Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Infecties van de onderste luchtwegenCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Longontsteking vooral op jonge en oude leeftijd

Regionaal & Internationaal

Sterfte longontsteking NL hoger dan EU gemiddelde

Kosten

Zorguitgaven longontsteking 413 miljoen euro

Preventie & Zorg

Ruim 37.000 ziekenhuisopnamen door longontsteking

Nieuwe gevallen longontsteking in huisartsenpraktijk

Nieuwe gevallen longontsteking 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaal
0-49,57,28,4
5-95,65,25,4
10-142,42,42,4
15-192,02,02,0
20-241,92,22,1
25-291,83,22,5
30-343,04,23,6
35-394,65,85,2
40-444,95,45,1
45-495,75,65,6
50-547,06,76,9
55-598,78,58,6
60-6412,113,012,5
65-6914,814,814,8
70-7419,916,017,9
75-7930,221,225,4
80-8435,925,530,0
85+55,641,146,1

Ongeveer 156.000 nieuwe gevallen van longontsteking

In 2020 zijn er naar schatting 155.900 nieuwe gevallen van longontsteking geregistreerd door de huisarts: 77.800 bij mannen en 78.000 bij vrouwen (9,0 per 1.000 mannen en 8,9 per 1.000 vrouwen). Als gevolg van afronding komt de som van het aantal nieuwe gevallen van longontsteking bij mannen en vrouwen niet precies overeen met het totaal aantal nieuwe gevallen. Het aantal nieuwe gevallen neemt toe met de leeftijd voor zowel mannen als vrouwen. Ook onder jonge kinderen is het aantal nieuwe gevallen hoger. De cijfers zijn gebaseerd op de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. Hierin wordt bij longontsteking niet het aantal patiënten geregistreerd maar het aantal ziekte-episoden op basis van diagnose. Eén patiënt kan meer dan 1 ziekte-episode per jaar hebben.

Mogelijk lagere aantallen in 2020 door COVID-19-uitbraak

Bij vergelijking van het COVID-19-jaar 2020 en het jaar 2019 valt op dat het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie van een groot aantal klachten en aandoeningen is afgenomen. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht (Nielen et al., 2021).

Meer informatie

Datum publicatie

23-12-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Nielen M., Weesie Y., Davids R., Winckers M., Korteweg L., de Leeuw E., et al. Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020.. Utrecht: Nivel; 2021. Bron

Nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis in huisartsenpraktijk

Nieuwe gevallen acute bronchi(oli)tis 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaal
0-419,113,516,4
5-98,76,27,5
10-144,43,54,0
15-192,73,02,8
20-242,23,32,7
25-292,95,03,9
30-343,25,44,3
35-394,57,05,8
40-445,28,97,1
45-497,010,48,7
50-547,310,58,9
55-599,212,911,0
60-6411,317,714,5
65-6913,517,215,4
70-7413,118,615,9
75-7918,120,419,3
80-8422,423,823,2
85+32,630,831,4

Ruim 170.000 nieuwe gevallen van acute bronchi(oli)tis

In 2020 zijn naar schatting 170.300 nieuwe gevallen van acute bronchitis en bronchiolitis door de huisarts geregistreerd: 73.600 bij mannen en 96.600 bij vrouwen (8,5 per 1.000 mannen en 11,0 per 1.000 vrouwen). Acute bronchi(oli)tis komt veel voor bij kinderen (vooral bij jongens) onder de 4 jaar en eveneens bij ouderen. De cijfers zijn gebaseerd op de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. In de huisartsenregistraties worden bronchitis en bronchiolitis niet afzonderlijk geregistreerd. Ook wordt bij acute bronchi(oli)tis niet het aantal patiënten geregistreerd maar het aantal ziekte-episoden op basis van diagnose. Eén patiënt kan meer dan 1 ziekte-episode per jaar hebben.

Mogelijk lagere aantallen in 2020 door COVID-19-uitbraak

Bij vergelijking van het COVID-19-jaar 2020 en het jaar 2019 valt op dat het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie van een groot aantal klachten en aandoeningen is afgenomen. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht (Nielen et al., 2021).

Meer informatie

Datum publicatie

23-12-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Nielen M., Weesie Y., Davids R., Winckers M., Korteweg L., de Leeuw E., et al. Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020.. Utrecht: Nivel; 2021. Bron

Prevalentie infecties onderste luchtwegen in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie infecties onderste luchtwegen naar opleiding 2018

25 tot en met 54 jaar
LaagMiddelbaarHoog
Toaal27,219,413,7
Mannen20,315,111,4
Vrouwen34,42415,6
25-3416,613,37,5
35-4425,921,216,2
45-5436,526,417,7
  • ICPC-codes R78, R81
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1)
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau = hbo of wo

Laagopgeleiden hebben vaker infecties onderste luchtwegen

De grafiek geeft over 2018 de jaarprevalentie van infecties van de onderste luchtwegen naar opleiding in de registratie van huisartsen weer. In deze registratie komen infecties van de onderste luchtwegen in alle leeftijdsgroepen en zowel bij mannen als bij vrouwen relatief meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2018 bekend waren bij de huisarts met een infectie van de onderste luchtwegen. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor een infectie van de onderste luchtwegen. 

Meer informatie

Datum publicatie

16-11-2020

Incidentie legionellapneumonie naar leeftijd

Patiënten met legionellapneumonie met eerste ziektedag en incidentie 2020

LeeftijdMannenVrouwenIncidentie (m)Incidentie (v)
0-190000
20-29510,440,09
30-391101,020
40-492842,550,36
50-5980286,32,22
60-6997319,242,91
70-79793910,434,77
80+421613,083,19

Bron: Osiris (RIVM)

  • Incidentie zijn meldingen per 100.000 personen

Jaarlijks rond 500 gevallen van longontsteking door legionella gemeld

In 2020 bedroeg het aantal meldingen van longontsteking door de legionellabacterie (legionellapneumonie, ook wel veteranenziekte genoemd) 461. De landelijke incidentie van legionellapneumonie was daarmee 2,6 per 100.000 personen. De incidentie bij mannen (4,0 patiënten per 100.000) was bijna drie keer hoger dan bij vrouwen (1,4 per 100.000). De incidentie was het hoogste bij mannen van 70 jaar en ouder (11,2 per 100.000) terwijl de incidentie bij vrouwen van 70 jaar en ouder (4,2 per 100.000) maar iets hoger is dan de landelijke incidentie (Reukers et al., 2021). Het gaat bij deze cijfers zowel om legionella opgelopen in Nederland als in het buitenland. Zoals gebruikelijk werden in de zomerperiode de meeste patiënten gemeld. Vooral in juni en juli waren er veel meldingen. Het warme en natte weer in juni 2020 heeft hier mogelijk aan bijgedragen. Overigens was het aantal meldingen in 2020 19% lager dan in 2019. Deze daling is een gevolg van afname van 72% in het aantal gevallen van legionella die in het buitenland zijn opgelopen. Dit komt waarschijnlijk door een afname van internationale reizen door de Covid-19-pandemie. 

Legionellapneumonie is een meldingsplichtige ziekte

Artsen melden patiënten met de diagnose legionella aan de GGD, die de meldingen anoniem doorgeeft aan het RIVM. De gemelde gevallen zijn een onderschatting van het werkelijk aantal gevallen, omdat artsen niet bij alle patiënten met longontsteking uitgebreid diagnostiek inzetten en er gevallen van legionellapneumonie gemist worden. Ook kan de verwekker van de longontsteking niet altijd achterhaald worden.

Meer informatie

Datum publicatie

22-11-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Reukers D.F.M., van Asten L., Brandsema P.S., Dijkstra F., Hendriksen J.M.T., Hooiveld M., et al. Annual report Surveillance of COVID-19, influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2020/2021. RIVM report number: 2021-0133. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2021. Bron

Verantwoording

Definities
  • Longontsteking, acute bronchitis en bronchiolitis zijn onderste luchtweginfecties

    Infecties van de onderste luchtwegen zijn onderverdeeld in drie groepen:

    1. Longontsteking (pneumonie): een ontsteking van de onderste luchtwegen (longblaasjes). Er zijn twee typen: 'buiten het ziekenhuis' opgelopen pneumonie (‘community-acquired’ pneumonie (CAP)) en pneumonie 'ontstaan in het ziekenhuis' (nosocomiale pneumonie (NP)). Bijna altijd is infectie de oorzaak. De infectie is vaak in de hogere luchtwegen begonnen. In enkele gevallen is er een chemische of fysische oorzaak, bijvoorbeeld inademing van giftige stoffen of blootstelling aan extreme hitte. Symptomen van longontsteking zijn (een wisselende mate van) koorts, benauwdheid en hoest. Vaak heeft de patiënt ook koude rillingen bij de koorts, hoest slijm op en ademen kan pijn doen. Er kunnen ook aspecifieke klachten zijn, zoals malaise, spier- en hoofdpijn.
    2. Acute bronchitis: een acute ontsteking van de centrale luchtwegen (trachea en bronchi).
    3. Acute bronchiolitis: een acute ontsteking van de lagere luchtwegen (bronchiolen, fijne vertakkingen van de luchtpijp).
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over onderste luchtweginfecties

     

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    RIVM-Osiris Aantal meldingen van legionellapneumonie Nederlandse bevolking Legionella (RIVM.nl)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor longontsteking

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen door longontsteking

    Europese bevolking

    Eurostat

    ECDC Aantal nieuwe gevallen van legionellapneumonie Europese bevolking ECDC
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) (vanaf 2013, voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR)) Klinische opnamen, aantal verpleegdagen, en gemiddelde opnameduur met influenza als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking

    LBZLMR

  • Huisartsenregistratie van infecties van de onderste luchtwegen

    Voor bepaling van het aantal nieuwe gevallen van infecties van de onderste luchtwegen (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De gebruikte ICPC-codes zijn R78 (acute bronchitis/bronchiolitis) en R81 (longontsteking).

    Kenmerken van infecties van de onderste luchtwegen in de huisartspraktijk

    Typering van de ziekte in de huisartsenpraktijk: kortdurende luchtweginfecties. Het ziektebeeld van longontsteking kan variëren van symptoomloos of mild tot ernstig met aanzienlijke kans op overlijden. Het onderscheid met acute bronchitis of acute bronchiolitis is vaak moeilijk te maken. Milde vormen van longontsteking en acute bronchitis zijn soms ook moeilijk te onderscheiden van bijvoorbeeld verkoudheid of influenza. Bronchitis en bronchiolitis worden niet afzonderlijk geregistreerd. De zorg voor infecties van de onderste luchtwegen is meestal beperkt tot zorg door de huisarts.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Onderste luchtweginfecties: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    De sterftecijfers zijn afkomstig van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. Het betreft sterfgevallen waarbij onderste luchtweginfecties als primaire doodsoorzaak werd geregistreerd. Gebruikte ICD-10-codes zijn J12-J18, J20-J22.

    Onderverdeling van infecties van de onderste luchtwegen volgens de ICD-10

    Indeling infecties van de onderste luchtwegen

    ICD-10 codes

    Longontsteking (pneumonie)

    J12-J18

    Virus pneumonie (excl. pneumonie bij influenza)

    J12

    Pneumonie door Streptococcus pneumoniae (pneumokokken pneumonie)

    J13

    Pneumonie door Haemophilus influenza

    J14

    Bacteriële pneumonie, niet elders geclassificeerd

    J15

    Pneumonie door overige infectieuze organismen, niet elders geclassificeerd

    J16

    Pneumonie bij elders geclassificeerde ziekten (zoals andere bacteriële en virale ziekten)

    J17

    Pneumonie, organisme niet gespecificeerd

    J18

    Pneumonitis door voedsel en braaksel

    J69.0

    Pneumonie door Legionella-bacterie

    A48.1

    Acute bronchitis

    J20

    Acute bronchiolitis

    J21

    Niet gespecificeerde acute infectie van onderste luchtwegen

    J22

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken bij Infecties van de onderste luchtwegen

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Infecties van de onderste luchtwegen