Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

InfluenzaPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Influenza in top-5 meest voorkomende aandoeningen

Regionaal & Internationaal

Geen regionaal patroon in vaccinatiegraad

Kosten

Kosten van zorg 711 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Eenvijfde Nederlanders haalt griepprik

Vaccinatiegraad voor griepprik

17 procent Nederlandse bevolking krijgt griepprik

In 2017 heeft ruim 17% van de totale bevolking en 50% van de doelgroep een griepprik gehaald. Circa 35% van de Nederlandse bevolking behoort tot de doelgroep van het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG): 60-plussers en mensen met een medische indicatie (Gezondheidsraad, 2014). De hoogste vaccinatiegraad (70%) werd gevonden onder personen van 65 jaar of ouder die naast hun leeftijd ook een medische indicatie voor vaccinatie hadden (Heins et al., 2018). De vaccinatiegraad is tussen 1991 en 1996 gestegen en daarna tot 2007 gestabiliseerd. Vanaf 2007 daalt de vaccinatiegraad.

Meer informatie

Datum publicatie

16-10-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Grip op griep. Den Haag: Gezondheidsraad; 2014. Bron
  2. Heins M, Hooiveld M, Korevaar J. Monitor vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie 2017. Utrecht: Nivel; 2018. Bron
  3. Tacken MAJB, Jansen B, Mulder J, Tiersma W, Braspenning J. Monitoring vaccinatiegraad. Nationaal Programma Grieppreventie 2014. Nijmegen: LINH, IQ Healthcare; 2014. Bron
  4. Sloot R, Hooiveld M, ten Veen P, Korevaar J. Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie 2014. Utrecht: NIVEL; 2015. Bron

Effectiviteit griepprik

Effectiviteit griepvaccinatie 47% in seizoen 2016/2017

Voor het griepseizoen 2016/2017 was de effectiviteit van de griepprik in Nederland 47% (Teirlinck et al., 2017). De afgelopen jaren was de effectiviteit van de griepprik meestal 20-60% (Teirlinck et al., 2017; Darvishian et al., 2017). Hoe hoger de vaccin effectiviteit, hoe meer mensen beschermd zijn tegen een griepinfectie. De effectiviteit was in het seizoen 2014/2015 het laagst (0%). Dit kwam omdat het circulerende virus door mutaties niet meer overeenkwam met het vaccinvirus. Als een patiënt na vaccinatie toch influenza krijgt, verloopt de ziekte meestal minder ernstig. De griepprik voorkomt ziekenhuisopnamen en sterfte vanwege influenza en complicaties bij influenza (Gezondheidsraad, 2014). Het effect van vaccinatie is onder meer afhankelijk van de gelijkenis tussen de influenzastammen die circuleren en de vaccinstammen, van de influenza-activiteit en van het immuunsysteem van de geïnfecteerde persoon. Hiermee kunnen de effecten van de griepvaccinatie per jaar verschillen. Naar schatting zijn in het influenzaseizoen 2016/2017 ongeveer 34.000 mensen met influenza voorkomen door vaccinatie. 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Teirlinck A.C., van Asten L, Brandsema PS, Dijkstra F, Trab Damsgaard M, van Gageldonk-Lafeber AB, et al. Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2016/2017. Bilthoven: RIVM; 2017. Bron | DOI
  2. Darvishian M, Dijkstra F, van Doorn E, Bijlsma MMJ, Donker GA., de Lange MMA, et al. Influenza Vaccine Effectiveness in the Netherlands from 2003/2004 through 2013/2014: The Importance of Circulating Influenza Virus Types and Subtypes. PLOS ONE. 2017;12(1). Bron | DOI
  3. Gezondheidsraad. Grip op griep. Den Haag: Gezondheidsraad; 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Influenza

    Influenza (ICD-9-code 487; ICD-10-code J10-11) wordt veroorzaakt door het influenzavirus type A of B. Het is een acute aandoening van de luchtwegen die met name voorkomt in de koude jaargetijden. De incubatietijd van influenza is één tot drie dagen. Gedurende de eerste week van de ziekte is iemand besmettelijk voor zijn omgeving. De infectie verspreidt zich door hoesten en niezen of door direct contact met de zieke. Het echte ziektebeeld begint vaak met een stijging van de lichaamstemperatuur tot 40 graden Celsius of hoger die gepaard gaat met koude rillingen. Een influenzapatiënt voelt zich ellendig, heeft hoofd- en spierpijn, hoest en/of heeft pijn achter het borstbeen. De koorts duurt bij ongecompliceerde influenza meestal twee tot vijf dagen. Als de koorts verdwenen is, voelt de patiënt zich vaak nog een paar dagen tot weken niet fit. Gezonde mensen doorstaan influenza binnen 1 à 2 weken zonder restverschijnselen.

    Op klinische gronden is het moeilijk om in individuele gevallen een duidelijk onderscheid te maken tussen luchtweginfecties veroorzaakt door influenzavirussen en luchtweginfecties veroorzaakt door andere virussen. In de praktijk wordt daarom vaak de diagnose 'influenza-achtig ziektebeeld' (IAZ) gesteld, dat als volgt is omschreven in Dijkstra et al., 2009:

    • Een acuut begin: vage klachten begonnen hooguit 3-4 dagen eerder.
    • Koorts: lichaamstemperatuur ten minste 38,0 graden Celsius rectaal.
    • Aanwezigheid van minimaal één van de volgende symptomen: hoest, neusverkoudheid, keelpijn, hoofdpijn, pijn ter hoogte van het borstbeen en spierpijn.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Dijkstra F, Brandsema PS, van Gageldonk-Lafeber AB, van der Hoek W. Jaarrapportage surveillance respiratoire infectieziekten 2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2009. Bron
  • Influenzavirus

    Het influenzavirus kent een type A en B. De type A-virussen kenmerken zich door een grote mate van variatie in hun oppervlakte-eiwitten, het hemagglutinine (H) en het neuraminidase (N). Er bestaan verschillende subtypen. Voorbeelden hiervan zijn H1N1, H1N2 en H3N2. Deze subtypen circuleren niet allemaal tegelijk, maar vaak in begrensde tijdvakken. Type A is wat betreft ziekte-ernst en sterfte belangrijker dan type B. Van het influenza B-virus bestaan geen subtypen, maar deze worden wel onderverdeeld in lijnen (Yamagata-lijn, Victoria-lijn). Het influenzavirus kan bijna elk jaar een grote of kleine epidemie veroorzaken met hetzelfde ziektebeeld bij alle leeftijdsgroepen. Dit komt doordat van tijd tot tijd nieuwe virusvarianten ontstaan door veranderingen in de eiwitten (antigenen) op het oppervlak van het virus (antigene drift). Doordat de afweer is gericht tegen oppervlakte-antigenen, omzeilt het virus de immuniteit die in de bevolking door natuurlijke infectie of vaccinatie is opgebouwd. Plotselinge veranderingen in een subtype kunnen ook leiden tot een sterk afwijkende antigeenstructuur (antigene shift). Het influenzavirus kan zich dan op grote schaal verspreiden omdat mensen weinig of geen immunologisch verweer hebben tegen dit geheel of gedeeltelijk vernieuwde virus. Er kan dan een wereldwijde epidemie (pandemie) ontstaan.

  • Griepseizoen

    De cijfers voor influenza worden vaak per seizoen weergegeven en niet per jaar. De WHO hanteert voor een ‘seizoen’ de periode van week 40 tot en met week 20 in het daaropvolgende jaar. Het voordeel van seizoencijfers is dat er niet twee epidemieën in één seizoen vallen of dat één epidemie over twee kalenderjaren wordt verdeeld. Bij jaarcijfers kan dat wel gebeuren wat tot een vertekend beeld leidt.

  • Nationaal Programma Grieppreventie (NPG)

    In 1997 is het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) ingevoerd, met als doel ziekte en sterfte als gevolg van griep te voorkómen. Kinderen en volwassenen met bepaalde chronische aandoeningen en/of verminderde weerstand en alle 60-plussers krijgen hiertoe een gratis griepprik aangeboden. De griepprik kan ernstige gevolgen van griep in de meeste gevallen voorkómen. De doelgroep van de campagne (hoogrisicopatiënten) wordt uitgenodigd door hun huisarts. De huisarts maakt hiertoe zelf een selectie uit zijn patiëntenbestand. Landelijk bezien bestaat de groep die een uitnodiging ontvangt voor ongeveer een derde uit volwassenen tot 60 jaar, voor een derde uit gezonde 60-plussers, voor een kwart uit 60-plussers met chronische aandoeningen.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over influenza

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Annual report Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    Teirlinck et al., 2017 gebaseerd op NZR data

    Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie

    Jaarprevalentie

    Nederlandse bevolking

    Heins et al., 2017

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor influenza

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

    European Health Interview Survey (EHIS)

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Europese bevolking vanaf 15 jaar

    EHIS metadata (Eurostat)

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Teirlinck A.C., van Asten L, Brandsema PS, Dijkstra F, Trab Damsgaard M, van Gageldonk-Lafeber AB, et al. Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2016/2017. Bilthoven: RIVM; 2017. Bron | DOI
    2. Heins M, Hooiveld M, Davids R, Korevaar J. Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie 2016. Utrecht: Nivel; 2017. Bron
  • European Health Interview Survey (EHIS)

    Het European Health Interview Survey (EHIS) heeft als doel om op een geharmoniseerde manier en met een hoge mate van vergelijkbaarheid tussen EU-lidstaten de gezondheidsstatus en gezondheidsdeterminanten (inclusief milieu) te meten. Ook wordt het gebruik en toegang tot gezondheidszorg van de EU-burgers gemeten. De dekking van de enquête is de bevolking van 15 jaar of ouder die deel uitmaakt van particuliere huishoudens en woont op het grondgebied van het betreffende land.

    EHIS is ontwikkeld tussen 2003 en 2006. Het bestaat uit vier modules over gezondheidsstatus, gezondheidsdeterminanten, gezondheidszorg en achtergrondvariabelen. De eerste wave van EHIS (EHIS-ronde 2008) werd tussen 2006 en 2009 in 17 EU-lidstaten, en in Zwitserland en Turkije uitgevoerd. De tweede wave (EHIS ronde 2014) is tussen 2013 en 2015 uitgevoerd in alle EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen.

    EHIS omvat de volgende onderwerpen:

    • Gezondheidsstatus
      Dit onderwerp bevat verschillende dimensies van gezondheidsstatus en beperkingen voor gezondheidsgerelateerde activiteiten 
    • Gezondheidszorg
      Dit onderwerp behandelt het gebruik van verschillende soorten geneesmiddelen en formele en informele gezondheids- en sociale zorgdiensten, die worden aangevuld met gegevens over gezondheidsgerelateerde uitgaven en beperkingen in toegang tot en voldoening aan gezondheidszorgdiensten
    • Gezondheidsdeterminanten
      Dit onderwerp bevat diverse individuele en milieu-gezondheidsdeterminanten. 
    • Achtergrondvariabelen op demografie en sociaal-economische status
      Alle indicatoren worden uitgedrukt in percentages van de bevolking en de statistieken worden verdeeld over leeftijd en geslacht en een andere dimensie, zoals het opleidingsniveau, de inkomstenkwintielgroep of de arbeidsstatus.

    Bron: EHIS metadata (Eurostat, 2016)

Methoden
  • Regionale vergelijking vaccinatiegraad

    Regionale vergelijking vaccinatiegraad: De griepvaccinatie wordt via de huisarts geregistreerd. Omdat de huisarts ook patiënten uit andere gemeenten in zijn patiëntenpopulatie kan hebben, kan er sprake zijn van over- of onderrapportage. Het opkomstpercentage per gemeente is berekend door het aantal uitgevoerde griepvaccinaties te delen door het aantal 60-plussers in een gemeente.

  • CBS-sterftecijfers

    De CBS-sterftecijfers geven een onderschatting, omdat griep niet altijd wordt gemeld als primaire doodsoorzaak. Het gaat in de statistieken om de primaire (onderliggende) doodsoorzaak en niet om de directe aanleiding van het overlijden. Elk jaar valt de piek van IAZ samen met de winterpiek van de sterfte aan long-, hart- en vaatziekten. Aangenomen wordt dat bij een groot deel van de sterfte aan deze aandoeningen een infectie met het influenzavirus een rol speelt, ook al staat influenza niet vermeld op het overlijdenscertificaat (Crombie et al., 1995). Hoewel beslist niet vaststaat dat de bedoelde oversterfte steeds helemaal op rekening van een influenzavirusinfectie mag worden geboekt, leidt het geheel weglaten van deze sterfte tot een behoorlijke onderschatting van de gevolgen van influenza-epidemieën (Sprenger et al., 1993; van Genugten et al., 2001). Om de ernst van de influenza-epidemie toch in te kunnen schatten wordt gebruik gemaakt van syndroomsurveillance waarbij influenza-activiteit wordt gerelateerd aan ziekenhuisopnamen of sterfte (Mølbak & Mazick, 2013; Wijngaard et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Crombie DL, Fleming DM, Cross KW, Lancashire RJ. Concurrence of monthly variations of mortality related to underlying cause in Europe. J Epidemiol Community Health. 1995;49(4):373-8. Pubmed
    2. Sprenger MJ, Mulder PG, Beyer WE, Van Strik R, Masurel N. Impact of influenza on mortality in relation to age and underlying disease, 1967-1989. Int J Epidemiol. 1993;22(2):334-40. Pubmed
    3. van Genugten MLL, Heijnen MLA, Jager JC. Scenario-ontwikkeling zorgvraag bij een influenzapandemie. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2001. Bron
    4. Mølbak K, Mazick A. European monitoring of excess mortality for public health action (EuroMOMO). Eur J Public Health. 2013;suppl 1(23) . Bron
    5. van den Wijngaard CC, van Asten L, Meijer A, van Pelt W, Nagelkerke NJD, Donker GA, et al. Detection of excess influenza severity: associating respiratory hospitalization and mortality data with reports of influenza-like illness by primary care physicians. Am J Public Health. 2010;100(11):2248-54. Pubmed | DOI