Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Infecties van de onderste luchtwegenCijfers & ContextOorzaken

Cijfers & Context

Longontsteking vooral op jonge en oude leeftijd

Regionaal & Internationaal

Sterfte longontsteking NL hoger dan EU gemiddelde

Kosten

Zorguitgaven longontsteking 413 miljoen euro

Preventie & Zorg

Ruim 37.000 ziekenhuisopnamen door longontsteking

Oorzaken van longontsteking

Een aantal belangrijke bacteriële en virale verwekkers van buiten het ziekenhuis opgelopen longontsteking

Bacteriën

Virussen

Streptococcus pneumoniae

Influenzavirus

Mycoplasma pneumoniae

Adenovirus

Chlamydia pneumoniae

Respiratoir syncytieel virus (RSV)

Legionella pneumophila 

Para-influenzavirus

Haemophilus influenzae

Coronavirus*

Moraxella catarrhalis

 

Chlamydia psittaci

 

Coxiella burnetii

 

Pseudomonas aeruginosa

 

Staphylococcus aureus

 

Mycobacterium tuberculosis

 

Enterobacteriaceae

 

* Er zijn verschillende soorten coronavirussen waaronder MERS-CoV coronavirus, SARS-CoV-1 en HCoV-NL63. Het coronavirus dat COVID-19 veroorzaakt, heet officieel SARS-CoV-2. COVID-19 valt buiten de afbakening van het onderwerp Infecties van de onderste luchtwegen op VZinfo.nl. Voor meer informatie over COVID-19 zie COVID-19

Longontsteking veroorzaakt door diverse bacteriën en virussen

Er zijn diverse bacteriële en virale verwekkers van ‘buiten het ziekenhuis opgelopen’ longontsteking (community-acquired pneumonia; CAP) bekend. De belangrijkste verwekker is Streptococcus pneumoniae (pneumokok), maar bij meer dan de helft van de CAP-patiënten is de verwekker onbekend (Reukers et al., 2021). 

Influenza is een belangrijke risicofactor voor longontsteking

Virale infecties, zoals met sommige verkoudheidsvirussen (zie tabel) en het griepvirus (influenza), zijn belangrijke risicofactoren die vooraf kunnen gaan aan het ontstaan van longontsteking. Ook onderliggende ziekten zoals diabetes mellitus, cystic fibrose (taaislijmziekte), nierinsufficiëntie, hartfalen en (andere) aandoeningen die de weerstand verminderen zijn een risicofactor. Roken en het gebruik van alcohol verhogen eveneens de kans op een longontsteking (Luna et al., 2000, Gutiérrez et al., 2005). Andere determinanten van longontsteking zijn chronisch zuurstofgebrek en gebruik van medicijnen die de afweer verminderen (immunosuppressiva).

Reizen verhoogt het risico op een Legionella-infectie

Longontsteking kan ook het gevolg zijn van infectie met de bacterie Legionella pneumophila. We spreken dan van een legionellapneumonie, in de volksmond ook wel veteranenziekte genoemd. Reizen, een hogere leeftijd, roken en aandoeningen waardoor de afweer verminderd zijn belangrijke risicofactoren. Ongeveer een derde van de patiënten met een longontsteking veroorzaakt door de legionellabacterie heeft tijdens de incubatietijd een reis gemaakt. Bij een reis naar het buitenland is het risico op legionellose hoger dan bij een reis in eigen land. De afgelopen jaren (2018-2020) werden vooral de landen Italië, Duitsland en Frankrijk gemeld (Reukers et al., 2021). Wanneer rekening wordt gehouden met het aantal vakantiegangers is vooral in Italië en de Verenigde Arabische Emiraten het risico wat hoger dan voor andere landen (Dabrera et al., 2017; Brandsema & Isken, 2014).

Meer informatie

Datum publicatie

22-11-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Reukers D.F.M., van Asten L., Brandsema P.S., Dijkstra F., Hendriksen J.M.T., Hooiveld M., et al. Annual report Surveillance of COVID-19, influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2020/2021. RIVM report number: 2021-0133. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2021. Bron
  2. Luna CM, Famiglietti A, Absi R, Videla AJ, Nogueira FJ, Fuenzalida AD, et al. Community-acquired pneumonia: etiology, epidemiology, and outcome at a teaching hospital in Argentina. Chest. 2000;118(5):1344-54. Pubmed
  3. Gutiérrez F, Masiá M, Rodríguez JC, Mirete C, Soldán B, Padilla S, et al. Epidemiology of community-acquired pneumonia in adult patients at the dawn of the 21st century: a prospective study on the Mediterranean coast of Spain. Clin Microbiol Infect. 2005;11(10):788-800. Pubmed | DOI
  4. Dabrera G, Brandsema P, Lofdahl M, Naik F, Cameron R, McMenamin J, et al. Increase in Legionnaires' disease cases associated with travel to Dubai among travellers from the United Kingdom, Sweden and the Netherlands, October 2016 to end August 2017. Euro Surveill. 2017;22(38). Pubmed | DOI
  5. Brandsema P., Isken L. Legionellapneumonie als vakantiesouvenier : reisgerelateerde legionellose-meldingen in 2012 en 2013. Infectieziekten Bulletin . 2014;25(5):142-145. Bron
  6. Huijskens EGW, van Erkel AJM, Palmen FMH, Buiting AGM, Kluytmans JAJW, Rossen JWA. Viral and bacterial aetiology of community-acquired pneumonia in adults. Influenza Other Respir Viruses. 2013;7(4):567-73. Pubmed | DOI
  7. van Gageldonk-Lafeber AB, Wever PC, van der Lubben IM, de Jager CPC, Meijer A, de Vries MC, et al. The aetiology of community-acquired pneumonia and implications for patient management. Neth J Med. 2013;71(8):418-25. Pubmed

Determinanten van acute bronchitis en bronchiolitis

Micro-organismen die acute bronchi(oli)tis veroorzaken

Micro-organismen

Rhinovirussen

Para-influenzavirussen

RSV

Influenzavirussen

Adenovirussen

Overige virussen

Mycoplasma pneumoniae

 

Twee virussen veroorzaken merendeel gevallen van acute bronchi(oli)tis

Verschillende virussen en de bacterie Mycoplasma pneumoniae zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van bronchitis en/of bronchiolitis. Twee virussen zijn verantwoordelijk voor het merendeel van de gevallen: respiratoir syncytieel virus (RSV) en het para-influenzavirus (met subtypen).

Vooral jonge kinderen met acute bronchiolitis

Erkende determinanten voor acute bronchiolitis zijn een leeftijd jonger dan twee jaar in combinatie met veel contact met anderen (bijvoorbeeld in crèches en kinderdagverblijven).

RSV-infectie leidt met name bij jonge kinderen tot lage luchtweginfectie

Respiratoir syncytieel virus (RSV)-infecties vormen de belangrijkste oorzaak van lage luchtweginfecties bij jonge kinderen. RSV-infecties komen seizoensgebonden voor (november tot en met maart). Bijna alle kinderen van vier jaar hebben één of meer RSV-infecties doorgemaakt. De immuniteit tegen RSV is onvolledig en van korte duur waardoor herinfectie gedurende het hele leven voorkomt. De diagnose bronchiolitis wordt gesteld bij 85% van kinderen jonger dan 1 jaar die zijn opgenomen in verband met een RSV-infectie en bij 31% van de kinderen van 1-5 jaar (Hall et al., 2009). Waarschijnlijk zijn leeftijdsgerelateerde veranderingen in longfunctie, onderliggende ziekten en verslechtering van het afweersysteem risicofactoren voor een ernstig verlopende RSV-infectie.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hall CB, Weinberg GA, Iwane MK, Blumkin AK, Edwards KM, Staat MA, et al. The burden of respiratory syncytial virus infection in young children. N Engl J Med. 2009;360(6):588-98. Pubmed | DOI
  2. Garibaldi RA. Epidemiology of community-acquired respiratory tract infections in adults. Incidence, etiology, and impact. Am J Med. 1985;78(6B):32-7. Pubmed
  3. Donowitz GR, Mandell GL. Acute pneumonia. In: Principles and practice of infectious diseases. London: Churchill Livingstone; 1990. 5. p. 540-555p. Bron
  4. Winter JH. The scope of lower respiratory tract infection. Infection. 1991;19 Suppl 7:S359-64. Pubmed

Verantwoording

Definities
  • Longontsteking, acute bronchitis en bronchiolitis zijn onderste luchtweginfecties

    Infecties van de onderste luchtwegen zijn onderverdeeld in drie groepen:

    1. Longontsteking (pneumonie): een ontsteking van de onderste luchtwegen (longblaasjes). Er zijn twee typen: 'buiten het ziekenhuis' opgelopen pneumonie (‘community-acquired’ pneumonie (CAP)) en pneumonie 'ontstaan in het ziekenhuis' (nosocomiale pneumonie (NP)). Bijna altijd is infectie de oorzaak. De infectie is vaak in de hogere luchtwegen begonnen. In enkele gevallen is er een chemische of fysische oorzaak, bijvoorbeeld inademing van giftige stoffen of blootstelling aan extreme hitte. Symptomen van longontsteking zijn (een wisselende mate van) koorts, benauwdheid en hoest. Vaak heeft de patiënt ook koude rillingen bij de koorts, hoest slijm op en ademen kan pijn doen. Er kunnen ook aspecifieke klachten zijn, zoals malaise, spier- en hoofdpijn.
    2. Acute bronchitis: een acute ontsteking van de centrale luchtwegen (trachea en bronchi).
    3. Acute bronchiolitis: een acute ontsteking van de lagere luchtwegen (bronchiolen, fijne vertakkingen van de luchtpijp).
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over onderste luchtweginfecties

     

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    RIVM-Osiris Aantal meldingen van legionellapneumonie Nederlandse bevolking Legionella (RIVM.nl)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longontsteking

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen door longontsteking

    Europese bevolking

    Eurostat

    ECDC Aantal nieuwe gevallen van legionellapneumonie Europese bevolking ECDC
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) (vanaf 2013, voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR)) Klinische opnamen, aantal verpleegdagen, en gemiddelde opnameduur met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking

    LBZLMR

  • Huisartsenregistratie van infecties van de onderste luchtwegen

    Voor bepaling van het aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De gebruikte ICPC-codes zijn R78 (acute bronchitis/bronchiolitis) en R81 (longontsteking).

    Kenmerken van infecties van de onderste luchtwegen in de huisartspraktijk

    Typering van de ziekte in de huisartsenpraktijk: kortdurende luchtweginfecties. Het ziektebeeld van longontsteking kan variëren van symptoomloos of mild tot ernstig met aanzienlijke kans op overlijden. Het onderscheid met acute bronchitis of acute bronchiolitis is vaak moeilijk te maken. Milde vormen van longontsteking en acute bronchitis zijn soms ook moeilijk te onderscheiden van bijvoorbeeld verkoudheid of influenza. Bronchitis en bronchiolitis worden niet afzonderlijk geregistreerd. De zorg voor infecties van de onderste luchtwegen is meestal beperkt tot zorg door de huisarts.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Onderste luchtweginfecties: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij onderste luchtweginfecties als primaire doodsoorzaak werd geregistreerd. Gebruikte ICD-10-codes zijn J12-J18, J20-J22.

    Onderverdeling van infecties van de onderste luchtwegen volgens de ICD-10

    Indeling infecties van de onderste luchtwegen

    ICD-10 codes

    Longontsteking (pneumonie)

    J12-J18

    Virus pneumonie (excl. pneumonie bij influenza)

    J12

    Pneumonie door Streptococcus pneumoniae (pneumokokken pneumonie)

    J13

    Pneumonie door Haemophilus influenza

    J14

    Bacteriële pneumonie, niet elders geclassificeerd

    J15

    Pneumonie door overige infectieuze organismen, niet elders geclassificeerd

    J16

    Pneumonie bij elders geclassificeerde ziekten (zoals andere bacteriële en virale ziekten)

    J17

    Pneumonie, organisme niet gespecificeerd

    J18

    Pneumonitis door voedsel en braaksel

    J69.0

    Pneumonie door Legionella-bacterie

    A48.1

    Acute bronchitis

    J20

    Acute bronchiolitis

    J21

    Niet gespecificeerde acute infectie van onderste luchtwegen

    J22

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken bij Infecties van de onderste luchtwegen

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Infecties van de onderste luchtwegen