsgerelateerde activiteiten 
    • Gezondheidszorg
      Dit onderwerp behandelt het gebruik van verschillende soorten geneesmiddelen en formele en informele gezondheids- en sociale zorgdiensten, die worden aangevuld met gegevens over gezondheidsgerelateerde uitgaven en beperkingen in toegang tot en voldoening aan gezondheidszorgdiensten
    • Gezondheidsdeterminanten
      Dit onderwerp bevat diverse individuele en milieu-gezondheidsdeterminanten. 
    • Achtergrondvariabelen op demografie en sociaal-economische status
      Alle indicatoren worden uitgedrukt in percentages van de bevolking en de statistieken worden verdeeld over leeftijd en geslacht en een andere dimensie, zoals het opleidingsniveau, de inkomstenkwintielgroep of de arbeidsstatus.

    Bron: EHIS metadata (Eurostat, 2016)

Methoden
  • Regionale vergelijking vaccinatiegraad

    Regionale vergelijking vaccinatiegraad: De griepvaccinatie wordt via de huisarts geregistreerd. Omdat de huisarts ook patiënten uit andere gemeenten in zijn patiëntenpopulatie kan hebben, kan er sprake zijn van over- of onderrapportage. Het opkomstpercentage per gemeente is berekend door het aantal uitgevoerde griepvaccinaties te delen door het aantal 60-plussers in een gemeente.

  • CBS-sterftecijfers

    De CBS-sterftecijfers geven een onderschatting, omdat griep niet altijd wordt gemeld als primaire doodsoorzaak. Het gaat in de statistieken om de primaire (onderliggende) doodsoorzaak en niet om de directe aanleiding van het overlijden. Elk jaar valt de piek van IAZ samen met de winterpiek van de sterfte aan long-, hart- en vaatziekten. Aangenomen wordt dat bij een groot deel van de sterfte aan deze aandoeningen een infectie met het influenzavirus een rol speelt, ook al staat influenza niet vermeld op het overlijdenscertificaat (Crombie et al., 1995). Hoewel beslist niet vaststaat dat de bedoelde oversterfte steeds helemaal op rekening van een influenzavirusinfectie mag worden geboekt, leidt het geheel weglaten van deze sterfte tot een behoorlijke onderschatting van de gevolgen van influenza-epidemieën (Sprenger et al., 1993; van Genugten et al., 2001). Om de ernst van de influenza-epidemie toch in te kunnen schatten wordt gebruik gemaakt van syndroomsurveillance waarbij influenza-activiteit wordt gerelateerd aan ziekenhuisopnamen of sterfte (Mølbak & Mazick, 2013; Wijngaard et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Crombie DL, Fleming DM, Cross KW, Lancashire RJ. Concurrence of monthly variations of mortality related to underlying cause in Europe. J Epidemiol Community Health. 1995;49(4):373-8. Pubmed
    2. Sprenger MJ, Mulder PG, Beyer WE, Van Strik R, Masurel N. Impact of influenza on mortality in relation to age and underlying disease, 1967-1989. Int J Epidemiol. 1993;22(2):334-40. Pubmed
    3. van Genugten MLL, Heijnen MLA, Jager JC. Scenario-ontwikkeling zorgvraag bij een influenzapandemie. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2001. Bron
    4. Mølbak K, Mazick A. European monitoring of excess mortality for public health action (EuroMOMO). Eur J Public Health. 2013;suppl 1(23) . Bron
    5. van den Wijngaard CC, van Asten L, Meijer A, van Pelt W, Nagelkerke NJD, Donker GA, et al. Detection of excess influenza severity: associating respiratory hospitalization and mortality data with reports of influenza-like illness by primary care physicians. Am J Public Health. 2010;100(11):2248-54. Pubmed | DOI