Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

HuidkankerCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Sterke toename aantal nieuwe gevallen melanoom

Regionaal & Internationaal

Aantal nieuwe gevallen relatief groot in Nederland

Kosten

Zorguitgaven voor huidkanker bijna 169 miljoen

Preventie & Zorg

Bijna 2.000 ziekenhuisopnamen voor huidkanker

Risicofactoren huidkanker

Risicofactoren voor huidkanker

Risicoverhogende factoren voor de drie meest voorkomende huidtumoren

 

 

 

BCC

PCC

M

Exogeen

 

 

 

 

 

 

zonverbranding

 

++

+

++

 

blootstelling aan UV-straling

 

 

 

 

 

 

acuut

++

+

++

 

 

onregelmatig (intermitterend)

++

+

+++

 

 

cumulatief

+

+++

+

 

 

actinische (door UV-straling) beschadigde huid

++

+++

+

 

ioniserende straling

 

+

++

-

 

roken

 

-

++

-

 

humaan papillomavirus (HPV)

 

+

++

-

 

immuunsupressie als gevolg van medisch ingrijpen / geneeskundige behandeling (iatrogeen)

 

+

+++

-

 

chemicaliën (bijvoorbeeld arseen en koolteer)

 

++

++

-

Endogeen

 

 

 

 

 

 

oplopende leeftijd

 

++

+++

+

 

pigmentstatus (lichte huid, ogen & haren)

 

+++

+++

+++

 

naevi (moedervlekken)

 

 

 

 

 

 

oplopend aantal

+

-

+++

 

 

afwijkende (atypische) naevi

+

-

+++

 

immuunsuppressie

 

+

+++

-

 

positieve voorgeschiedenis met huidtumoren

 

+++

++

+

 

chronische ontstekingen (inflammatie) / (brand)wonden

 

+

+++

-

 

erfelijke huidaandoeningen (genodermatosen)

 

+

+

++

 

erfelijke aanleg

 

+

+

++

  • BCC = basaalcelcarcinoom
  • PCC = plaveiselcelcarcinoom
  • M = melanoom
  • + = licht verhoogd risico
  • ++ = verhoogd risico
  • +++ = sterk verhoogd risico
  • - = geen verhoogd risico

Blootstelling aan UV-straling belangrijkste risicofactor huidkanker

Diverse factoren verhogen de kans op het ontstaan van huidkanker. Overmatige en onregelmatige blootstelling aan UV-straling van zonlicht en/of zonnebanken wordt beschouwd als de belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van zowel melanomen (Chin, 2003; Marks, 2000) als basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom. Bij plaveiselcelcarcinoom lijkt de totale hoeveelheid zonlicht gedurende het hele leven van belang (Armstrong & Kricker, 2001). Bij basaalcelcarcinoom speelt vooral overmatige blootstelling op jonge leeftijd en intense terugkerende blootstelling, ook gedurende de puberteit, een rol (Rubin et al., 2005). Pigmentatiekenmerken spelen een rol bij het risico op huidkanker als gevolg van blootstelling aan UV-straling. Chronische beschadiging van huidweefsel door bijvoorbeeld röntgenstraling, littekenvorming of ontstekingsprocessen kan een rol spelen bij het ontstaan van basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom, evenals blootstelling aan toxische stoffen. Er bestaan ook erfelijke vormen van huidkanker.

Meer informatie

Datum publicatie

17-06-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Chin L. The genetics of malignant melanoma: lessons from mouse and man. Nat Rev Cancer. 2003;3(8):559-70. Pubmed | DOI
  2. Marks R. Epidemiology of melanoma. Clin Exp Dermatol. 2000;25(6):459-63. Pubmed
  3. Armstrong BK, Kricker A. The epidemiology of UV induced skin cancer. J Photochem Photobiol B. 2001;63(1-3):8-18. Pubmed
  4. Rubin AI, Chen EH, Ratner D. Basal-cell carcinoma. N Engl J Med. 2005;353(21):2262-9. Pubmed | DOI
  5. Bataille V, de Vries E. Melanoma--Part 1: epidemiology, risk factors, and prevention. BMJ. 2008;337:a2249. Pubmed | DOI
  6. Roewert-Huber J, Lange-Asschenfeldt B, Stockfleth E, Kerl H. Epidemiology and aetiology of basal cell carcinoma. Br J Dermatol. 2007;157 Suppl 2:47-51. Pubmed | DOI
  7. Preston DS, Stern RS. Nonmelanoma cancers of the skin. N Engl J Med. 1992;327(23):1649-62. Pubmed | DOI

Gevolgen huidkanker

Blijvende gevolgen voor sociaal en maatschappelijk functioneren

Kanker en de behandeling ervan hebben vaak blijvende gevolgen die van invloed zijn op het sociaal en maatschappelijk functioneren. Gevolgen waar veel mensen met kanker mee te maken krijgen zijn vermoeidheidsklachten, concentratie- en geheugenproblemen, neuropathie (zenuwschade), pijn en psychische problemen, zoals angst (voor terugkeer van de ziekte) en somberheid (Vonk et al., 2016).
Basaalcelcarcinomen hebben voor de meeste mensen een minimale impact op de kwaliteit van leven (Waalboer-Spuij, 2019).
Hoewel mensen met een dun melanoom (vroeg stadium) over het algemeen een goede prognose hebben, speelt ook bij hen angst een rol. Dit blijkt onder meer uit het feit dat patiënten na behandeling van het melanoom vaker de dermatoloog bezoeken voor een follow-up dan de richtlijnen voorschrijven. Mensen met een melanoom in een vroeg stadium kunnen, ondanks de goede overlevingskans, problemen ondervinden met bijvoorbeeld het aanvragen van een hypotheek of levensverzekering (Holterhues, 2011).

Fysieke klachten vooral bij uitbreiding en uitzaaiing huidkanker

In het begin van de ziekte hebben veel mensen geen pijn. Als de ziekte zich uitbreidt of als er uitzaaiingen zijn, dan kunnen mensen wel pijn hebben. Huidkanker zaait meestal het eerst uit naar de lymfeklieren in de buurt van de tumor. Vervolgens kunnen de uitzaaiingen overal in het lichaam terechtkomen. Basaalcelcarcinoom zaait vrijwel nooit uit. Plaveiselcelcarcinoom kan wel uitzaaien. Een melanoom zaait sneller uit dan andere vormen van huidkanker. De behandeling van uitzaaiingen naar de lymfeklieren kan bestaan uit het verwijderen van de lymfeklieren die uitzaaiingen bevatten en de lymfeklieren die daaromheen zitten. Als gevolg hiervan kan lymfoedeem ontstaan, een opeenhoping van lymfevocht. Lymfoedeem kan ingrijpend zijn voor het dagelijks leven en leidt vaak tot verminderde bewegelijkheid van de gewrichten (KWF Kankerbestrijding, 2017).

Verminderde kwaliteit van leven na behandeling vergevorderd melanoom

Sinds 2011/2012 wordt immuuntherapie en doelgerichte therapie gegeven aan patiënten met een inoperabel en uitgezaaid melanoom. Hierdoor leven patiënten die eerder een slechte prognose hadden gemiddeld langer. Vergeleken met gezonde mensen heeft deze groep patiënten een verminderde kwaliteit van leven op het gebied van fysiek, sociaal en algemeen functioneren. Ze krijgen minder werk en reguliere taken gedaan dan ze zouden willen, of kunnen bepaald werk of bepaalde taken helemaal niet meer uitvoeren (O'Reilly et al., 2020). Daarnaast kunnen patiënten na behandeling van een vergevorderd melanoom last hebben van depressie- of angstklachten en cognitieve beperkingen ondervinden (Rogiers et al., 2019).
Sinds 2018/2019 worden immuuntherapie en doelgerichte therapie in een steeds vroeger stadium ingezet als zogenaamde adjuvante (aanvullende) behandeling, met als doel de overleving van melanoompatiënten verder te verbeteren. Patiënten met een positieve schildwachtklier zonder andere aanwijzingen voor metastasen (uitzaaiingen) komen hiermee ook in aanmerking voor een behandeling met doelgerichte of immuuntherapie. Mogelijk gevolg is dat patiënten die nog geen klachten ondervinden van het melanoom te maken krijgen met ernstige bijwerkingen van de behandeling. Vanwege de recente toepassing van deze adjuvante behandeling is er nog geen informatie beschikbaar over de kwaliteit van leven van patiënten die deze vorm van behandeling ontvangen.

Datum publicatie

17-06-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Vonk R, Korevaar J, van Saase L, Schoemaker C. Een samenhangend beeld van kanker: ziekte, zorg, mens en maatschappij: Themarapportage van de Staat van Volksgezondheid en Zorg. Bilthoven: RIVM; 2016. Bron
  2. Waalboer-Spuij R. Disease Specific Quality Of Life In Keratinocyte Cancer. The development and use of the BaSQoL questionnaire. Rotterdam: Erasmus Universiteit; 2019. Bron
  3. Holterhues C. Burden of melanoma. Rotterdam: Erasmus Universiteit; 2011. Bron
  4. KWF Kankerbestrijding. Brochure huidkanker.; 2017. Bron
  5. O'Reilly A, Hughes P, Mann J, Lai Z, Teh JJiat, Mclean E, et al. An immunotherapy survivor population: health-related quality of life and toxicity in patients with metastatic melanoma treated with immune checkpoint inhibitors. Support Care Cancer. 2020;28(2):561-570. Pubmed | DOI
  6. Rogiers A, Leys C, De Cremer J, Awada G, Schembri A, Theuns P, et al. Health-related quality of life, emotional burden, and neurocognitive function in the first generation of metastatic melanoma survivors treated with pembrolizumab: a longitudinal pilot study. Support Care Cancer. 2019. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is huidkanker?

    Huidkanker vaak ingedeeld in melanoom en overige vormen van huidkanker

    Er zijn verschillende typen huidkanker. Deze worden meestal als volgt ingedeeld:

    • melanomen van de huid
    • andere vormen van huidkanker, ook wel non-melanoma huidkanker genoemd. Deze groep huidtumoren is onderverdeeld in het basaalcelcarcinoom, het plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame tumoren die uitgaan van de talg- of zweetklieren.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over huidkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie (exclusief basaalcelcarcinoom (BCC))

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie van basaalcelcarcinoom (BCC)) bevolking Zuid-Nederland (regio Eindhoven)  IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met huidkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met huidkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor huidkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.