Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

InfectieziektenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Meeste meldingen voor kinkhoest in 2019

Regionaal & Internationaal

Coronavirus (COVID-19) per gemeente

Kosten

Zorguitgaven ruim 1,5 miljard in 2017

Preventie & Zorg

37.000 ziekenhuisopnamen infectieziekten in 2018

Trend en toekomst infectieziekten

Trend aantal meldingen infectieziekten 2005-2019

Meest opvallende meldingsplichtige infectieziekten
InfectieziekteKinkhoestHepatitis B AcuutMazelenBofQ-koorts
20055939301305
200643812441013
20077743224100195
20088135225109251003
2009635121511802424
2010369619620563411
201170541565160977
2012138511753539763
20133491146265920520
201490571411404026
2015667210878720
2016559011467114
20174961115164622
20184744101247318
201962811018413116

Bron: Staat van Infectieziekten 2019 (Lagerweij et al., 2021)

Kinkhoest meest voorkomende meldingsplichtige infectieziekte

In de periode 2005-2019 was kinkhoest de meest voorkomende meldingsplichtige infectieziekte. In 2013 was er sprake van een uitbraak van mazelen. In het jaar daarvoor vond een uitbraak van kinkhoest plaats. In 2010 en 2011 was de meest in het oogspringende ontwikkeling op het gebied van infectieziekten de uitbraak van bof onder studenten. In 2009 was de uitbraak van Q-koorts het meest opvallend. Meer informatie over trends van infectieziekten zijn opgenomen in de desbetreffende onderwerpen in VZinfo:

Toekomstige trend van infectieziekten moeilijk te voorspellen

De wereld van ziekteverwekkers is complex, dynamisch en veranderlijk. Ziekteverwekkers muteren, vermeerderen en passen zich relatief makkelijk aan als de omgeving verandert. Ziekteverwekkers zijn ook in staat om resistentie te ontwikkelen tegen medicijnen (zie Oorzaken en gevolgen).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

20-04-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Lagerweij G., Schimmer B., Mooij S.H., Raven S., Schoffelen A., de Gier B, et al. Staat van infectieziekten in Nederland, 2019. Bilthoven: RIVM; 2021. Bron

Trend sterfte aan infectieziekten

Sterfte aan infectieziekten 1980-2020

JaarMannen (vóór 2013)Vrouwen (vóór 2013)Totaal (vóór 2013)Mannen (vanaf 2013)Vrouwen (vanaf 2013)Totaal (vanaf 2013)Mannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
19808,36,37,1339278617
19817,36,86,9288295583
19828,16,47,1337292629
19837,67,67,5307339646
19848,16,57,1342314656
19857,07,27,0310346656
19868,97,58,0408372780
19878,37,47,8407373780
19888,57,07,6437353790
198910,88,19,3553433986
199011,98,610,16364661.102
199112,68,910,66945061.200
199214,88,711,48375021.339
199316,511,113,59346431.577
199414,810,512,48596191.478
199515,311,813,48947181.612
199616,211,713,78907111.601
199713,811,712,67367161.452
199814,312,413,17577541.511
199915,513,214,08148201.634
200014,813,313,87888421.630
200114,013,613,77738751.648
200215,514,114,58299101.739
200316,015,915,78731.0191.892
200415,715,215,38739961.869
200515,114,814,78499811.830
200615,815,315,38921.0331.925
200714,914,214,48709781.848
200815,715,415,39271.0862.013
200915,714,715,09681.0542.022
201016,015,015,31.0101.0942.104
201114,515,414,89501.1542.104
201216,214,915,41.0921.1392.231
201322,321,421,61.5321.6603.192
201420,720,720,51.4711.6333.104
201522,822,522,51.6781.8193.497
201618,919,619,21.4441.6103.054
201718,220,419,21.4301.7023.132
201818,920,919,91.5461.7773.323
201918,919,919,41.5901.7173.307
202016,117,917,01.3991.5732.972

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-codes A00-B99
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie tekst en Verantwoording).

Sterfte aan infectieziekten in de periode 1980-2012 gestegen

De sterfte aan infectieziekten is in de periode 1980-2012 gestegen. Voor mannen is de sterfte in deze periode bijna verdubbeld en voor vrouwen meer dan verdubbeld. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). De sterfte lag in 2020 voor zowel mannen als vrouwen op een beduidend lager niveau dan in de voorgaande jaren. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat mensen met een verminderde weerstand in 2020 een verhoogde kans hadden om te overlijden aan COVID-19, een ziekte veroorzaakt door het coronavirus. Sterfte door COVID-19 is afzonderlijk gecodeerd en valt buiten de sterfte door (andere) infectieziekten.
De toename in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is groter. Voor mannen is de absolute sterfte met ruim een factor 3 toegenomen, van 339 in 1980 naar 1.092 in 2012. Voor vrouwen is de absolute sterfte met een factor 4 toegenomen, van 278 in 1980 naar 1.139 in 2012. De absolute sterfte voor mannen was met 1.399 in 2020 kleiner dan in 2019 (1.590). Ook voor vrouwen was de absolute sterfte in 2020 (1.573) kleiner dan in 2019 (1.717).

Trendbreuk in 2013 als gevolg van wijziging codering doodsoorzaak

In 2013 is het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen. De invoer van automatisch coderen ging gepaard met de invoer van ICD-10-update: niet nader gespecificeerde diarree wordt sinds 2013 gecodeerd als infectieziekte. Vóór 2013 werd niet nader gespecificeerde diarree gecodeerd als ziekte van het spijsverteringsstelsel. De update heeft geleid tot een grote verschuiving van ziekten van het spijsverteringsstelsel naar infectieziekten als doodsoorzaak. Vanaf 2013 lijkt de sterfte aan infectieziekten af te nemen.

Meer informatie

Datum publicatie

14-09-2021

Verantwoording

Definities
  • Wat is een infectieziekte?

    De meest gehanteerde manieren om infectieziekten in te delen zijn:

    • op basis van de overdrachts-/transmissieroute (bijvoorbeeld voedselinfecties en seksueel overdraagbare aandoeningen);
    • op basis van de ziekteverwekker (bijvoorbeeld hepatitis B enHaemophilus influenzae type b (Hib));
    • op basis van het orgaan waarin de ziekte primair optreedt (bijvoorbeeld luchtweginfecties en urineweginfecties);
    • op basis van setting (bijvoorbeeld ziekenhuisinfecties);
    • op basis van vermijdbaarheid door vaccinatie.

    De ICD-classificatie heeft infectieziekten ingedeeld op basis van een mix van de bovengenoemde uitgangspunten, waardoor niet alle infectieziekten in het hoofdstuk 'Infectieziekten en parasitaire aandoeningen' (ICD-10-codes A00-B99) zijn ingedeeld, maar bijvoorbeeld ook in de hoofdstukken 'Ziekten van het urogenitale stelsel' (acute urineweginfecties) en 'Ziekten van de ademhalingswegen'. Acute infecties van de onderste en bovenste luchtwegen, influenza en pneumonie (longontsteking) zijn in het laatstgenoemde hoofdstuk ingedeeld. De infectieziekten die onder het hoofdstuk 'Infectieziekten en parasitaire ziekten' vallen zijn in de tabel hieronder te vinden. 

    ICD-code Infectieziekte
    A00-A09  intestinale infecties
    A15-A19  tuberculose
    A20-A28  bepaalde bacteriële-zoönosen
    A30-A49  overige bacteriële-ziekten
    A50-A64  infecties met hoofdzakelijk-seksuele overdracht
    A65-A69  overige ziekten door spirocheten
    A70-A74  overige ziekten door Chlamydia
    A75-A79  rickettsiosen
    A80-A89  virusinfecties van centraal zenuwstelsel
    A90-A99  door-artropoden-overgebrachte virale-koorts en virale hemorragische-koorts
    B00-B09  virusinfecties gekenmerkt door huid- en slijmvliesafwijkingen
    B15-B19  virushepatitis
    B20-B24  ziekte door humaan immunodeficiëntievirus [HIV]
    B25-B34  overige virusziekten

    B35-B49

    schimmelziekten

    B50-B64

    ziekten door protozoën 
    B65-B83  wormziekten
    B85-B89  pediculose, acariasis en overige infestaties
    B90-B94  late gevolgen van infectieziekten en parasitaire aandoeningen
    B95-B98  bacteriële, virale en overige infectieuze-agentia
    B99-B99  overige infectieziekten
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over infectieziekten

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Staat van infectieziekten

    Aantal (wettelijke) meldingen van infectieziekten

    Nederlandse bevolking

    de Gier et al., 2019

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met infectieziekten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LBZ

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor infectieziekten

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Gier B., Schimmer B., Mooij S.H., Raven C.F.H., Leenstra T., Hahné S.J.M. Staat van infectieziekten in Nederland, 2018. Bilthoven: RIVM; 2019. Bron | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.