Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

HuidkankerRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Toename aantal nieuwe gevallen melanoom

Regionaal & Internationaal

Aantal nieuwe gevallen relatief groot in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Aantal dagopnamen voor huidkanker toegenomen

Internationale vergelijking incidentie huidkanker (melanoom)

Incidentie van melanoom internationaal 2018

LandMannenVrouwenTotaal
Noorwegen5952,655,1
NEDERLAND52,341,445,9
Denemarken40,95045,2
Zweden46,142,543,8
Zwitserland43,53136,6
Duitsland36,93535,2
Slovenië33,330,731,5
België28,134,831,2
Ierland27,933,230,5
Finland33,326,329
Verenigd Koninkrijk30,825,727,8
Luxemburg352227,3
Oostenrijk28,119,623,3
Tsjechië27,220,723,1
EU2825,121,723
Frankrijk24,620,922,6
Italië22,51619
Estland17,918,817,8
Hongarije18,617,117,6
Slowakije19,313,916
Litouwen16,615,615,7
Griekenland13,814,814,1
Kroatië16,911,513,8
Malta14,21313,4
Portugal12,810,911,8
Spanje9,911,910,9
Letland12,99,610,6
Polen11,39,410,3
Cyprus10,17,18,4
Bulgarije8,56,27,1
Roemenië5,75,75,7

Bron: ECIS 

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van mannen en vrouwen samen

Nederland heeft hoge incidentie van melanoom

Nederland behoort bij de landen met het hoogste aantal nieuwe gevallen (incidentie) van melanoom (kwaadaardige huidkanker) van alle landen van de Europese Unie en Noorwegen en Zwitserland (ECIS, 2018). Er is een duidelijke noord-zuid- en west-oostgradiënt te herkennen, met een hoge incidentie in de Noord- en West-Europese landen en een lage in de Zuid- en Oost-Europese (Forsea et al., 2012). Een mogelijke verklaring voor deze geografische verschillen zijn verschillen in huidtype en blootstelling aan de zon tijdens zonvakanties. Maar ook onderdiagnose (door een lager bewustzijn van de gevaren van overmatige blootstelling aan de zon) en slechte registratie dragen bij aan de lagere incidentie in Oost-Europese landen (Forsea et al., 2012).

Verschillen in incidentie tussen Noord- en Zuid-Europa nemen af

De verschillen in incidentie tussen Noord- en Zuid-Europa nemen af. Dit komt doordat de incidentie bij de jongere leeftijdsgroepen in Noord-Europa de afgelopen jaren is gestabiliseerd en soms zelfs afgenomen. In Zuid- en Oost-Europa neemt de incidentie en sterfte echter nog sterk toe. West-Europa lijkt de trend in Noord-Europa met enige vertraging te volgen (Barbaric et al., 2016; Arnold et al., 2014; de Vries et al., 2003).

Meer informatie

Datum publicatie

26-07-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Forsea AM, Del Marmol V, de Vries E, Bailey EE, Geller AC. Melanoma incidence and mortality in Europe: new estimates, persistent disparities. Br J Dermatol. 2012;167(5):1124-30. Pubmed | DOI
  2. Barbaric J, Sekerija M, Agius D, Coza D, Dimitrova N, Demetriou A, et al. Disparities in melanoma incidence and mortality in South-Eastern Europe: Increasing incidence and divergent mortality patterns. Is progress around the corner? Eur J Cancer. 2016;55:47-55. Pubmed | DOI
  3. Arnold M, Holterhues C, Hollestein LM, Coebergh JWW, Nijsten T, Pukkala E, et al. Trends in incidence and predictions of cutaneous melanoma across Europe up to 2015. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2014;28(9):1170-8. Pubmed | DOI
  4. de Vries E, Bray FI, Coebergh JWW, Parkin DM. Changing epidemiology of malignant cutaneous melanoma in Europe 1953-1997: rising trends in incidence and mortality but recent stabilizations in western Europe and decreases in Scandinavia. Int J Cancer. 2003;107(1):119-26. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking sterfte aan huidkanker (melanoom)

Sterfte aan melanoom internationaal 2015

LandMannenVrouwenTotaal
Noorwegen9,95,27,3
Slovenië8,05,56,4
Slowakije7,94,05,4
Zweden7,43,75,4
NEDERLAND6,64,25,2
Kroatië7,23,65,1
Denemarken6,33,44,8
Estland6,04,04,6
Polen5,83,64,5
Letland4,84,04,3
Oostenrijk6,52,94,3
Zwitserland6,03,34,3
Finland6,42,44,1
Ierland5,13,14,1
Tsjechië5,63,04,1
Verenigd Koninkrijk5,53,04,1
Hongarije6,12,43,8
Litouwen4,52,93,6
Duitsland4,62,53,4
EU4,52,63,4
België3,52,62,9
Italië3,82,12,9
Frankrijk3,72,12,8
Luxemburg4,51,22,6
Bulgarije3,22,12,5
Portugal3,21,82,4
Griekenland3,01,72,3
Roemenië2,81,92,3
Spanje2,81,92,3
Cyprus2,22,22,2
Malta1,21,31,3

Bron: Eurostat

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Volgorde op basis van totaal (mannen en vrouwen samen)
  • ICD-10-code: C43

Sterfte aan huidkanker in Nederland bovengemiddeld

De sterfte aan huidkanker (melanoom) in Nederland is hoog in vergelijking met andere EU-landen. Dit geldt zowel voor mannen als vrouwen. Net als bij de incidentie is er bij de sterfte een duidelijke noord-zuidgradiënt (Forsea et al., 2012). Een mogelijke verklaring voor deze noord-zuidgradiënt zijn verschillen in huidtype en blootstelling aan zon tijdens zonvakanties. Er is echter geen verschil in sterfte tussen West- en Oost-Europese landen. De sterfte aan melanomen is de afgelopen decennia gestegen (WHO Health for All explorer, 2018).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

26-04-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Forsea AM, Del Marmol V, de Vries E, Bailey EE, Geller AC. Melanoma incidence and mortality in Europe: new estimates, persistent disparities. Br J Dermatol. 2012;167(5):1124-30. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking overleving van huidkanker (melanoom)

Melanoom internationaal

[container]
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving bij melanoom in Nederland goed

De relatieve vijfjaarsoverleving bij melanoom in Nederland is hoog in vergelijking met de meeste andere Europese landen. In de meeste Europese landen, ook in Nederland, ligt de vijfjaarsoverleving tussen de 80 en 95%, maar in de meeste Oost-Europese landen is de overleving minder dan 80%. De trend in de overleving is sinds het begin van het millennium over het algemeen stabiel in een aantal Europese landen waar de relatieve vijfjaarsoverleving al rond de 85 tot 90% lag voor patiënten die in de periode 2000-2004 zijn gediagnosticeerd met een melanoom. De overleving is met 5 tot 10% toegenomen in Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, het Verenigd Koninkrijk, Kroatië, Portugal, Slovenië, Bulgarije, Tsjechië, Polen en België (Allemani et al., 2018).

Nederlandse overleving goed door ontdekking in vroeg stadium

De relatief goede vijfjaarsoverleving in Nederland kan verklaard worden doordat Nederlanders vaak al in een vroeg stadium met verdachte plekjes naar de huisarts gaan. Een melanoom is dan nog vrij dun en kan verwijderd worden voordat er uitzaaiingen ontstaan. Mogelijk speelt hierbij de goede voorlichting over huidkanker een rol. Bij de Nederlandse bevolking zijn de risico's van zonnen en de kenmerken van huidkanker vrij goed bekend. In een aantal andere landen, met name in Oost- en Zuid-Europa is dit veel minder het geval. Melanomen zijn daar als ze worden ontdekt vaak dikker en daarmee is de kans op overleving slechter (de Vries et al., 2004; Forsea et al., 2012).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  2. de Vries E, Boniol MM, Doré JF, Coebergh JWW. Lower incidence rates but thicker melanomas in Eastern Europe before 1992: a comparison with Western Europe. Eur J Cancer. 2004;40(7):1045-52. Pubmed | DOI
  3. Forsea AM, Del Marmol V, de Vries E, Bailey EE, Geller AC. Melanoma incidence and mortality in Europe: new estimates, persistent disparities. Br J Dermatol. 2012;167(5):1124-30. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is huidkanker?

    Huidkanker vaak ingedeeld in melanoom en overige vormen van huidkanker

    Er zijn verschillende typen huidkanker. Deze worden meestal als volgt ingedeeld:

    • melanomen van de huid
    • andere vormen van huidkanker, ook wel non-melanoma huidkanker genoemd. Deze groep huidtumoren is onderverdeeld in het basaalcelcarcinoom, het plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame tumoren die uitgaan van de talg- of zweetklieren.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over huidkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie (exclusief basaalcelcarcinoom (BCC))

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie van basaalcelcarcinoom (BCC)) bevolking Zuid-Nederland (regio Eindhoven)  IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met huidkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met huidkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor huidkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.