Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

InfluenzaRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Ongeveer 400.000 ziektegevallen door influenza

Regionaal & Internationaal

Geen regionaal patroon in vaccinatiegraad

Kosten

Zorguitgaven influenza 82 miljoen euro

Preventie & Zorg

Eenvijfde Nederlanders haalt griepprik

Internationale vergelijking vaccinatiegraad influenza

Vaccinatiegraad influenza bij ouderen internationaal 2018

65 jaar en ouder
Percentage
Verenigd Koninkrijk72,0
Ierland68,5
NEDERLAND62,7
Portugal (2017)60,8
België59,1
Griekenland56,2
Spanje54,3
Italië52,7
Zweden52,2
Denemarken52,0
Frankrijk51,0
Finland49,5
EU2845,0
Luxemburg39,8
Noorwegen38,2
Duitsland (2017)34,8
Hongarije24,1
Litouwen22,6
Tsjechië21,5
Slovenië12,9
Slowakije12,5
Estland10,2
Letland7,7
Streefnorm75

Bron: Eurostat (code hlth_ps_immu), 2020; zie bronverantwoording

In Nederland worden personen van 60 jaar en ouder uitgenodigd voor de griepvaccinatie. Voor de internationale vergelijking is gekeken naar het percentage personen van 65 jaar en ouder die de vaccinatie hebben ontvangen.

Vaccinatiegraad influenza relatief hoog, maar streefnorm nergens gehaald

In Nederland laten relatief veel mensen van 65 jaar en ouder zich tegen influenza vaccineren. De vaccinatiegraad is hoog in vergelijking met andere Europese landen. Redenen voor de relatief hoge vaccinatiegraad in Nederland zijn onder andere de persoonlijke uitnodiging door de huisarts, de financiële vergoeding voor huisartsen per gevaccineerde, en het kosteloos zijn van de vaccinatie voor de risicogroepen (Kroneman et al., 2003, ECDC, 2014). De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Europese Unie streven ernaar om in alle Europese landen 75% van de ouderen te vaccineren tegen influenza. Deze streefnorm wordt in geen enkel EU-land gehaald.

Meer informatie

Datum publicatie

09-09-2020

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Eurostat, De statistische database van de Europese Unie. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Kroneman M, Paget WJ, van Essen GA. Influenza vaccination in Europe: an inventory of strategies to reach target populations and optimise vaccination uptake. Euro Surveill. 2003;8(6):130-8. Pubmed
  2. ECDC ECentr. Implementation of the Council Recommendation on seasonal influenza vaccination. Stockholm: European Centre for Disease Prevention and Control; 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Influenza

    Influenza (ICD-9-code 487; ICD-10-code J10-11) wordt veroorzaakt door het influenzavirus type A of B. De type A-virussen kenmerken zich door een grote mate van variatie in hun oppervlakte-eiwitten, het hemagglutinine (H) en het neuraminidase (N). Er bestaan verschillende subtypen. Voorbeelden hiervan zijn H1N1, H1N2 en H3N2. Deze subtypen circuleren niet allemaal tegelijk, maar vaak in begrensde tijdvakken. Type A is wat betreft ziekte-ernst en sterfte belangrijker dan type B. Van het influenza B-virus bestaan geen subtypen, maar deze worden wel onderverdeeld in lijnen (Yamagata-lijn, Victoria-lijn). Het influenzavirus kan bijna elk jaar een grote of kleine epidemie veroorzaken met hetzelfde ziektebeeld bij alle leeftijdsgroepen. Dit komt doordat van tijd tot tijd nieuwe virusvarianten ontstaan door veranderingen in de eiwitten (antigenen) op het oppervlak van het virus (antigene drift). Doordat de afweer is gericht tegen oppervlakte-antigenen, omzeilt het virus de immuniteit die in de bevolking door natuurlijke infectie of vaccinatie is opgebouwd. Plotselinge veranderingen in een subtype kunnen ook leiden tot een sterk afwijkende antigeenstructuur (antigene shift). Het influenzavirus kan zich dan op grote schaal verspreiden omdat mensen weinig of geen immunologisch verweer hebben tegen dit geheel of gedeeltelijk vernieuwde virus. Er kan dan een wereldwijde epidemie (pandemie) ontstaan.

    Het is een acute aandoening van de luchtwegen die met name voorkomt in de koude jaargetijden. De incubatietijd van influenza is één tot drie dagen. Gedurende de eerste week van de ziekte is iemand besmettelijk voor zijn omgeving. De infectie verspreidt zich door hoesten en niezen of door direct contact met de zieke. Het echte ziektebeeld begint vaak met een stijging van de lichaamstemperatuur tot 40 graden Celsius of hoger die gepaard gaat met koude rillingen. Een influenzapatiënt voelt zich ellendig, heeft hoofd- en spierpijn, hoest en/of heeft pijn achter het borstbeen. De koorts duurt bij ongecompliceerde influenza meestal twee tot vijf dagen. Als de koorts verdwenen is, voelt de patiënt zich vaak nog een paar dagen tot weken niet fit. Gezonde mensen doorstaan influenza binnen 1 à 2 weken zonder restverschijnselen.

    Op klinische gronden is het moeilijk om in individuele gevallen een duidelijk onderscheid te maken tussen luchtweginfecties veroorzaakt door influenzavirussen en luchtweginfecties veroorzaakt door andere virussen. In de praktijk wordt daarom vaak de diagnose 'influenza-achtig ziektebeeld' (IAZ) gesteld, dat als volgt is omschreven in Dijkstra et al., 2009:

    • Een acuut begin: vage klachten begonnen hooguit 3-4 dagen eerder.
    • Koorts: lichaamstemperatuur ten minste 38,0 graden Celsius rectaal.
    • Aanwezigheid van minimaal één van de volgende symptomen: hoest, neusverkoudheid, keelpijn, hoofdpijn, pijn ter hoogte van het borstbeen en spierpijn.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Dijkstra F, Brandsema PS, van Gageldonk-Lafeber AB, van der Hoek W. Jaarrapportage surveillance respiratoire infectieziekten 2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2009. Bron
  • Griepseizoen en respiratoir jaar

    De cijfers voor influenza worden vaak per seizoen of per respiratoir jaar weergegeven en niet per kalenderjaar. De WHO hanteert voor een ‘seizoen’ de periode van week 40 tot en met week 20 in het daaropvolgende jaar. Voor een repiratoir jaar wordt de periode van week 40 tot en met week 39 in het daaropvolgende jaar aangehouden. Het voordeel hiervan is dat er niet twee epidemieën in één seizoen vallen of dat één epidemie over twee kalenderjaren wordt verdeeld. Bij jaarcijfers kan dat wel gebeuren wat tot een vertekend beeld leidt.

  • Nationaal Programma Grieppreventie (NPG)

    In 1997 is het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) ingevoerd, met als doel ziekte en sterfte als gevolg van griep te voorkómen. Kinderen en volwassenen met bepaalde chronische aandoeningen en/of verminderde weerstand en alle 60-plussers krijgen hiertoe een gratis griepprik aangeboden. De griepprik kan ernstige gevolgen van griep in de meeste gevallen voorkómen. De doelgroep van de campagne (hoogrisicopatiënten) wordt uitgenodigd door hun huisarts. De huisarts maakt hiertoe zelf een selectie uit zijn patiëntenbestand. Landelijk bezien bestaat de groep die een uitnodiging ontvangt voor ongeveer een derde uit volwassenen tot 60 jaar, voor een derde uit gezonde 60-plussers, voor een kwart uit 60-plussers met chronische aandoeningen.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over influenza

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Annual report Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    Reukers et al., 2019 gebaseerd op Nivel data

    Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    Heins et al., 2017

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor influenza

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

    Eurostat

    Percentage gevaccineerden

    Europese bevolking vanaf 65 jaar

    Eurostat metadata

    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamen met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LMR
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) Klinische opnamen, aantal verpleegdagen, en gemiddelde opnameduur met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LBZ

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Reukers D.F.M., van Asten L., Brandsema P.S., Dijkstra F., Donker G.A., van Gageldonk-Lafeber A.B., et al. Annual report Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2018/2019. Bilthoven: RIVM; 2019. Bron
    2. Heins M, Hooiveld M., Davids R, Korevaar J. Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie 2016. Utrecht: Nivel; 2017. Bron
  • European Health Interview Survey (EHIS)

    Het European Health Interview Survey (EHIS) heeft als doel om op een geharmoniseerde manier en met een hoge mate van vergelijkbaarheid tussen EU-lidstaten de gezondheidsstatus en gezondheidsdeterminanten (inclusief milieu) te meten. Ook wordt het gebruik en toegang tot gezondheidszorg van de EU-burgers gemeten. De dekking van de enquête is de bevolking van 15 jaar of ouder die deel uitmaakt van particuliere huishoudens en woont op het grondgebied van het betreffende land.

    EHIS is ontwikkeld tussen 2003 en 2006. Het bestaat uit vier modules over gezondheidsstatus, gezondheidsdeterminanten, gezondheidszorg en achtergrondvariabelen. De eerste wave van EHIS (EHIS-ronde 2008) werd tussen 2006 en 2009 in 17 EU-lidstaten, en in Zwitserland en Turkije uitgevoerd. De tweede wave (EHIS ronde 2014) is tussen 2013 en 2015 uitgevoerd in alle EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen.

    EHIS omvat de volgende onderwerpen:

    • Gezondheidsstatus
      Dit onderwerp bevat verschillende dimensies van gezondheidsstatus en beperkingen voor gezondheidsgerelateerde activiteiten 
    • Gezondheidszorg
      Dit onderwerp behandelt het gebruik van verschillende soorten geneesmiddelen en formele en informele gezondheids- en sociale zorgdiensten, die worden aangevuld met gegevens over gezondheidsgerelateerde uitgaven en beperkingen in toegang tot en voldoening aan gezondheidszorgdiensten
    • Gezondheidsdeterminanten
      Dit onderwerp bevat diverse individuele en milieu-gezondheidsdeterminanten. 
    • Achtergrondvariabelen op demografie en sociaal-economische status
      Alle indicatoren worden uitgedrukt in percentages van de bevolking en de statistieken worden verdeeld over leeftijd en geslacht en een andere dimensie, zoals het opleidingsniveau, de inkomstenkwintielgroep of de arbeidsstatus.

    Bron: EHIS metadata (Eurostat, 2016)

Methoden
  • Regionale vergelijking vaccinatiegraad

    Regionale vergelijking vaccinatiegraad: De griepvaccinatie wordt via de huisarts geregistreerd. Omdat de huisarts ook patiënten uit andere gemeenten in zijn patiëntenpopulatie kan hebben, kan er sprake zijn van over- of onderrapportage. Het opkomstpercentage per gemeente is berekend door het aantal uitgevoerde griepvaccinaties te delen door het aantal 60-plussers in een gemeente.

  • CBS-sterftecijfers

    De CBS-sterftecijfers geven een onderschatting, omdat griep niet altijd wordt gemeld als primaire doodsoorzaak. Het gaat in de statistieken om de primaire (onderliggende) doodsoorzaak en niet om de directe aanleiding van het overlijden. Elk jaar valt de piek van IAZ samen met de winterpiek van de sterfte aan long-, hart- en vaatziekten. Aangenomen wordt dat bij een groot deel van de sterfte aan deze aandoeningen een infectie met het influenzavirus een rol speelt, ook al staat influenza niet vermeld op het overlijdenscertificaat (Crombie et al., 1995). Hoewel beslist niet vaststaat dat de bedoelde oversterfte steeds helemaal op rekening van een influenzavirusinfectie mag worden geboekt, leidt het geheel weglaten van deze sterfte tot een behoorlijke onderschatting van de gevolgen van influenza-epidemieën (Sprenger et al., 1993; van Genugten et al., 2001). Om de ernst van de influenza-epidemie toch in te kunnen schatten wordt gebruik gemaakt van syndroomsurveillance waarbij influenza-activiteit wordt gerelateerd aan ziekenhuisopnamen of sterfte (Mølbak & Mazick, 2013; Wijngaard et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Crombie DL, Fleming DM, Cross KW, Lancashire RJ. Concurrence of monthly variations of mortality related to underlying cause in Europe. J Epidemiol Community Health. 1995;49(4):373-8. Pubmed
    2. Sprenger MJ, Mulder PG, Beyer WE, Van Strik R, Masurel N. Impact of influenza on mortality in relation to age and underlying disease, 1967-1989. Int J Epidemiol. 1993;22(2):334-40. Pubmed
    3. van Genugten MLL, Heijnen MLA, Jager JC. Scenario-ontwikkeling zorgvraag bij een influenzapandemie. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2001. Bron
    4. Mølbak K, Mazick A. European monitoring of excess mortality for public health action (EuroMOMO). Eur J Public Health. 2013;suppl 1(23) . Bron
    5. van den Wijngaard CC, van Asten L, Meijer A, van Pelt W, Nagelkerke NJD, Donker GA, et al. Detection of excess influenza severity: associating respiratory hospitalization and mortality data with reports of influenza-like illness by primary care physicians. Am J Public Health. 2010;100(11):2248-54. Pubmed | DOI
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.