Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

HuidkankerPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

Toename aantal nieuwe gevallen melanoom

Regionaal & Internationaal

Aantal nieuwe gevallen relatief groot in Nederland

Kosten

Zorguitgaven voor huidkanker bijna 169 miljoen

Preventie & Zorg

Aantal dagopnamen voor huidkanker toegenomen

Ziekenhuisopnamen voor melanoom naar geslacht

Ziekenhuisopamen voor melanoom in 2010

Klinische ziekenhuisopnamen en opnamedagen, gemiddelde opnameduur (in dagen) en aantal dagopnamen
 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Klinische opnamen

325

344

669

Klinische opnamedagen

1.329

1.508

2.837

Gemiddelde opnameduur

4,1

4,4

4,2

Dagopnamen

409

473

882

ICD-9-code: 172

In 2010 waren er 669 ziekenhuisopnamen voor melanoom

In 2010 waren er 669 klinische ziekenhuisopnamen (exclusief dagopnamen) voor melanoom met 2.837 opnamedagen. De gemiddelde opnameduur was 4,2 dagen. Het aantal dagbehandelingen in het ziekenhuis voor melanoom was 882 in 2010. De verschillen tussen mannen en vrouwen in het aantal klinische opnamen en het aantal dagopnamen zijn klein. Deze getallen geven het aantal opnamen weer, niet het aantal opgenomen personen. Het aantal opnamen kan hoger zijn dan het aantal opgenomen personen, omdat een persoon per jaar vaker opgenomen kan zijn (Bron: LMR).

Meer informatie

Ziekenhuisopnamen voor huidkanker, exclusief melanoom, naar geslacht

Ziekenhuisopnamen voor huidkanker, exclusief melanoom in 2010

Aantal klinische ziekenhuisopnamen en opnamedagen, gemiddelde opnameduur (in dagen) en aantal dagopnamen
 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Klinische opnamen

783

672

1.455

Klinische opnamedagen

3.421

3.143

6.564

Gemiddelde opnameduur

4,4

4,7

4,5

Dagopnamen

11.412

11.874

23.286

ICD-9-code: 173

In 2010 bijna 1.500 ziekenhuisopnamen voor overige huidkanker

In 2010 waren er 1.445 klinische ziekenhuisopnamen (exclusief dagopnamen) voor overige huidkanker (andere huidkanker dan melanoom, met name basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom) met 6.564 opnamedagen. De gemiddelde opnameduur was 4,5 dagen. Het aantal dagbehandelingen in het ziekenhuis voor overige huidkanker was 23.286 in 2010. De verschillen tussen mannen en vrouwen in het aantal klinische opnamen en het aantal dagopnamen zijn klein (Bron: LMR). Deze getallen geven het aantal opnamen weer, niet het aantal opgenomen personen.

Meer informatie

Trend in ziekenhuisopnamen voor melanoom

Ziekenhuisopnamen voor melanoom, 1995-2010

Klinische ziekenhuisopnamen, klinische opnamedagen en gemiddelde opnameduur voor melanoom (hoofdontslagdiagnose)
JaarKlinische opnamen (m)Klinische opnamen (v)Klinische opnamedagen (m)Klinische opnamedagen (v)Gem. opnameduur (m)Gem. opnameduur (v)
1995100100100100100100
1996109116118119109103
1997116112112969685
1998868977708979
19997776785510173
2000908269577769
2001798762547862
2002799163668072
2003838564587868
200411010881687363
20059510077678167
20061088776557063
20079710469527150
2008889059536858
2009958965526958
2010868850435849

Ziekenhuisopnamen met ruim 10% gedaald voor melanoom

Het aantal klinische ziekenhuisopnamen (exclusief dagopnamen) voor melanoom is in de periode 1995-2010 voor zowel mannen als vrouwen met ruim 10% afgenomen. De gemiddelde opnameduur is voor vrouwen gehalveerd en voor mannen bijna gehalveerd (Bron: LMR). Bij deze trends is gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland. Overigens nemen het aantal ziekenhuisopnamen en het aantal opnamedagen in Nederland in het algemeen af, dus deze trends zijn niet specifiek voor huidkanker.

Aantal dagopnamen en poliklinische behandelingen melanoom sterk toegenomen

Het aantal dagopnamen voor melanoom is tussen 1995 en 2010 voor mannen toegenomen van 152 naar 409 en voor vrouwen van 170 naar 473 (Bron: LMR). Melanoom wordt steeds vaker poliklinisch behandeld in vergelijking met een aantal jaren geleden (CBS, 2005). Dit verklaart de afname van het aantal opnamedagen, terwijl het aantal personen dat in een jaar in het ziekenhuis wordt opgenomen voor melanoom redelijk constant blijft.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. CBS. Gezondheid en zorg in cijfers, 2005. Voorburg / Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ; 2005. Bron

Trend in ziekenhuisopnamen voor huidkanker, exclusief melanoom

Ziekenhuisopnamen voor huidkanker, exclusief melanoom, 1995-2010

Klinische ziekenhuisopnamen, klinische opnamedagen en gemiddelde opnameduur voor huidkanker, exclusief melanoom (hoofdontslagdiagnose)
JaarKlinische opnamen (m)Klinische opnamen (v)Klinische opnamedagen (m)Klinische opnamedagen (v)Gem. opnameduur (m)Gem. opnameduur (v)
1995100100100100100100
19961049995979198
1997898880699078
1998817969698587
1999858370658379
2000737262538574
2001788066588573
2002807570568776
2003728255537765
2004778254537165
2005838660567365
2006879150535858
2007888859576665
2008708745516458
2009637444437158
2010666845406859

Ziekenhuisopnamen overige huidkanker afgenomen, dagopnamen sterk toegenomen

Het aantal klinische ziekenhuisopnamen (exclusief dagopnamen) voor overige huidkanker (zowel plaveiselcelcarcinoom als basaalcelcarcinoom en zeer zeldzame huidtumoren) is in de periode 1995-2010 voor zowel mannen als vrouwen met ongeveer eenderde afgenomen. Het totaal aantal opnamedagen is voor zowel mannen als vrouwen meer dan gehalveerd. Dit is ook een gevolg van het feit dat de gemiddelde opnameduur voor mannen met ongeveer 30% is gedaald en voor vrouwen met ongeveer 40%. Bij deze trends is gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland. Overigens nemen het aantal ziekenhuisopnamen en het aantal opnamedagen in Nederland in het algemeen af, dus deze trends zijn niet specifiek voor huidkanker. Het aantal dagopnamen voor overige huidkanker is tussen 1995 en 2010 voor zowel mannen als vrouwen zeer sterk toegenomen. Voor mannen van 652 naar 11.412 en voor vrouwen van 526 naar 11.874 (Bron: LMR).

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat is huidkanker?

    Huidkanker vaak ingedeeld in melanoom en overige vormen van huidkanker

    Er zijn verschillende typen huidkanker. Deze worden meestal als volgt ingedeeld:

    • melanomen van de huid
    • andere vormen van huidkanker, ook wel non-melanoma huidkanker genoemd. Deze groep huidtumoren is onderverdeeld in het basaalcelcarcinoom, het plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame tumoren die uitgaan van de talg- of zweetklieren.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over huidkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie (exclusief basaalcelcarcinoom (BCC))

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie van basaalcelcarcinoom (BCC)) bevolking Zuid-Nederland (regio Eindhoven)  IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met huidkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met huidkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor huidkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.