Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Infecties van de onderste luchtwegenRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Longontsteking vooral op jonge en oude leeftijd

Regionaal & Internationaal

Sterfte longontsteking NL hoger dan EU gemiddelde

Kosten

Kosten van zorg 711 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Ruim 35.000 ziekenhuisopnamen door longontsteking

Internationale vergelijking sterfte aan longontsteking

Sterfte aan longontsteking internationaal 2015

LandMannenVrouwenTotaal
Portugal78,346,257,7
Slowakije82,943,157,2
Verenigd Koninkrijk64,947,153,7
Polen73,337,149,8
Ierland47,238,542,1
Roemenië53,127,838,5
België51,230,337,7
Slovenië52,330,837,7
Denemarken50,129,636,5
Noorwegen46,527,333,7
Tsjechië46,225,933,1
Malta38,826,831,1
EU38,122,428,1
NEDERLAND32,920,624,7
Duitsland33,317,723,2
Luxemburg28,419,822,8
Spanje29,515,420,6
Zweden29,115,720,6
Estland35,612,820,4
Litouwen34,411,719,8
Bulgarije28,513,819,7
Zwitserland24,916,019,2
Frankrijk25,414,718,5
Letland35,710,118,1
Italië22,112,716,0
Kroatië21,411,815,2
Cyprus16,813,814,9
Hongarije18,810,713,6
Oostenrijk16,49,511,8
Griekenland11,77,79,5
Finland3,82,42,8

Bron: Eurostat, 2018

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totaal (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: J12-J18

Sterfte longontsteking in Nederland ligt rond het EU-gemiddelde

De sterfte door longontsteking is in Nederland ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de Europese Unie (EU). Over het algemeen is de sterfte door longontsteking hoger in landen in het noorden van Europa, zoals in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Maar in 2015 was de sterfte het hoogst in Portugal, en het laagst in Finland en Griekenland (Eurostat, 2018). De belangrijkste oorzaak van longontsteking in Europa is de Streptococcus pneumoniae. Antibioticaresistentie is één van de grootste bedreigingen voor de behandeling van onderste luchtweginfecties (waaronder longontsteking) (Gibson et al., 2013). Resistentie tegen penicilline en andere antibiotica verschilt binnen Europa. In Nederland is de resistentie relatief laag, vooral door het relatief lage gebruik van antibiotica.

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gibson GJ, Loddenkemper R, Sibille Y, Lundbäck B. The European Lung White Book. Sheffield: European Respiratory Society; 2013. Bron

Internationale vergelijking legionellapneumonie

Aantal gerapporteerde gevallen van legionella-pneumonie internationaal 2012

Per 1.000.000 inwoners
LandAantal legionella meldingen
Slovenië39,9
Letland23,5
Denemarken22,8
Italië21,9
Spanje21
Frankrijk19,9
NEDERLAND18,2
Portugal13,6
Oostenrijk12
EU / EEA11,5
Zweden10,8
Malta9,6
België9,6
Luxemburg9,5
Cyprus8,1
Duitsland7,7
Verenigd Koninkrijk6,4
Ijsland6,3
Tjechië5,3
Noorwegen5
Hongarijë3,4
Ierland3,3
Litouwen3
Griekenland2,4
Estland2,2
Finland1,9
Slowakije0,7
Polen0,2
Roemenie0,1
Bulgarije0

Bron: ECDC, 2012

Kanttekening bij Europese incidentiecijfers over legionella

De incidentie van Legionella varieert sterk tussen landen. Mogelijk is dit het gevolg van onderrapportage en gebrekkige diagnose in sommige delen van Europa. De cijfers moeten daarom met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Het European Legionnaires’ Disease Surveillance Network (ELDSNet) voert de monitoring van legionella-infecties in Europa uit. Het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) coördineert dit (ECDC, 2014).

Sterfte legionella onder Nederlandse patiënten lager dan gemiddeld in EU

In 2012 overleed 9% van de gemelde gevallen van legionellapneumonie in Europa, een percentage dat overeenkomt met de voorgaande jaren. In Nederland lag het percentage met 5% onder het Europese gemiddelde. In Hongarije stierf in 2012 het hoogste percentage (33%) en in Slovenië het laagste percentage (1%) als gevolg van legionellapneumonie (ECDC, 2014).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. ECDC. Legionnaires’ disease in Europe. Stockholm: European Centre for Disease Prevention and Control; 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Longontsteking, acute bronchitis en bronchiolitis zijn onderste luchtweginfecties

    Infecties van de onderste luchtwegen zijn onderverdeeld in drie groepen:

    1. Longontsteking (pneumonie): een ontsteking van de onderste luchtwegen (longblaasjes). Er zijn twee typen: 'buiten het ziekenhuis' opgelopen pneumonie (‘community-acquired’ pneumonie (CAP)) en pneumonie 'ontstaan in het ziekenhuis' (nosocomiale pneumonie (NP)). Bijna altijd is infectie de oorzaak. De infectie is vaak in de hogere luchtwegen begonnen. In enkele gevallen is er een chemische of fysische oorzaak, bijvoorbeeld inademing van giftige stoffen of blootstelling aan extreme hitte. Symptomen van longontsteking zijn (een wisselende mate van) koorts, benauwdheid en hoest. Vaak heeft de patiënt ook koude rillingen bij de koorts, hoest slijm op en ademen kan pijn doen. Er kunnen ook aspecifieke klachten zijn, zoals malaise, spier- en hoofdpijn.
    2. Acute bronchitis: een acute ontsteking van de centrale luchtwegen (trachea en bronchi).
    3. Acute bronchiolitis: een acute ontsteking van de lagere luchtwegen (bronchiolen, fijne vertakkingen van de luchtpijp).
  • Diagnostiek mogelijkheden bij onderste luchtweginfecties

    Diagnose veelal gesteld op basis van klinisch ziektebeeld

    Op basis van het klinisch beeld, anamnese en lichamelijk onderzoek (onder andere het beluisteren van de longen) maakt de arts onderscheid tussen (hoest)klachten waarbij geen behandeling nodig is en luchtwegklachten die het gevolg zijn van een aandoening waarvoor wel behandeling gewenst is. In het merendeel van de gevallen stelt de huisarts een diagnose zonder aanvullend onderzoek. Indien er toch aanvullend onderzoek plaatsvindt zijn er verschillende diagnostische mogelijkheden om de diagnose te bevestigen of om specifieke verwekkers aan te tonen.

    Diagnostiek mogelijkheden bij onderste luchtweginfecties

    Diagnostiek

    Waarvoor

    CRP-bepaling

    Onderscheid maken tussen een longontsteking en een milde onderste luchtweginfectie bij matig zieke volwassen patiënten met enkele algemene en/of lokale ziekteverschijnselen (Verheij et al., 2011).

    X-thorax

    Bij twijfel of er sprake is van een longontsteking, bij blijvende onzekerheid, bij geen of onvoldoende snel herstel en bij vermoeden van andere aandoeningen (Verheij et al., 2011).

    Microbiologisch onderzoek

    Het aantonen van de specifieke verwekker van longontsteking in sputum, bloed en/of urine (NVALT, 2003; Aleva et al., 2005File, 2003).

    Serologie

    Het meten van de afweerreactie van het lichaam op specifieke micro-organismen.

    Legionella-antigeentest

    Ter bevestiging bij patiënten met klinische aanwijzingen voor een Legionella-pneumonie (Schouten et al., 2005). Deze test is met name gericht op het aantonen van anigenen van L. pneumophila serogroep 1.

    Moleculaire diagnostiek (PCR)

    Bij verwekkers die niet of lastig te kweken zijn.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Verheij T JM, Hopstaken RM, Prins JM, Salomé PL, Bindels PJE, Ponsioen BP†, et al. NHG-Standaard Acuut hoesten (Eerste herziening). Huisarts Wet. 2011;54. Bron
    2. Aleva RM, Boersma WG, Dutch Thoracic Society. Guideline 'Diagnosis and treatment of community-acquired pneumonia' from the Dutch Thoracic Society. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149(45):2501-7. Bron | Pubmed
    3. File TM. Community-acquired pneumonia. Lancet. 2003;362(9400):1991-2001. Pubmed | DOI
    4. Schouten JA, Prins JM, Bonten MJM, Degener JE, Janknegt R, Hollander JMR, et al. [Optimizing the antibiotics policy in The Netherlands. VIII. Revised SWAB guidelines for antimicrobial therapy in adults with community-acquired pneumonia]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149(45):2495-500. Pubmed
  • Behandeling infecties van de onderste luchtwegen

    Longontsteking bijna altijd behandeld met antibiotica

    Bijna alle patiënten die met een longontsteking in het ziekenhuis worden opgenomen, krijgen antibiotica toegediend. De keuze van de aanvangsbehandeling van pneumonie (CAP) met antibiotica hangt af van de ernst van de ziekte (lichte, matig ernstige en ernstige pneumonie). Bij een aangetoonde ziekteverwekker verdient een gerichte antibiotische behandeling de voorkeur. Wegens een toegenomen resistentie van S. pneumoniae tegen doxycycline en macroliden, is amoxicilline het eerstekeusmiddel (Verheij et al., 2011). Bij ernstige ziekte is soms mechanische beademing op de intensive-care nodig. De behandeling is verder gericht op het verlichten van de klachten.

    Behandeling van acute bronchi(oli)tis gericht op verminderen klachten

    Zowel de behandeling van acute bronchitis als acute bronchiolitis is in principe gericht op het verminderen van klachten. Behandeling met antibiotica heeft geen duidelijke voordelen boven niet behandelen, tenzij koorts en tekenen van secundaire bacteriële infectie optreden (Verheij et al., 2011). In geval van acute bronchitis bij ouderen en patiënten met veel hoestklachten of acute bronchiolitis bij (jonge) kinderen schrijven (huis- en kinder)artsen wel vaak antibiotica voor. De reden hiervoor is, dat het niet mogelijk is, dergelijke bacteriële infecties uit te sluiten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Verheij T JM, Hopstaken RM, Prins JM, Salomé PL, Bindels PJE, Ponsioen BP†, et al. NHG-Standaard Acuut hoesten (Eerste herziening). Huisarts Wet. 2011;54. Bron
  • Beloop infecties van de onderste luchtwegen

    Longontsteking kan ernstig verlopen

    Het beloop van een longontsteking kan zeer ernstig zijn. Herstel duurt gemiddeld 2-4 weken, maar afhankelijk van de ziekteverwekker en patiëntgebonden factoren kan de ziekte ook een slepend karakter hebben. De benauwdheid kan geleidelijk toenemen en lokaal kan pus zich ophopen (empyeem-/abcesvorming). Vanuit de longen kan het micro-organisme zich uitzaaien, waardoor nieuwe infectiehaarden kunnen ontstaan. Dat leidt tot verstoring van de functie van andere organen (nieren, hersenen, lever) en/of een toxische afweerreactie van het lichaam (sepsis). Er is dan een aanzienlijke kans dat de patiënt overlijdt.

    Hoestklachten domineren bij acute bronchitis

    Bij acute bronchitis domineren hoestklachten, al of niet met het opgeven van etterig slijm. De hoest houdt gemiddeld twee weken aan. Bij rokers zijn de hoestklachten vaak ernstiger en houden ze langer aan. Het beloop is meestal ongecompliceerd en het herstel is in de meeste gevallen volledig. Recidieven komen vooral voor bij patiënten met astma of COPD, personen met allergie en rokers. Er zijn aanwijzingen dat terugkerende (recidiverende) bronchitis, in combinatie met roken en/of luchtvervuiling, kan leiden tot het ontstaan van chronische bronchitis of emfyseem (zie ook: VERWIJS COPD) (Lebowitz & Burrows, 1977, Monto & Ross, 1978, Viegi et al., 2007).

    Acute bronchiolitis is een complicatie van milde acute infectie van bovenste luchtwegen

    Acute bronchiolitis is een complicatie van een aanvankelijk vaak mild verlopende acute infectie van de bovenste luchtwegen. Klachten die op de voorgrond staan, zijn een piepende ademhaling en benauwdheid. Zelden is er hoge koorts. De benauwdheid is vaak zeer beangstigend voor de patiënt (in de meeste gevallen is de patiënt een kind) en de omgeving, maar beademing is slechts incidenteel nodig. Vooral bij zeer jonge kinderen treedt door de hoge ademhalingsfrequentie, in combinatie met onvoldoende drinken en koorts overmatig vochtverlies op, waardoor klinische behandeling en observatie noodzakelijk kan zijn. Behalve symptoombestrijdende maatregelen bestaat er geen effectieve therapie voor bronchiolitis. Herstel treedt meestal op na 1-2 weken.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Lebowitz MD, Burrows B. The relationship of acute respiratory illness history to the prevalence and incidence of obstructive lung disorders. Am J Epidemiol. 1977;105(6):544-54. Pubmed
    2. Monto AS, Ross HW. The Tecumseh study of respiratory illness. X. Relation of acute infections to smoking, lung function and chronic symptoms. Am J Epidemiol. 1978;107(1):57-64. Pubmed
    3. Viegi G, Pistelli F, Sherrill DL, Maio S, Baldacci S, Carrozzi L. Definition, epidemiology and natural history of COPD. Eur Respir J. 2007;30(5):993-1013. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van infecties van de onderste luchtwegen

    Voor bepaling van het aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Voor de beschrijving van de trend in het aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen is gebruikgemaakt van een andere huisartsenregistratie: FaMe-net. Deze registratie registreert al vele jaren het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk. De registratie van FaMe-net gaat terug tot 1971, toen nog onder de naam CMR Nijmegen. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn heeft gegevens over een kortere periode en wordt daarom niet gebruikt voor de beschrijving van de trends.

    De gebruikte ICPC-codes zijn R78 (acute bronchitis/bronchiolitis) en R81 (longontsteking).

    Kenmerken van infecties van de onderste luchtwegen in de huisartspraktijk

    Typering van de ziekte in de huisartsenpraktijk: kortdurende luchtweginfecties. Het ziektebeeld van longontsteking kan variëren van symptoomloos of mild tot ernstig met aanzienlijke kans op overlijden. Het onderscheid met acute bronchitis of acute bronchiolitis is vaak moeilijk te maken. Milde vormen van longontsteking en acute bronchitis zijn soms ook moeilijk te onderscheiden van bijvoorbeeld verkoudheid of influenza. Bronchitis en bronchiolitis worden niet afzonderlijk geregistreerd. De zorg voor infecties van de onderste luchtwegen is meestal beperkt tot zorg door de huisarts.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
    3. CMR Nijmegen, Continue Morbiditeits Registratie Nijmegen. zorggegevens.nl
  • Onderste luchtweginfecties: Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die een onderste luchtweginfectie hebben, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Gegevens over ziekenhuisopnamen en ligduur zijn afkomstig van de LMR. Voor ziekenhuisregistraties worden de ICD-9-codes 466, 480-486 gebruikt.

    Onderverdeling van infecties van de onderste luchtwegen volgens de ICD-9

    Indeling infecties van de onderste luchtwegen

    ICD-9 codes

    Longontsteking (pneumonie)

    480-486

    Virus pneumonie (excl. pneumonie bij influenza)

    480

    Pneumonie door Streptococcus pneumoniae (pneumokokken pneumonie)

    481

    Pneumonie door Haemophilus influenza

    482

    Bacteriële pneumonie, niet elders geclassificeerd

    482

    Pneumonie door overige infectieuze organismen, niet elders geclassificeerd

    483

    Pneumonie bij elders geclassificeerde ziekten (zoals andere bacteriële en virale ziekten)

    484 (+elders)

    Pneumonie, organisme niet gespecificeerd

    485, 486

    Pneumonitis door voedsel en braaksel

    507.0

    Pneumonie door Legionella-bacterie

    482.8

    Acute bronchitis

    466.0

    Acute bronchiolitis

    466.1

    Niet gespecificeerde acute infectie van onderste luchtwegen

    -

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
  • Onderste luchtweginfecties: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij onderste luchtweginfecties als primaire doodsoorzaak werd geregistreerd. Gebruikte ICD-10-codes zijn J12-J18, J20-J22.

    Onderverdeling van infecties van de onderste luchtwegen volgens de ICD-10

    Indeling infecties van de onderste luchtwegen

    ICD-10 codes

    Longontsteking (pneumonie)

    J12-J18

    Virus pneumonie (excl. pneumonie bij influenza)

    J12

    Pneumonie door Streptococcus pneumoniae (pneumokokken pneumonie)

    J13

    Pneumonie door Haemophilus influenza

    J14

    Bacteriële pneumonie, niet elders geclassificeerd

    J15

    Pneumonie door overige infectieuze organismen, niet elders geclassificeerd

    J16

    Pneumonie bij elders geclassificeerde ziekten (zoals andere bacteriële en virale ziekten)

    J17

    Pneumonie, organisme niet gespecificeerd

    J18

    Pneumonitis door voedsel en braaksel

    J69.0

    Pneumonie door Legionella-bacterie

    A48.1

    Acute bronchitis

    J20

    Acute bronchiolitis

    J21

    Niet gespecificeerde acute infectie van onderste luchtwegen

    J22

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Zie voor meer informatie over de gegevensbronnen

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CMR Nijmegen, Continue Morbiditeits Registratie Nijmegen. zorggegevens.nl
    2. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
    3. LINH, Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg. zorggegevens.nl
    4. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
    5. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
  • RIVM-Osiris hepatis B

    Cijfers over de (trends in) incidentie van hepatitis B en over ziekenhuisopnamen komen uit de internetapplicatie Osiris van het RIVM. De verplichte aangifte van hepatitis B via deze internetapplicatie gebeurt door alle GGD'en sinds 2002. Tot 1999 was alleen de aangifte van acute infecties verplicht, daarna was dit ook het geval voor de chronische infecties. Het RIVM beheert de gegevens en rapporteert er jaarlijks over in het Infectieziekten Bulletin.

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Infecties van de onderste luchtwegen