Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

InfectieziektenPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Meeste meldingen voor kinkhoest in 2017

Regionaal & Internationaal

Mazelenepidemie in 2013-2014 met name in Biblebelt

Kosten

Infectieziekten minstens 1,7% van zorgkosten 2015

Preventie & Zorg

30.000 ziekenhuisopnamen infectieziekten in 2010

Rijksvaccinatieprogramma

Rijksvaccinatieprogramma beschermt kinderen tegen ernstige infectieziekten

Om kinderen te beschermen tegen ernstige infectieziekten, heeft de Nederlandse overheid het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) ingesteld. Het gaat hierbij om infectieziekten die kunnen leiden tot de dood of tot blijvend ernstige gevolgen als hersenbeschadiging, spierverlamming of doof- en blindheid.

Niet tegen elke ziekte waarvoor een vaccin beschikbaar is, wordt standaard gevaccineerd

Er zijn infectieziekten waarvoor in Nederland niet standaard (in het Rijksvaccinatieprogramma) wordt gevaccineerd, terwijl dit in sommige andere landen wel het geval is (bijvoorbeeld waterpokken). De meest recente toevoegingen aan het RVP zijn vaccins tegen het Humaan Papilloma Virus (HPV), ter preventie van baarmoederhalskanker, en tegen hepatitis B (een acute of chronische ontsteking van de lever, die kan leiden tot leverfalen en leverkanker).

Bestrijding en surveillance infectieziekten

Centrum Infectieziektebestrijding (RIVM) coördineert infectieziektebestrijding

Infectieziektebestrijding heeft tot doel het optreden van infectieziekten zoveel mogelijk te voorkómen. Verder moet het toch opgetreden infectieziekten signaleren en verspreiding van deze infectieziekten tegengaan. Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM coördineert de infectieziektebestrijding. Het CIb coördineert bij een dreiging of bestrijding van een uitbraak. Ook voert het CIb de landelijke surveillance van infectieziekten uit. Daarnaast adviseert het CIb de minister van VWS en professionals in de praktijk over het gewenste preventie- en bestrijdingsbeleid.

Richtlijnen voor bestrijding infectieziekten

Het LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding, onderdeel van CIb) ontwikkelt richtlijnen en draaiboeken voor de lokale en landelijke bestrijding van infectieziekten. De richtlijnen gelden als 'veldnorm' of 'professionele standaard' voor GGD'en. In de draaiboeken is vastgelegd wat er moet gebeuren wanneer meerdere aan elkaar gerelateerde ziektegevallen optreden die een gevaar kunnen zijn voor de regionale volksgezondheid.Het CIb werkt nauw samen met het Europese Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (European Center for Disease Prevention and Control, ECDC) in Stockholm.

Nederland beschikt over diverse surveillancenetwerken voor infectieziekten

Infectieziektensurveillance is het systematisch verzamelen van gegevens over infectieziekten, met als doel uitbraken tijdig te signaleren. Nederland beschikt over diverse netwerken voor infectieziektensurveillance, waarvan een groot deel wordt beheerd door het RIVM. Op basis van de surveillancedata bepaalt het RIVM of er een bedreiging is voor de volksgezondheid en of er aanleiding is voor bestrijdingsmaatregelen.

Meer informatie

Preventie infectieziekten in de zorg

VWS en zorginstellingen delen verantwoordelijkheid preventie zorggerelateerde infecties

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de zorginstellingen spelen een belangrijke rol bij de bestrijding van zorggerelateerde infecties. De verantwoordelijkheid voor verantwoorde zorg, en daarmee voor de preventie van zorggerelateerde infecties, ligt volgens de Kwaliteitswet zorginstellingen bij de zorginstellingen. Ook het ministerie van VWS heeft de verantwoordelijkheid infecties in instellingen te beperken om de volksgezondheid niet onnodig te bedreigen. Het ministerie doet dit door allerlei preventieve activiteiten op dit gebied te subsidiëren.

Overheid subsidieert preventie van antibioticaresistentie

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) subsidieert verschillende maatregelen gericht op het voorkómen van antibioticaresistentie. Zo is zij financier van instellingen als het RIVM en de SWAB die betrokken zijn bij een groot deel van de surveillance van antibioticaresistentie. Daarnaast draagt de overheid bij aan het ondersteunen van onderzoeksprojecten op dit terrein. De overheid subsidieert verder organisaties die zich bezighouden met het ontwikkelen van richtlijnen, zoals die voor antibioticagebruik en infectiepreventie.

EARS-Net maakt resistentie op Europees niveau inzichtelijk

EARS-Net is een Europees netwerk van nationale surveillance systemen, dat Europese referentiegegevens verstrekt over antibioticaresistentie ten behoeve van de volksgezondheid. EARS-Net brengt verschillen tussen landen en trends in de tijd van antibioticaresistentie in beeld. De gegevens zijn afkomstig uit meer dan 900 laboratoria van 28 landen in Europa. Het netwerk wordt gecoördineerd en gefinancierd door het ECDC. De coördinatie van EARS-Net (voorheen EARSS) is in 2010 overgebracht van het RIVM naar het ECDC.

Verantwoording

Definities
  • Wat is een infectieziekte?

    De meest gehanteerde manieren om infectieziekten in te delen zijn:

    • op basis van de overdrachts-/transmissieroute (bijvoorbeeld voedselinfecties en seksueel overdraagbare aandoeningen);
    • op basis van de ziekteverwekker (bijvoorbeeld hepatitis B enHaemophilus influenzae type b (Hib));
    • op basis van het orgaan waarin de ziekte primair optreedt (bijvoorbeeld luchtweginfecties en urineweginfecties);
    • op basis van setting (bijvoorbeeld ziekenhuisinfecties);
    • op basis van vermijdbaarheid door vaccinatie.

    De ICD-classificatie heeft infectieziekten ingedeeld op basis van een mix van de bovengenoemde uitgangspunten, waardoor niet alle infectieziekten in het hoofdstuk 'Infectieziekten en parasitaire aandoeningen' (ICD-10-codes A00-B99) zijn ingedeeld, maar bijvoorbeeld ook in de hoofdstukken 'Ziekten van het urogenitale stelsel' (acute urineweginfecties) en 'Ziekten van de ademhalingswegen'. Acute infecties van de onderste en bovenste luchtwegen, influenza en pneumonie (longontsteking) zijn in het laatstgenoemde hoofdstuk ingedeeld. De infectieziekten die onder het hoofdstuk 'Infectieziekten en parasitaire ziekten' vallen zijn in de tabel hieronder te vinden. 

    ICD-code Infectieziekte
    A00-A09  intestinale infecties
    A15-A19  tuberculose
    A20-A28  bepaalde bacteriële-zoönosen
    A30-A49  overige bacteriële-ziekten
    A50-A64  infecties met hoofdzakelijk-seksuele overdracht
    A65-A69  overige ziekten door spirocheten
    A70-A74  overige ziekten door Chlamydia
    A75-A79  rickettsiosen
    A80-A89  virusinfecties van centraal zenuwstelsel
    A90-A99  door-artropoden-overgebrachte virale-koorts en virale hemorragische-koorts
    B00-B09  virusinfecties gekenmerkt door huid- en slijmvliesafwijkingen
    B15-B19  virushepatitis
    B20-B24  ziekte door humaan immunodeficiëntievirus [HIV]
    B25-B34  overige virusziekten

    B35-B49

    schimmelziekten

    B50-B64

    ziekten door protozoën 
    B65-B83  wormziekten
    B85-B89  pediculose, acariasis en overige infestaties
    B90-B94  late gevolgen van infectieziekten en parasitaire aandoeningen
    B95-B98  bacteriële, virale en overige infectieuze-agentia
    B99-B99  overige infectieziekten
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over infectieziekten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Staat van infectieziekten

    Aantal (wettelijke) meldingen van infectieziekten

    Nederlandse bevolking

    De Gier et al., 2018

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met infectieziekten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor infectieziekten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. De Gier B, Mooij SH, Hahne SJM. Staat van Infectieziekten in Nederland, 2017. Bilthoven: RIVM; 2018. Bron
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Berekening ziektelast infectieziekten

    De cijfers over ziektelast die hier worden gepresenteerd zijn op verschillende manieren berekend. Meer informatie over de berekening van de ziektelast voor de VTV-2014 is te vinden in Ziektelastberekeningen. De cijfers over trends in ziektelast van infectieziekten zijn berekend door het Centrum Infectieziektenbestrijding van het RIVM, in het kader van de Staat van de infectieziekten 2013 (Bijkerk et al., 2014). 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bijkerk P, van Lier A, McDonald S, Kardamanidis K, Fanoy EB, Wallinga J. State of Infectious Diseases in the Netherlands, 2013. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.