Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

InfluenzaPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

Ongeveer 400.000 ziektegevallen door influenza

Regionaal & Internationaal

Geen regionaal patroon in vaccinatiegraad

Kosten

Zorguitgaven influenza 82 miljoen euro

Preventie & Zorg

Eenvijfde Nederlanders haalt griepprik

Ziekenhuisopnamen influenza

Ziekenhuisopnamen influenza 2018

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Aantal klinische opnamen

4.625

4.680

9.305

Aantal verpleegdagen

34.580

34.795

69.375

Gemiddelde opnameduur (dagen)

7,5

7,4

7,5

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS StatLine in april 2020)

  • ICD-10-codes: J09-J11
  • Aantal opnamen en verpleegdagen zijn afgerond op vijftallen
  • Cijfers zijn voorlopig

Patiënten met influenza gemiddeld 7,5 dagen in ziekenhuis

In 2018 vonden 9.305 klinische ziekenhuisopnamen plaats vanwege influenza. Ongeveer evenveel mannen als vrouwen werden opgenomen. Iemand met influenza lag gemiddeld 7,5 dagen in het ziekenhuis. Het aantal opnamen kan hoger zijn dan het aantal opgenomen personen, omdat een persoon meerdere keren per jaar opgenomen kan zijn.

Meer informatie

Datum publicatie

23-07-2020

Ziekenhuisopnamen voor influenza naar leeftijd en geslacht

Ziekenhuisopnamen voor influenza 2018

LeeftijdMannenVrouwen
0-40,30,3
5-90,10,1
10-140,00,0
15-190,00,0
20-240,10,0
25-290,00,1
30-340,10,1
35-390,10,1
40-440,10,2
45-490,20,2
50-540,20,2
55-590,30,4
60-640,60,6
65-690,90,9
70-741,51,2
75-792,61,9
80-844,22,8
85-895,73,7
90-947,74,8
95+10,35,0

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS StatLine in april 2020)

  • ICD-10-codes: J09-J11
  • Cijfers zijn voorlopig

9.305 ziekenhuisopnamen voor influenza in 2018

In 2018 waren er 9.305 ziekenhuisopnamen voor influenza in Nederland (mannen: 4.625, vrouwen: 4.680). In de hogere leeftijdsklassen (70 jaar en ouder) is het aantal opnamen per 1.000 inwoners onder mannen hoger dan onder vrouwen. Het aantal opnamen neemt toe met de leeftijd voor zowel mannen als vrouwen.

Meer informatie

Datum publicatie

23-07-2020

Trend in ziekenhuisopnamen influenza

Ziekenhuisopnamen influenza 1981-2018

JaarKlin. opnamen manKlin. opnamen vrouwKlin. opnamen man (absoluut)Klin. opnamen vrouw (absoluut)
1981100100160129
1982150100185134
1983150150213175
1984150150199179
1985150100179155
1986200150276229
19871005012482
198810050116101
1989150150182185
1990100100159144
1991505010384
19921005011395
1993200150290257
19941005011885
1995150100192170
199610050131104
199710050144112
1998150100203147
1999150100202159
2000150100208194
20011005012681
2002100100144131
2003100100181152
200410050129120
2005150100201163
200610050131111
200710050126107
2008100100134128
20096506001.0991.073
2010100100146127
2011300300574472
2012200200331336
20136126031.1551.095
2014177175330325
20156096081.2901.165
20169849901.9301.835
20178339442.0701.965
20181.9162.2584.6254.680

Bron: Landelijke Medische Registratie (1981-2012) en Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (2013-2018) (gedownload van CBS StatLine in april 2020) 

  • ICD-9-code 487 (1981-2012); ICD-10-codes: J09-J11 (2013-2018)
  • Cijfers over 2018 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2000
  • Geïndexeerd (1981 is 100).
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal klinische opnamen voor influenza vanaf 2009 sterk toegenomen

Vanaf 2009 is het aantal klinische ziekenhuisopnamen voor influenza zeer sterk toegenomen, voor zowel mannen als vrouwen. In de periode 2009-2018 werden negen keer zoveel ziekenhuisopnamen voor influenza geregistreerd als in de tien jaar daarvoor (1999-2008). Mogelijk is de toename in ziekenhuisopnamen (deels) toe te schrijven aan toegenomen aandacht voor influenza binnen ziekenhuizen, waarbij ziekenhuispatiënten vaker worden getest op influenza. In 2008 waren er 262 ziekenhuisopnamen voor influenza. Van 2009 tot 2014 fluctueerde het aantal ziekenhuisopnamen, en vanaf 2015 namen deze jaarlijks toe, tot 9.305 opnamen in 2018. De trend in het aantal klinische ziekenhuisopnamen heeft een vergelijkbaar patroon als de trend in de het aantal influenzagevallen en de sterfte door influenza geregistreerd in de CBS Doodsoorzakenstatistiek.
De gemiddelde opnameduur voor influenza is in de periode 2008-2018 vrijwel constant (ongeveer 7 dagen).

Meer informatie

Datum publicatie

23-07-2020

Verantwoording

Definities
  • Influenza

    Influenza (ICD-9-code 487; ICD-10-code J10-11) wordt veroorzaakt door het influenzavirus type A of B. De type A-virussen kenmerken zich door een grote mate van variatie in hun oppervlakte-eiwitten, het hemagglutinine (H) en het neuraminidase (N). Er bestaan verschillende subtypen. Voorbeelden hiervan zijn H1N1, H1N2 en H3N2. Deze subtypen circuleren niet allemaal tegelijk, maar vaak in begrensde tijdvakken. Type A is wat betreft ziekte-ernst en sterfte belangrijker dan type B. Van het influenza B-virus bestaan geen subtypen, maar deze worden wel onderverdeeld in lijnen (Yamagata-lijn, Victoria-lijn). Het influenzavirus kan bijna elk jaar een grote of kleine epidemie veroorzaken met hetzelfde ziektebeeld bij alle leeftijdsgroepen. Dit komt doordat van tijd tot tijd nieuwe virusvarianten ontstaan door veranderingen in de eiwitten (antigenen) op het oppervlak van het virus (antigene drift). Doordat de afweer is gericht tegen oppervlakte-antigenen, omzeilt het virus de immuniteit die in de bevolking door natuurlijke infectie of vaccinatie is opgebouwd. Plotselinge veranderingen in een subtype kunnen ook leiden tot een sterk afwijkende antigeenstructuur (antigene shift). Het influenzavirus kan zich dan op grote schaal verspreiden omdat mensen weinig of geen immunologisch verweer hebben tegen dit geheel of gedeeltelijk vernieuwde virus. Er kan dan een wereldwijde epidemie (pandemie) ontstaan.

    Het is een acute aandoening van de luchtwegen die met name voorkomt in de koude jaargetijden. De incubatietijd van influenza is één tot drie dagen. Gedurende de eerste week van de ziekte is iemand besmettelijk voor zijn omgeving. De infectie verspreidt zich door hoesten en niezen of door direct contact met de zieke. Het echte ziektebeeld begint vaak met een stijging van de lichaamstemperatuur tot 40 graden Celsius of hoger die gepaard gaat met koude rillingen. Een influenzapatiënt voelt zich ellendig, heeft hoofd- en spierpijn, hoest en/of heeft pijn achter het borstbeen. De koorts duurt bij ongecompliceerde influenza meestal twee tot vijf dagen. Als de koorts verdwenen is, voelt de patiënt zich vaak nog een paar dagen tot weken niet fit. Gezonde mensen doorstaan influenza binnen 1 à 2 weken zonder restverschijnselen.

    Op klinische gronden is het moeilijk om in individuele gevallen een duidelijk onderscheid te maken tussen luchtweginfecties veroorzaakt door influenzavirussen en luchtweginfecties veroorzaakt door andere virussen. In de praktijk wordt daarom vaak de diagnose 'influenza-achtig ziektebeeld' (IAZ) gesteld, dat als volgt is omschreven in Dijkstra et al., 2009:

    • Een acuut begin: vage klachten begonnen hooguit 3-4 dagen eerder.
    • Koorts: lichaamstemperatuur ten minste 38,0 graden Celsius rectaal.
    • Aanwezigheid van minimaal één van de volgende symptomen: hoest, neusverkoudheid, keelpijn, hoofdpijn, pijn ter hoogte van het borstbeen en spierpijn.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Dijkstra F, Brandsema PS, van Gageldonk-Lafeber AB, van der Hoek W. Jaarrapportage surveillance respiratoire infectieziekten 2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2009. Bron
  • Griepseizoen en respiratoir jaar

    De cijfers voor influenza worden vaak per seizoen of per respiratoir jaar weergegeven en niet per kalenderjaar. De WHO hanteert voor een ‘seizoen’ de periode van week 40 tot en met week 20 in het daaropvolgende jaar. Voor een repiratoir jaar wordt de periode van week 40 tot en met week 39 in het daaropvolgende jaar aangehouden. Het voordeel hiervan is dat er niet twee epidemieën in één seizoen vallen of dat één epidemie over twee kalenderjaren wordt verdeeld. Bij jaarcijfers kan dat wel gebeuren wat tot een vertekend beeld leidt.

  • Nationaal Programma Grieppreventie (NPG)

    In 1997 is het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) ingevoerd, met als doel ziekte en sterfte als gevolg van griep te voorkómen. Kinderen en volwassenen met bepaalde chronische aandoeningen en/of verminderde weerstand en alle 60-plussers krijgen hiertoe een gratis griepprik aangeboden. De griepprik kan ernstige gevolgen van griep in de meeste gevallen voorkómen. De doelgroep van de campagne (hoogrisicopatiënten) wordt uitgenodigd door hun huisarts. De huisarts maakt hiertoe zelf een selectie uit zijn patiëntenbestand. Landelijk bezien bestaat de groep die een uitnodiging ontvangt voor ongeveer een derde uit volwassenen tot 60 jaar, voor een derde uit gezonde 60-plussers, voor een kwart uit 60-plussers met chronische aandoeningen.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over influenza

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Annual report Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    Reukers et al., 2019 gebaseerd op Nivel data

    Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    Heins et al., 2017

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor influenza

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

    Eurostat

    Percentage gevaccineerden

    Europese bevolking vanaf 65 jaar

    Eurostat metadata

    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamen met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LMR
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) Klinische opnamen, aantal verpleegdagen, en gemiddelde opnameduur met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LBZ

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Reukers D.F.M., van Asten L., Brandsema P.S., Dijkstra F., Donker G.A., van Gageldonk-Lafeber A.B., et al. Annual report Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2018/2019. Bilthoven: RIVM; 2019. Bron
    2. Heins M, Hooiveld M., Davids R, Korevaar J. Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie 2016. Utrecht: Nivel; 2017. Bron
  • European Health Interview Survey (EHIS)

    Het European Health Interview Survey (EHIS) heeft als doel om op een geharmoniseerde manier en met een hoge mate van vergelijkbaarheid tussen EU-lidstaten de gezondheidsstatus en gezondheidsdeterminanten (inclusief milieu) te meten. Ook wordt het gebruik en toegang tot gezondheidszorg van de EU-burgers gemeten. De dekking van de enquête is de bevolking van 15 jaar of ouder die deel uitmaakt van particuliere huishoudens en woont op het grondgebied van het betreffende land.

    EHIS is ontwikkeld tussen 2003 en 2006. Het bestaat uit vier modules over gezondheidsstatus, gezondheidsdeterminanten, gezondheidszorg en achtergrondvariabelen. De eerste wave van EHIS (EHIS-ronde 2008) werd tussen 2006 en 2009 in 17 EU-lidstaten, en in Zwitserland en Turkije uitgevoerd. De tweede wave (EHIS ronde 2014) is tussen 2013 en 2015 uitgevoerd in alle EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen.

    EHIS omvat de volgende onderwerpen:

    • Gezondheidsstatus
      Dit onderwerp bevat verschillende dimensies van gezondheidsstatus en beperkingen voor gezondheidsgerelateerde activiteiten 
    • Gezondheidszorg
      Dit onderwerp behandelt het gebruik van verschillende soorten geneesmiddelen en formele en informele gezondheids- en sociale zorgdiensten, die worden aangevuld met gegevens over gezondheidsgerelateerde uitgaven en beperkingen in toegang tot en voldoening aan gezondheidszorgdiensten
    • Gezondheidsdeterminanten
      Dit onderwerp bevat diverse individuele en milieu-gezondheidsdeterminanten. 
    • Achtergrondvariabelen op demografie en sociaal-economische status
      Alle indicatoren worden uitgedrukt in percentages van de bevolking en de statistieken worden verdeeld over leeftijd en geslacht en een andere dimensie, zoals het opleidingsniveau, de inkomstenkwintielgroep of de arbeidsstatus.

    Bron: EHIS metadata (Eurostat, 2016)

Methoden
  • Regionale vergelijking vaccinatiegraad

    Regionale vergelijking vaccinatiegraad: De griepvaccinatie wordt via de huisarts geregistreerd. Omdat de huisarts ook patiënten uit andere gemeenten in zijn patiëntenpopulatie kan hebben, kan er sprake zijn van over- of onderrapportage. Het opkomstpercentage per gemeente is berekend door het aantal uitgevoerde griepvaccinaties te delen door het aantal 60-plussers in een gemeente.

  • CBS-sterftecijfers

    De CBS-sterftecijfers geven een onderschatting, omdat griep niet altijd wordt gemeld als primaire doodsoorzaak. Het gaat in de statistieken om de primaire (onderliggende) doodsoorzaak en niet om de directe aanleiding van het overlijden. Elk jaar valt de piek van IAZ samen met de winterpiek van de sterfte aan long-, hart- en vaatziekten. Aangenomen wordt dat bij een groot deel van de sterfte aan deze aandoeningen een infectie met het influenzavirus een rol speelt, ook al staat influenza niet vermeld op het overlijdenscertificaat (Crombie et al., 1995). Hoewel beslist niet vaststaat dat de bedoelde oversterfte steeds helemaal op rekening van een influenzavirusinfectie mag worden geboekt, leidt het geheel weglaten van deze sterfte tot een behoorlijke onderschatting van de gevolgen van influenza-epidemieën (Sprenger et al., 1993; van Genugten et al., 2001). Om de ernst van de influenza-epidemie toch in te kunnen schatten wordt gebruik gemaakt van syndroomsurveillance waarbij influenza-activiteit wordt gerelateerd aan ziekenhuisopnamen of sterfte (Mølbak & Mazick, 2013; Wijngaard et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Crombie DL, Fleming DM, Cross KW, Lancashire RJ. Concurrence of monthly variations of mortality related to underlying cause in Europe. J Epidemiol Community Health. 1995;49(4):373-8. Pubmed
    2. Sprenger MJ, Mulder PG, Beyer WE, Van Strik R, Masurel N. Impact of influenza on mortality in relation to age and underlying disease, 1967-1989. Int J Epidemiol. 1993;22(2):334-40. Pubmed
    3. van Genugten MLL, Heijnen MLA, Jager JC. Scenario-ontwikkeling zorgvraag bij een influenzapandemie. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2001. Bron
    4. Mølbak K, Mazick A. European monitoring of excess mortality for public health action (EuroMOMO). Eur J Public Health. 2013;suppl 1(23) . Bron
    5. van den Wijngaard CC, van Asten L, Meijer A, van Pelt W, Nagelkerke NJD, Donker GA, et al. Detection of excess influenza severity: associating respiratory hospitalization and mortality data with reports of influenza-like illness by primary care physicians. Am J Public Health. 2010;100(11):2248-54. Pubmed | DOI
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.