Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Infecties van de onderste luchtwegenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Longontsteking vooral op jonge en oude leeftijd

Regionaal & Internationaal

Sterfte longontsteking NL hoger dan EU gemiddelde

Kosten

Zorguitgaven longontsteking 413 miljoen euro

Preventie & Zorg

Ruim 37.000 ziekenhuisopnamen door longontsteking

Trend aantal nieuwe infecties van de onderste luchtwegen

Aantal nieuwe gevallen infecties van de onderste luchtwegen 2011-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100317.000371.600
201299101316.600379.100
20138890287.000341.200
20148184266.900318.200
20158588281.700338.000
20168182268.900315.700
20177277247.000302.600
20187481256.500320.800
  • ICPC-code R78 en R81
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe infecties onderste luchtwegen afgenomen

Het aantal nieuwe infecties van de onderste luchtwegen is in de periode 2011-2018 afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Bij mannen was de afname (26%) iets groter dan bij vrouwen (19%). Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe infecties van de onderste luchtwegen is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 317.000 in 2011 naar 256.500 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 371.600 in 2011 naar 320.800 in 2018 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Aantal nieuwe infecties onderste luchtwegen tussen 1991 en 2014 vrijwel constant

In de periode 1991-2014 schommelde het gestandaardiseerde aantal nieuwe infecties van de onderste luchtwegen. Over de hele periode was geen duidelijke trend zichtbaar. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie FaMe-net (zie: Trend nieuwe infecties onderste luchtwegen 1991-2014 (PDF; 66 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

10-04-2020

Trend aantal nieuwe gevallen longontsteking

Aantal nieuwe gevallen longontsteking 2011-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100111.000109.800
2012101106113.700117.500
201398103111.700114.600
201494101109.000113.200
2015105114123.200129.300
2016105113125.300129.900
201796108117.400126.600
2018104121129.300142.600
  • ICPC-code R81
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe gevallen longontsteking licht toegenomen

Het aantal nieuwe gevallen van longontsteking is in de periode 2011-2018 met name bij vrouwen toegenomen (21%). Bij mannen bleef het aantal nieuwe gevallen vrijwel constant. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe gevallen van longontsteking is bij zowel mannen als vrouwen toegenomen. Voor mannen nam dit aantal toe van 111.000 in 2011 naar 129.300 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 109.800 in 2011 naar 142.600 in 2018 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Stijging aantal nieuwe gevallen longontsteking tussen 1991 en 2014

In de periode 1991-2014 is het gestandaardiseerde aantal nieuwe gevallen van longontsteking toegenomen. Er is geen eenduidige verklaring voor de toename. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie FaMe-net (zie: Trend nieuwe gevallen longontsteking 1991-2014 (PDF; 68 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

10-04-2020

Trend aantal nieuwe gevallen bronchi(oli)tis

Aantal nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis 2011-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100206.000261.800
20129899202.900261.700
20138385175.300226.500
20147577157.900205.100
20157477158.500208.700
20166768143.600185.800
20175964129.600176.000
20185864127.300178.200
  • ICPC-code R78
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis afgenomen

Het aantal nieuwe gevallen van acute bronchi(oli)tis is in de periode 2011-2018 afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Bij mannen was de afname (42%) iets groter dan bij vrouwen (36%). Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe gevallen van acute bronchi(oli)tis is bij zowel mannen als vrouwen afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 206.000 in 2011 naar 127.300 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 261.800 in 2011 naar 178.200 in 2018 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Daling aantal nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis tussen 1991 en 2014

In de periode 1991-2014 is het gestandaardiseerde aantal nieuwe gevallen van acute bronchi(oli)tis afgenomen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie FaMe-net (zie: Trend nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis 1991-2014 (PDF; 67 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

10-04-2020

Trend in incidentie legionellapneumonie

Trend in incidentie legionellapneumonie en aantal meldingen, 1998-2013

JaarOpgelopen in buitenlandOpgelopen in NederlandOnbekendIncidentie per 100.000
1998261750,31
199970167361,73
200010838261,08
200112354191,23
2002158129111,85
20031159041,29
200411111471,43
200513414411,72
200615328322,7
200714917301,9
200814119602,1
200910714401,6
201014432202,8
201113817401,9
201213017311,82
201312818001,84

Bron: CBS-StatLine

  • Incidentie is aantal meldingen per 100.000 personen in een jaar

Incidentie Legionellapneumonie hangt samen met weersomstandigheden

In 2013 was de incidentie van legionellapneumonie vergelijkbaar met 2012 en 2011. In de periode 2000-2008 steeg het aantal patiënten met 'in Nederland opgelopen" legionellose, doordat vaker diagnostiek naar Legionellose werd gedaan. In de jaren 2006 en 2010 was er een hogere incidentie  van 'in Nederland opgelopen legionellose'  terwijl er in 2009 juist weinig legionellose was. Deze verschillen worden verklaard door een relatie van de Legionellose incidentie met de weersomstandigheden (Brandsema et al., 2014Teirlinck et al., 2014).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Brandsema PS, Euser SM, Karagiannis I, den Boer JW, van der Hoek W. Summer increase of Legionnaires' disease 2010 in The Netherlands associated with weather conditions and implications for source finding. Epidemiol Infect. 2014:1-12. Pubmed | DOI
  2. Teirlinck AC, van Asten L, Brandsema PS, Dijkstra F, Donker GA, Euser SM, et al. Jaarrapportage Surveillance Respiratoire Infectieziekten 2013. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron

Trend in sterfte door infecties van de onderste luchtwegen

Sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen 1980-2019

JaarMannen (vóór 2013)Vrouwen (vóór 2013)Mannen (vanaf 2013)Vrouwen (vanaf 2013)Mannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
19801001001.2851.557
1981103901.3521.489
19821131031.4961.737
1983104961.3801.666
1984105971.4041.760
19851101001.5011.904
1986104981.4351.941
198788741.2311.521
198878691.1081.475
198995841.3601.816
199099931.4372.086
1991102951.4872.179
199297831.4481.957
19931421252.1733.034
19941281091.9752.736
19951391202.1853.047
19961451242.3403.209
19971501262.4523.309
19981491302.4913.490
19991581422.6673.852
20001641352.8523.731
20011431212.5673.385
20021381142.5113.236
20031451182.6843.389
20041271062.4163.077
20051361152.6903.409
20061301092.6493.309
2007122962.5932.995
2008122992.6913.195
2009120982.7543.236
2010105862.5042.911
201197842.4172.908
2012107882.7393.106
201363561.6772.020
201452441.4401.621
201556541.5961.994
201652471.5641.775
201754551.6852.087
201854571.7242.211
201948491.6081.938

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

  • ICD-10-codes: J12-J18 en J20-J22
  • Cijfers over 2019 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2019
  • Geïndexeerd (1980 = 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie tekst en Verantwoording).

Sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen gedaald na 2000

Sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen (longontsteking en acute bronchi(oli)tis) is gedaald in de periode 2000-2012. Mogelijk wordt deze afname (deels) verklaard door verbeterde klinische behandeling van infecties van de onderste luchtwegen. In de jaren negentig is de sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen juist gestegen, mogelijk door een toename van mensen met een verminderde weerstand zoals kankerpatiënten. Deze patiënten kunnen steeds meer en beter behandeld worden voor kanker, maar hebben wel een verzwakte afweer waardoor ze aan longontsteking kunnen overlijden. De verhoogde sterfte in de jaren 1993, 1999 en 2000 houdt mogelijk verband met het feit dat zich in deze jaren griepepidemieën voordeden met hoge sterfte. Longontsteking is een mogelijke complicatie van influenza.
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is in de periode 2000-2012 nagenoeg niet afgenomen. Voor mannen is deze gedaald van 2.852 in 2000 naar 2.739 in 2012. Voor vrouwen is de afname in de absolute sterfte groter, van 3.731 in 2000 naar 3.106 in 2012.

Trendbreuk in 2013 als gevolg van wijziging codering doodsoorzaak

In 2013 is het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen. De invoer van automatisch coderen ging gepaard met de invoer van een ICD-10-update: longontsteking wordt gezien als gevolg van een andere aandoening, tenzij het doodsoorzakenformulier anders vermeldt. Bij handmatig coderen (vóór 2013) werd longontsteking als onderliggende doodsoorzaak gecodeerd, tenzij er op het doodsoorzakenformulier expliciet een relatie met een andere doodsoorzaak werd gelegd. De update heeft geleid tot een afname van longontsteking als onderliggende doodsoorzaak. Vanaf 2013 is er geen duidelijke toe- of afname in de sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen.

Meer informatie

Toekomstige trend infecties van de onderste luchtwegen door demografische ontwikkelingen

Toekomstige stijging aantal nieuwe gevallen door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen in de periode 2015-2040 naar verwachting met 27% stijgen. Voor mannen zal de stijging naar verwachting 32% zijn en voor vrouwen 23%. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van infecties van de onderste luchtwegen beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Longontsteking, acute bronchitis en bronchiolitis zijn onderste luchtweginfecties

    Infecties van de onderste luchtwegen zijn onderverdeeld in drie groepen:

    1. Longontsteking (pneumonie): een ontsteking van de onderste luchtwegen (longblaasjes). Er zijn twee typen: 'buiten het ziekenhuis' opgelopen pneumonie (‘community-acquired’ pneumonie (CAP)) en pneumonie 'ontstaan in het ziekenhuis' (nosocomiale pneumonie (NP)). Bijna altijd is infectie de oorzaak. De infectie is vaak in de hogere luchtwegen begonnen. In enkele gevallen is er een chemische of fysische oorzaak, bijvoorbeeld inademing van giftige stoffen of blootstelling aan extreme hitte. Symptomen van longontsteking zijn (een wisselende mate van) koorts, benauwdheid en hoest. Vaak heeft de patiënt ook koude rillingen bij de koorts, hoest slijm op en ademen kan pijn doen. Er kunnen ook aspecifieke klachten zijn, zoals malaise, spier- en hoofdpijn.
    2. Acute bronchitis: een acute ontsteking van de centrale luchtwegen (trachea en bronchi).
    3. Acute bronchiolitis: een acute ontsteking van de lagere luchtwegen (bronchiolen, fijne vertakkingen van de luchtpijp).
  • Diagnostiek mogelijkheden bij onderste luchtweginfecties

    Diagnose veelal gesteld op basis van klinisch ziektebeeld

    Op basis van het klinisch beeld, anamnese en lichamelijk onderzoek (onder andere het beluisteren van de longen) maakt de arts onderscheid tussen (hoest)klachten waarbij geen behandeling nodig is en luchtwegklachten die het gevolg zijn van een aandoening waarvoor wel behandeling gewenst is. In het merendeel van de gevallen stelt de huisarts een diagnose zonder aanvullend onderzoek. Indien er toch aanvullend onderzoek plaatsvindt zijn er verschillende diagnostische mogelijkheden om de diagnose te bevestigen of om specifieke verwekkers aan te tonen.

    Diagnostiek mogelijkheden bij onderste luchtweginfecties

    Diagnostiek

    Waarvoor

    CRP-bepaling

    Onderscheid maken tussen een longontsteking en een milde onderste luchtweginfectie bij matig zieke volwassen patiënten met enkele algemene en/of lokale ziekteverschijnselen (Verheij et al., 2011).

    X-thorax

    Bij twijfel of er sprake is van een longontsteking, bij blijvende onzekerheid, bij geen of onvoldoende snel herstel en bij vermoeden van andere aandoeningen (Verheij et al., 2011).

    Microbiologisch onderzoek

    Het aantonen van de specifieke verwekker van longontsteking in sputum, bloed en/of urine (NVALT, 2003; Aleva et al., 2005File, 2003).

    Serologie

    Het meten van de afweerreactie van het lichaam op specifieke micro-organismen.

    Legionella-antigeentest

    Ter bevestiging bij patiënten met klinische aanwijzingen voor een Legionella-pneumonie (Schouten et al., 2005). Deze test is met name gericht op het aantonen van anigenen van L. pneumophila serogroep 1.

    Moleculaire diagnostiek (PCR)

    Bij verwekkers die niet of lastig te kweken zijn.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Verheij T JM, Hopstaken RM, Prins JM, Salomé PL, Bindels PJE, Ponsioen BP†, et al. NHG-Standaard Acuut hoesten (Eerste herziening). Huisarts Wet. 2011;54. Bron
    2. Aleva RM, Boersma WG, Dutch Thoracic Society. Guideline 'Diagnosis and treatment of community-acquired pneumonia' from the Dutch Thoracic Society. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149(45):2501-7. Bron | Pubmed
    3. File TM. Community-acquired pneumonia. Lancet. 2003;362(9400):1991-2001. Pubmed | DOI
    4. Schouten JA, Prins JM, Bonten MJM, Degener JE, Janknegt R, Hollander JMR, et al. [Optimizing the antibiotics policy in The Netherlands. VIII. Revised SWAB guidelines for antimicrobial therapy in adults with community-acquired pneumonia]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149(45):2495-500. Pubmed
  • Behandeling infecties van de onderste luchtwegen

    Longontsteking bijna altijd behandeld met antibiotica

    Bijna alle patiënten die met een longontsteking in het ziekenhuis worden opgenomen, krijgen antibiotica toegediend. De keuze van de aanvangsbehandeling van pneumonie (CAP) met antibiotica hangt af van de ernst van de ziekte (lichte, matig ernstige en ernstige pneumonie). Bij een aangetoonde ziekteverwekker verdient een gerichte antibiotische behandeling de voorkeur. Wegens een toegenomen resistentie van S. pneumoniae tegen doxycycline en macroliden, is amoxicilline het eerstekeusmiddel (Verheij et al., 2011). Bij ernstige ziekte is soms mechanische beademing op de intensive-care nodig. De behandeling is verder gericht op het verlichten van de klachten.

    Behandeling van acute bronchi(oli)tis gericht op verminderen klachten

    Zowel de behandeling van acute bronchitis als acute bronchiolitis is in principe gericht op het verminderen van klachten. Behandeling met antibiotica heeft geen duidelijke voordelen boven niet behandelen, tenzij koorts en tekenen van secundaire bacteriële infectie optreden (Verheij et al., 2011). In geval van acute bronchitis bij ouderen en patiënten met veel hoestklachten of acute bronchiolitis bij (jonge) kinderen schrijven (huis- en kinder)artsen wel vaak antibiotica voor. De reden hiervoor is, dat het niet mogelijk is, dergelijke bacteriële infecties uit te sluiten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Verheij T JM, Hopstaken RM, Prins JM, Salomé PL, Bindels PJE, Ponsioen BP†, et al. NHG-Standaard Acuut hoesten (Eerste herziening). Huisarts Wet. 2011;54. Bron
  • Beloop infecties van de onderste luchtwegen

    Longontsteking kan ernstig verlopen

    Het beloop van een longontsteking kan zeer ernstig zijn. Herstel duurt gemiddeld 2-4 weken, maar afhankelijk van de ziekteverwekker en patiëntgebonden factoren kan de ziekte ook een slepend karakter hebben. De benauwdheid kan geleidelijk toenemen en lokaal kan pus zich ophopen (empyeem-/abcesvorming). Vanuit de longen kan het micro-organisme zich uitzaaien, waardoor nieuwe infectiehaarden kunnen ontstaan. Dat leidt tot verstoring van de functie van andere organen (nieren, hersenen, lever) en/of een toxische afweerreactie van het lichaam (sepsis). Er is dan een aanzienlijke kans dat de patiënt overlijdt.

    Hoestklachten domineren bij acute bronchitis

    Bij acute bronchitis domineren hoestklachten, al of niet met het opgeven van etterig slijm. De hoest houdt gemiddeld twee weken aan. Bij rokers zijn de hoestklachten vaak ernstiger en houden ze langer aan. Het beloop is meestal ongecompliceerd en het herstel is in de meeste gevallen volledig. Recidieven komen vooral voor bij patiënten met astma of COPD, personen met allergie en rokers. Er zijn aanwijzingen dat terugkerende (recidiverende) bronchitis, in combinatie met roken en/of luchtvervuiling, kan leiden tot het ontstaan van chronische bronchitis of emfyseem (zie ook: VERWIJS COPD) (Lebowitz & Burrows, 1977, Monto & Ross, 1978, Viegi et al., 2007).

    Acute bronchiolitis is een complicatie van milde acute infectie van bovenste luchtwegen

    Acute bronchiolitis is een complicatie van een aanvankelijk vaak mild verlopende acute infectie van de bovenste luchtwegen. Klachten die op de voorgrond staan, zijn een piepende ademhaling en benauwdheid. Zelden is er hoge koorts. De benauwdheid is vaak zeer beangstigend voor de patiënt (in de meeste gevallen is de patiënt een kind) en de omgeving, maar beademing is slechts incidenteel nodig. Vooral bij zeer jonge kinderen treedt door de hoge ademhalingsfrequentie, in combinatie met onvoldoende drinken en koorts overmatig vochtverlies op, waardoor klinische behandeling en observatie noodzakelijk kan zijn. Behalve symptoombestrijdende maatregelen bestaat er geen effectieve therapie voor bronchiolitis. Herstel treedt meestal op na 1-2 weken.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Lebowitz MD, Burrows B. The relationship of acute respiratory illness history to the prevalence and incidence of obstructive lung disorders. Am J Epidemiol. 1977;105(6):544-54. Pubmed
    2. Monto AS, Ross HW. The Tecumseh study of respiratory illness. X. Relation of acute infections to smoking, lung function and chronic symptoms. Am J Epidemiol. 1978;107(1):57-64. Pubmed
    3. Viegi G, Pistelli F, Sherrill DL, Maio S, Baldacci S, Carrozzi L. Definition, epidemiology and natural history of COPD. Eur Respir J. 2007;30(5):993-1013. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over onderste luchtweginfecties

     

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    RIVM-Osiris Aantal meldingen van legionellapneumonie Nederlandse bevolking Legionella (RIVM.nl)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longontsteking

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen door longontsteking

    Europese bevolking

    Eurostat

    ECDC Aantal nieuwe gevallen van legionellapneumonie Europese bevolking ECDC
    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamen met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LMR
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) Klinische opnamen, aantal verpleegdagen, en gemiddelde opnameduur met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LBZ
  • Huisartsenregistratie van infecties van de onderste luchtwegen

    Voor bepaling van het aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De gebruikte ICPC-codes zijn R78 (acute bronchitis/bronchiolitis) en R81 (longontsteking).

    Kenmerken van infecties van de onderste luchtwegen in de huisartspraktijk

    Typering van de ziekte in de huisartsenpraktijk: kortdurende luchtweginfecties. Het ziektebeeld van longontsteking kan variëren van symptoomloos of mild tot ernstig met aanzienlijke kans op overlijden. Het onderscheid met acute bronchitis of acute bronchiolitis is vaak moeilijk te maken. Milde vormen van longontsteking en acute bronchitis zijn soms ook moeilijk te onderscheiden van bijvoorbeeld verkoudheid of influenza. Bronchitis en bronchiolitis worden niet afzonderlijk geregistreerd. De zorg voor infecties van de onderste luchtwegen is meestal beperkt tot zorg door de huisarts.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Onderste luchtweginfecties: Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die een onderste luchtweginfectie hebben, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Gegevens over ziekenhuisopnamen en ligduur zijn afkomstig van de LMR. Voor ziekenhuisregistraties worden de ICD-9-codes 466, 480-486 gebruikt.

    Onderverdeling van infecties van de onderste luchtwegen volgens de ICD-9

    Indeling infecties van de onderste luchtwegen

    ICD-9 codes

    Longontsteking (pneumonie)

    480-486

    Virus pneumonie (excl. pneumonie bij influenza)

    480

    Pneumonie door Streptococcus pneumoniae (pneumokokken pneumonie)

    481

    Pneumonie door Haemophilus influenza

    482

    Bacteriële pneumonie, niet elders geclassificeerd

    482

    Pneumonie door overige infectieuze organismen, niet elders geclassificeerd

    483

    Pneumonie bij elders geclassificeerde ziekten (zoals andere bacteriële en virale ziekten)

    484 (+elders)

    Pneumonie, organisme niet gespecificeerd

    485, 486

    Pneumonitis door voedsel en braaksel

    507.0

    Pneumonie door Legionella-bacterie

    482.8

    Acute bronchitis

    466.0

    Acute bronchiolitis

    466.1

    Niet gespecificeerde acute infectie van onderste luchtwegen

    -

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
  • Onderste luchtweginfecties: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij onderste luchtweginfecties als primaire doodsoorzaak werd geregistreerd. Gebruikte ICD-10-codes zijn J12-J18, J20-J22.

    Onderverdeling van infecties van de onderste luchtwegen volgens de ICD-10

    Indeling infecties van de onderste luchtwegen

    ICD-10 codes

    Longontsteking (pneumonie)

    J12-J18

    Virus pneumonie (excl. pneumonie bij influenza)

    J12

    Pneumonie door Streptococcus pneumoniae (pneumokokken pneumonie)

    J13

    Pneumonie door Haemophilus influenza

    J14

    Bacteriële pneumonie, niet elders geclassificeerd

    J15

    Pneumonie door overige infectieuze organismen, niet elders geclassificeerd

    J16

    Pneumonie bij elders geclassificeerde ziekten (zoals andere bacteriële en virale ziekten)

    J17

    Pneumonie, organisme niet gespecificeerd

    J18

    Pneumonitis door voedsel en braaksel

    J69.0

    Pneumonie door Legionella-bacterie

    A48.1

    Acute bronchitis

    J20

    Acute bronchiolitis

    J21

    Niet gespecificeerde acute infectie van onderste luchtwegen

    J22

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Infecties van de onderste luchtwegen