Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Infecties van de onderste luchtwegenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Longontsteking vooral op jonge en oude leeftijd

Regionaal & Internationaal

Sterfte longontsteking NL hoger dan EU gemiddelde

Kosten

Zorguitgaven longontsteking 413 miljoen euro

Preventie & Zorg

Ruim 37.000 ziekenhuisopnamen door longontsteking

Trend aantal nieuwe infecties van de onderste luchtwegen in huisartsenpraktijk

Aantal nieuwe gevallen infecties van de onderste luchtwegen 2011-2019

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100317.000371.600
201299101316.600379.100
20138890287.000341.200
20148184266.900318.200
20158588281.700338.000
20168182268.900315.700
20177277247.000302.600
20187481256.500320.800
20197074245.800296.800
  • ICPC-code R78 en R81
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe infecties onderste luchtwegen afgenomen

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde infecties van de onderste luchtwegen is in de periode 2011-2019 afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Bij mannen was de afname (30%) iets groter dan bij vrouwen (26%). Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde infecties van de onderste luchtwegen is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 317.000 in 2011 naar 245.800 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 371.600 in 2011 naar 296.800 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave). 

Het gaat hier om longontsteking en acute bronchi(oli)tis samen. Voor de afzonderlijke trends, zie: trend longontsteking en trend bronchi(oli)tis.

Aantal nieuwe infecties onderste luchtwegen tussen 1991 en 2014 vrijwel constant

In de periode 1991-2014 schommelde het gestandaardiseerde aantal nieuwe infecties van de onderste luchtwegen. Over de hele periode was geen duidelijke trend zichtbaar. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie FaMe-net (zie: Trend nieuwe infecties onderste luchtwegen 1991-2014 (PDF; 66 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

18-11-2020

Trend aantal nieuwe gevallen longontsteking in huisartsenpraktijk

Aantal nieuwe gevallen longontsteking 2011-2019

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100111.000109.800
2012101106113.700117.500
201398103111.700114.600
201494101109.000113.200
2015105114123.200129.300
2016105113125.300129.900
201796108117.400126.600
2018104121129.300142.600
201997111122.200131.700
  • ICPC-code R81
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe diagnoses longontsteking licht toegenomen

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van longontsteking is in de periode 2011-2019 met name bij vrouwen toegenomen (ongeveer 10%). Bij mannen bleef het aantal nieuwe gevallen vrijwel constant. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van longontsteking is bij zowel mannen als vrouwen toegenomen. Voor mannen nam dit aantal toe van 111.000 in 2011 naar 122.200 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 109.800 in 2011 naar 131.700 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Stijging aantal nieuwe diagnoses longontsteking tussen 1991 en 2014

In de periode 1991-2014 is het gestandaardiseerde aantal nieuwe gevallen van longontsteking toegenomen. Er is geen eenduidige verklaring voor de toename. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie FaMe-net (zie: Trend nieuwe gevallen longontsteking 1991-2014 (PDF; 68 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

18-11-2020

Trend aantal nieuwe gevallen bronchi(oli)tis in huisartsenpraktijk

Aantal nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis 2011-2019

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100206.000261.800
20129899202.900261.700
20138385175.300226.500
20147577157.900205.100
20157477158.500208.700
20166768143.600185.800
20175964129.600176.000
20185864127.300178.200
20195559123.600165.100
  • ICPC-code R78
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe diagnoses acute bronchi(oli)tis afgenomen

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van acute bronchi(oli)tis is in de periode 2011-2019 afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Voor zowel mannen als vrouwen bedroeg de afname ruim 40%. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van acute bronchi(oli)tis is bij zowel mannen als vrouwen afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 206.000 in 2011 naar 123.600 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 261.800 in 2011 naar 165.100 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Daling aantal nieuwe diagnoses acute bronchi(oli)tis tussen 1991 en 2014

In de periode 1991-2014 is het gestandaardiseerde aantal nieuwe gevallen van acute bronchi(oli)tis afgenomen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie FaMe-net (zie: Trend nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis 1991-2014 (PDF; 67 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

18-11-2020

Trend prevalentie infecties onderste luchtwegen in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie infecties onderste luchtwegen naar opleiding 2011-2018

25 tot en met 54 jaar
JaarLaagMiddelbaarHoog
201135,825,016,8
201235,624,618,2
201334,324,016,3
201429,920,814,6
201532,022,315,7
201629,120,614,1
201726,518,912,3
201827,219,413,7
  • ICPC-codes R78, R81
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau =  hbo of wo

Verschillen prevalentie infecties onderste luchtwegen tussen opleidingsniveaus iets kleiner geworden

De grafiek toont de trend in de jaarprevalentie van infecties van de onderste luchtwegen onder 25- tot en met 54-jarigen in de registratie van huisartsen. Hierbij is de groep ingeschreven patiënten opgedeeld in drie opleidingsniveaus. Infecties van de onderste luchtwegen komen relatief meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. In de periode 2011-2018 zijn de verschillen in de jaarprevalentie tussen de verschillende opleidingsniveaus iets kleiner geworden. De jaarprevalentie onder 25- tot en met 54-jarigen is voor alle opleidingsniveaus gedaald, waarbij de laagopgeleiden de grootste daling laten zien.

Meer informatie

Datum publicatie

02-12-2020

Trend in incidentie legionellapneumonie

Trend incidentie legionellapneumonie en aantal meldingen 2007-2020

JaarOpgelopen in buitenlandOpgelopen in NederlandOnbekendIncidentie per 100.000
20071471732
20081331902
20091021351,4
20101343122,7
20111321621,8
20121241671,7
20131241791,8
20141342142,1
20151472722,5
20161303242,7
201715240633,3
201817540723,4
201917039513,3
20204841122,6

Bron: Osiris (RIVM)

  • Incidentie is aantal meldingen per 100.000 personen in een jaar

Aantal meldingen van in Nederland opgelopen legionellapneumonie sinds 2013 toegenomen

In 2010 was er een opvallend hoog aantal meldingen van 'in Nederland opgelopen' longontsteking door legionella (legionellapneumonie) en sinds 2013 is het aantal patiënten met 'in Nederland opgelopen' legionellapneumonie geleidelijk toegenomen (Reukers et al., 2021). De verandering van het klimaat speelt waarschijnlijk een rol bij deze stijging. Bij warm en vochtig weer komt de ziekte vaker voor. Bij deze weersomstandigheden kan de bacterie goed groeien en langer overleven bij verspreiding via de lucht. Waarschijnlijk spelen vooral omgevingsbronnen een rol bij de weersgerelateerde stijging. Mogelijke bronnen in de omgeving zijn bijvoorbeeld natte koeltorens en afvalwaterzuiveringen, maar ook opspattend water van wegen, of verwaaide gronddeeltjes kunnen een bron van legionella zijn. Het is echter nog onduidelijk hoe groot de bijdrage van de verschillende omgevingsbronnen is.

Aantal meldingen van legionellapneumonie in 2020 gedaald door minder internationale reizen

In 2020 was het aantal meldingen van legionellapneumonie 19% lager dan in 2019. Deze daling is een gevolg van een afname van 72% in het aantal gevallen van legionella die in het buitenland zijn opgelopen. Dit komt waarschijnlijk door een afname van internationale reizen door de Covid-19-pandemie (Reukers et al., 2021).

Meer informatie

Datum publicatie

22-11-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Reukers D.F.M., van Asten L., Brandsema P.S., Dijkstra F., Hendriksen J.M.T., Hooiveld M., et al. Annual report Surveillance of COVID-19, influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2020/2021. RIVM report number: 2021-0133. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2021. Bron

Trend in sterfte door infecties van de onderste luchtwegen

Sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen 1980-2020

JaarMannen (vóór 2013)Vrouwen (vóór 2013)Totaal (vóór 2013)Mannen (vanaf 2013)Vrouwen (vanaf 2013)Totaal (vanaf 2013)Mannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
198039,745,542,11.2851.5572.842
198140,940,940,31.3521.4892.841
198244,846,745,01.4961.7373.233
198341,243,541,41.3801.6663.046
198441,543,941,81.4041.7603.164
198543,545,443,51.5011.9043.405
198641,244,641,91.4351.9413.376
198735,133,633,21.2311.5212.752
198830,831,630,31.1081.4752.583
198937,538,036,61.3601.8163.176
199039,242,339,61.4372.0863.523
199140,343,140,41.4872.1793.666
199238,637,636,61.4481.9573.405
199356,556,954,82.1733.0345.207
199450,849,848,41.9752.7364.711
199555,054,652,82.1853.0475.232
199657,656,555,02.3403.2095.549
199759,457,256,12.4523.3095.761
199859,059,257,12.4913.4905.981
199962,764,461,52.6673.8526.519
200065,161,460,92.8523.7316.583
200156,954,954,12.5673.3855.952
200254,851,951,52.5113.2365.747
200357,453,853,72.6843.3896.073
200450,348,347,82.4163.0775.493
200554,152,451,72.6903.4096.099
200651,549,449,02.6493.3095.958
200748,343,644,62.5932.9955.588
200848,345,245,62.6913.1955.886
200947,744,745,12.7543.2365.990
201041,639,239,62.5042.9115.415
201138,638,337,82.4172.9085.325
201242,340,240,52.7393.1065.845
201325,125,725,01.6772.0203.697
201420,720,220,21.4401.6213.061
201522,124,423,01.5961.9943.590
201620,821,420,91.5641.7753.339
201721,624,823,11.6852.0873.772
201821,325,923,61.7242.2113.935
201919,222,420,81.6121.9443.556
202016,317,216,71.4111.5102.921

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-codes J12-J18 en J20-J22
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie tekst en Verantwoording).

Sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen gedaald na 2000

Sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen (longontsteking en acute bronchi(oli)tis) is gedaald in de periode 2000-2012. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Mogelijk wordt de afname (deels) verklaard door verbeterde klinische behandeling van infecties van de onderste luchtwegen. In de jaren negentig is de sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen juist gestegen, mogelijk door een toename van mensen met een verminderde weerstand zoals kankerpatiënten. Deze patiënten kunnen steeds meer en beter behandeld worden voor kanker, maar hebben wel een verzwakte afweer waardoor ze aan longontsteking kunnen overlijden. De verhoogde sterfte in de jaren 1993, 1999 en 2000 houdt mogelijk verband met het feit dat zich in deze jaren griepepidemieën voordeden met hoge sterfte. Longontsteking is een mogelijke complicatie van influenza.
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is in de periode 2000-2012 nagenoeg niet afgenomen. Voor mannen is deze gedaald van 2.852 in 2000 naar 2.739 in 2012. Voor vrouwen is de afname in de absolute sterfte groter, van 3.731 in 2000 naar 3.106 in 2012.

Trendbreuk in 2013 als gevolg van wijziging codering doodsoorzaak

In 2013 is het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen. De invoer van automatisch coderen ging gepaard met de invoer van een ICD-10-update: longontsteking wordt gezien als gevolg van een andere aandoening, tenzij het doodsoorzakenformulier anders vermeldt. Bij handmatig coderen (vóór 2013) werd longontsteking als onderliggende doodsoorzaak gecodeerd, tenzij er op het doodsoorzakenformulier expliciet een relatie met een andere doodsoorzaak werd gelegd. De update heeft geleid tot een afname van longontsteking als onderliggende doodsoorzaak. Vanaf 2013 is er geen duidelijke toe- of afname in de sterfte aan infecties van de onderste luchtwegen.

Meer informatie

Datum publicatie

14-09-2021

Toekomstige trend infecties van de onderste luchtwegen door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal nieuwe gevallen door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen in de periode 2018-2040 naar verwachting met 27% stijgen. Voor mannen zal de stijging naar verwachting 31% zijn en voor vrouwen 24%. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van infecties van de onderste luchtwegen beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Longontsteking, acute bronchitis en bronchiolitis zijn onderste luchtweginfecties

    Infecties van de onderste luchtwegen zijn onderverdeeld in drie groepen:

    1. Longontsteking (pneumonie): een ontsteking van de onderste luchtwegen (longblaasjes). Er zijn twee typen: 'buiten het ziekenhuis' opgelopen pneumonie (‘community-acquired’ pneumonie (CAP)) en pneumonie 'ontstaan in het ziekenhuis' (nosocomiale pneumonie (NP)). Bijna altijd is infectie de oorzaak. De infectie is vaak in de hogere luchtwegen begonnen. In enkele gevallen is er een chemische of fysische oorzaak, bijvoorbeeld inademing van giftige stoffen of blootstelling aan extreme hitte. Symptomen van longontsteking zijn (een wisselende mate van) koorts, benauwdheid en hoest. Vaak heeft de patiënt ook koude rillingen bij de koorts, hoest slijm op en ademen kan pijn doen. Er kunnen ook aspecifieke klachten zijn, zoals malaise, spier- en hoofdpijn.
    2. Acute bronchitis: een acute ontsteking van de centrale luchtwegen (trachea en bronchi).
    3. Acute bronchiolitis: een acute ontsteking van de lagere luchtwegen (bronchiolen, fijne vertakkingen van de luchtpijp).
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over onderste luchtweginfecties

     

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    RIVM-Osiris Aantal meldingen van legionellapneumonie Nederlandse bevolking Legionella (RIVM.nl)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longontsteking

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen door longontsteking

    Europese bevolking

    Eurostat

    ECDC Aantal nieuwe gevallen van legionellapneumonie Europese bevolking ECDC
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) (vanaf 2013, voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR)) Klinische opnamen, aantal verpleegdagen, en gemiddelde opnameduur met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking

    LBZLMR

  • Huisartsenregistratie van infecties van de onderste luchtwegen

    Voor bepaling van het aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De gebruikte ICPC-codes zijn R78 (acute bronchitis/bronchiolitis) en R81 (longontsteking).

    Kenmerken van infecties van de onderste luchtwegen in de huisartspraktijk

    Typering van de ziekte in de huisartsenpraktijk: kortdurende luchtweginfecties. Het ziektebeeld van longontsteking kan variëren van symptoomloos of mild tot ernstig met aanzienlijke kans op overlijden. Het onderscheid met acute bronchitis of acute bronchiolitis is vaak moeilijk te maken. Milde vormen van longontsteking en acute bronchitis zijn soms ook moeilijk te onderscheiden van bijvoorbeeld verkoudheid of influenza. Bronchitis en bronchiolitis worden niet afzonderlijk geregistreerd. De zorg voor infecties van de onderste luchtwegen is meestal beperkt tot zorg door de huisarts.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Onderste luchtweginfecties: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij onderste luchtweginfecties als primaire doodsoorzaak werd geregistreerd. Gebruikte ICD-10-codes zijn J12-J18, J20-J22.

    Onderverdeling van infecties van de onderste luchtwegen volgens de ICD-10

    Indeling infecties van de onderste luchtwegen

    ICD-10 codes

    Longontsteking (pneumonie)

    J12-J18

    Virus pneumonie (excl. pneumonie bij influenza)

    J12

    Pneumonie door Streptococcus pneumoniae (pneumokokken pneumonie)

    J13

    Pneumonie door Haemophilus influenza

    J14

    Bacteriële pneumonie, niet elders geclassificeerd

    J15

    Pneumonie door overige infectieuze organismen, niet elders geclassificeerd

    J16

    Pneumonie bij elders geclassificeerde ziekten (zoals andere bacteriële en virale ziekten)

    J17

    Pneumonie, organisme niet gespecificeerd

    J18

    Pneumonitis door voedsel en braaksel

    J69.0

    Pneumonie door Legionella-bacterie

    A48.1

    Acute bronchitis

    J20

    Acute bronchiolitis

    J21

    Niet gespecificeerde acute infectie van onderste luchtwegen

    J22

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken bij Infecties van de onderste luchtwegen

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Infecties van de onderste luchtwegen